5
De vrouw haastte zich door de regen naar hen toe toen Sean, Michelle en Tyler uit de wagen stapten. Ze gleed uit op een van de betonnen traptreden, maar herstelde zich snel en rende over het kleine, doorweekte grasveldje. Met elke ademhaling kwam er een wolkje condens uit haar mond.
‘Tyler,’ riep ze. Ze was klein, ongeveer één meter zestig, en heel tenger, maar toch omhelsde ze Tyler met zoveel kracht dat het leek alsof ze hem fijnkneep. ‘Goddank, je bent oké,’ zei ze. ‘Goddank.’
Sean en Michelle zagen dat Tyler geen enkele emotie toonde. Even later duwde hij haar van zich af. ‘Hou toch op,’ zei hij. ‘Je hoeft niet langer net te doen alsof. Hij is dood.’
Ze bleef staan, drijfnat van de regen, terwijl de mascara over haar wangen liep. Daarna gaf ze hem een klap. ‘Verdomme, Tyler Wingo, je hebt me de stuipen op het lijf gejaagd!’
Michelle ging voor haar staan. ‘Oké, hier schiet dus niemand iets mee op.’
‘Wie zijn jullie?’ wilde de vrouw weten.
Sean zei: ‘Gewoon een paar mensen die uw zoon zagen lopen en hem veilig naar huis hebben gebracht. Dat is alles. Nu gaan we weer weg.’
De twee soldaten op de veranda hadden hun beste uniform aan en een stugge uitdrukking op hun gezicht. Een van hen was een Case Notification Officer die de ondankbare taak had naaste verwanten te vertellen dat hun familielid gesneuveld was. De andere was een legerpredikant die de taak had om de verwanten bij te staan tijdens deze moeilijke periode.
Michelle legde haar arm op Tylers schouder. ‘Gaat het?’
Hij knikte zwijgend en keek naar de twee mannen op de veranda met een blik alsof ze buitenaardse wezens waren die hem kwamen halen.
Michelle haalde een visitekaartje uit haar zak en gaf dat aan hem. ‘Als je iets nodig hebt, moet je ons bellen, oké?’
Tyler zei niets, maar stopte het kaartje in de zak van zijn jeans en liep naar de veranda.
De vrouw zei: ‘Ik wilde hem helemaal niet slaan. Ik was alleen zo bezorgd. Dank jullie wel dat jullie hem thuis hebben gebracht.’
Sean stak zijn hand uit. ‘Ik ben Sean King. Dit is Michelle Maxwell. Gecondoleerd met uw verlies. Dit soort dingen zijn nooit makkelijk, vooral niet voor kinderen.’
‘Het is voor ons allemaal niet makkelijk,’ zei de vrouw. ‘Ik heet trouwens Jean Wingo. Tyler is mijn stiefzoon.’
Sean wilde de Duitse Mauser uit zijn zak halen, maar Michelle hield hem met een blik tegen en zei: ‘We vinden het heel erg voor u, mevrouw Wingo. Tyler lijkt een goeie jongen. Als we iets voor u kunnen doen, moet u het ons laten weten.’
‘Dank u wel, maar het leger zal ons wel helpen. Zij hebben een zorgprogramma voor de familie waar deze soldaten ons net over vertelden. Morgen nemen zij contact met ons op.’
‘Dat is mooi,’ zei Sean. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ze een grote steun voor u zullen zijn op dit moment.’
‘Hoe lang is Tyler eigenlijk weg geweest?’ vroeg Michelle.
Jean zei: ‘Hij is een uur of twee geleden het huis uit gerend. Ik had geen idee waar hij was. Ik was erg ongerust.’
‘Dat begrijp ik,’ zei Michelle en ze keek fronsend naar Tyler, die op de veranda naar hen stond te kijken. De twee soldaten probeerden met hem te praten, maar het was wel duidelijk dat hij niet naar hen luisterde.
‘Nogmaals, we vinden het heel erg,’ zei Sean. Tegen Michelle zei hij: ‘Zullen we gaan? Ik weet zeker dat de officieren en de Wingo’s heel veel te bespreken hebben.’
Michelle knikte, maar bleef naar Tyler kijken. Ze liet hem een van haar visitekaartjes zien, als een herinnering. Daarna stapten zij en Sean in de Land Cruiser en reden weg.
In de achteruitkijkspiegel zag Michelle dat de Wingo’s en de soldaten langzaam het huis binnenliepen. Terwijl Sean sneller ging rijden, verschoof zij voorzichtig in haar stoel.
Sean zag dat ze het moeilijk had. ‘Een beetje beurs? Dat is je eigen schuld. Tijdens een onweersbui achter een tiener aan rennen! Je hebt waarschijnlijk elke spier in je lichaam verrekt. Mijn knieën doen al verschrikkelijk veel pijn, en ik heb niet half zo hard gerend als jij.’
‘kia,’ zei Michelle.
‘Killed in action,’ zei Sean. ‘Gesneuveld op het slagveld. Het is vreselijk. Iedere dode, Amerikaanse soldaat is er eentje te veel, vind ik.’
‘Tyler en zijn stiefmoeder kunnen volgens mij niet met elkaar opschieten.’
‘Alleen maar omdat ze hem een klap gaf? Hij was ervandoor gegaan. En zoals ze al zei, ze was doodongerust. Ze reageerde overdreven. Dit is het ergste wat een gezin kan overkomen, Michelle. Je moet het haar maar vergeven.’
‘Inderdaad, ze was doodongerust. Maar Tyler is twee uur weg geweest en toch was ze niet eens nat toen ze het huis uitkwam om hem te slaan. Als het mijn kind was, zou ik achter hem aan zijn gerend. Hij is er niet met de auto vandoor gegaan. Hij was lopend. Kon ze dan niet achter hem aan gaan? Waarom niet, was ze bang voor een beetje regen?’
Sean wilde iets zeggen, maar hij bedacht zich. Na een tijdje zei hij: ‘Ik weet het niet. Die soldaten waren ook niet nat. Maar misschien is het hun werk niet om achter kinderen aan te gaan. Wij waren er niet bij. We weten niet hoe het is gegaan. Misschien is ze hem in de auto achternagegaan.’
‘Dan zou ze ook nat zijn geweest. Ze hebben geen garage. Zelfs geen carport. En weet je nog wat Tyler zei? Nadat hij haar had weggeduwd, zei hij dat ze wel kon ophouden met net doen alsof, nu zijn vader dood was. Ophouden met net doen alsof ze wat? Alsof ze van Tylers vader hield?’
‘Misschien wel, misschien niet. Maar daar hebben wij niets mee te maken.’
‘En waarom heeft Tyler juist dat pistool van zijn vader meegenomen?’
‘Ik zei toch dat het onze zaak niet is. Snap je dat soms niet?’
‘Ik hou niet van dingen die onverklaarbaar zijn.’
‘Luister, we weten helemaal niets van hem af. Misschien had dat pistool een bepaalde betekenis voor Tyler. Misschien was die knaap zo van slag door wat hij had gehoord dat hij gewoon het eerste pakte wat hij zag en ervandoor ging. En waarom praten we hier eigenlijk over? Hij is weer thuis waar hij hoort.’ Sean keek naar zijn riem. ‘Shit, ik heb zijn pistool nog steeds. Ik wilde het net teruggeven toen jij me zo vals aankeek. Waarom deed je dat eigenlijk?’
‘Omdat we nu een reden hebben om terug te gaan, bij voorkeur morgen.’
‘Teruggaan? Waarom?’ riep hij uit.
‘Ik wil meer te weten komen.’
‘We hebben die knaap gevonden en thuisgebracht. Ons werk zit erop.’
‘Ben je dan niet een heel klein beetje nieuwsgierig?’
‘Nee. Waarom zou ik?’
‘Ik zag hoe hij naar zijn stiefmoeder keek. Ik hoorde wat hij zei. Ik zag helemaal geen liefde.’
‘Zo is het leven. Iedereen heeft een verstoord gezinsleven. Alleen de mate waarin verschilt. Maar dat betekent niet dat ik midden in die traumatische situatie wil springen waar zij zich nu in bevinden. Op dit moment hebben ze behoefte aan de steun van hun familie en vrienden.’
‘Wij zouden Tylers vrienden kunnen zijn.’
‘Zeg, waarom doe je dit in vredesnaam?’
‘Wat doe ik?’
‘Je bemoeien met het leven van mensen die we niet eens kennen?’
‘Dat doen we toch altijd, als onderdeel van ons werk?’
‘Ja, ons wérk! Niet met zoiets. Dit is geen zaak, dus ga er ook niet zo mee om. Niemand heeft ons ingehuurd, Michelle. En dus bemoeien we ons er niet mee.’
‘Ik heb het gevoel dat ik Tyler ken, of in elk geval dat ik weet wat hij doormaakt.’
‘Hoe dan? Je vader leeft nog...’ Sean zweeg.
Michelles vader leefde inderdaad nog, maar haar moeder niet. Zij was vermoord. En Michelle had in eerste instantie haar vader verdacht van die moord. En dat had er uiteindelijk toe geleid dat ze een probleem had met een herinnering uit haar jeugd die tijdens haar hele volwassen leven aan haar was blijven vreten.
Een vriend van Sean, een psycholoog, had ten slotte tot haar kunnen doordringen en was in haar verleden gaan graven. Met zijn hulp had Michelle uiteindelijk haar evenwicht hervonden, hoewel dat niet gemakkelijk was geweest. En Sean wilde niet dat zij ooit weer iets dergelijks zou moeten meemaken. Die messteek zou uiteindelijk genezen, maar de emotionele littekens die ze had opgelopen, zouden blijven. Het gewicht van elk daarvan was immens, hij wist niet hoeveel ze nog kon verdragen zonder te worden vermorzeld.
Sean tikte op het stuur in het ritme van de regen op het dak van de wagen. Hij keek naar Michelle, die er erg verloren uitzag. En hij had het gevoel dat hij haar weer kwijtraakte, net nu hij haar weer terug had gekregen.
‘Natuurlijk kunnen we dat pistool wel terugbrengen,’ zei Sean zacht. Hij veegde wat natte haren uit zijn gezicht. ‘Dat kunnen we morgen wel doen; hopelijk regent het dan niet.’
‘Dank je wel,’ zei Michelle, zonder hem aan te kijken.
Ze reden naar Michelles appartement waar Sean zijn auto had achtergelaten, een Lexus-cabriolet met hardtop. In de overdekte garage stapten ze uit.
Sean gaf haar de sleutels en vroeg: ‘Red je het wel, vannacht?’
‘Na een lekker warm bad ben ik weer in orde. Jij zou ijs op je knieën moeten doen.’
‘Oud worden is balen.’
‘Je bent niet oud.’
‘Maar al wel bijna.’ Hij speelde met zijn eigen sleutels. ‘Je zou morgen moeten gaan roeien op de Potomac. Daar knap je altijd van op.’
‘Sean, hou op je druk te maken. Ik word echt niet weer gek.’
‘Je bent nooit gek geweest,’ zei hij vol medeleven.
‘Maar wel bijna,’ antwoordde ze.
‘Wil je gezelschap vannacht?’ vroeg hij.
‘Nee, vannacht niet. Maar bedankt voor het aanbod.’
‘Ik ben ervan overtuigd dat er niets aan de hand is met Tyler Wingo.’
‘Je hebt waarschijnlijk gelijk.’
‘Maar we brengen dat pistool terug en dan zien we wel.’
‘Bedankt dat je aardig voor me probeert te zijn.’
‘Ik probeer niet aardig voor je te zijn. Ik ben diplomatiek.’
‘Dan bedankt voor je diplomatie.’ Ze liep naar de lift die haar naar haar appartement zou brengen.
Sean keek haar na tot ze veilig in de lift stond, hoewel dat helemaal niet hoefde. Hij had gezien hoe ze vijf mannen tegelijkertijd uitschakelde zonder dat het zweet haar zelfs maar uitbrak. Toch hield hij haar in de gaten. Toch maakte hij zich zorgen om haar. Hij nam aan dat dat normaal was als je iemands partner was.
Hij liep naar zijn auto, stapte in en reed weg, langzaam, met een veilige snelheid.