59
Alan Grant en Dan Marshall verlieten samen de kantoren van de Vista Trading Group.
‘Bedankt dat je naar het centrum wilde komen,’ zei Grant.
‘Nee, jíj bedankt dat ik het Pentagon even kon verlaten,’ antwoordde Marshall.
‘Nog steeds zware tijden?’ vroeg Grant.
‘Het lijkt wel alsof het met het uur zwaarder wordt. Heb je het laatste nieuws gezien?’
‘Ja, van diezelfde blogger. Iran? Afghaanse papavers? Echt?’
‘Dat zegt de pers. Daar kan ik geen commentaar op geven, zelfs niet naar jou toe.’
‘Is er iets wat ik kan doen?’
‘Nee, alleen voor mijn dochter en kleinkinderen zorgen.’
‘Dit waait misschien wel over, Dan.’
‘Ja, en misschien komt de zon morgenvroeg niet op.’
Ze gingen naar een restaurant in de buurt en tijdens de maaltijd praatten ze over andere dingen dan over de ramp die op Marshall afstevende. Buiten namen ze afscheid van elkaar.
‘Dit gaat een enorme diplomatieke rel worden,’ zei Grant.
‘Daar twijfel ik niet aan. Dit geeft Teheran een uitstekende kans om hun borst op te zetten en ons met verwijten te overladen. Maar het geeft ook munitie aan die lui die ons schade willen berokkenen. Nou, ik moet maar eens terug naar de brandhaard.’
‘Pas goed op jezelf, Dan. Tot gauw.’
Ze gaven elkaar een hand en Marshall liep weg.
Grant keek hem nog even na en liep toen naar zijn auto die in de ondergrondse parkeergarage stond. De rit duurde langer dan normaal, doordat er op Interstate 66 in verband met wegwerkzaamheden een paar rijstroken waren afgesloten. Eindelijk kwam hij bij zijn afslag en reed nog een stuk door. In minder dan tweeënhalf uur had hij de drukte van de hoofdstad verruild voor de vredige rust van het platteland.
Hij reed langs de bewaakte controlepost, parkeerde zijn auto voor het oude radiostation en stapte uit. Hij keek vol bewondering naar de zendmast. Die hing nu vol satellietschotels die stuk voor stuk in een bepaalde hoek hingen. Dat alles straalde macht uit.
Hij liep over het terrein en zag dat de buitenkant helemaal af was. Hij ging naar binnen en keek om zich heen naar alle activiteit. Draagbare generatoren stonden te zoemen. Elektrisch gereedschap tikte en klikte. Er werden muren opgetrokken. De kluis was bijna klaar. Mannen bewogen zich met snelle bewegingen in een soort bouwchoreografie, gemotiveerd door de gedachte aan de bonus die hun was toegezegd als ze dit eerder af zouden hebben.
Grant keek samen met de voorman naar de bouwtekeningen en liep vervolgens met hem door het gebouw om te controleren of alles in deze laatste fase precies volgens plan werd uitgevoerd. Hij gaf opdracht voor een paar aanpassingen en liep vervolgens weer naar buiten.
Hij keek naar de uitlopers van de Blue Ridge Mountains in de verte. In het oosten lag Washington, maar daar kon hij hiervandaan natuurlijk niets van zien. Wat hij wel zag was een vliegtuig dat zich klaarmaakte om op het vliegveld van Dulles te landen. Hij ademde een keer diep in en vervolgens langzaam weer uit.
Nog even en dan waren ze online en was het spel begonnen. Zijn hackers zouden in hun stoel op hun toetsenbord zitten te typen. Ze zouden daar naar binnen gaan waar ze naar binnen moesten, net als ontdekkingsreizigers zich vroeger met hun machetes een pad door dichte oerwouden hakten.
Hij had deze mensen zorgvuldig geselecteerd. Hij had hun volledige trouw gekocht. Ze interesseerden zich totaal niet voor geopolitiek en hadden geen belangen in welk internationaal spel dan ook. Grant wel, maar hij was geen landverrader. Als dit allemaal voorbij was, zou Amerika weer overeind krabbelen en verdergaan, dat wist hij zeker.
Ik herstel gewoon een onrecht.
Hij stak zijn hand in zijn jaszak en haalde er het kostbare document uit dat hij van Milo Pratt had gekregen. Het had Pratt zijn leven gekost. Maar zonder dit kon Grants plan niet slagen. Er konden te veel dingen misgaan, maar dit ene waarschijnlijk niet.
Datzelfde kon hij niet zeggen van bepaalde andere elementen. Sam Wingo liep nog steeds ergens rond. Net als Sean King en Michelle Maxwell. Toch had Grant wel een paar ideeën om daar een einde aan te maken.
Hij keek naar het papier. Maar hij mocht zijn einddoel niet uit het oog verliezen, de echte prijs. Hij moest het gewoon doen en daarna zou hij deze operatie beëindigen zonder een spoor achter te laten. Vervolgens zou hij doorgaan met zijn leven. Tenminste, dat was het plan.
Hij keek naar de lucht en draaide zijn gezicht in de juiste richting. Zijn gehuurde satelliet was daar, in zijn eigen veilige baan om de aarde. De restanten die zijn mensen daar hadden ontdekt waren genoeg om hem daar te brengen waar hij wilde zijn.
Hij keek naar een andere plek in de lucht. Op die plek cirkelde nog iets om de aarde heen. Er vloog daar heel veel troep rond. Ruimteafval en actieve platforms. Het Space Station. Binnenkort zouden zelfs burgers, nou ja, rijke burgers dan, een vlucht om de aarde kunnen maken.
Maar voor hem waren alleen die twee platforms belangrijk die in precieze patronen rondom de aarde cirkelden. Ze hadden niets met elkaar te maken. Tenminste, nog niet. Maar algauw zouden ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, in elk geval in zijn hoofd. De rest van de wereld zou nooit iets weten van de ‘band’ tussen die beide stukken metaal. Alle bewijzen zouden worden gewist dankzij een bepaalde ingenieuze methode die hij had ontwikkeld, die al het bewijs letterlijk door de hele digitale ruimte zou laten terugkaatsen en dan in een biljoen stukjes zou laten exploderen.
Humpty Dumpty zat op een muur,
Humpty viel en was overstuur.
De paarden van de koning noch zijn lakeien
Konden Humpty weer in mekander breien.
Hij keek weer naar beneden. Kon hij de problemen hier op aarde maar zo gemakkelijk oplossen.
Hij keek op zijn horloge en daarna naar de bouwactiviteiten. Even later kwam er een bericht binnen op zijn smartphone. De opdracht was uitgevoerd. Waar Grant opdracht voor had gegeven was gedaan.
Dat betekende dat hij ergens naartoe moest.
Hij moest iemand opzoeken. Wanneer die persoon zijn verzoek niet wilde inwilligen, betekende dit dat hij die iemand moest vermoorden. Nóg iemand moest vermoorden.