Hoofdstuk 58

Fairfax, Virginia

Verenigde Staten

Rapp gaf plankgas en de Charger schoot nog net over de donkere kruising voordat het licht op rood sprong. Hij had een lift gekregen van een militair konvooi uit Riyad en had net vijftien uur boven op een stapel kogelwerende vesten gelegen. Nu hij bijna thuis was, leken de laatste vijf minuten een eeuwigheid te duren.

Zijn telefoon ging en hij verbond het gesprek door met het zwakke luidsprekersysteem van de auto.

‘Hoi, Irene.’

‘Ik hoorde dat je terug bent in de Verenigde Staten.’

‘Ja, anderhalve kilometer bij mijn appartement vandaan.’

‘O,’ zei ze. ‘Dat is er niet meer, Mitch.’

‘Wat is er niet meer?’

‘Het appartement. We hebben het leeggemaakt en verhuurd. Je moet omdraaien en naar je echte huis gaan.’

Hij snapte meteen wat ze bedoelde. ‘Is mijn huis af?’

‘Ik denk dat Claudia nog een paar lijstjes aan het afhandelen is, maar ja. Het is af.’

Om de een of andere reden kwam het nieuws harder aan dan hij had verwacht. Hij keek naar de klok in zijn dashboard. Het was halftien geweest.

‘Misschien moeten we dan even met elkaar praten,’ hoorde hij zichzelf zeggen. ‘Ben je op kantoor?’

‘Ja, maar daar komt niets van in. Claudia heeft een diner voor je geregeld.’

Dat kwam nog harder aan. Waarom? Waarom wilde hij ineens niets liever dan de Dodge omdraaien en over een willekeurige snelweg vluchten? Was het angst? Maakte dit hem nu bang, na alles wat hij had meegemaakt?

‘Morgenochtend vroeg dan?’ vroeg Rapp voordat hij zichzelf kon tegenhouden.

‘Nee. Morgenochtend ga je uitslapen en lekker ontbijten. Dan, om elf uur, heb je een afspraak bij de plastisch chirurg. Claudia heeft alle informatie.’

‘Prima, dan kom ik daarna…’

‘Nee, hoor, want dan ben je onderweg naar je afspraak bij een reconstructieve tandarts. Claudia heeft…’

‘Alle informatie,’ maakte hij de zin voor haar af.

‘Inderdaad. Het Midden-Oosten en Rusland zullen er overmorgen ook nog wel zijn, Mitch. Nu moet je gaan genieten van een rustig avondje.’

De verbinding werd verbroken en Rapp bleef nog een tijdje doorrijden voordat hij eindelijk de moed vond om om te keren.

De smalle weg slingerde door dichtbegroeide bossen en tussen uitgestrekte akkers door voordat hij uitkwam op een hooggelegen vlakte die over dat alles uitkeek. Rapps lapje grond van acht hectare lag aan de zuidelijke rand van een gebied dat verdeeld zou moeten zijn in tien stukken, elk met een woonhuis erop – tot zijn belachelijk rijke broer de andere negen had opgekocht. Voor het geval dat hij ooit een vakantiehuisje zou willen bouwen, had hij uitgelegd.

Rapp reed naar het hek van de lege wijk en zag dat het paneel was vervangen door een vingerafdruklezer. Omdat hij niet wist wat hij anders moest doen, legde hij zijn linkerwijsvinger erop. De stalen barrière schoof direct opzij.

Alle borden en andere tekenen dat de ongebruikte kavels bestonden, waren verdwenen. Er was niets anders dan natuurlijk landschap, gloednieuw asfalt en donkere lucht. Een traditionele rode schuur verscheen links van hem, licht gloeiend in het maanlicht. Het was oorspronkelijk gebouwd om de paarden van de bewoners te huisvesten, maar nu lag er alleen nog het laatste gereedschap van de aannemer.

De witte muren van Rapps huis verschenen toen hij een kleine heuvel op reed. Het witte pleisterwerk glom nog extra door het zachte licht van een paar spotlights. Het koperen hek begon al een groen waas te krijgen, zag hij toen hij naast de brievenbus stopte. Er zat een dikke envelop in met daarop in een kinderhandschrift ‘vor Mitsj’.

Toen hij hem openscheurde vond hij alleen een afstandsbediening. Na een druk op de knop schoof het zware hek moeiteloos opzij.

De garagedeuren waren dicht, dus parkeerde hij naast een modern standbeeld dat leek te zijn gemaakt van de brokstukken van een neergestort vliegtuig, met een laag blauwe roestwerende verf erop. Waarschijnlijk had het een diepe, symbolische betekenis en hij nam zich voor Claudia te vertellen hoe mooi hij het vond.

Het huis zelf was toch wel een beetje ongebruikelijk. Het was een bungalow met een halve kelder, en het had geen ramen. Wijlen zijn vrouw had samen met de architect haar uiterste best gedaan met texturen, vormen en plafonds om ervoor te zorgen dat het niet op een gevangenis leek en was daar redelijk in geslaagd. Dit was vast de mooiste bunker ter wereld.

Niemand begroette hem bij de voordeur, dus stond hij even de warme verlichting en sobere Aziatische meubels te bewonderen. Een robuust schilderij van een bloem rechts van hem zag er even expressief uit als de neergestorte Cessna buiten.

Aan het einde van de gang veranderde de linkermuur in een glazen wand die uitkeek op de prachtig aangelegde binnenplaats. De woonruimte van het huis lag om de binnenplaats heen, en bijna elke kamer had toegang tot die centrale tuin. Tussen de pas geplante bomen door zag hij nog net de elegante silhouetten van een industriële keuken en een vrouw met ravenzwart haar, die erdoorheen liep.

Hij vond een schuifdeur en stapte naar buiten, waar hij over een stenen pad naar de keuken liep. Toen hij door eenzelfde deur de keuken in liep, trok Claudia een lepel uit de pan waarin ze stond te roeren en draaide zich met een ruk om. Blijkbaar wist ze dat hij zou komen, en ze reageerde in eerste instantie alleen maar met een korte schittering in haar donkere ogen toen ze hem zag.

Toen gooide ze de lepel op het aanrecht. ‘Mitch!’ Ze gooide haar armen om hem heen. De omhelzing deed vreselijk pijn, maar hij kon er niet mee zitten.

‘Sorry dat ik je niet bij de deur heb opgewacht, maar ik wilde niet dat er iets aanbrandde.’

‘Geeft niets,’ zei hij en meteen wenste hij dat hij iets interessanters kon bedenken.

‘Nou?’ vroeg ze terwijl ze haar armen spreidde. ‘Wat vind je ervan?’

‘Geweldig,’ zei hij een beetje overweldigd. ‘Wat een mooi standbeeld staat er voor de deur.’

‘Ja, fantastisch, toch? Het is een Aubarge.’

Hij knikte alsof dat hem iets zei. ‘Waar komen al die meubels vandaan?’

‘Overal? Vind je het mooi? Het is modern, maar niet steriel.’

‘Dat is precies wat ik wilde zeggen.’

‘Niet waar,’ antwoordde ze terwijl ze haar lepel pakte en weer aan het werk ging met de pannen die op het fornuis stonden te pruttelen. Ze wees met een elleboog naar een open fles wijn op het aanrecht. ‘Neem een glas wijn, maar ik moet je waarschuwen, het is een beetje koud. Ik heb hem net uit je wijnkelder gehaald.’

‘Heb ik een wijnkelder?’

Ze ging verder in het Frans, dat ze beter sprak. ‘Natuurlijk! Volledig uitgerust!’

Hij pakte een glas en bekeek het etiket van de fles. Het verbaasde hem niet dat hij die naam nog nooit had gehoord, maar het feit dat deze wijn was gemaakt voordat hij had leren lezen, baarde hem zorgen. Hoewel Rapp door een paar bizarre toevalligheden en het financiële inzicht van zijn broer een aardig fortuin had verzameld, was hij ook weer niet zo rijk.

‘Claudia?’

‘Ja?’

‘Ten eerste wil ik graag zeggen dat het huis er geweldig uitziet.’

‘Je vindt het echt geweldig, hè?’ vroeg ze terwijl ze zich omdraaide en hem met een enorme glimlach aankeek.

‘Zeker, maar mag ik je vragen hoeveel het heeft gekost?’

‘O, niet veel. Ik ben een beetje over het budget heen gegaan, maar ik heb de rest zelf betaald.’

‘Welke rest?’

‘Gewoon, de rest.’

‘Over hoeveel hebben we het dan?’

‘Niet veel.’

‘Is er een reden waarom ik het bedrag niet mag weten?’

‘Inclusief de kunst?’

‘Ja, inclusief de kunst.’

‘Maar niet met de wijn erbij.’

‘De kunst, de wijn, alles.’

Ze haalde haar schouders op alsof het om een paar centen ging, en rekende demonstratief langzaam het bedrag voor.

‘Ongeveer twee…’

‘Tweehonderdduizend?’ vroeg Rapp, die besloot zich eens lekker te laten gaan en zich een glas blijkbaar heel dure wijn inschonk. Het had erger kunnen zijn. Dat geld kon hij haar zonder problemen terugbetalen.

‘Miljoen.’

Het glas bleef vlak bij zijn mond hangen, maar toen besloot hij het maar te accepteren. Het bedrag was zo groot dat het geen enkele zin had zich er zorgen over te maken.

‘Ga nu weg,’ zei ze. ‘Ik moet me concentreren. Ga naar Scott en Anna toe.’

‘Scott?’

‘Nou ja, ik kon hem niet in dat vreselijke ziekenhuis achterlaten, en er was niemand anders die voor hem kon zorgen. Ze zijn in de logeerkamer met lego aan het spelen.’

Rapp liep naar de gang, maar stopte. ‘Waar is dat?’

‘Recht tegenover de keuken. Je kunt het niet missen.’

Anna had ook gehoord dat Rapp zou komen, maar dat hielp niet. Ze gaf een enorme schreeuw toen hij door de open deur stapte.

‘Niet schrikken, ik ben het maar. Mitch.’

Het meisje sprong van het bed waarop ze met Scott Coleman iets aan het bouwen was wat de Eiffeltoren zou kunnen zijn. ‘Mama zei dat je een ongeluk hebt gehad. Had je je gordel niet om?’

‘Nee.’

‘Dat moet! Dat weet je toch?’

‘Je hebt gelijk. Sorry.’

‘Anna,’ zei Coleman, ‘je moeder kan wel wat hulp gebruiken in de keuken. Ga haar maar even helpen.’

‘Wanneer maken we het af?’ Ze wees naar de legoblokjes. ‘Misschien wil Mitch wel meespelen.’

‘Ik denk van wel, maar we moeten de rest voor morgen bewaren.’

Ze knikte en liep naar de deur, waar ze Rapps been even vastpakte voordat ze door de gang rende.

‘Anna!’ riep Rapp haar achterna.

Ze stopte en draaide zich om.

‘Wil je mama vragen mijn eten in de blender te stoppen?’

Dat verzoek bracht een verbaasde blik op haar gezicht, maar toch knikte ze en ze rende verder door de gang.

Coleman wachtte tot ze buiten gehoorsafstand was voordat hij zei: ‘Tering… Mas zei al dat hij je flink had aangepakt, maar ik had nooit verwacht dat je gezicht er zo lelijk uit zou zien.’

‘Je ziet er zelf anders ook niet geweldig uit.’

Rapp was blij om te zien dat zijn bijdehante opmerking niet helemaal terecht was. Hoewel Coleman flink was afgevallen en zijn huid spierwit was, stonden zijn ogen helder en was zijn stem weer net zo krachtig als voorheen. Het belangrijkste was echter dat hij nog boven de grond stond.

‘Ik heb gehoord dat je volledig zult herstellen,’ vervolgde Rapp.

‘Ja, maar pas na een lang, moeilijk traject.’

‘Geen probleem. Neem maar een paar weken vrij.’

Coleman toonde de jongensachtige grijns die zijn vrienden zo goed hadden leren kennen. ‘Volgens de artsen had ik dood moeten zijn, en zou de infectie zonder jou fataal zijn geweest.’

‘Zonder mij? Wat heb ik ermee te maken?’

‘Doordat jij me naar de achterlijkste kutsteden in de derde wereld hebt meegesleurd, heb ik een sterk immuunsysteem ontwikkeld.’

Het werd even stil en Rapp dacht weer aan de Pakistaanse operatie – de kapotte motor, het feit dat hij niet het pakhuis in was gegaan, maar…

‘Het spijt me, Scott. Ik had het moeten zijn.’

‘Niemand had kunnen voorspellen wat er zou gebeuren. Zo gaat het nou eenmaal in ons werk.’

Rapp knikte. ‘Als jij klaar bent met revalideren, kom je dan terug?’

‘Reken maar,’ zei Coleman, die met een trillende vinger naar Rapps bont en blauwe gezicht wees. ‘Blijkbaar gaat het je niet zo best af als ik er niet bij ben om je te beschermen.’

Claudia’s stem zweefde vanuit de gang naar hen toe. Het eten was klaar.

Rapp zag een looprek in de hoek staan. ‘Heb je hulp nodig?’

‘Nee, ik denk dat ik hier blijf. Dan kan ik een tijdje slapen.’

Rapp draaide zich naar de deur, maar stopte toen Coleman zijn naam zei.

‘Mitch, wil je me een plezier doen?’

‘Natuurlijk.’

‘Als Azarov nog leeft, moet je niet achter hem aan gaan. Dat verandert niets aan wat er is gebeurd.’

Rapp liet een vinger glijden over de rand van een Chinese vaas, waarvan hij hoopte dat het een replica was. ‘Natuurlijk, Scott. Wat je wilt.’