15
Nadat Johan Elin weer aan Emma had overhandigd na haar tandartsbezoek wandelde hij vanaf de haven omhoog door de kronkelige steegjes, door de stadspoort aan de andere kant de stad weer uit. Het omroepgebouw, waar ook de redactie van Regionalnytt was gehuisvest, stond in het zuidoostelijke deel van de stad, een klein stukje buiten de stadsmuur.
Hij zag de mensen die hij tegenkwam niet, het beeld van Emma zat nog op zijn netvlies. Hij passeerde Cafe Vinäger in Hästgatan, waar hij haar voor het eerst had gekust. Een vluchtige kus die zijn lijf zich nog herinnerde. Toen had geen van beiden hen kunnen voorzien wat hun te wachten stond. Was hij eraan begonnen als hij het had geweten? Natuurlijk. Al was het alleen maar om Elin.
Hij nam de weg langs de Söderport en kocht een softijsje bij de kiosk. Voor hem in de rij stonden twee kinderen van Sara's en Filips leeftijd, de andere twee kinderen van Emma. De laatste twee jaren had hij een band met hen opgebouwd. Waren zijn inspanningen voor niets geweest? En dan het belangrijkste van alles: Elin. Hij hield van haar. Zou hij haar slechts om de week zien? Die gedachte was ondraaglijk.
Dat het zo moeilijk moest zijn. Emma was nog steeds zo ongenaakbaar, ze leek helemaal op slot te zitten. Er viel niet met haar te praten. Hij bereikte helemaal niets, ondanks alle mogelijke tactieken die hij geprobeerd had. Van zacht, positief, lief en toegeeflijk tot een jammerende martelaar die zich erover beklaagde dat het haar koud liet, en tenslotte had hij geprobeerd om zelf afstandelijk en onverschillig te zijn. Niets hielp. Voelde ze niets meer voor hem? Toen ze in het voorjaar de verloving had verbroken was ze met Elin naar haar ouders op Fårö vertrokken en had ze hem niet meer willen zien. Johans leven was ingestort. Voor het eerst was hij in iets gegleden wat op een depressie leek, en hij had alle levenslust verloren. Toen had hij hulp gekregen van een maatschappelijk werker van de bedrijfsgeneeskundige dienst, die hem door de crisis had geholpen. Nu wist hij niet eens of hij de puf had om het nog een keer te proberen.
Bij het omroepgebouw aangekomen bleef hij even buiten staan om een sigaret te roken. Hij moest zijn gedachten afleiden. Misschien moest hij gewoon maar even een tijdje bij Emma uit de buurt blijven en zich op het werk concentreren. De moord zou hem toch wel bezighouden, tenminste voor een paar dagen.
Hij liep naar binnen, groette de receptioniste en liep de trap op naar de redactie van Regionalnytt.
Pia Lilja zat op haar plek. Geconcentreerd keek ze naar haar computerscherm.
'Hoi,' groette ze, stopte wat pruimtabak onder haar lip zonder haar blik van het scherm te halen.
Haar haar was opgestoken in een soort sprietige knot die meer op een vogelnestje leek. Haar ogen waren zoals gewoonlijk sterk opgemaakt, en in haar neus glom een felrood steentje. Haar lippen waren net zo felrood als de steen.
'Tja, hoe is het? Wat zit je haar mooi.' Johan trok plagerig aan een van de sprieten haar die recht omhoog stond. 'Waar kun je dit voor gebruiken - als pennenhouder?'
'Ha, ha, ontzettend leuk,' mopperde ze, hoewel er om haar mond een glimlachje speelde.
'Maar het is cool. Echt!'
Pia had een eigen stijl en daar hield hij wel van.
'Heb je iets nieuws ontdekt?'
Hij keek mee over haar schouder.
'Nee, dat nu ook weer niet. Maar kijk eens, ze hebben onze foto's op de voorpagina staan.'
De foto van de politiehelikopter op het strand besloeg de hele voorpagina van de avondkranten.
'Daar zou je geld voor moeten krijgen.'
'Nee. Ik ben al blij met de credits. Trouwens, Grenfors heeft gebeld. Hij wil dat je contact met hem opneemt.'
'Waarom belt hij me niet gewoon op mijn mobiel?' brieste Johan. De redactiechef was niet een van zijn favorieten.
Eindelijk haalde Pia haar ogen van de computer en draaide ze zich naar hem om. 'Omdat die uit staat. Ik heb het ook geprobeerd.'
'Shit.'
Hij viste zijn mobiel uit zijn broekzak en zette hem in de lader.
'Oké, wat doen we vandaag?'
'Hopelijk komen we meer te weten over de vermoorde man en hoe de moord is gepleegd. De politie heeft om drie uur vanmiddag een persconferentie belegd. Daarvoor kunnen we denk ik het best naar Sudersand gaan. Een sfeerimpressie van de dag erna, snap je? Met wat mensen praten, niet alleen met mensen die op de camping staan, maar ook met degenen die daar werken. Het slachtoffer heeft daar kennelijk een paar dagen met zijn gezin gestaan. Ze hebben misschien wat mensen leren kennen. Er zouden toch meer mensen moeten zijn die iets kunnen vertellen. Maar bel eerst Max maar om te horen wat hij wil.'
'Goed.'
De redactiechef klonk gestrest.
'Goed dat je belt. Wat weten jullie?'
'Niet meer dan gisteren. Ik kom net binnen. Heb nog niet eens de berichten van de TT kunnen bekijken.'
'Ik heb een vergadering met de landelijke pers gehad en iedereen wil ook vandaag jullie reportage weer hebben. Het liefst al voor de lunchuitzending.'
'Laat me niet lachen. Geen schijn van kans.'
'Maar kunnen jullie op z'n minst niet een heel kort interview met de politie doen? Dan hebben ze in elk geval iets.'
Johans wangen begonnen te gloeien. Het stoorde hem enorm dat de regionale nieuwsdienst zich uit moest sloven voor de landelijke redactie en hen van allerlei materiaal moest voorzien ten koste van hun eigen uitzendingen.
'Hoe zie je dat voor je? Naar Fårö rijden, foto's maken, interviews doen en proberen zelf wat te weten te komen? Bovendien heeft de politie om drie uur een persconferentie belegd. Hoe kunnen we daarbij zijn als we de landelijke pers met allerlei flauwekul moeten bedienen? Laten ze zelf maar een verslaggever sturen.'
'Rustig maar, het was alleen maar een vraag. Ik praat wel met ze. Ze hebben het er al over gehad om iemand te sturen. Kunnen ze het net zo goed meteen doen, lijkt me - en ook een cameraman. Ik begrijp dat het te veel voor jullie is. Ik kom erop terug.'
Johan hing op en keek woedend naar Pia, die hem een schouderklopje gaf.
'Kom op,' zei ze troostend. 'We gaan.'