Patrick L. Norwood mocht op grond van zijn status als oudgediende kiezen uit verschillende nieuwe zalen met de modernste video- en computerapparatuur, maar rechter Norwood gaf de voorkeur aan de zaal waar hij twintig jaar lang met ijzeren discipline had geregeerd. Het was een zaal met hoge plafonds, grootse marmeren pilaren en een met houtsnijwerk versierd podium. Het was een ouderwetse rechtszaal, volmaakt geschikt voor een man met het gerechtelijke temperament van een negentiende- eeuwse galgerechter.

De zaal zat ter gelegenheid van de hoorzitting voor Martin Darius tot de nok toe vol. Wie te laat waren om een plekje in de zaal te vinden, stonden in een rij in de gang. Toeschouwers moesten langs een metaaldetector lopen voordat ze naar binnen mochten en in de zaal waren in verband met anonieme dreigementen extra beveiligingsbeambten geposteerd.

Harvey Cobb, de al wat oudere zwarte gerechtsdeurwaarder, vroeg om orde in de zaal. Hij was deurwaarder voor Norwood geweest vanaf diens intrede als rechter. Norwood kwam via een deur achter de rechterstoel uit zijn raadskamer. Hij was een klein vierkant kereltje, lelijk als de nacht, maar op zijn padachtige gezicht zat een bos prachtig, sneeuwwit haar.

'Gaat u zitten,' zei Cobb. Betsy ging op haar stoel naast Martin Darius zitten en wierp een blik naar Alan Page, die naast Randy Highsmith zat.

'Uw eerste getuige, meneer Page,' commandeerde Norwood.

'De staat roept de getuige Ross Barrow op, edelachtbare.'

Harvey Cobb vroeg rechercheur Barrow zijn rechterhand op te steken en te zweren naar waarheid te zullen getuigen. Barrow ging in de getuigenbank zitten en Page introduceerde hem als politie-officier van de afdeling moordzaken.

'Rechercheur Barrow, vanaf half augustus kwam u een serie ongebruikelijke verdwijningen ter ore?'

'Dat klopt. In augustus vertelde een rechercheur van de afdeling vermiste personen mij dat een zekere Larry Farrar zijn vrouw Laura Farrar als vermist had opgegeven. Larry had tegen de rechercheur gezegd dat...'

'Protest, edelachtbare, uit de tweede hand,' zei Betsy terwijl ze opstond.

'Nee,' besliste Norwood. 'Dit is een borgzitting. Geen proces. Ik wil het OM de ruimte geven. Als u de getuigen wilt ondervragen, kunt u ze altijd dagvaarden. Gaat u verder, meneer Page.'

Page gaf Barrow een knikje en die ging verder met zijn verhaal.

'Farrar had de rechercheur verteld dat hij 10 augustus om ongeveer acht uur thuis was gekomen. Zijn huis had een volkomen normale indruk gemaakt, maar zijn vrouw was er niet. Er ontbraken geen kleren en make-up. Voor zover hij kon zien, ontbrak er helemaal niets in huis. Het enige vreemde was de roos en het briefje die de heer Farrar op het kussen van zijn vrouw vond.'

'Was het een gewone roos?'

'Nee. Uit het laboratoriumonderzoek bleek dat hij zwart geverfd was.'

'Wat stond er op het briefje?'

' "Verdwenen, Maar Niet Vergeten." '

Page overhandigde een document en een foto aan de griffier.

'Dit is een fotokopie van het briefje en een foto van de roos, edelachtbare. De originele bewijsstukken bevinden zich nog in het laboratorium. Ik heb met mevrouw Tannenbaum overlegd en zij is bereid voor de gelegenheid van deze borgzitting deze en andere kopieën onbetwist te laten.'

'Is dat juist?' vroeg Norwood aan Betsy. Ze knikte.

'De bewijsstukken worden toegelaten.'

'Heeft dezelfde rechercheur u half september over een ander geval van verdwijning verteld?'

'Ja. Wendy Reiser verdween onder dezelfde omstandigheden en werd door haar man Thomas Reiser als vermist opgegeven.'

'En niets in huis was van zijn plaats gehaald of meegenomen?'

'Dat is juist.'

'Had de heer Reiser een zwarte roos en een briefje op het kussen van zijn vrouw gevonden?'

'Jazeker.'

Page liet een kopie van Reisers briefje en een foto van Reisers roos zien.

'Wat heeft men in het laboratorium ontdekt in verband met het tweede briefje en de tweede roos?'

'Dat beide identiek zijn aan het briefje en de roos in het huis van de Farrars.'

'En is u ten slotte recentelijk een derde verdwijning ter ore gekomen?'

'Ja. Russell Miller gaf zijn vrouw Victoria op als vermist onder dezelfde omstandigheden als waarin de andere verdwijningen plaatsvonden. Een briefje en een roos op het kussen. In het huis was niets van zijn plaats en niets verdwenen.'

'Hebt u enkele dagen geleden gehoord waar de vrouwen zich bevonden?'

Barrow knikte ernstig. 'De drie vrouwen en een onbekende man waren aangetroffen in een graf op een bouwterrein van Darius Construction.'

'Wie is de eigenaar van Darius Construction?'

'Martin Darius, de verdachte.'

'Was het hek om het bouwterrein gesloten?'

'Ja.''Was er een groot gat in het hekwerk vlak bij de vindplaats van de stoffelijke resten?' 'Ja.'

'Werden er bandensporen bij dat gat aangetroffen?'

'Inderdaad.'

'Hebt u op de avond dat de heer Darius werd gearresteerd, in zijn huis een huiszoekingsbevel uitgevoerd?'

'Jazeker.'

'Hebt u tijdens de huiszoeking voertuigen aangetroffen?'

'We hebben een stationcar, een BMW en een zwarte Ferrari aangetroffen.'

'Dit zijn bewijsstukken 10 tot en met 23, te weten foto's van het bouwterrein, het gat in de afrastering, de bandensporen, het graf, het opgraven van de stoffelijke resten, en de voertuigen.'

'Geen bezwaar,' zei Betsy.

'Toegelaten.'

'Is er een gipsafdruk van de bandensporen gemaakt?'

'Ja. De sporen bij het bouwterrein komen overeen met het loopvlak van de banden van de BMW die we bij het huis van Darius hebben aangetroffen.'

'Is de kofferbak van de BMW onderzocht op aanwijzingen zoals haren en vezels die wellicht van een van de slachtoffers afkomstig zouden kunnen zijn?'

'Ja, maar er is niets gevonden.'

'Verklaarde het laboratoriumverslag hoe dat kwam?'

'De kofferbak was pas gezogen en schoongemaakt.'

'Hoe oud was de BMW?'

'Een jaar oud.'

'Geen nieuwe auto?'

'Dat niet, nee.'

'Rechercheur Barrow, bent u op de hoogte van een eventuele relatie tussen de verdachte en de vermoorde vrouwen?'

'Jazeker. De heer Reiser werkt voor het advocatenkantoor dat de belangen van Darius Construction behartigt. Hij en zijn vrouw hebben de verdachte ontmoet tijdens een feest dat de heer Darius afgelopen zomer gaf om de opening van een nieuw winkelcentrum te vieren.''Hoe lang voor de verdwijning van de eerste vrouw, Laura Farrar, vond dat feest plaats?'

'Een week of drie.'

'Waren de heer en mevrouw Farrar ook onder de aanwezigen?'

'Inderdaad. De heer Farrar werkt voor de accountancyfirma die door de heer Darius is ingeschakeld.'

'En Russell en Victoria Miller?'

'Ook zij waren aanwezig op dat feest, maar zij hebben een nauwere band met de verdachte. De heer Miller was juist de eerste verantwoordelijke geworden voor de opdrachten van Darius Construction bij reclamebureau Brand, Gates & Valcroft. Daarnaast ging het echtpaar ook buiten het werk met de heer en mevrouw Darius om.'

Page keek zijn aantekeningen in, overlegde met Randy Highsmith en zei: 'Het woord is aan u, mevrouw Tannenbaum.'

Betsy keek naar haar aantekeningen die enkele punten bevatten waarop ze via Barrow de aandacht wilde vestigen. Ze haalde een paar politierapporten uit de stapel stukken die ze van het OM had gekregen.

'Goedemorgen, meneer Barrow. De criminologen van het gerechtelijke laboratorium van Oregon hebben de huizen van alle drie de vrouwen doorzocht, nietwaar?'

'Dat is zo.'

'Is het ook niet zo dat geen van deze eminente deskundigen in het huis van Laura Farrar, Victoria Miller of Wendy Reiser ook maar één enkel bewijsstuk hebben gevonden dat op de betrokkenheid van Martin Darius wijst?'

'Degene die deze vrouwen heeft vermoord, is zeer doordacht te werk gegaan. Hij heeft de plaats van het misdrijf netjes achtergelaten.'

'Edelachtbare,' zei Betsy kalm, 'wilt u rechercheur Barrow alstublieft vragen te luisteren naar de vragen die ik hem stel en deze te beantwoorden. Ik ben er zeker van dat de heer Page de zwakke plekken in zijn bewijsvoering tijdens zijn conclusie wel zal verklaren.'

Rechter Norwood keek Betsy dreigend aan. 'Ik hoef geen preek van u, mevrouw Tannenbaum. Protest aantekenen is voldoende.' Daarna richtte Norwood zich tot de getuige. 'En u hebt vaak genoeg getuigd om te weten dat u wordt verondersteld alleen de vragen te beantwoorden. Houd uw slimmigheidjes maar voor u. Ik ben niet onder de indruk.'

'Wel, meneer Barrow, wat is uw antwoord op mijn vraag? Vond men in de huizen van de vermiste vrouwen ook maar de geringste aanwijzing die mijn cliënt met een van de slachtoffers in verband bracht?'

'Nee.'

'En op de stoffelijke resten?'

'We hebben de bandensporen gevonden.'

'Edelachtbare?' vroeg Betsy.

'Meneer Barrow, bevonden de bandensporen zich op het stoffelijk overschot van een van de vrouwen?' vroeg de rechter sarcastisch.

Barrow keek verlegen. 'Het spijt me, edelachtbare.'

'Begint het door te dringen, meneer Barrow?' vroeg rechter Norwood.

'Er werd in het graf geen concreet bewijs aangetroffen dat de verdachte met een van de vrouwen in verband bracht.'

'Er lag ook een man in het graf?'

'Ja.'

'Wie is hij?'

'Dat weten we niet.'

'Er is dus niets dat deze man met Martin Darius in verband brengt?'

'Dat weten we nog niet. Pas als we weten wie hij is, kunnen we het eventuele verband tussen hem en uw cliënt vaststellen.'

Betsy wilde protesteren, maar besloot de opmerking te laten passeren. Als Barrow de vragen bleef ontduiken, zou de rechter zich steeds heviger opwinden.

'U hebt de rechter verteld dat u bij het hek bandensporen hebt gevonden. Zou u hem niet over uw gesprek met Rudy Doschman vertellen?'

'Ik heb een gesprek met hem gehad. Hoezo?'

'Hebt u een verslag van dat gesprek?' vroeg Betsy, terwijl ze naar de getuigenbank liep.

'Niet bij me.'

'Waarom gebruikt u mijn kopie niet om deze alinea te lezen?' ' zei Betsy; ze overhandigde de rechercheur een politierapport dat ze tussen de stukken had gevonden. Barrow las het verslag en keek op.

'De heer Doschman is voorman bij Darius Construction; hij werkte op het terrein waar de stoffelijke overschotten gevonden werden?' vroeg Betsy. 'Ja.'

'Hij heeft u verteld dat de heer Darius het bouwterrein verschillende malen heeft bezocht, nietwaar?'

'Ja.'

'In zijn BMW.' 'Ja.'

'Hij heeft u ook uitgelegd dat er al geruime tijd een gat in de afrastering zat?'

'Ja.'

'Dat de brandstichters die een paar weken geleden enkele huizen van de heer Darius in brand hebben gestoken, wellicht op die manier zijn binnengekomen?'

'Dat zou kunnen.'

'Er is geen bewijsmateriaal dat de heer Darius in verband brengt met de rozen of de briefjes?'

Barrow keek alsof hij iets wilde zeggen, maar hij slikte het in en schudde zijn hoofd.

'En u blijft bij die verklaring, hoewel ambtenaren van het politiekorps van Portland naar aanleiding van een huiszoekingsbevel het huis van de heer Darius grondig hebben doorzocht?'

'We hebben niets gevonden dat hem met de rozen of de briefjes in verband brengt,' antwoordde Barrow kortaf.

'Ook geen moordwapens?'

'Nee.'

'Niets in de kofferbak van de BMW dat op zijn betrokkenheid bij de misdrijven wees?'

'Nee.'

Betsy keek Darius aan. 'Nog vragen?'

Darius glimlachte. 'Ik heb er niets aan toe te voegen, Tannenbaum.'

'Geen vragen meer.'

Barrow hees zich uit de getuigenbank en liep snel naar zijn plaats achteraan terwijl Page zijn volgende getuige opriep.

'Dr. Susan Gregg,' zei Page. Een aantrekkelijke vrouw van een jaar of veertig met peper-en-zoutkleurig haar, liep gekleed in een klassiek grijs pakje naar de getuigenbank.

'Wilt u dr. Greggs bevoegdheid ter gelegenheid van deze borgzitting aanvaarden?' vroeg Page aan Betsy.

'Ik neem aan dat dr. Gregg de rechtbank welbekend is,' zei Betsy, 'en zal dan ook, mits alleen tijdens deze hoorzitting, onbetwist laten dat dr. Gregg gerechtsarts is en bevoegd is een mening uit te spreken over de doodsoorzaak.'

'Dank u,' zei Page tegen Betsy. 'Dr. Gregg, heeft men u eerder deze week naar het bouwterrein van Darius Construction laten komen om de stoffelijke resten van vier personen die daar begraven lagen, te onderzoeken?'

'Ja, dat klopt.'

'En u hebt autopsie uitgevoerd op alle vier de slachtoffers?' 'Ja.'

'Wat is een autopsie, dr. Gregg?'

'Het is een onderzoek van een lichaam na het overlijden om onder andere de doodsoorzaak vast te stellen.'

'Wilt u uitleggen wat de autopsie in dit geval precies inhield?' 'Zeker. Ik heb de stoffelijke resten zorgvuldig onderzocht op ernstige verwondingen, ziekten en andere natuurlijke doodsoorzaken.'

'Is een van de slachtoffers een natuurlijke dood gestorven?'

'Nee.'

'Welke verwondingen hebt u geconstateerd?'

'Alle vier de personen hadden een groot aantal brand- en snijwonden op verschillende lichaamsdelen. De man miste drie van zijn vingers. De borsten van de vrouwen vertoonden diepe sneden. De tepels van de vrouwen waren verminkt, evenals de genitaliën van de man en de vrouwen. Wilt u dat ik verder ga?'

'Dat is in het kader van deze zitting niet nodig. Waaraan zijn de drie vrouwen gestorven?'

'Ze hadden allen diepe sneden in de buikwand, resulterend in ernstige verwondingen aan hun darmen en buikorganen.'

'Wanneer iemands buik wordt opengereten, zal hij dan snel sterven?'

'Nee. Iemand kan op die manier nog enige tijd blijven leven.'

'Kunt u de rechtbank een ruwe schatting geven?'

Gregg haalde haar schouders op. 'Moeilijk te zeggen. Twee tot vier uur. Ten slotte overlijdt de persoon in kwestie aan shock en bloedverlies.'

'En dat was de doodsoorzaak van deze vrouwen?'

'Ja.'

'En van de man?'

'Hij had een fatale schotwond in zijn achterhoofd.'

'Hebt u laboratoriumtests aangevraagd?'

'Ja. Ik heb het bloed op alcohol laten testen. Bij geen van de slachtoffers werd alcohol in het bloed gevonden. Ik heb de urine laten testen in verband met eventueel drugsmisbruik. De urine werd op de aanwezigheid van vijf drugs onderzocht: cocaïne, morfine, marihuana, amfetamine en PCP. Alle tests waren negatief.'

Page bestudeerde zijn aantekeningen en overlegde met Highsmith alvorens de getuige aan Betsy over te dragen. Ze herlas een deel van het criminologisch rapport en fronste haar wenkbrauwen.

'Dr. Gregg, op pagina vier van uw verslag staan enkele opmerkingen die ik niet helemaal kan volgen. Waren de vrouwen verkracht?'

'Dat is moeilijk te zeggen. De huid rond de genitaliën en het rectum was gekneusd en gescheurd. Letsel dat duidde op penetratie door middel van een onnatuurlijk voorwerp.'

'Hebt u de slachtoffers op aanwezigheid van sperma onderzocht?'

'Ik heb geen sporen van zaadvloeistof aangetroffen.'

'U hebt dus niet eenduidig vastgesteld dat de vrouwen verkracht waren?'

'Ik kan alleen mijn conclusie van penetratie en letsel als gevolg van geweld bevestigen. Ik heb niets gevonden dat op een mannelijke zaadlozing wees.'

'Hebt u geconcludeerd dat de vrouwen op het bouwterrein zijn vermoord?'

'Ik ben van mening dat ze elders gedood zijn.'

'Waarom?'

'Je zou op grond van de ernstige snijwonden een grote hoeveelheid bloed op de plaats van het misdrijf verwachten. Daarnaast waren er bij twee vrouwen organen verwijderd.'

'Zou de regen bloedsporen hebben kunnen wegspoelen?'

'Nee. Ze waren begraven. De regen zou het bloed boven de grond hebben weggespoeld, maar we zouden onder de lichamen in de graven grotere hoeveelheden hebben gevonden.'

'Dus u gelooft dat de vrouwen elders zijn vermoord en vervolgens naar het bouwterrein overgebracht?'

'Ja.'

'Als ze in de kofferbak van een BMW waren vervoerd, zou het dan mogelijk zijn alle bloedsporen uit de kofferbak te verwijderen?' 'Protest,' zei Page. 'Dr. Gregg is niet bevoegd die vraag te beantwoorden. Ze is gerechtsarts, geen gerechtskundig chemicus.'

'Ze mag antwoorden, als ze kan,' besliste de rechter.

'Ik ben bang dat ik niet terzakekundig ben,' antwoordde de dokter.

'Bij de man was de buik niet opengereten?'

'Nee.'

'Geen vragen meer.'

Alan Page stond op. Hij keek wat onzeker.

'Edelachtbare, ik wil mijzelf als getuige oproepen. De heer Highsmith zal de vragen stellen.'

'Protest, edelachtbare. Een getuigenverklaring van de openbare aanklager zelf is ethisch niet verantwoord.'

'Dat geldt misschien bij een juryproces, edelachtbare,' antwoordde Page, 'maar de rechtbank zal mijn geloofwaardigheid als getuige niet in twijfel trekken alleen omdat ik ook het OM vertegenwoordig.'

Norwood keek bedenkelijk. 'Dit is ongebruikelijk. Waarom wilt u getuigen?'

'Wat heeft hij in de zin?' fluisterde Darius in Betsy's oor.

Betsy schudde haar hoofd. Ze keek aandachtig naar Page. Hij was duidelijk slecht op zijn gemak en keek somber. De officier van justitie maakte zich ergens zorgen over.

'Edelachtbare, ik beschik over bewijzen die u nodig hebt om een welgefundeerd oordeel te kunnen vellen inzake borgtocht. Tenzij ik getuig, bent u niet op de hoogte van de belangrijkste gegevens waarover we beschikken, die aantonen dat Martin Darius Laura Farrar, Wendy Reiser en Victoria Miller heeft vermoord.'

'Ik begrijp het niet goed, meneer Page,' zei Norwood ongeduldig. 'Wat zijn dat voor bewijzen? Bent u een ooggetuige?' Norwood schudde zijn hoofd. 'Ik snap er niets van.'

Page schraapte zijn keel. 'Edelachtbare, er is een getuige. Ze heet Nancy Gordon.' Darius haalde diep adem en leunde aandachtig voorover. 'Tien jaar geleden vond een identieke serie moorden plaats in Hunter's Point, New York. De dag voordat we de stoffelijke resten vonden, heeft rechercheur Gordon me over die zaak ingelicht en me verteld waarom ze van mening was dat Martin Darius de dader was.'

'Laat rechercheur Gordon dan getuigen.'

'Dat kan niet. Ze is verdwenen en kan wel dood zijn. Ze heeft na ons gesprek een kamer in een motel genomen. Ik heb haar de volgende ochtend vanaf acht uur, half negen verschillende keren gebeld. Ik denk dat haar kort na aankomst in het motel iets is overkomen. Het ziet ernaar uit dat ze haar koffer aan het uitpakken was, toen ze gestoord werd. Al haar bezittingen lagen in de kamer, maar ze is ze niet komen ophalen. Ik heb een rechercheteam aan de zaak gezet, maar tot nu toe zonder resultaat.'

'Edelachtbare,' zei Betsy. 'Als de heer Page getuigenis aflegt over de beweringen van deze vrouw om aan te tonen dat mijn cliënt tien jaar geleden een paar vrouwen heeft vermoord, zijn dat bewijzen uit de tweede hand. Ik weet dat u de heer Page de ruimte wil geven, maar de heer Darius heeft het grondwettelijke recht met de getuigen a charge geconfronteerd te worden.'

Norwood knikte. 'Dat is waar, mevrouw Tannenbaum. Ik heb hier moeite mee, meneer Page. Kunt u niet iemand anders uit Hunter's Point over die andere misdrijven laten getuigen?'

'Niet op deze korte termijn. Ik ken de namen van de andere rechercheurs die zich met die zaak hebben beziggehouden, maar zij werken niet meer bij het politiekorps van Hunter's Point en ik heb hun verblijfplaats nog niet kunnen achterhalen.'

Norwood leunde achterover en verdween bijna uit het gezicht. Betsy wilde dolgraag weten wat de verdwenen rechercheur Page had verteld, maar ze moest zorgen dat Page niet kon getuigen als zijn verklaring het wapen was waarmee hij Martin Darius in de gevangenis dacht te houden.

'Het is kwart over elf, mensen,' zei Norwood. 'Ik schors de zitting tot halftwee. Dan zal ik de betogen horen.'

Norwood stond op en liep de rechtszaal uit. Harvey Cobb liet de hamer neerkomen en iedereen stond op.

'Nu weet ik waarom Page denkt dat ik die vrouwen heb vermoord,' fluisterde Darius tegen Betsy. 'Wanneer kunnen we praten?'

'Ik loop nu meteen mee.'

Betsy keek een van de bewakers aan en vroeg: 'Kunt u meneer Darius naar de bezoekerskamer brengen? Ik wil met hem praten.'

'Natuurlijk, mevrouw Tannenbaum. We wachten even tot de zaal leeg is voordat we hem meenemen. U kunt met ons meekomen in de lift als u wilt.'

'Graag, bedankt.'

De bewaker deed Darius handboeien om. Betsy keek om zich heen. Bij de deur achterin de rechtszaal stond Lisa Darius met Nora Sloane te praten. Lisa wierp een blik in Betsy's richting. Betsy glimlachte. Lisa glimlachte niet terug, maar knikte haar toe. Betsy gebaarde dat ze zometeen naar haar toe zou komen. Lisa zei iets tegen Sloane. Sloane lachte, gaf Lisa een schouderklopje en liep de zaal uit.

'Ik ga even met Lisa praten,' zei Betsy tegen Darius. Lisa wachtte bij de deur en keek nerveus door het raampje naar de wachtende journalisten.

'Die vrouw zei dat ze samen met jou bezig is met een artikel voor Pacific West,' zei Lisa.

'Dat klopt. Ze loopt met me mee terwijl ik aan Martins zaak werk, om mijn methodes te bestuderen.'

'Ze zei dat ze me graag wilde spreken. Wat moet ik zeggen?'

'Nora lijkt me wel betrouwbaar, maar je moet het zelf weten. Hoe gaat het met je?'

'Het is vreselijk. Die journalisten willen me maar niet met rust laten. Toen ik bij papa ging logeren, moest ik stiekem door het bos wegsluipen, om te voorkomen dat ze erachter kwamen waar ik naar toe ging.'

'Het spijt me, Lisa. Het zal er beslist niet gemakkelijker op worden.'

Aarzelend vroeg Lisa: 'Zal de rechter Martin op borgtocht vrijlaten?'

'De kans is groot dat hij wel zal moeten. De bewijsvoering van de staat is tot nu toe nogal zwakjes.'

Lisa keek bezorgd.

'Is er iets wat je dwars zit?'

'Nee,'zei Lisa te snel.

'Als je iets over deze zaak weet, zeg het me dan alsjeblieft. Ik zit niet op verrassingen te wachten.'

'Het zijn alleen die journalisten, die vind ik zo erg,' zei Lisa, maar Betsy wist dat ze loog.

'We gaan,' zei de bewaker tegen Betsy.

'Ik moet met Martin praten. Hij vraagt of je hem komt bezoeken.'

Lisa knikte, maar ze leek mijlen ver met haar gedachten.

'Wie is Nancy Gordon?' vroeg Betsy. Ze zaten naast elkaar in het kleine bezoekerskamertje van de gevangenis in het gerechtsgebouw.

'Een van de rechercheurs van het opsporingsteam. Ik heb haar de avond dat Sandy en Melody stierven, voor het eerst ontmoet. Ze heeft me thuis ondervraagd. Gordon was met een politieman verloofd, maar hij kwam een paar weken voor hun huwelijk om het leven. Ze had nog steeds verdriet toen ik me bij het opsporingsteam aansloot en ze probeerde me te helpen bij het verwerken van mijn eigen verdriet.

Nancy en ik werkten bij verschillende gelegenheden samen. Ik besefte het niet, maar ze zag mijn vriendelijkheid als iets anders en, tja...' Darius keek Betsy in de ogen. Hun knieën raakten elkaar bijna. Hij boog zich naar haar over. 'Ik was kwetsbaar. Dat waren we allebei. Je kunt pas begrijpen hoe het is als je een geliefde verliest, als het je zelf overkomt.

Ik was ervan overtuigd dat Waters de rozenmoordenaar was en ik deed iets doms. Zonder het tegen iemand te zeggen, begon ik hem te volgen. Ik hield zelfs de wacht bij zijn huis, in de hoop dat ik hem op heterdaad zou betrappen.' Darius lachte schaapachtig. 'Ik verknoeide alles en stuurde bijna het hele onderzoek in de war. Ik viel zo op dat een buurman de politie belde om te klagen over een onbekende man die zich bij hem voor het huis had geposteerd. De politie kwam. Ik schaamde me dood. Nancy zorgde dat ik vrijkwam. We spraken af bij een restaurant vlakbij het politiebureau en ze gaf me ervan langs.

Het was al laat toen we klaar waren met eten. Ik bood aan haar naar huis te brengen, omdat haar auto in de garage was. We hadden allebei een paar glazen op. Ik herinner me niet eens meer wie ermee begonnen is. Om kort te gaan, we gingen met elkaar naar bed.'

Darius bestudeerde zijn handen alsof hij zich gêneerde. Toen schudde hij zijn hoofd.

'Het was dom van me. Ik had moeten weten dat ze het te serieus zou opvatten. Ik bedoel, het was voor ons allebei goed die nacht gezelschap te hebben. We waren zo eenzaam. Maar zij dacht dat ik van haar hield en dat deed ik niet. Sandy was nog maar net overleden. Toen ik onze relatie wilde afbreken, werd ze bitter. Gelukkig hebben ze Waters kort daarna gepakt en ben ik uit het team gestapt, dus was er geen reden meer om elkaar te ontmoeten. Alleen, Nancy kon me niet loslaten. Ze belde me thuis en op kantoor. Ze wilde met me over onze relatie praten. Ik zei tegen haar dat we geen relatie hadden, maar dat kon ze niet accepteren.'

'Heeft ze het uiteindelijk geaccepteerd?'

Darius knikte. 'Ze belde niet meer, al wist ik dat ze zich bitter voelde. Maar ik begrijp niet hoe ze kan denken dat ik Sandy en Melody heb vermoord.'

'Als de rechter Page laat getuigen,' zei Betsy, 'dan zullen we daar gauw genoeg achter komen.'