Erin
Erin
De jongen – Josh – stond voor het huis toen we aankwamen, als een soldaatje dat de wacht houdt, bleek en op zijn hoede. Hij begroette de inspecteur beleefd en keek mij argwanend aan. Hij had een Zwitsers zakmes in zijn hand, en hij streek zenuwachtig over het lemmet, terwijl hij het mes open- en dichtknipte.
‘Is je moeder thuis, Josh?’ vroeg Sean, en Josh knikte.
‘Waarom bent u er nu alweer?’ vroeg hij, zijn stem schel uitschietend. Hij schraapte zijn keel.
‘We moeten een paar dingen controleren,’ zei Sean. ‘Stelt niks voor.’
‘Ze lag in bed,’ verklaarde Josh, zijn blik schoot van Sean naar mij. ‘Die avond. Mijn moeder sliep. We lagen allemaal te slapen.’
‘Wanneer was dat?’ vroeg ik. ‘Over welke avond heb je het, Josh?’
Hij bloosde, keek naar zijn handen en frunnikte aan zijn mes. Een kleine jongen die nog niet had leren liegen.
Zijn moeder deed de deur open. Ze keek Sean en mij beurtelings aan en streek zuchtend met haar hand over haar voorhoofd. Haar gezicht was gelig als slappe thee en toen ze zich tot haar zoon wendde, viel het me op dat haar rug krom was, als bij een oude vrouw. Ze wenkte hem en zei iets tegen hem.
‘En als ze nou ook met mij willen praten?’ hoorde ik hem vragen.
Ze legde haar handen op zijn schouders. ‘Dat willen ze niet, lieverd,’ zei ze. ‘Ga nou maar.’
Josh knipte het mes dicht en stak het in de zak van zijn spijkerbroek terwijl hij mij aankeek. Ik glimlachte en hij draaide zich om, liep snel over het pad naar de weg en wierp maar één keer een blik achterom, net op het moment dat zijn moeder de deur achter ons dichtdeed.
Ik liep achter Louise en Sean aan een grote, lichte zitkamer in, met een moderne, langwerpige serre, waardoor de tuin bij het huis werd betrokken. Er stond een houten kippenhok in het gras en er liepen krielkippen rond, mooie zwart-witte en goudgele hennetjes die hun kostje bijeen aan het scharrelen waren. Louise gebaarde dat we plaats konden nemen op de bank. Zelf ging ze in de fauteuil ertegenover zitten, langzaam en voorzichtig, alsof ze net een operatie achter de rug had en bang was dat de wond zou openscheuren.
‘Goed,’ zei ze, en ze stak haar kin in de lucht terwijl ze Sean aankeek. ‘Wat heb je te vertellen?’
Hij legde uit dat ook de nieuwe bloedtest had aangetoond dat Katie geen drugs had gebruikt.
Louise schudde vol ongeloof haar hoofd. ‘Maar dat kun je toch niet zeker weten? Hoe lang blijven dat soort pillen aantoonbaar in je bloed? En hoe lang duurt het voordat ze werken of dat de werking afneemt? Je kunt het niet zomaar van tafel vegen, Sean.’
‘Dat doen we ook niet, Louise,’ zei hij rustig. ‘Ik vertel je alleen maar wat er uit de test is gekomen.’
‘Maar het is toch zeker strafbaar als je illegale pillen verkoopt, in dit geval aan een kind? Ik weet...’ Ze beet op haar lip. ‘Ik weet wel dat we haar niet meer kunnen straffen, maar toch zou het openbaar moeten worden gemaakt. Vind je ook niet? Dat ze dat heeft gedaan?’
Sean hield zijn mond. Ik schraapte mijn keel en Louise wierp me een nijdige blik toe.
‘Voor zover wij weten, mevrouw Whittaker, kan Nel die pillen niet hebben gekocht. Haar creditcard is er weliswaar voor gebruikt, maar...’
‘Wil je soms beweren dat Katie haar creditcard heeft gestolen?’ viel ze woedend uit.
‘Nee, nee,’ zei ik. ‘Dat willen we helemaal niet beweren...’
Opeens viel het kwartje. ‘Lena,’ zei ze, terwijl ze achterover-leunde, met een grimmige, gelaten trek om haar mond. ‘Lena heeft het gedaan.’
Dat wisten we nog niet zeker, legde Sean uit, hoewel we het haar absoluut zouden vragen. Ze werd die middag zelfs op het politiebureau verwacht. Hij vroeg Louise of ze nog iets anders in Katies spullen had aangetroffen wat haar zorgen baarde. Louise veegde die vraag meteen van tafel. ‘Dit is de reden,’ zei ze, en ze boog naar voren. ‘Begrijp je het dan niet? Als je de pillen en die plek combineert met het feit dat Katie altijd bij de Abbotts was, omringd door al die foto’s en die verhalen, en...’ Haar stem stierf weg. Ze scheen toch niet helemaal overtuigd te zijn van het verhaal dat ze ophing, want zelfs als ze gelijk had en zelfs als haar dochter door die pillen depressief was geworden, dan nog deed het niets af aan het feit dat zijzelf niets had gemerkt.
Dat zei ik natuurlijk niet, want de vraag die ik moest stellen was al moeilijk genoeg. Louise kwam moeizaam overeind, in de overtuiging dat het gesprek was afgerond, dat we weg zouden gaan, en ik moest haar tegenhouden.
‘We moeten u nog wat vragen,’ zei ik.
‘O ja?’ Ze bleef staan, haar armen over elkaar geslagen.
‘Zou u soms uw vingerafdrukken willen laten nemen?’
‘Waarom? Hoezo?’ vroeg ze al, voordat ik het nader had kunnen toelichten.
Sean schoof ongemakkelijk op de bank heen en weer. ‘Louise, we hebben een vingerafdruk gevonden op het pillenpotje dat jij ons hebt gegeven, en die komt overeen met eentje die op Nel Abbotts camera zat. We willen weten van wie die is.’
Louise ging weer zitten. ‘Nou, die zal dan wel van Nel zijn,’ zei ze. ‘Denken jullie ook niet?’
‘Ze zijn niet van Nel,’ zei ik, ‘dat hebben we gecontroleerd. En ze zijn ook niet van je dochter.’
Ze kromp ineen. ‘Nee, natuurlijk zijn ze niet van Katie. Wat moest Katie nou weer met die camera?’ Ze perste haar lippen op elkaar en schoof het hangertje van de lijster aan haar ketting heen en weer. Ze zuchtte diep. ‘Ze zijn natuurlijk van mij,’ zei ze. ‘Ze zijn van mij.’
Het was drie dagen nadat haar dochter was overleden gebeurd, vertelde ze. ‘Ik ging naar Nels huis. Ik was... Nou ja, jullie zullen niet kunnen begrijpen hoe ik me voelde, maar jullie kunnen je er misschien wel een beetje een voorstelling van maken. Ik bonsde op haar voordeur, maar ze vertikte het open te doen. Ik gaf niet op, bleef daar maar op haar deur bonken en haar roepen, en uiteindelijk,’ zei ze, en ze streek een lok haar uit haar ogen, ‘deed Lena open. Ze snikte en huilde, was helemaal over haar toeren. Het was heel dramatisch.’ Ze waagde een poging tot een glimlach, maar dat mislukte faliekant. ‘Ik heb heel nare dingen tegen haar gezegd, besef ik nu, maar...’
‘Wat dan?’ vroeg ik.
‘Dat... Dat weet ik niet meer precies.’ Ze wist zich geen houding meer te geven, haalde schokkerig adem en greep de armleuningen stevig beet waardoor haar knokkels wit werden. ‘Nel heeft me vast gehoord. Ze kwam naar buiten en zei dat ik hen met rust moest laten. Ze zei,’ – Louise lachte even schel – ‘dat ze het “heel erg voor me vond”, maar dat het niets met haar en ook niets met haar dochter te maken had. Lena zat op de grond, dat weet ik nog wel, en ze maakte een... vreselijk geluid. Als een gewond dier.’ Ze moest even op adem komen en ging toen door. ‘We kregen ruzie, Nel en ik. En erg ook.’ Ze glimlachte scheef naar Sean. ‘Wist je dat niet? Had je dat nog niet gehoord? Ik had gedacht dat Nel het je wel zou hebben verteld, of anders Lena. Ja, ik... Nou ja, ik heb haar niet geslagen, maar ik stortte me wel op haar en zij duwde me weg. Ik wilde zien wat er op haar filmcamera stond. Ik wilde... Ik wilde het niet écht zien, maar ik wilde gewoon niet dat zij de beelden had... Dat kon ik niet verdragen...’
Louise barstte in snikken uit.
Het is vreselijk om te zien hoe iemand bijna sterft van verdriet; het komt over alsof je iemand bespioneert, alsof je iemands privacy schendt. Toch doen we het heel vaak, dat moet ook, je moet er gewoon mee leren omgaan. Sean deed dat door zijn hoofd te buigen en zonder iets te zeggen zo te blijven zitten; ik deed het door mezelf af te leiden. Ik keek naar de kippen die op het grasveld voor het raam rondscharrelden. Ik keek naar de boeken, zag enkele mooie moderne romans en boeken over de militaire geschiedenis staan. Ik liet mijn blik vallen op de foto’s boven de haard. Een trouwfoto, een foto van het hele gezin en eentje van een baby. Eén babyfoto maar, een jongetje in het blauw. Waar was Katies babyfoto? Ik probeerde me voor te stellen hoe je je moest voelen als je de foto van je kind van de plek aan de muur haalde waar iedereen het kiekje had kunnen bewonderen, en in een la legde. Ik keek naar Sean en zag dat hij zijn hoofd niet meer gebogen hield, maar dat hij me kwaad aankeek. Ik besefte opeens dat ik getik hoorde, en dat kwam van mij af; ik was met mijn pen op mijn notitieblok aan het tikken. Dat deed ik niet expres, het kwam doordat ik stond te trillen.
Na wat aanvoelde als een heel lange tijd zei Louise weer iets. ‘Ik kon het niet hebben dat Nél als laatste mijn kind had gezien. Ze zei dat er geen filmpje was, dat het toestel het niet had gedaan, en dat het ding, al had het wel gewerkt, boven op het klif had gestaan, dus dat het haar niet... Niet in beeld zou hebben gehad.’ Ze zuchtte diep; er ging een rilling door haar hele lijf, van haar schouders tot haar knieën. ‘Ik geloofde er niets van. Ik wilde het er niet bij laten. Stel dat er wel iets was opgenomen en dat zij de beelden zou gebruiken? Stel dat ze mijn meisje aan de hele wereld zou tonen, helemaal alleen en bang en...’ Ze onderbrak zichzelf en haalde diep adem. ‘Ik zei, maar Lena heeft jullie dit vast al wel verteld, dat ik door zou gaan totdat Nel had geboet voor wat ze had gedaan. Toen ging ik weg. Ik ging naar het klif om de camera open te maken en het geheugenkaartje eruit te halen, maar het lukte niet. Ik wilde het ding van het statief trekken, maar brak mijn nagel.’ Ze stak haar linkerhand omhoog, en de nagel van haar wijsvinger was inderdaad afgebroken. ‘Ik heb er een paar keer tegenaan geschopt en er met een steen op geslagen. Toen ben ik naar huis gegaan.’