46
‘Gebruikelijke plek?’ echode Kathy Burnett. Ze stond op haar veranda tegenover Sean en Michelle.
Ze waren hier ongelofelijk snel naartoe gereden. Eén keer dacht Sean dat een politieagent de jacht zou inzetten toen ze langs hem heen vlogen, maar hij bleef gewoon waar hij was. Sean dacht dat dit misschien kwam doordat de agent betwijfelde of hij hen zou kunnen inhalen.
‘Inderdaad. De gebruikelijke plek,’ zei Michelle. ‘Een plek waar Tyler en zijn vader elkaar altijd troffen. Om elkaar te ontmoeten, met elkaar te praten of samen iets te doen?’
‘Waarom vragen jullie het niet gewoon aan Tyler?’ zei ze, een beetje argwanend, vond Sean.
Voordat Michelle iets kon zeggen, antwoordde hij: ‘Dit is voor de toekomst, Kathy. Gewoon achtergrondinformatie verzamelen, zoals iedere detective doet. We stellen altijd een dossier samen over iedereen, en daarbij hoort wat ze wel en niet leuk vinden, hun hobby’s, hun gebruikelijke ontmoetingsplaatsen. Dat is op dit moment misschien niet belangrijk, maar later misschien wel. Dit is vooral voor Tylers eigen veiligheid.’
Michelle keek hem aan, maar Seans blik bleef gericht op Kathy. Hij hoopte dat ze niet al te diep zou nadenken over zijn misschien iets te uitgebreide uitleg, want als ze dat wel deed zou ze zich realiseren dat het nergens op sloeg.
Kathy knikte langzaam. ‘Oké, dat snap ik wel, denk ik.’
Sean slaakte een onhoorbare zucht van opluchting. ‘Maar er schiet je zo niets te binnen?’
Michelle zei: ‘Ik zag een paar hengels tegen de muur in de wasruimte staan toen ik daar was.’
Kathy leek van zichzelf te balen. ‘Natuurlijk! Ze gingen heel vaak vissen op een plek langs de rivier hier in de buurt. Nou ja, eigenlijk is het niet meer dan een beekje, maar ze hebben daar weleens iets gevangen. Tyler en zijn vader gingen daar vaak naartoe om wat te kletsen. Ik ben daar twee keer samen met Tyler geweest, maar ik hou niet van vissen. Ik heb gewoon zitten kijken en we hebben gepraat.’
Sean haalde zijn notitieblokje en een pen uit zijn zak. ‘Kun je ons precies vertellen waar het is?’
Dat deed ze. Daarna bedankten ze haar en liepen terug naar de Land Cruiser.
‘Geef me de sleutels,’ zei Sean.
‘Wat?’
‘De sleutels,’ zei hij weer en hij knipte met zijn vingers.
‘Waarom?’
‘Omdat we geen tijd hebben om aangehouden te worden door de politie voor te snel of roekeloos rijden.’
‘Onderweg hiernaartoe zijn we toch ook niet aangehouden?’
‘Gelukkig niet. Maar daar mogen we niet weer op rekenen. Sleutels alsjeblieft!’
Ze smeet ze zo hard naar hem toe dat een van de sleutels een snee in zijn vinger maakte.
‘Bedankt,’ zei hij kortaf.
Ze stapten in en reden weg.
Michelle keek op haar horloge. ‘Halfacht al. Het wordt krap. Je weet zeker dat je niet wilt dat ik rij?’
‘Heel zeker, bedankt.’
Hij gaf gas en volgde de aanwijzingen die Michelle voorlas uit zijn aantekeningen.
‘Wat is ons plan?’ vroeg Michelle toen Sean links afsloeg en het gaspedaal weer intrapte.
‘We moeten ervan uitgaan dat Sam Wingo gewapend en paranoïde is. Hij vertrouwt zijn zoon natuurlijk wel, maar verder niemand.’
‘We kunnen niet voor rechter, jury of beul spelen, Sean, niet ter plekke.’
‘Jij zei verdomme zostraks dat we hem misschien wel moeten ombrengen.’
‘Ik zei ook dat ik daar niet de voorkeur aan gaf.’
‘We zullen moeten zorgen dat we de situatie onder controle hebben. Daarna moeten we hem zover krijgen dat hij ons vertrouwt.’
‘Volgens mij zal dat niet gemakkelijk zijn.’
‘Nee, inderdaad.’
‘Maar als hij is teruggekomen voor zijn zoon, dan is dat toch een behoorlijk overtuigend bewijs van zijn onschuld?’
Sean keek naar haar. ‘Misschien wel. Maar het is geen overtuigend bewijs, Michelle. En vergeet niet, als hij erin is geluisd, zal degene die dat heeft gedaan niet willen dat hij terugkomt en met iedereen gaat praten.’
‘En als wij daar middenin komen te zitten?’
‘Daar zitten we verdomme al middenin!’
Michelle haalde haar pistool uit de holster en keek of er een kogel in de kamer zat. Daarna stopte ze hem weer terug en slaakte een diepe zucht. ‘Wat doen we als Wingo niet alleen komt?’
‘Wie zouden er dan nog meer moeten komen?’
‘Ervan uitgaande dat hij niet onschuldig is.’
Sean knikte, met een peinzende blik. ‘Het probleem is dat hij dat visstekje veel beter kent dan wij.’
‘Ja, maar ik durf te wedden dat hij niet is getraind om een plek in minder dan zes seconden te scannen, zoals wij.’
‘We zullen ons moeten opsplitsen. Ik ben de contactpersoon. Jij dekt me.’
‘Waarom niet andersom?’
Hij glimlachte. ‘Ik ben echt niet te trots om toe te geven dat jij een betere schutter bent dan ik.’
Ze keek achter zich in haar auto. ‘Mijn scherpschuttersgeweer ligt achterin.’
‘Goed. Dat hebben we misschien nodig.’
‘Denk jij dat Tyler twijfelt aan zijn vader?’
Sean schudde zijn hoofd. ‘Nee. Hij idealiseert die man, dat is wel duidelijk. Ik hoop maar dat de sergeant een echte held is.’ Hij keek voor zich uit. ‘Dat zullen we gauw genoeg ontdekken. Daar is de afslag naar die visstek. We zetten de auto hier neer. Ik wil niet dat Tyler je wagen ziet. We lopen terug, verkennen de omgeving, kiezen een observatiepunt en wachten.’
‘Misschien is Sam Wingo hier al.’
‘Ja, misschien wel. En daar kunnen we dus niets aan doen.’ Hij keek haar aan. ‘Kun jij het doen?’
‘Wat doen?’
‘De trekker overhalen en Wingo doodschieten als het nodig is? Als Tyler erbij is?’
Michelle aarzelde niet. ‘Ik zal niet toelaten dat jou iets overkomt, Sean. Vertrouw daar maar op.’