Zoals hij daar lag, met holle rug, de gladde spieren gespannen en het hoofd in de nek, zag Martin Darius er uit als een wolf die huilend van triomf zijn gevallen prooi gevangen houdt. De blondine die onder hem lag, klemde haar benen om hem heen. Darius huiverde en sloot zijn ogen. De vrouw hijgde van inspanning. Darius' gezicht vertrok en plotseling liet hij zich op haar vallen. Zijn wang lag tegen haar borst. Hij hoorde het hart van de blondine kloppen en rook de geur van zweet vermengd met een vleug parfum. De vrouw gooide een arm over haar gezicht. Lui streelde Darius haar been, terwijl hij ondertussen over haar platte buik heen een blik wierp op het goedkope digitale klokje dat op het nachtkastje naast het motelbed stond. Het was twee uur 's middags. Darius kwam langzaam overeind en zette zijn voeten op de grond. De vrouw voelde het bed bewegen en zag Darius door de kamer lopen.

'Ik wou dat je niet weg hoefde,' zei ze, niet in staat haar teleurstelling te verbergen.

Darius pakte zijn toilettas van de lage ladenkast en liep zonder zich te haasten naar de badkamer.

'Ik heb om drie uur een vergadering,' antwoordde hij zonder om te kijken.

In de kleine badkamer van het motel spoelde Darius het laagje zweet af dat hem bij het vrijen was uitgebroken en roste zich daarna droog. Door het douchen was de spiegel beslagen. Hij veegde hem schoon en zag een bleek en mager gezicht met diepliggende blauwe ogen. Zijn keurig bijgehouden baard en snor omringden een duivelse mond die kon verleiden of intimideren. Darius gebruikte een föhn en kamde zijn sluike zwarte haar en baard. Toen hij de badkamerdeur open deed, lag de blondine nog steeds in bed. Ze had meerdere malen geprobeerd hem na het douchen en aankleden weer in bed te krijgen. Hij dacht dat ze hem seksueel in haar macht probeerde te krijgen en weigerde erop in te gaan.

'Ik heb besloten een punt achter onze relatie te zetten,' zei Darius achteloos terwijl hij zijn witte zijden overhemd dichtknoopte.

De blondine ging rechtop in bed zitten. Er verscheen een geschrokken uitdrukking op haar gewoonlijk zelfverzekerde poppengezichtje. Hij had nu haar onverdeelde aandacht. Ze was niet gewend aan de kant te worden gezet. Darius draaide zich van haar af om zijn glimlach te verbergen.

'Waarom?' bracht ze uit, terwijl hij in zijn antracietkleurige broek stapte. Darius keek haar aan om het spel van emoties op haar gezicht niet te missen.

'Toegegeven, je bent mooi en goed in bed,' zei hij, terwijl hij zijn das strikte, 'maar je bent zo saai.'

Even staarde de blondine hem aan, toen werd ze rood van woede.

'Klootzak.'

Darius begon te lachen en raapte zijn jasje op.

'Dat kun je niet menen,' ging ze verder; haar woede was al weer gezakt.

'Ik meen het wel degelijk. Het is uit tussen ons. Het was leuk voor een tijdje, maar ik wil weer wat anders.'

'En jij denkt dat je me kunt gebruiken en daarna als een sigarettepeuk weggooien,' zei ze, opnieuw kwaad. 'Ik ga het tegen je vrouw zeggen, rotzak. Ik zal haar meteen bellen.'

Darius glimlachte niet meer. De uitdrukking op zijn gezicht deed de blondine tegen de muur deinzen. Langzaam liep Darius om het bed heen tot hij naast haar stond. Ze kromp ineen en stak haar handen afwerend omhoog. Darius keek even naar haar zoals een bioloog door een microscoop naar een bacterie zou kijken. Hij pakte haar pols en draaide haar arm om tot ze voorover gebogen op het bed lag, met haar voorhoofd tegen de gekreukelde lakens.

Darius keek bewonderend naar de rondingen van haar billen, haar rug en haar slanke nek, terwijl de pijn haar op de knieën dwong. Met zijn vrije hand streelde hij haar kont en draaide haar pols nog iets verder door om haar hele lijf te laten schokken. Hij zag met genot haar borsten heen en weer slingeren toen ze opschrok.

'Laat ik je één ding heel duidelijk zeggen,' zei Darius op dezelfde toon die hij ook tegen een brutaal kind zou bezigen. 'Jij zult mijn vrouw of mij nooit bellen. Nooit, begrepen?'

'Ja,' hijgde de blondine terwijl hij haar arm langzaam achter haar rug om naar haar schouder duwde.

'Zeg eens wat je nooit zult doen,' beval hij kalm. Even verlichtte hij de druk op haar arm en streelde met zijn vrije hand de ronding van haar billen.

'Ik zal niet bellen, Martin. Ik zweer het,' huilde ze.

'Waarom bel je mijn vrouw niet, en waarom val je mij niet lastig?' vroeg Darius, de pols weer steviger vastgrijpend.

De blondine hapte naar adem, bevend van de pijn. Darius kon zich nauwelijks goed houden. Hij verminderde de druk zodat ze kon antwoorden.

'Ik zal niet bellen,' herhaalde ze kermend.

'Maar je hebt niet gezegd waarom,' wierp Darius op redelijke toon tegen.

'Omdat jij hebt gezegd dat je het niet wou. Ik doe wat jij wilt. Alsjeblieft, Martin, doe me geen pijn meer.'

Darius liet de vrouw los. Huilend viel ze op het bed neer.'Dat is een goed antwoord. Het was nog beter geweest als je had gezegd dat je niets zult doen wat mij last kan bezorgen, omdat ik nog veel gemener kan worden dan daarnet. Veel, veel gemener.'

Darius knielde naast haar gezicht neer en pakte zijn aansteker. Het was een massief gouden aansteker met inscriptie, die hij van zijn vrouw had gekregen. Het feloranje vlammetje flakkerde vlak voor de doodsbange ogen van de blondine. Darius hield hem zo dicht bij haar gezicht dat ze de warmte voelde.

'Veel, veel gemener,' herhaalde hij. Toen klapte hij de aansteker dicht en liep door de kamer. De blondine draaide zich om; ze lag met haar heupen in het witte laken verward, maar haar slanke benen en gladde rug lagen bloot. Bij iedere snik schokten haar schouders. Martin Darius keek naar haar in de spiegel en trok zijn wijnrode das recht. Hij vroeg zich af of hij haar ervan kon overtuigen dat het allemaal een grap was geweest en of hij haar zover kon krijgen dat ze zich weer aan hem gaf. Bij die gedachte vertrokken zijn dunne lippen zich tot een glimlach. Even speelde hij met het beeld van de vrouw die voor hem neerknielde en hem in haar mond nam, in de vaste overtuiging dat hij haar terugwilde. Het zou een uitdaging zijn om haar op de knieën te krijgen nadat hij haar ziel zo in de grond had getrapt. Darius wist zeker dat hij ertoe in staat was, maar hij moest naar een vergadering.

'De kamer is betaald,' zei hij. 'Je kunt blijven zolang je wilt.'

'Kunnen we er niet over praten. Alsjeblieft, Martin,' smeekte de vrouw. Ze ging rechtop zitten en draaide zich om zodat haar arme kleine borsten zichtbaar werden, maar Darius deed de deur van de motelkamer al dicht.

Buiten zag de lucht er onheilspellend uit. Dikke, zwarte wolken kwamen vanuit de zee aandrijven. Darius opende het portier van zijn gitzwarte Ferrari en schakelde het alarm uit. Over een tijdje zou hij iets doen dat de pijn van de vrouw erger zou maken. Iets subtiels, waardoor zij hem onmogelijk zou kunnen vergeten.Darius glimlachte bij de gedachte alleen al en reed weg, zich volkomen onbewust van de persoon op de hoek van de parkeerplaats die een foto van hem maakte.

Martin Darius zoefde over de Marquam Bridge naar het centrum van Portland. De zware regen verhinderde de plezierjachten de Willamette River op te varen, maar een roestige tanker stoomde gestaag door de storm naar de haven van Swan Island. Aan de overkant van de rivier stond een architectonisch mengsel van functionele, grijze en futuristische bouwsels, door luchtbruggen met elkaar verbonden: het grillige, postmoderne Portland van Michael Graves, de roze wolkenkrabber van de U.S. Bank, en drie verdiepingen hoge historische gebouwen uit de negentiende eeuw. Darius had zijn fortuin gemaakt door aan de skyline van Portland te bouwen en delen van de stad te renoveren.

Darius veranderde net van rijbaan toen de verslaggever aan het hoofditem van het vijf-uur-nieuws begon.

'Dit is Larry Prescott vanuit het gerechtsgebouw van Multnomah County in gesprek met Betsy Tannenbaum, de advocate van Andrea Hammermill, die zojuist is vrijgesproken van de moord op haar echtgenoot, wethouder Sidney Hammermill.

'Betsy, waarom denk je dat de jury haar "onschuldig" achtte?'

'Ik denk dat het geen moeilijke beslissing was toen de juryleden eenmaal beseften wat de psychische gevolgen van mishandeling zijn voor een vrouw zoals Andrea, die regelmatig wordt geslagen en misbruikt.'

'Je hebt vanaf het begin kritiek gehad op het proces. Denk je dat de zaak anders zou zijn aangepakt als meneer Hammermill zich niet kandidaat had gesteld voor het burgemeesterschap?'

'Het feit dat Sidney Hammermill rijk was en zeer actief in het politieke leven van Oregon, kan van invloed zijn geweest op de beslissing zijn vrouw te vervolgen.'

'Zou het verschil hebben gemaakt als officier van justitie Alan

Page een vrouwelijke ambtenaar voor dit proces had aangewezen?'

'Misschien. Een vrouw had de bewijsvoering objectiever kunnen evalueren dan een man en zou misschien van vervolging hebben afgezien.'

'Betsy, dit is je tweede vrijspraak van moord waarbij je bij de verdediging gebruik hebt gemaakt van het mishandelingsgegeven. Eerder dit jaar heb je met succes een eis van een miljoen dollar ingediend tegen een anti-abortusgroepering en Time Magazine tipt je als een van de vrouwelijke advocaten in opkomst. Hoe vind je het dat je opeens beroemd bent?'

Even viel de radio stil. Toen ze antwoordde, klonk Betsy alsof ze in verlegenheid was gebracht.

'Geloof me, Larry, ik heb het veel te druk met mijn praktijk en mijn dochter om verder te kijken dan mijn volgende cliënt en de maaltijd van vanavond.'

De autotelefoon ging over. Darius zette de radio zachter. Zacht zoemend maakte de Ferrari zich van het andere verkeer los. Darius gleed naar de tweede rijbaan, en nam de telefoon op toen hij voor de derde keer overging.

'Meneer Darius?'

'Met wie spreek ik?'

Er waren maar een paar mensen die het nummer van zijn autotelefoon wisten en hij herkende de stem niet.

'Je hoeft mijn naam niet te weten.'

'Ik hoef ook niet met je te praten.'

'Misschien niet, maar ik dacht dat je wel graag zou willen weten wat ik te zeggen heb.'

'Ik weet niet hoe je aan dit nummer komt, maar mijn geduld begint op te raken. Zeg wat je van me wilt, of ik hang op.'

'Goed. Je bent een zakenman. Ik zal je tijd niet verspillen. Maar als je nu zou ophangen, kan ik garanderen dat ik wel verdwenen zou zijn, maar niet vergeten.'

'Wat zei je daar?'

'Daar kijk je van op, hè?'

Darius haalde langzaam en diep adem. Plotseling stonden er druppels zweet op zijn voorhoofd en bovenlip.

'Ken je Captain Ned? Dat is een visrestaurant op de Marine Drive. Het is nogal donker in de bar. Rijd erheen, dan praten we verder.'

De verbinding was verbroken. Darius legde de hoorn neer. Hij was onwillekeurig langzamer gaan rijden en er hing een auto aan zijn bumper. Darius kruiste twee banen en stopte op de vluchtstrook. Zijn hart ging tekeer en een stekende pijn schoot door zijn slapen. Darius sloot zijn ogen en ging achterover in zijn stoel zitten. Hij dwong zichzelf regelmatig adem te halen zodat de pijn in zijn slapen minder werd.

De stem aan de andere kant van de lijn was ruw en onbeschaafd geweest. Het ging de man natuurlijk om geld. Darius glimlachte vastberaden. Hij had dagelijks met hebzuchtige mensen te maken. Die waren het gemakkelijkst te manipuleren. Ze dachten altijd dat de persoon met wie ze zaken deden even dom en bang was als zij zelf.

De pijn in zijn slapen was nu verdwenen en Darius had het niet meer benauwd. In zeker opzicht was hij de man dankbaar. Hij was zelfgenoegzaam geworden, had na al die jaren gedacht dat hem niets meer kon gebeuren, maar daar kon je nooit zeker van zijn. Het telefoontje had hem wakker geschud.