95
Hij ging weer naar beneden. Matteo zat nog achter de vleugel en gniffelde ergens om. Luisa Baratti zat naast hem op de pianokruk en zei zachtjes iets tegen hem. Op een gegeven moment barstte de jongen in lachen uit.
Geen van beiden lieten ze merken dat ze zijn afwezigheid hadden opgemerkt, en ze leken zich er ook niet van bewust dat hij nu stilletjes naar het gedeelte van de zitkamer ging dat altijd het favoriete toevluchtsoord was geweest van wijlen de heer des huizes. Hij liep om de bank heen, schoof de gordijnen voor de grote tuindeur opzij en keek naar de achtertuin. In gedachten verzonken tuurde hij door de duisternis. Achter deze gordijnen had hij Luisa Baratti zien staan op de ochtend na Letizia’s arrestatie. Het was vroeg geweest, heel vroeg, de zon kwam net op en ze was in haar peignoir naar buiten gekomen.
Het is even na vijven, commissaris. Kunt u ook niet slapen?
Conti sperde zijn ogen open. De zon kwam niet net na vijven op. Om vijf uur was het nog donker. De zon kwam na zessen op. Een uur later. Precies een uur.
Matteo begon opnieuw Debussy te spelen en mevrouw Baratti zweeg.
Conti ging bij het raam weg en stak snel de zitkamer door. Mevrouw Baratti zat met haar rug naar hem toe in haar stoel. Hij liep haastig de hal door en ging de straat op. Hij stapte in zijn auto, pakte de tekeningen van villa Baratti van de achterbank en bestudeerde ze grondig bij het zwakke autolampje. Het kostte hem een paar minuten om te vinden wat hij zocht. Daarna maakte hij peinzend het dashboardkastje open, zocht zijn pistool en stopte hem in zijn zak. Hij stapte uit de auto en ging het huis weer in. Hij liep door de hal en ging de trap weer op, naar Cora’s kamer. Daar keek hij naar de rococowekker op het nachtkastje. Het mechaniekje aan de achterkant leek beschadigd, de sluitring was verbogen. Hij hield hem bij zijn oor om te horen of hij nog tikte. Hij functioneerde prima, alleen liep hij een uur achter. Verder was hij precies hetzelfde als het exemplaar op het nachtkastje in Luisa’s kamer.
Luisa had verklaard dat haar dochter Cora tussen zeven en acht uur ’s avonds bij haar was op de avond dat Roberta Crisostomi werd vermoord. Ze had gezegd dat ze dat zeker wist omdat ze op de wekker op haar nachtkastje had gekeken. Diezelfde wekker die de dag daarna vijf uur had aangegeven terwijl het eigenlijk zes uur was. Die wekker stond nu hier, op het nachtkastje in Cora’s kamer.
Conti keek met een schok op. Opeens leek de vreemde geur die hij rook doordringender dan eerst. Hij liep naar de ladekast en stak zijn neus tussen de fresia’s. De bloemen waren bijna verwelkt, maar het water in de vaas was schoon. Hij verplaatste zijn aandacht naar de ingebouwde boekenkast en bestudeerde die argwanend, terwijl hij de geur opsnoof. Op de planken stond niets belangwekkends – potjes, kaarsen, potpourri – maar daar was de stank wel het hevigst. Instinctief strekte de commissaris zijn hand uit en verplaatste de boeken van de achterste rij. Hij legde ze op een nette stapel op de ladekast. Hij verplaatste nog meer boeken, tot hij op de kale muur achter de planken stuitte. Hij liet zijn vingertoppen er over de volle lengte langs glijden en stak zijn hand tussen de resterende boeken, waarna hij verderging met de lagere plank. Hij trok nog een stapel boeken weg en herhaalde de handeling. Hij vond een kier in het hout; de geur kwam daarvandaan, daar twijfelde hij geen moment meer aan. Zonder nadenken pakte hij alle boeken en smeet ze door elkaar op het bed. Daarna bleef hij staan om naar de lege plank te kijken.
Hij tastte de onderkant van de boekenkast af en daarna de stijlen. Niets. Hij draaide zich om en keek mistroostig naar Cora’s keurig opgemaakte bed, dat nu bezaaid was met tientallen boeken. Hij had geen idee of hij die weer op hun plaats kon zetten voor ze terugkwam. En hoe moest hij weten op welke plek ze hoorden? Hij was in overtreding, daar was hij zich van bewust. Hij was zonder toestemming van de rechtmatige eigenares en zonder bevelschrift een kamer binnengegaan en had die doorzocht. Bovendien had Lorenzi hem expliciet gezegd dat hij alleen op zoek mocht gaan naar Lanci. Als Cora Baratti aangifte zou doen, zou zijn baas een uitstekende reden hebben om zijn hoofd te eisen, en ditmaal zou hem dat lukken.
Hij draaide zich weer om en keek naar de planken. Op de derde plank van onderen stond één rij boeken. Het zou hem hooguit een minuut kosten. Conti pakte de boeken en gooide ook deze op het bed. Toen boog hij koortsachtig voorover om de lege plank te bekijken. Op dat moment zag hij het: een minuscuul koperen knopje in de hoek tussen de bodem en de zijstijl. Hij ging op zijn hurken zitten en trok eraan, maar stuitte op weerstand. Hij probeerde eraan te draaien. Met een klik gaf het knopje mee.
Conti zat nog steeds gehurkt toen de boekenkast bewoog. Hij sprong overeind. De zijwand was een paar centimeter van de muur losgekomen. Hij stak zijn vingers ertussen en trok eraan.
De boekenkast ging als een deur open. Daarachter was nog een andere kamer, en daar was het donker. Het verbaasde Conti niet. Op de oude tekening van het huis, die was gemaakt voordat Lanci aan zijn project begon, was Cora’s kamer veel groter dan hij eruitzag.
De geur sloeg hem tegemoet en was zo sterk dat hij er op slag misselijk van werd. Zijn handen waren nat van het zweet. Hij liep om de boekenplanken heen en ging naar binnen.