60
Voorman Kjell Johansson liet langzaam zijn hand waarin hij de microfoon vasthield, zakken. Morgan had in elk geval de explosie uitgevoerd, al was het een paar minuten te laat. Hij was nooit te laat, maar daar was ongetwijfeld een verklaring voor. Dat hij echter geen antwoord gaf was vreemd. Nadat de lading tot ontploffing was gebracht, bleven ze voor de zekerheid altijd nog vijf à tien minuten wachten. Soms kwam het voor dat er nog vrij lang na de ontploffing stenen losraakten.
Er klopte iets niet. Kjell Johansson hield de verrekijker voor zijn ogen en spiedde naar de overkant om uit te zoeken wat zijn collega aan het doen was.
Eerst zag hij niets. Het schuilhokje van de springmeester leek leeg en Morgans auto stond nog op dezelfde plek. Hij zocht het gebied af, en geloofde zijn eigen ogen niet toen hij een donkergeklede gestalte, die absoluut niet Morgan Larsson was, uit het schuilhokje zag komen en in de richting van de bosrand zag verdwijnen. Kjell Johansson pakte de microfoon weer op, terwijl hij tegelijkertijd de kijker voor zijn ogen hield.
'Morgan, godverdomme. Morgan, wat gebeurt er?'
Nog steeds geen antwoord.
Kjell Johansson riep zijn collega op aan overkant van de groeve.
'Er is iets gebeurd. Morgan antwoordt niet en een of andere idioot heeft zich op het terrein begeven en is in het schuilhokje geweest. Ik heb hem er net uit zien komen. We moeten ernaartoe. Nu.'
Toen de twee mannen het terrein van de steengroeve op reden begrepen ze onmiddellijk dat er iets ernstigs gebeurd was. Op de grond lag de kapotgetrapte communicatieradio van Morgan Larsson.
Toen ze het schuilhokje naderden, gingen ze langzamer lopen.
Beiden deinsden terug bij de aanblik van Morgan Larsson, die op de grond lag, zijn lichaam in een merkwaardige hoek gedraaid. Hun blik werd eerst naar de buik getrokken. Die zat vol bloederige schotwonden waar vliegen en andere insecten zich in de warmte al verzameld hadden.