20
Tyler Wingo zat op zijn bed in zijn kamer naar het stukje papier te kijken. Hij had de boodschap die hij van zijn vader had gekregen, opgeschreven voordat hij hem had gewist. Niet dat hij die ooit zou kunnen vergeten. Maar hij had hem opgeschreven, omdat hij daardoor echter leek dan wanneer hij alleen in zijn hoofd bestond.
De boodschap van zijn vader was zowel duidelijk als onbegrijpelijk.
Het spijt me. Vergeef me alsjeblieft.
Wat spijt je, papa? Wat moet ik je vergeven? Dat je bent gestorven? Maar je kunt niet dood zijn. Je bént niet dood.
Tyler vouwde het papiertje twee keer dubbel en stopte het in de zak van zijn jeans. Hij ging op zijn rug op het bed liggen en keek om zich heen. Hij zag allerlei herinneringen aan zijn vader, van de sport- en muziekposters aan de muren, via de honkbalhandschoen en voetbal die stof lagen te verzamelen op een plank, tot de ingelijste foto van hen samen tijdens een zwemwedstrijd waar zijn vader de tijd van de zwemmers moest opnemen.
Tyler gleed met zijn hand onder zijn T-shirt en haalde de twee officiële identiteitsplaatjes tevoorschijn die zijn vader voor hem had laten maken. Hij wreef over het gladde metaal en vroeg zich af waar zijn vader nu kon zijn. Had hij zijn identiteitsplaatjes bij zich? Was hij veilig? Was de mail die hij had verstuurd nadat hij zogenaamd dood was echt van hem afkomstig? Of was het allemaal één grote vergissing? Hij wist dat zijn vader het had geschreven, omdat hun speciale code erin stond.
Hij ging op zijn buik liggen en keek naar de regendruppels op het raam. Het was een sombere dag geweest en nu was het een mistige, bewolkte avond; dat paste dus perfect bij hoe hij zich op dit moment voelde. Hij had altijd gedacht dat hij het zou weten als zijn vader daar gewond zou raken. Hij had altijd gedacht dat hij dat gewoon zou voelen. Maar ja, dat had hij ook van zijn moeder gedacht. En hij en zijn vader hadden haar gevonden op de vloer in haar badkamer met een kogel in haar hoofd en het pistool naast zich. Haar zelfmoordbriefje had keurig opgevouwen op het aanrecht naast de gootsteen gelegen. De tekst was kort geweest:
Ik kan dit niet langer. Het spijt me. Ik zal jullie missen.
Hij schudde zijn hoofd om het beeld van haar laatste boodschap te verdrijven. Maar die was er altijd, vlak onder het oppervlak, klaar om op te duiken wanneer hij er het minst op bedacht was. Ze kon binnen een fractie van een seconde de glimlach van zijn gezicht vegen of een lach in zijn keel doen blijven steken.
Hij stond op en liep naar zijn bureau, een ouderwets stalen legerbureau dat zijn vader had gekregen toen het leger tijdens de uitbreiding van enkele kamers in Fort Belvoir in Alexandria aan het opruimen was.
Hij ging zitten, trok de bovenste la open en haalde de foto eruit.
Hij keek naar het gezicht van zijn vader, zijn moeder en hem. Ze kwamen terug van de Army 5K-wedstrijd die hij samen met zijn vader had gelopen. Ze waren gelukkig, een en al glimlach; de zon scheen en ze genoten van een ijsje na de vijf kilometer. Omhelzingen, glimlachjes en ijsjes... amper vijf jaar geleden. Nog geen jaar later was alles veranderd. Nee, alles was in elkaar gestort, zijn leven werd totaal anders. Het was net alsof deze kamer, zelfs deze foto, niet van hem was. Alsof deze kamer het verhaal van iemand anders vertelde, want Tyler herkende zichzelf niet eens meer.
Eerst was zijn moeder gestorven. Daarna was zijn vader getrouwd met een vrouw die Tyler niet eens echt kende. En nu was zijn vader dood. Op een bepaalde manier waren alle mensen op die foto − zijn vader, zijn moeder en hijzelf − echt dood.
‘Tyler?’
Hij bewoog zich niet. Hij bleef naar de foto kijken.
Jean liep zijn kamer binnen en ging op de rand van zijn bed zitten. ‘Tyler?’ vroeg ze weer, amper luider dan een fluistering.
Nog steeds bewoog hij niet.
‘Kun je dan ten minste naar me kijken?’
Eindelijk keek hij haar aan, met een ondoorgrondelijke blik.
Ze zei: ‘Je hebt je eten niet opgegeten.’
‘Had geen trek.’
‘Je zwemt kilometers tijdens je training. Hoe is het mogelijk dat je niet vergaat van de honger?’
‘Dat is dus niet zo.’ Hij keek weer naar de foto.
‘Ze hebben me verteld over die mensen.’
Hij keek haar scherp aan. ‘Welke mensen?’
‘Die man en die vrouw die jou die avond thuisbrachten. Ik kan me hun namen niet meer herinneren.’
‘Sean King en Michelle Maxwell.’
‘Juist. Hoe dan ook, zij zullen je niet meer lastigvallen.’
‘Zij vielen me helemaal niet lastig. Ik had hen ingehuurd.’
‘Om wat te doen?’
‘Dat begrijp je toch niet.’
‘Misschien wel.’
‘Nee, dat denk ik niet.’
‘Je vader is dood, Tyler. Daar kunnen we niets aan veranderen.’
‘Dat klopt, dat kunnen we niet.’
‘Dus waarom heb je die mensen dan ingehuurd?’
‘Dat zei ik toch, dat begrijp je toch niet.’
Ze stond op. ‘Denk je dat ik hem niet ook mis?’
‘Geen idee. Mis je hem?’
‘Hoe kún je dat vragen! Ik hield van hem.’
‘Als jij het zegt.’
‘Waarom doe je zo tegen mij?’
Hij draaide zich snel om in zijn stoel. ‘Omdat ik jou niet echt ken, Jean. Het is net alsof ik met een vreemde in een huis woon.’
‘Ik ben al bijna een jaar je stiefmoeder.’
‘Oké, maar dat betekent niet dat ik je ken. We hebben nooit meer dan een paar woorden tegen elkaar gezegd. Ik was niet eens uitgenodigd om erbij te zijn toen jullie gingen trouwen. Ik wíst niet eens dat jullie gingen trouwen. Vind je dat niet vreemd? Ik ben zijn enige kind.’
‘Je vader wilde het zo.’
Tyler stond op, zijn gezicht werd rood. ‘Nee,’ snauwde hij. ‘Mijn vader zou dat niet zo hebben gewild. Hij zou hebben gewild dat ik er deel van uitmaakte.’
‘Hij was bang dat je het erg zou vinden dat hij hertrouwde.’
‘En zijn oplossing was om jou op een dag gewoon mee naar huis te nemen en mij te vertellen dat jij mijn stiefmoeder bent? Dat is toch niet logisch?’
‘Hoe dan ook, lieve schat, we zullen moeten proberen elkaar aardig te vinden. We hebben tenslotte alleen elkaar nog maar.’
Tyler keek alsof hij moest overgeven. ‘We hebben elkaar niet, Jean. We hebben elkaar nooit gehad. Ik ben nu een wees. Ik heb niemand.’
Even hing er een ongemakkelijke stilte. Toen zei Jean: ‘Het leger stuurt hier morgen een paar vrijwilligers naartoe.’
‘Vrijwilligers? Waarvoor?’
‘Om ons te helpen. Ze kunnen klusjes doen. Jou naar school brengen. Mij helpen met koken. Ik heb nu heel veel op mijn bordje. Ik moet heel veel dingen regelen.’
‘Nou, mij kun je van je bordje schuiven. Ik heb helemaal geen hulp nodig. En ik kan zelf wel naar school komen.’
‘Tyler, je kunt niet iedereen zomaar buitensluiten.’
‘Ik ga uitzoeken wat er echt met mijn vader is gebeurd. En ik heb mensen die me daarbij zullen helpen. Ik zal achter de waarheid komen, Jean.’ Met een kreet voegde hij eraan toe: ‘Dat zal ik.’ Hij stond op en rende de trap af.
Ze wilde achter hem aan lopen, maar bleef staan. Ze liep naar zijn bureau, keek naar de foto van de drie Wingo’s en haalde vervolgens een telefoon uit de zak van haar spijkerbroek. Ze typte een sms en drukte op Verzenden. Het waren slechts vier woorden, maar die waren eigenlijk heel veelzeggend:
We hebben een probleem.
Tyler griste een stel autosleutels van het haakje naast de koelkast, liep naar de zijdeur en stapte in zijn vaders pick-uptruck. Alles rook naar zijn vader, er hing een wapenrek voor de achterruit en op het rechterbenedenhoekje van de voorruit zat een sticker van de Amerikaanse vlag. Een minuscuul paar plastic soldatenkistjes hing aan een kettinkje aan de achteruitkijkspiegel.
Op de beide matten stond: ik heb legerkracht.
Tyler startte de wagen, zette hem in de achteruit en reed de oprit af. Hij keek naar het klokje op het dashboard. Bijna acht uur. Hij stopte bij de stoeprand en typte een sms. Hij wachtte. Een paar seconden later kreeg hij antwoord. Hij trapte het gaspedaal in en racete weg.
Vijf minuten later stopte hij voor het huis van Kathy Burnett. Ze stond al op hem te wachten, stapte in en trok het portier stevig dicht.
Hij keek naar haar. ‘Wat heb je tegen je ouders gezegd?’
‘Dat ik naar Linda ging, verderop in de straat. Zij dekt me.’
Hij knikte en reed weg.
‘Waar wilde je over praten?’ vroeg Kathy.
Tyler gaf niet meteen antwoord. ‘Zomaar een paar dingen,’ zei hij ten slotte.
‘Wat voor dingen? Over je vader, bedoel je?’
Hij knikte.
‘Tyler, wat is er echt aan de hand?’
Hij keek haar aan en nam gas terug. ‘Wat bedoel je?’
‘Ik heb het over die twee detectives die je hebt ingehuurd. Waarom had je hen nodig?’
‘Dingen die te maken hebben met mijn vader, dat vertelde ik je toch?’
‘Maar je vader is gesneuveld. Dat heeft het leger je verteld. Ik ben een soldatenkind, net als jij. We weten allemaal dat zoiets kan gebeuren. Daar is niets geheimzinnigs aan.’
‘Nou, in dit geval is er misschien wel iets geheimzinnigs aan de hand,’ antwoordde hij.
‘Zoals?’
‘Ik heb die detectives ingehuurd, omdat ik niet geloof dat het leger me de waarheid over mijn vader heeft verteld.’
‘Ik weet dat je van slag was door wat ze je hebben verteld. Maar waarom denk je in vredesnaam dat ze daarover zouden liegen?’
‘Omdat ze me eerst vertelden dat hij was doodgeschoten. Daarna vertelden ze dat hij was opgeblazen en dat er niets van hem over was en dat het niet nodig was om naar Dover te gaan omdat de kist gesloten zou zijn. Ik begrijp nog steeds niet hoe het leger zich daar zo in heeft kunnen vergissen.’
‘Nou, misschien is dat wel gebeurd. Mensen maken fouten, zelfs in het leger. Je wilt niet weten wat voor verhalen ik je zou kunnen vertellen.’
‘Ja, nou bij dat soort dingen zouden ze geen fouten moeten maken,’ zei Tyler schor.
Kathy legde een hand op zijn schouder. ‘Nee, daar heb je gelijk in, dat zou niet mogen.’
‘Maar toen kwamen er nog andere mannen van het leger bij ons op bezoek. En ook mannen in pak die zeiden dat ze van een andere dienst waren, maar ik weet niet van welke.’
‘Waarom kwamen ze bij jullie op bezoek?’
‘Om me te vertellen dat ik King en Maxwell moest ontslaan.’
‘Waarom?’
‘Volgens mij wilden ze niet dat zij in de zaak van mijn vader zouden gaan wroeten.’ Hij keek naar Kathy. ‘Er is iets heel erg vreemds aan de hand.’
‘Wat dan?’
Hij reed de wagen naar de stoeprand en zette hem in de parkeerstand. Hij keek haar aan. ‘Ik kreeg een mailtje van mijn vader.’
‘Wanneer?’
‘Nadat hij was gesneuveld.’
Kathy keek hem aan en werd lijkbleek. ‘Hoe kan dat nou?’
‘Er stond een datum op. Ze vertelden me wanneer mijn vader zogenaamd was omgekomen. Zijn mailtje is dagen later verstuurd.’
‘Misschien heeft iemand anders hem verstuurd.’
‘Dat kan niet. Hij was geschreven in de code die alleen mijn vader en ik kennen.’
Kathy keek naar buiten, ze rilde. ‘Dit is echt eng, Tyler.’ Ze keek hem weer aan. ‘Denk je... Geloof je echt dat je vader nog in leven kan zijn?’
Tyler gaf niet meteen antwoord. Hij was bang dat als hij zei wat hij dacht, het niet zou uitkomen. ‘Ja, dat geloof ik.’
‘Maar je vader was sergeant bij de reservisten. Ik bedoel hier niets mee hoor, maar waarom zou dit zo belangrijk zijn voor het leger? Hij was toch geen generaal of zo?’
‘Ik denk dat mijn vader veel belangrijker was dan de mensen wisten.’
‘Wat bedoel je?’
‘Hij verliet het leger vlak voordat zijn twintig jaar om was. Wie doet er nou zoiets? Daardoor kreeg hij zijn pensioen niet.’
‘Dat zei die vrouwelijke detective ook al.’
‘Heb jij Michelle gesproken?’ vroeg hij verbaasd.
‘En Sean. Eerder vandaag. Ze wisten dat wij bevriend zijn.’
‘Dus dat betekent dat ze nog steeds aan de zaak werken,’ zei hij peinzend.
‘Dat zal het leger niet leuk vinden, Tyler.’
‘Het kan me geen zak schelen wat het leger leuk vindt of niet. We hebben het over mijn vader! Als hij niet dood is, wil ik weten waar hij is. Ik wil dat hij thuiskomt. Ik laat deze zaak niet rusten.’
‘Als het om mijn moeder ging, zou ik dat denk ik ook niet doen.’
‘Je mag hier met niemand over praten, hoor!’
‘Dat doe ik ook niet, dat beloof ik.’
Hij keek haar aandachtig aan, draaide de auto en bracht haar naar huis.
Toen Tyler weer thuis was, was zijn stiefmoeder er niet en haar auto ook niet. Hij liep naar boven naar zijn slaapkamer en keek naar zijn mobieltje. Hij begon een telefoonnummer in te toetsen, maar hield daarmee op. Stel dat ze zijn telefoon afluisterden?
Hij rende naar beneden, stapte weer in de auto en reed weg.
Er stond een telefooncel, een van de laatste in dit gebied, bij een supermarkt ongeveer drie kilometer bij zijn huis vandaan. Hij stopte er een paar munten in en toetste het nummer in.
Michelle nam op toen hij twee keer was overgegaan.
Tyler zei: ‘Ik wil jullie weer inhuren.’
‘Weet je dat zeker?’ vroeg Michelle.
‘Heel zeker,’ antwoordde Tyler.
‘Mooi, want we hebben de zaak nooit echt laten rusten.’