43
Knutas drukte zich tegen de muur en spande zich in om zijn nerveuze gehijg niet te laten horen.
Zijn mobiele telefoon had hij weggegooid op het moment dat de getatoeëerde man schrok van het telefoongeluid. Het was een geluk voor Knutas dat de man al stond te plassen; het gaf hem een voorsprong.
De man riep naar zijn kompanen en onmiddellijk verspreidden ze zich alle drie over het bos. Knutas, die zich een eindje verderop achter een boom had verstopt, meende dat hij het veiligst was als hij terugging naar het huis. Hij had alarm kunnen slaan, zijn collega's waren onderweg. Hij moest het alleen uit zien te houden tot ze er waren.
Hij aarzelde even voor hij het bos uit ging, en rende toen zo snel hij kon het erf over. Hij bleef dicht bij de muur van het huis en sloop verder, zijn ogen constant op het bos gericht. Het grind knerpte onder zijn voeten. Nog maar een klein stukje. Zijn mond was droog en hij probeerde rustiger adem te halen.
Hij ontdekte een terrasdeur die op een kier stond. Vlug verdween hij in de woonkamer en haastte zich de trap op naar de bovenverdieping. Met een paar stappen was hij boven en toen stond hij plotseling in een atelierachtige ruimte, met een duizelingwekkend hoog plafond en enorme ronde ramen met uitzicht op zee. Meteen daarna hoorde hij hoe de voordeur op de benedenverdieping werd geopend. Verdomme. Waren ze nu al terug?
Hij durfde zich niet te bewegen. Roerloos stond hij te luisteren en hij hoorde geluiden van minstens twee personen. Ze wisselden een paar woorden in de vreemde taal. Op elk moment konden ze naar boven komen. Kraakte de vloer? Zijn maag draaide zich om toen hij uiterst voorzichtig zijn voet optilde. Hield hem voor zijn evenwicht een paar seconden in de lucht voordat hij hem weer durfde neer te zetten. Hij verdeelde zijn gewicht tussen zijn voeten, geluidloos verplaatste hij zich meter voor meter naar wat een deur naar een slaapkamer leek. Daar was een balkon, dat had hij al eerder opgemerkt. Misschien kon hij via die weg naar buiten klauteren.
Beneden werd met deuren geslagen en gesmeten terwijl ze naar hem op zoek waren. Hij vroeg zich af hoeveel tijd er was verstreken sinds hij met Kihlgård had gesproken. Tien minuten, een kwartier? Het zou nog een poosje duren voordat de politie op dit afgelegen eiland was. Hij moest het in zijn eentje zien te klaren.
Toen hoorde hij iemand de trap op komen. De deur van de slaapkamer stond op een kier, nog twee stappen dan was hij binnen. Hij realiseerde zich nauwelijks dat het inderdaad klopte en dat de kamer bovendien een rij ingebouwde garderobekasten had met matglazen schuifdeuren. Hij stapte erin en schoof de glazen deur dicht, hopend dat niemand hem gehoord had. Wachtte gespannen af. Een sterke verflucht prikte in zijn neus. Hij kreeg bijna geen lucht in de garderobekast en de hitte was niet om uit te houden. Hij haalde snel en oppervlakkig adem om zuurstof te sparen.
Slechts een paar seconden later hoorde hij snelle voetstappen dichterbij komen. Er was nu iemand in de kamer, de mannenstem mompelde iets en hij opende de deur naar het balkon. Kloste op de houten vloer, riep naar iemand die zich blijkbaar buiten bevond.
De gedachte aan Line en de kinderen schoot door zijn hoofd. Een huivering van schrik voer door zijn lichaam. Was hij maar een haartje van de dood verwijderd?
Verder kwam Knutas niet. De deur van de garderobekast werd opzijgeschoven.