30
Sean zat tegenover Mary Hesse in een restaurant in Chantilly, Virginia. Ze was midden veertig en aantrekkelijk, met donker haar en een slank lichaam. Ze leek het moeilijk te vinden Sean aan te kijken. Ze droeg een bril, maar zette hem steeds af en maakte de glazen schoon met een servet.
Op van de zenuwen, zag Sean.
‘Dus u werkte samen met Sam Wingo?’ vroeg hij voor de tweede keer. Dit werd een lastig karwei, dacht hij. Maar in dit soort situaties was geduld een schone zaak.
Ze knikte. ‘Sam was echt een leuke man. Het was gewoon...’ Ze zweeg, met een ontstelde blik.
‘Het was gewoon wat?’ Hij stak zijn hand uit en tikte even op haar pols. ‘Mevrouw Hesse, ik weet dat dit moeilijk is. Maar zoals ik u al aan de telefoon vertelde, werk ik voor Sams zoon, Tyler.’
‘Sam had het vaak over hem. Hij was erg trots op hem,’ zei ze.
‘Dat geloof ik meteen. Tyler is een ontzettend leuke jongen. Maar hij maakt zich vreselijk veel zorgen om zijn vader.’
‘Ze zeiden dat hij is gesneuveld, in Afghanistan.’
‘Dat is volgens ons niet waar. En ik denk dat u zojuist wilde zeggen dat u dacht dat er iets niet klopte aan Sam, ja toch?’
Ze keek hem verbaasd aan. ‘Hoe wist u...’
‘Ik heb bij de Secret Service gewerkt. Wij worden heel goed in het lezen van lichaamstaal.’
‘Weet u, hij verscheen zomaar op een dag bij dti. Niemand had hem ooit eerder gezien. Niemand die ik kende, had zelfs maar een sollicitatiegesprek met hem gevoerd. En ook al is het geen groot bedrijf, we hebben toch wel bepaalde protocollen.’
‘En daar heeft men zich met betrekking tot Wingo niet aan gehouden?’
‘Het léék alsof men zich daar niet aan heeft gehouden,’ verbeterde ze hem.
‘Wat nog meer?’
‘Hij sprak Dari en Pasjtoe, maar niet, nou ja, niet zo goed als de andere mensen bij het bedrijf.’
‘En ik heb begrepen dat hij verkoper was. Hij zorgde ervoor dat het bedrijf opdrachten kreeg.’
‘Daar hoeft niemand voor te zorgen, meneer King. We hebben al meer werk dan we aankunnen, zelfs nu er in het Midden-Oosten minder oorlogen worden gevoerd. Er zijn nog steeds heel veel militairen aanwezig. En er gaan nu ook commerciële bedrijven naartoe. Die hebben allemaal vertalers nodig.’
‘Dus de zaken gaan goed en jullie hebben geen verkopers nodig. Wat deed Wingo dan voor jullie?’
Hesse zag er verbijsterd uit na deze eenvoudige vraag. ‘Dat weet ik niet zeker.’
‘Dat weet u niet zeker? U hebt me verteld dat u met hem samenwerkte.’
Ze werd bleek en heel even dacht Sean dat ze moest overgeven. ‘Neem een slokje water en haal diep adem,’ zei hij.
Ze dronk wat water en veegde haar mond af met haar servet.
‘Gaat het weer?’
Ze knikte. ‘Weet u, hij werkte niet echt voor ons.’
‘Wat deed hij dan?’
‘Ik leerde hem Pasjtoe en Dari. Tenminste, ik leerde hem meer dan hij al kende.’
‘U leerde hem de talen die voornamelijk in Afghanistan worden gebruikt?’
‘En in andere landen in het Midden-Oosten, waaronder Pakistan. En in Iran wordt Dari Farsi genoemd. Dat is een bijzonder nuttige taal als je daar bent, net als Arabisch natuurlijk.’
‘Dus als hij geen verkoper was en hij niet de kwalificaties had om als vertaler te werken, leerde u hem dan dat te worden?’
‘Nee. Daar hebben we immersiescholen voor. Ik werkte een-op-een met hem, elke werkdag, drie uur per dag. Dat heb ik bijna een jaar lang gedaan.’
‘Hebt u dat ooit met iemand anders gedaan?’
Ze schudde haar hoofd.
‘Hij was een reservist die naar Afghanistan ging. Misschien wilde hij die talen leren spreken?’
‘Maar daar betaalde hij ons niet voor. Wij betaalden hem een salaris om die talen te leren.’
Sean leunde achterover, duidelijk verbijsterd. ‘Hoe weet u dat?’
‘De boekhoudster van ons bedrijf, Sue, is een vriendin van me. Zij heeft me dat verteld. Maar weet u, we kregen een volledige schadeloosstelling voor zijn salaris.’
‘Van wie?’
‘Van een afdeling van het ministerie van Defensie. Ik weet niet welke, er zijn er zoveel. Maar we kregen alles terugbetaald. Het kostte ons geen cent. De eigenaar van ons bedrijf staat niet bepaald bekend om zijn gulheid. Hij zou nooit geld uitgeven aan een werknemer die niets deed.’
‘Hebt u ooit met Wingo gepraat over deze... deze ongebruikelijke regeling?’
‘Ik had opdracht gekregen dat niet te doen. Ik beschouwde hem als een vriend, omdat we zoveel tijd met elkaar doorbrachten. Hij vertelde me over zijn zoon. Ik vertelde hem over mijn gezin. Ik was stomverbaasd toen hij op een dag niet op kantoor kwam. Ik wist dat hij op een bepaald moment naar Afghanistan zou gaan, maar ik wist niet dat hij al was uitgezonden. En ik wist niet dat hij bij de reserve zat.’
‘Hij werkte voor het leger. Volgens mij hielp u hem zich voor te bereiden op een missie waarvoor hij die talen moest kunnen spreken.’
‘Wat voor missie?’ vroeg ze fluisterend.
‘Goeie vraag. Ik wilde dat ik het wist.’
‘U zei dat Sam volgens u niet dood is? Maar dat stond in de krant.’
‘Nee, volgens mij is hij niet dood.’ Sean boog zich naar haar toe. ‘Maar dat wil niet zeggen dat hij niet in gevaar verkeert of in de problemen zit of allebei. Heeft hij iets tegen u gezegd wat mij zou kunnen helpen? Wat dan ook?’
‘Hij zei dat hij hoopte dat hij binnenkort met pensioen kon gaan. Hij wilde meer tijd met Tyler doorbrengen.’
‘Nog iets anders?’
‘Nou, er gebeurde iets vreemds vlak voordat hij dti verliet.’
‘Wat?’ vroeg Sean op scherpe toon.
‘Hij zei dat hij binnenkort terug zou gaan naar Afghanistan. Ik zei dat hij voorzichtig moest zijn. Dat ik niet wilde dat hij doodging door een bermbom of een scherpschutter. Dat ik zou bidden dat hij snel terugkwam.’
‘En wat zei hij toen?’
‘Hij zei dat bermbommen en sluipmoordenaars niet zijn grootste probleem vormden.’
Sean wreef over zijn kin. ‘Wat bedoelde hij? Dat hem daar zelfs iets ergers kon overkomen?’
‘Dat denk ik wel ja.’ Ze keek geschrokken toen ze zich realiseerde wat dat betekende. ‘Wat voor dingen kunnen nou erger zijn dan opgeblazen of doodgeschoten worden?’ vroeg ze.
‘Ik kan wel een paar dingen bedenken,’ antwoordde Sean. Hij stelde Hesse nog een paar vragen en daarna liet hij haar alleen achter, terwijl zij nog in haar koffiekopje zat te staren.
Hij was halverwege zijn auto toen zijn telefoon ging. Het was Michelle.
Ze vertelde hem over haar ontmoeting met McKinney.
‘Eén miljard euro?’ vroeg hij sceptisch. ‘Dat is ongeveer 1,3 miljard Amerikaanse dollar!’
‘Dat geloof ik wel. En kennelijk weegt dat ruim tweeduizend kilo, zonder krat.’
‘En waarom zou McKinney naar ons toe komen en ons dat vrijwillig vertellen?’ Sean ging achter het stuur zitten en maakte zijn gordel vast. Daarna startte hij de auto, met zijn telefoon tussen zijn schouder en oor geklemd.
‘Volgens mij heeft hij het gevoel dat hij klem zit. Hij vertrouwt niemand, ook niet van zijn eigen kant,’ zei ze.
‘Maar toch zegt het heel wat als iemand van de dhs naar ons toe komt en dat soort informatie verstrekt. Dat kan hem zijn baan kosten.’
‘Dat ben ik met je eens. Ik was al net zo verbaasd als jij.’
‘Hoe heb je het gesprek afgesloten?’
‘Dat heb ik niet echt gedaan. Hij is gewoon vertrokken en nu bel ik jou.’
‘Ik ben er over ongeveer veertig minuten. Hou je haaks.’ Sean zette de auto in de versnelling.
Hij keek niet in de achteruitkijkspiegel.
Als hij dat wel had gedaan, had hij misschien het rode vlekje gezien dat over zijn voorhoofd dwaalde.