Randy Highsmith schudde zijn paraplu uit en legde hem op de vloer onder het dashboard terwijl Alan Page de parkeergarage uitreed. De paraplu had niet veel tegen de plensbui uitgericht en Highsmith was koud en nat.Highsmith was een iets gezette, ernstig ogende man, een onverzettelijke conservatief, en de beste openbare aanklager van het OM, inclusief Page. Hij was tijdens zijn rechtenstudie in Georgetown verliefd geworden op Patty Archer, die voor een congreslid werkte. Toen hij daarna samen met Patty meeging om haar familie op te zoeken, werd hij verliefd op Portland. Toen haar congreslid besloot zich niet meer verkiesbaar te stellen, verhuisde het pasgehuwde paar naar het westen, waar Patty een politiek adviesbureau oprichtte en het openbaar ministerie van Multnomah County zich onmiddellijk van Randy meester maakte.

'Geef me Darius' achtergrond eens,' zei Page, toen ze op de snelweg reden.

'Hij is acht jaar geleden in Portland komen wonen. Hij had kapitaal en sloot leningen af met zijn activa als onderpand. Darius heeft een reputatie opgebouwd en is rijk geworden door te gokken op de renovatie van het centrum van Portland. Zijn eerste grote succes was de winkelgalerij in Couch Street. Hij kocht een rij vervallen huizen voor een schijntje, maakte er een overdekte winkelpromenade van. Hij veranderde de omgeving van Couch Street in het populairste stuk van Portland door gerenoveerde gebouwen voor een lage huur aan chique winkels en restaurants te verhuren. De huur steeg naarmate de zaken het beter gingen doen. Van de bovenste verdiepingen van een groot aantal van de gebouwen maakte hij appartementen. Dat is zijn werkwijze. Hij koopt alle huizen in een achterbuurt, zet er een trekpleister neer en bouwt daar vervolgens omheen. De laatste tijd houdt hij zich bezig met winkelpromenades in de buitenwijken, appartementencomplexen en dergelijke.

Twee jaar geleden is Darius getrouwd met Lisa Ryder, de dochter van rechter Ryder van het Hooggerechtshof van Oregon. Ryders oude firma, Parish, Marquette en Reeves, behandelt zijn juridische aangelegenheden. Ik heb in vertrouwen met een paar vrienden daar gepraat. Darius is geniaal en gewetenloos. Ze steken daar de helft van hun energie in pogingen hem op het rechte pad te houden, en de andere helft in de processen die ze moeten voeren als dat mislukt.'

'Wat betekent "gewetenloos"? Overtreedt hij de wet, of ethische normen, of wat dan ook?'

'Hij doet niets onwettigs. Maar hij heeft zo zijn eigen regels en bekommert zich niet om de gevoelens van anderen. Begin dit jaar heeft hij bijvoorbeeld een straat in het noordwesten opgekocht met huizen die van historisch belang waren, met de bedoeling ze te slopen en er woonhuizen van te maken. Er kwamen protesten van verschillende actiegroepen. Ze kregen een tijdelijke injunctie van de rechter los en waren bezig de huizen op de monumentenlijst geplaatst te krijgen. Een slimme jonge jurist bij Parish, Marquette wist de rechter over te halen de injunctie te vernietigen. Midden in de nacht, voordat de mensen wisten wat hun overkwam, liet Darius de huizen door bulldozers met de grond gelijk maken.'

'Zo'n vent zal ook wel eens iets onwettigs hebben gedaan.'

'Het enige dat ik heb gevonden is een gerucht dat hij maatjes is met Manuel Ochoa, een Mexicaanse zakenman die volgens de narcoticabrigade geld wit wast voor een Zuidamerikaans drugskartel. Mogelijk financiert Ochoa een groot project van Darius in het zuiden van Oregon dat naar de zin van de banken iets te riskant was.'

'Hoe zit het met zijn verleden?' vroeg Page toen ze de parkeerplaats van Motel Lakeview opreden.

'Dat heeft hij niet, wat wel kan kloppen als hij Lake is.'

'Heb je er kranteknipsels bijgehaald, en levensbeschrijvingen?'

'Beter nog. Ik heb met een topjournalist van de financiële redactie van de Oregonian gepraat. Darius geeft geen interviews over zijn privé-leven. Voor zover we weten is hij acht jaar geleden geboren.'

Page parkeerde zijn auto voor de receptie van het motel. Het klokje op het dashboard gaf vier voor halfzes aan.

'Wacht jij in de auto? Ik kijk even of Gordon al terug is.'

'Oké. Maar er is nog één ding dat je moet weten.'

Page wachtte met het portier half open. 'We hebben een verband gevonden tussen onze vermiste vrouwen en Darius.'

Page trok het portier dicht. Highsmith glimlachte.'Ik heb het beste voor het laatst bewaard. Tom Reiser, de man van Wendy Reiser, werkt voor Parish, Marquette. Hij is de advocaat die de rechter overhaalde de injunctie te vernietigen. Vorig jaar gingen de Reisers naar een feestje ten huize van Darius. Deze zomer werden ze uitgenodigd voor een receptie ter ere van de opening van een winkelpromenade, twee weken voor de eerste verdwijning. Reiser heeft vaak zakelijke afspraken met Darius.

De accountancy-firma van Larry Farrar doet werk voor Darius Construction. Hij en Laura Farrar waren ook bij de opening van de winkelpromenade. Hij heeft vaak voor Darius gewerkt.

Dan heb je nog Victoria Miller. Haar man, Russell, werkt voor Brand, Gates & Valcroft. Dat is het reclamebureau dat de pr voor Darius Construction doet. Russell had juist de leiding gekregen over het team dat zich met het bedrijf bezighield. Zij zijn op Darius' jacht en bij hem thuis op visite geweest. Zij waren ook op de bewuste receptie.'

'Dat is ongelooflijk. Luister eens, ik wil een lijst met alle vrouwen die op die receptie waren. We moeten Bill Tobias en Barrow waarschuwen.'

'Dat heb ik al gedaan. Ze schakelen een tweede team in.'

'Goed werk. Gordon zou wel eens van cruciaal belang voor deze zaak kunnen zijn.'

Highsmith zag Page het kantoor in duiken. Een gezette man in een geruit overhemd stond achter de balie. Page liet de manager zijn insigne zien en stelde een vraag. Highsmith zag de man zijn hoofd schudden. Page zei weer iets. De manager verdween door een deur, kwam terug met een regenjas en griste een sleutel van een haakje aan de muur. Page volgde de manager naar buiten en gebaarde naar Highsmith.

Highsmith klapte het portier dicht en rende naar de beschutting van het balkon van de eerste verdieping. Gordons kamer lag op de begane grond, aan de zijkant van het motel. Hij kwam juist aanlopen toen de manager op de deur klopte en Gordons naam riep. Niemand gaf antwoord. Een raam keek uit op de parkeerplaats. De groene gordijnen waren dicht. Een bordje met 'Niet Storen' hing aan de deurkruk.

'Mevrouw Gordon,' riep de manager weer. Ze wachtten even en hij maakte een schoudergebaar. 'Voor zover ik weet is ze de hele dag weg geweest.'

'Oké,' zei Page. 'Doe de deur open.'

De manager opende de deur met zijn sleutel en deed een stap opzij. De kamer was donker, maar iemand had het badkamer- licht aan gelaten en daardoor lag er een bleek schijnsel over de lege motelkamer. Page liep naar de badkamer. Op het badkamerrekje lagen een tandenborstel, een tube tandpasta en wat make-up. Page trok het douchegordijn opzij. Op de rand van het bad stond een fles shampoo. Page liep de kamer in.

'Ze heeft haar koffer hier uitgepakt. Er staat een fles shampoo op het bad. Het is geen motel-shampoo. Het ziet ernaar uit dat ze een douche wilde nemen zodra ze klaar was met uitpakken.'

'Dan heeft iemand haar gestoord,' zei Highsmith, terwijl hij naar een halfgeopende lade wees. Er lagen een paar kleren in, terwijl de rest nog in Gordons koffer lag.

'Ze had een aktentas bij zich toen ze bij mij was. Zie je die ergens?'

De twee mannen doorzochten de kamer, maar konden de aktentas niet vinden.

'Kijk eens,' zei Highsmith. Hij stond naast het nachtkastje. Page keek naar een schrijfblokje van het motel dat naast de telefoon lag.

'Dat lijken wel instructies. Een adres.'

'We kunnen het beter maar niet aanraken. Er moet iemand van het lab komen om vingerafdrukken te nemen. Ik beschouw het als een misdrijf tot ik het tegendeel bewezen acht.'

'Niets wijst erop dat ze zich heeft verzet.'

'Dat was in de huizen van de vermiste vrouwen niet anders.'Highsmith knikte. 'Ik bel wel in het kantoor, voor het geval er vingerafdrukken op de telefoon zitten.' 'Heb jij enig idee waar dit is?' vroeg Page, terwijl hij de instructies op het briefje nog eens doorlas.

Highsmith dacht diep na en fronste daarna zijn wenkbrauwen.

'Dat heb ik inderdaad. Weet je nog dat ik je vertelde over die huizen die Darius had laten slopen? Volgens mij is dit het adres.'

'Wat is daar nu?'

'Een stuk braakliggende grond. Zodra de buren zagen wat Darius had gedaan, werden ze razend. Ze hebben geprotesteerd, geprocedeerd. Darius is toch met de bouw begonnen en heeft drie units neergezet, maar iemand heeft ze in brand gestoken. Sindsdien ligt de bouw stil.'

'Ik vertrouw dit niet. Niemand wist toch waar Gordon was? Ik heb zelf voorgesteld dat ze naar het Lakeview zou gaan.'

'Misschien heeft ze iemand gebeld.'

'Nee. Dat heb ik aan de manager gevraagd. Ze heeft niet naar buiten gebeld. Trouwens, ze kent niemand in Portland. Daarom kwam ze juist bij mij. Ze dacht dat degene die haar die anonieme brief had gestuurd haar wel van het vliegveld zou afhalen, maar dat gebeurde niet. Bij de brief zaten een knipsel over mij en mijn adres. Als ze iemand anders had gekend, zou ze geen motel nodig hebben gehad.'

'Dan moet iemand haar vanaf het vliegveld gevolgd zijn, eerst naar jouw flat en daarna hierheen.'

'Dat kan.'

'Als die persoon nu eens gewacht heeft tot Gordon in haar kamer was, en haar daarna heeft gebeld om te vragen of ze meeging naar het bouwterrein.'

'Of hier is gekomen en Gordon heeft overgehaald met hem mee te gaan of haar onder dwang meenam.'

'Gordon is rechercheur,' zei Highsmith. 'Ik bedoel, je mag toch verwachten dat ze slim genoeg is om voorzichtig te zijn.'

Page dacht over Gordon na. Haar felheid, de spanning in haar lichaam.

'Ze is een gedrevene, Randy. Gordon heeft me verteld dat ze bij de politie is blijven werken om Lake te pakken te krijgen. Ze heeft tien jaar aan deze zaak gewerkt; ze droomt ervan. Gordon is slim, maar misschien niet zó slim als het om deze zaak gaat.'

Het bouwterrein was groter dan Page had gedacht. De huizen die Darius had laten slopen, hadden op de steile oever van Columbia River gestaan. Een deel van de grond bestond uit een steile met bomen begroeide heuvel die naar het water afliep. Het terrein was door middel van een hoog hek afgerasterd. Aan de afrastering hing een bord waarop stond: DARIUS CONSTRUCTION - STRENG VERBODEN TOEGANG. Ineengedoken onder hun paraplu, hun gezicht tot aan hun wangen in de kraag van hun regenjas gestoken, bestudeerden Page en Highsmith de vergrendeling van het hek. Het was volle maan, maar het licht werd aldoor belemmerd door vlagen stormwolken. Door de zware regenval was de nacht even donker als hij zonder maanlicht zou zijn geweest.

'Wat denk je?' vroeg Highsmith.

'Laten we langs de afrastering lopen om te zien of er nog een andere ingang is. Niets wijst erop dat ze hierlangs is binnengekomen.'

'Ik heb nieuwe schoenen aan,' klaagde Highsmith.

Page gaf geen antwoord en begon langs het hek te lopen. Het gras was door de bouw vertrapt. Page voelde de modder langs zijn schoenen zompen. Al lopend tuurde hij door de afrastering, en nu en dan bescheen hij het terrein met zijn zaklamp. Voor het overgrote deel was het leeg en vlak en hadden de bulldozers hun werk gedaan. Er stond een keet en even verderop lag verbrand hout dat eens deel had uitgemaakt van een van Darius' stadswoningen.

'Al, schijn eens hier,' schreeuwde Highsmith. Hij was alvast verder gelopen en wees naar een plek waar het gaas was doorgeknipt en omgebogen. Page rende ernaartoe. Vlak voor hij bij Highsmith was, bleef hij staan. Een kille windvlaag sloeg hem in het gezicht. Page draaide zich even om en trok zijn kraag hoger op.

'Kijk hier eens,' zei Page. Hij stond onder een oeroude eikeboom en scheen met zijn zaklantaarn op de grond. Er stonden bandensporen in de modder gegrift. Het loof van de boom bedekte de sporen. Page en Highsmith volgden de sporen, weg van de afrastering.

'Er is iemand in deze modder vanaf de weg door het veld komen rijden,' zei Page.

'Hoeft niet vannacht te zijn geweest.'

De sporen leidden naar de weg, waar ze verdwenen. De regen had het asfalt schoongespoeld.

'Ik denk dat die auto achteruit naar het hek is gereden, Al. Er is niets dat erop wijst dat hij heeft gekeerd.'

'Waarom achteruit? Waarom zou hij trouwens naar dat hek rijden en het risico lopen in de modder te blijven steken?'

'Wat zit er achterin een auto?'

Page knikte en stelde zich voor dat Nancy Gordon in de te kleine kofferbak van een auto lag opgevouwen.

'Kom mee,' zei hij, terwijl hij terugliep naar het gat in het hek. Diep in zijn hart wist Page dat ze daar lag, begraven in de zachte aarde.

Highsmith liep achter hem aan. Terwijl hij zich door het gat wrong, haalde hij zijn jas open aan een los stuk draad. Tegen de tijd dat hij zichzelf had bevrijd, liep Page een heel stuk voor hem uit, en kon hij hem in het donker nog nauwelijks zien, zodat alleen het slingerende licht van de zaklantaarn zijn aanwezigheid verried.

'Zie je sporen?' vroeg Highsmith, toen hij Page had ingehaald.

'Kijk uit!' schreeuwde Page; hij greep Highsmith bij zijn mouw. Highsmith bleef staan. Page scheen op de grond. Ze stonden aan de rand van een diepe put die was gegraven met het oog op het plaatsen van de fundering. De modderige wanden liepen af tot op de bodem, die in het pikdonker verborgen lag.

Plotseling verscheen de maan en baadde de bodem van de put in haar bleke schijnsel. De schaduw van de oneffen grond dompelde stenen en zandhopen in duisternis.

'Ik ga naar beneden,' zei Page terwijl hij over de rand klom. Hij liet zich zijdelings langs de wand van de put zakken, leunde naar de wand toe en boorde zijn schoenen diep in het slijk. Halverwege liet hij zich op een knie vallen om over de gladde aarde naar beneden te glijden, en greep een uitstekende wortel vast om zijn vaart af te remmen. De wortel was door een schup van een bulldozer afgekapt. Hij schoot los, maar had Page voldoende geremd om zich met zijn schoenen in de modder te boren.

'Gaat het?' riep Highsmith tegen de wind in.

'Ja. Randy, kom hier. Iemand is hier kort geleden aan het graven geweest.'

Highsmith vloekte en liet zich naar beneden zakken. Toen hij de bodem bereikte, liep Page langzaam over het weke zand en bestudeerde alles wat zijn zaklamp bescheen. Het zand zag eruit alsof het pas was geploegd. Hij bekeek het zo zorgvuldig als hij in het donker kon.

Plotseling viel de wind weg en Page dacht dat hij iets hoorde. Iets schuifelends, net buiten zijn gezichtsveld. Hij bleef staan en probeerde het geluid boven het geloei van de wind uit te horen, hulpeloos in het duister turend. Hij overtuigde zich ervan dat hij het slachtoffer van zijn verbeelding was geworden, draaide zich om en bescheen de onderkant van een stalen constructie. Page richtte zich opeens op en deed een stap naar achteren, waarbij hij over een stuk hout struikelde dat half uit de modder stak. Hij wankelde; de zaklamp viel, haar licht over de door regenwater doorweekte aarde uitwaaierend, en scheen op iets wits. Een steen of een papieren bekertje. Page knielde vlug en raapte de zaklamp op. Hij liep naar het voorwerp en ging er op zijn hurken bij zitten. Zijn adem stokte in zijn keel. Uit de aarde stak een menselijke hand.

De zon kwam juist op toen ze het laatste lichaam uit de grond haalden. De horizon kreeg een donkerrode gloed terwijl twee politiemensen het lijk op een draagbaar legden. Om hen heen liepen andere agenten langzaam over de modderige bodem van de put, op zoek naar andere graven, maar het gebied was zo grondig doorzocht dat niemand verwachtte nog iets te vinden. Aan de rand van de put stond een surveillancewagen. Het portier aan de chauffeurszijde stond open. Alan Page zat op de voorbank met één voet op de grond en een papieren bekertje met hete zwarte koffie in zijn hand, terwijl hij probeerde niet aan Nancy Gordon te denken en aan niets anders dacht.

Page liet zijn hoofd tegen de rugleuning rusten. Naarmate het lichter werd, kon je de omtrekken van de rivier beter zien. Page zag het effen zwarte lint vloeibaar en woelig worden in het licht van de rode zonsopgang. Hij geloofde dat Nancy Gordon in de put lag, begraven onder vele lagen modder. Hij vroeg zich af of hij iets had kunnen doen om haar te redden. Hij stelde zich voor hoe hulpeloos en razend Gordon zich had moeten voelen toen ze stierf door de hand van de man die ze had gezworen te zullen tegenhouden.

Kort nadat de eerste politieauto was gearriveerd was het opgehouden te regenen. Ross Barrow had de leiding op de plaats van het misdrijf, nadat hij met de technici had overlegd hoe hij het bewijs het beste kon bewaren. Op de rand van de put stonden schijnwerpers die de mensen beneden bijlichtten. Het terrein was met geel band in stukken onderverdeeld. Hekken hielden de nieuwsgierigen op een afstand. Zodra Page zeker wist dat Barrow het verder zonder hem afkon, was hij met Highsmith snel een hapje gaan eten bij een plaatselijk restaurant. Toen ze terugkwamen had Barrow het lichaam van Wendy Reiser geïdentificeerd en had een agent een tweede graf ontdekt.

Page zag door de voorruit Randy Highsmith naar de auto sjokken. Hij had toezicht gehouden in de put terwijl Page even pauzeerde.'Dat is de laatste,' zei Highsmith.

'Hoeveel zijn het er?'

'Vier slachtoffers, waarvan drie geïdentificeerd: Laura Ferrar, Wendy Reiser en Victoria Miller.'

'Zijn ze op dezelfde manier vermoord als Patricia Cross?'

'Zo goed heb ik ze niet bekeken, Al. Om je de waarheid te zeggen: ik ben bijna van mijn stokje gegaan. Dr. Gregg is nu beneden. Zij zal je meer kunnen vertellen als ze boven komt.'

Page knikte. Hij was aan de dood gewend, maar dat betekende nog niet dat het hem meer genoegen deed dan Highsmith om naar een lijk te kijken.

'En die vierde vrouw?' vroeg Page aarzelend. 'Beantwoordt die aan het signalement van Nancy Gordon?'

'Het is geen vrouw, Al.'

'Wat!'

'Het is een volwassen man, ook naakt, en zijn gezicht en vingertoppen zijn met zuur weggebrand. We mogen van geluk spreken als we hem kunnen identificeren.'

Page zag Ross Barrow door de modder baggeren en stapte uit de auto.

'Je gaat ervandoor, Ross?'

'Er is daar beneden niets meer. Kijk zelf maar, als je wilt.'

'Ik was er zeker van dat Gordon... Het klopt niet. Zij heeft het adres opgeschreven.'

'Misschien heeft ze hier iemand ontmoet en zijn ze daarna samen weggegaan,' opperde Barrow.

'We hebben geen voetafdrukken gevonden,' wierp Highsmith tegen. 'Misschien is het haar niet gelukt binnen te komen.'

'Heb je ook maar iets gevonden waaruit we kunnen opmaken wie dit heeft gedaan?'

'Helemaal niets, Al. Ik denk dat ze alle vier elders zijn vermoord en daarna hierheen gebracht.'

'Hoezo?''Bij sommigen ontbreken organen. Die hebben we niet gevonden en ook geen botten of vlees. Zo grondig kan niemand een stuk grond schoonmaken.'

'Denk je dat we genoeg hebben om Darius te arresteren?' vroeg Page aan Highsmith.

'Niet zonder Gordon of deugdelijke bewijzen uit Hunter's Point.'

'En als we haar niet vinden?' vroeg Page ongerust.

'Als de nood aan de man komt kun jij altijd getuigen wat ze jou heeft verteld. Misschien krijgen we zo een arrestatiebevel los van de rechter. Ze werkt bij de politie. Dat komt betrouwbaar over. Maar ik weet het niet. Met een zaak als deze moet je het niet overhaasten.'

'En we hebben niet echt een duidelijk verband tussen Darius en de slachtoffers,' voegde Barrow eraan toe. 'Het betekent niets dat we ze op een terrein van Darius Construction hebben gevonden. Vooral niet als het er verlaten bij ligt en iedereen naar binnen kan zijn gekropen.'

'Weten we al of Darius Lake is?' vroeg Page aan Barrow.

'Ja. De vingerafdrukken kloppen.'

'Nou, dat is ten minste iets,' zei Highsmith. 'Als die bandensporen nu eens met een van Darius' auto's overeenkomen...'

'En als we Nancy Gordon nu eens konden vinden,' zei Page, starend naar de bodem van de put. Hij hoopte intens dat Gordon nog leefde, maar hij had te veel geweld en moord en vervlogen verwachtingen om zich heen gezien om zich aan strohalmen vast te klampen.