3
Sean King reed en Michelle Maxwell zat naast hem.
Normaal was het andersom. Meestal reed zij, alsof ze aan een formule 1-wedstrijd meedeed. Dan hield Sean zich stevig vast en mompelde een paar schietgebedjes, zonder echter te geloven dat die zouden worden verhoord.
Er was een goede reden dat hij vanavond, en de afgelopen eenentwintig avonden, achter het stuur zat. Michelle was eenvoudigweg niet zichzelf, tenminste, nóg niet. Het ging steeds beter met haar, maar haar vooruitgang ging veel langzamer dan ze zou willen.
Hij keek naar haar. ‘Hoe gaat het?’
Ze bleef strak voor zich uit kijken. ‘Ik ben gewapend. Dus als je me dat nog één keer vraagt, schiet ik je dood, Sean.’
‘Ik ben gewoon bezorgd, oké?’
‘Ja, dat snap ik wel. Maar ik ben al drie weken uit dat revalidatiecentrum. Volgens mij ben ik weer helemaal in orde. Dus hou je bezorgde vragen maar voor je.’
‘Je was zwaargewond, Michelle. Je had het bijna niet gehaald. Je was bijna doodgebloed. Geloof me, ik ben er steeds bij geweest. Na wat jou is overkomen, kun je beter zeggen dat je nog máár drie weken uit het revalidatiecentrum bent.’
Michelle raakte haar onderrug en bovenbeen even aan. Daar zaten littekens. Die zouden nooit meer weggaan. De herinnering aan hoe ze die verwondingen had opgelopen, waren even levendig als die eerste messteek in haar rug. Dat was gedaan door iemand van wie ze had gedacht dat die een bondgenoot was.
Maar ze leefde nog. En Sean had haar constant terzijde gestaan. Maar nu begon zijn bezorgdheid haar vreselijk te irriteren. ‘Dat is waar. Maar ik heb twee volle maanden in dat revalidatiecentrum gezeten. En ik genees snel. Dat zou jíj moeten weten.’
‘Het was gewoon kantje boord, Michelle. Kantje boord.’
‘Hoe vaak ben ik jou al niet bijna kwijtgeraakt?’ zei ze, en ze keek hem even aan. ‘Dat hoort bij ons werk. Dat is het risico van het vak. Als we op veilig willen spelen, moeten we iets anders gaan doen.’
Sean keek voor zich uit, terwijl de regen met bakken naar beneden kwam. Het was een koude, sombere avond. De wolken beloofden nog veel meer regen en schoten als coyotes langs de hemel. Ze reden door een bijzonder verlaten deel van Noord-Virginia en kwamen terug van een bespreking met een voormalige cliënt, Edgar Roy. Ze hadden hem een doodvonnis bespaard. Hij was zo dankbaar als een goed functionerende autist met ernstig beperkte, sociale vaardigheden maar kon zijn.
‘Edgar zag er goed uit,’ zei Michelle.
‘Hij zag er heel goed uit, vooral als je rekening houdt met het alternatief: een dodelijke injectie,’ antwoordde Sean, die opgelucht leek door de verandering van onderwerp.
Toen Sean een veel te snelle bocht nam op de drijfnatte, bochtige weg greep Michelle haar armsteun vast om in evenwicht te blijven.
‘Rustig aan,’ zei ze waarschuwend.
Hij deed net alsof hij stomverbaasd was. ‘En dat zeg jij?’
‘Ik rij snel omdat ik dat goed kan.’
‘Niet waar, mijn verwondingen en specialistenrekeningen bewijzen het tegendeel,’ katte hij terug.
Ze keek hem vuil aan. Daarna vroeg ze: ‘En wat doen we nu we de zaak-Edgar Roy helemaal hebben afgehandeld?’
‘We gaan gewoon door met ons werk als privédetective. Zowel Peter Bunting als de Amerikaanse regering heeft ons rijkelijk beloond, maar dat zetten we op een bankrekening voor het pensioen of als appeltje voor de dorst.’
Michelle keek naar de regen op de voorruit. ‘We kunnen er ook een boot voor kopen. Die hebben we misschien nodig om thuis te komen.’
Sean wilde iets terugzeggen, maar werd opeens afgeleid. ‘Verdomme!’
Hij rukte het stuur naar links, waarop de Land Cruiser zijwaarts over het gladde wegdek gleed.
‘Stuur erin mee,’ zei Michelle rustig.
Sean stuurde mee in de slip en had het voertuig al snel weer onder controle. Hij trapte op de rem en bracht hen op de vluchtstrook tot stilstand. ‘Wat wás dat verdomme?’ snauwde hij.
‘Je bedoelt, wíé was dat,’ zei Michelle. Ze maakte het portier open en leunde naar buiten in de regen.
‘Michelle, wacht!’ riep Sean.
‘Stuur de lichten naar rechts. Snel!’
Ze trok het portier weer dicht en Sean reed terug de weg op.
‘Doe de grote lichten aan,’ zei ze.
Dat deed hij en in het felle licht konden ze verder vooruitkijken, voor zover de duisternis en de regen dat toelieten.
‘Daar!’ zei Michelle en ze wees naar rechts. ‘Schiet op, ernaartoe!’
Sean trapte op het gaspedaal en het voertuig spoot naar voren.
Degene die over de rechtervluchtstrook rende keek maar één keer achterom. Maar dat was genoeg.
‘Het is een kind,’ zei Sean verbaasd.
‘Een tiener,’ verbeterde Michelle hem.
‘Nou, het was bijna een dode tiener,’ zei Sean ernstig.
‘Sean, hij heeft een wapen.’
Sean boog dichter naar de voorruit en zag dat de jongen een wapen in zijn rechterhand had. ‘Dit ziet er niet goed uit,’ zei hij.
‘Hij lijkt doodsbang.’
Hij zei bits: ‘Wat had je verdomme dán verwacht? Hij rent midden in een onweersbui met iets van metaal in zijn hand. Hij zou absoluut bang horen te zijn. Bovendien reed ik bijna over hem heen en dan was hij niet meer bang, maar dood geweest.’
‘Zorg dat je dichterbij komt.’
‘Wat?’
‘Zorg dat je dichterbij komt.’
‘Waarom? Hij heeft een wapen, Michelle!’
‘Wij ook. Geef nu maar gas.’
Hij begon sneller te rijden, terwijl Michelle het raampje liet zakken.
De lucht werd verlicht door een bliksemflits van duizenden volts, waarna er zo’n luide donderslag volgde dat het net was alsof er een wolkenkrabber instortte.
‘Hé!’ riep Michelle tegen de jongen. ‘Hé!’
De tiener keek weer achterom, met een lijkbleek gezicht in het licht van de koplampen.
‘Wat is er gebeurd?’ riep Michelle. ‘Ben je oké?’
De jongen antwoordde door het wapen op hen te richten. Maar hij schoot niet. Hij verliet de weg en rende een weiland in, glijdend en glibberend over het natte gras.
‘Ik ga de politie bellen,’ zei Sean.
‘Wacht nog even,’ zei ze. ‘Stop maar.’
Sean nam gas terug en bracht de Land Cruiser een paar meter verderop tot stilstand.
Michelle sprong eruit.
‘Wat ben je verdomme van plan?’ brulde Sean.
‘Hij zit duidelijk in de problemen. Ik wil weten wat er aan de hand is.’
‘Realiseer je je wel dat hij misschien in de problemen zit doordat hij zojuist iemand heeft doodgeschoten en nu zo snel mogelijk bij de plaats delict vandaan wil zien te komen?’
‘Dat denk ik niet.’
Hij keek haar vol ongeloof aan. ‘Dat denk jij niet? Waar baseer je dat op?’
‘Zo terug.’
‘Wat? Michelle, wacht!’ Hij probeerde haar arm te grijpen, maar greep mis.
Even later rende ze al door het weiland. Binnen een paar seconden was ze drijfnat van de regen.
Sean sloeg ongelovig met zijn hand op het stuur. Hij schreeuwde tegen het raam. Hij kalmeerde, bestudeerde de ligging van het terrein en gaf gas. Bij de eerstvolgende kruising sloeg hij rechts af en trapte vervolgens het gaspedaal zo diep in dat de achterkant van de wagen opzij schoot. Hij corrigeerde dit, reed door, en vervloekte zijn partner luidkeels bij elke bocht in de weg.