Hoofdstuk 20
CIA-luchthaven, Centraal-Pakistan
Rapp boog zich over de schouder van de helikopterpiloot en wees naar het C-17 Globemaster-transportvliegtuig beneden hen. Het stond aan het eind van een rij gebouwen waarin de Reaper-drones die de CIA tegen terroristische cellen in de regio inzette werden bewaard. ‘Zet ons daar maar af!’
Het landingsgestel raakte de grond op ongeveer twintig meter van de geopende laadruimte van de Globemaster. De zon was onder de horizon verdwenen en in de lampen van de binnenruimte van het vliegtuig waren de silhouetten te zien van soldaten die een brancard hun richting op duwden. Binnen in het vliegtuig zag Rapp rijen britsen en wanden bekleed met de allernieuwste medische apparatuur. Het vliegtuig was een vliegend ziekenhuis dat voor alle mogelijke doelen kon worden ingezet. Het werd bemand door verscheidene medische teams en kon alles aan, van de allereerste triage tot zware brandwonden.
Er was zoveel onduidelijk geweest met betrekking tot de Pakistanoperatie dat Kennedy de Globemaster in de buurt had gehouden voor het geval het zou mislopen. Rapp wilde nooit vooruitlopen op een mislukking, maar Kennedy was er juist op gebrand alle mogelijkheden af te dekken. In dit geval – zoals zo vaak – had ze de juiste beslissing genomen. Coleman kon worden gestabiliseerd op hun reis naar het Amerikaanse militaire ziekenhuis in Duitsland.
Rapp sprong uit de open deur van de heli terwijl Joe Maslick en de copiloot de draagbaar met Scott Coleman erop in zijn richting duwden.
Het was hun gelukt het zichtbare bloeden te stelpen, maar er bestond geen twijfel over dat hij inwendige verwondingen had die zij niet konden behandelen. De huid van de vroegere SEAL zag spierwit en stak scherp af bij het bloed waarmee hij was bespat. Toen ze tien minuten eerder hadden gekeken, had hij nog geleefd, maar het was niet te zeggen of dat nog steeds het geval was.
Hij bewoog helemaal niet toen Rapp de ene kant van de brancard vastpakte en hem uit de heli begon te schuiven. Er klonken kreten achter hem en even later was hij omringd door een van de medische teams van de C-17. Ze hadden Coleman snel op een tweewielige brancard gelegd en renden met hem naar het vliegtuig. Een verpleegster in camouflage-uniform liep over hem heen gebogen, maakte het verband los en voelde zijn pols. Een andere verpleegster rende mee en knipte Colemans broekspijpen open met een schaar.
Een van de hospikken bleef even achter en Rapp greep hem bij zijn kraag, waardoor hij wel moest stoppen.
‘We hebben nog een brancard nodig.’
‘Sir?’ zei de jongen met wijd opengesperde ogen. ‘Ons is gezegd: één gewonde.’ Hij zag eruit als een rekruut. Slim en goed getraind, maar nog onzeker van zijn rol in deze rotzooi.
‘Geef me gewoon een brancard!’ zei Rapp.
‘We hebben nog een team. Ik zal…’
‘Praat niet zoveel en luister naar me. Haal er geen ander team bij. Vraag niet om hulp en zeg niemand wat je doet. Breng me gewoon nog een brancard. Is dat duidelijk?’
De man was bang en onzeker, maar hij knikte.
‘Je hebt één minuut.’
Toen hij begon te rennen, hees Rapp zichzelf de helikopter weer in en wees naar de kernkop. ‘Weg met dat ding.’
Het kostte wat zweet, maar het lukte ze de bom naar de deur te sjorren, net toen de hospik weer verscheen. Hij zette een aarzelende stap achteruit toen hij zag wie zijn nieuwe patiënt was, en nog een toen ze hem omrolden en het symbool voor stralingsgevaar zichtbaar werd.
‘Sir? Ons is gezegd drie mannen op te halen. Eén gewonde. Niemand heeft mij iets gezegd over…’ Zijn stem stierf weg. ‘Over iets anders.’
‘Dan zeg ik het je nu,’ zei Rapp en hij duwde de brancard naar de rand van de deur van de heli. Maslick en de copiloot zetten hun schouders onder het wapen en gaven het een laatste duw. De banden van de brancard zakten door toen de bom erop landde, maar alles bleef overeind. Rapp gooide er een deken overheen, waarna hij naar Maslick wees en toen naar de Globemaster. De voormalige Delta-soldaat sprong uit de helikopter en hielp de hospik de kernkop naar de deur van de laadruimte van het vliegtuig te duwen.
Rapp sloeg met zijn vlakke hand tegen de zijkant van de helikopter en leunde naar binnen. ‘Maak dat je wegkomt, Fred. En, als altijd, vergeet alles wat er gebeurd is.’
‘Heel graag,’ zei de piloot en hij zette een paar knoppen om boven zijn hoofd. ‘Zeg tegen Scott dat we voor hem duimen.’
Rapp rende naar het vliegtuig terwijl de duisternis viel en de helikopter in de snel donker wordende lucht opsteeg. De vier straalmotoren van de C-17 draaiden al en de klep van de laadruimte begon al omhoog te gaan. Rapp greep de rand en sprong erop. Binnen kwam hij op zijn voeten neer.
Hij negeerde Maslick en de hospik die de kernkop aan de wand probeerden vast te gespen en liep naar voren. Er zat een scheidingswand aan de voorkant van het vliegtuig en hij liep eromheen. Toen stond hij stil. Er waren vijf mensen met Coleman bezig. Er waren zuurstofslangen en infusen aangebracht en zijn kleren waren verdwenen. Bebloede doeken die waren gebruikt om hem genoeg schoon te maken om naar verborgen verwondingen te zoeken lagen op de vloer.
Rapp wist niet hoelang hij daar stond te kijken. Hoelang hij luisterde naar de stemmen die van dwingend naar wanhopig gingen en weer terug. De details van wat ze aan het doen waren en wat ze zeiden, ontgingen hem volledig.
Een scalpel weerkaatste het felle licht en Rapp zag hoe hij tussen Colemans ribben werd gestoken. Die lag daar maar, als een homp vlees.
‘Mitch?’
Rapp negeerde de stem achter hem en bleef kijken naar het medisch team dat met zijn vriend bezig was.
‘Mitch? Kennedy aan de telefoon voor je.’
Rapp draaide zich langzaam om naar Maslick, die schaapachtig een satelliettelefoon omhooghield.
Hij pakte hem niet aan, maar greep de man bij de keel en duwde hem achteruit de romp van het vliegtuig in. ‘Ik had je gezegd dat je die kernkop moest wegbrengen! Waren mijn orders niet duidelijk of ben je te stom om ze te begrijpen?’
‘Het spijt me,’ piepte Maslick, ondanks de druk op zijn luchtpijp. ‘Orders van mevrouw Kennedy. Zij stuurde ons terug.’
Rapp hoorde haar metalige stemmetje iets onverstaanbaars roepen uit de telefoon die aan zijn voeten lag. Het vliegtuig begon te taxiën en hij liet Maslick los, met een duw naar achteren. De ex-soldaat liep wankelend achteruit terwijl Rapp de telefoon opraapte.
‘Mitch!’ zei Kennedy. ‘Ben je daar? Mitch!’
‘Ik ben er.’
‘Joe ging terug op mijn uitdrukkelijke orders. Hij probeerde me nog tegen te spreken.’
‘Niet slim, Irene. De agenten waren zich aan het organiseren en we hadden geen idee hoe sterk ze waren. Ze hadden de heli kunnen neerhalen.’
‘Er was geen andere optie. Ik heb contact gehad met president Chutani, maar hij zei dat hij niets kon doen om ze terug te trekken. Generaal Shirani wilde niet eens met mij praten.’
‘Dan had je ons moeten achterlaten.’
‘Ik weet zeker dat Shirani van plan was een gevecht te forceren. Een filmpje van hoe jij een paar soldaten neerschiet voordat je wordt uitgeschakeld is precies wat hij nodig heeft om de anti-Amerikaanse elementen in Pakistan op te stoken. Het zou genoeg kunnen zijn geweest om het tij te keren in het nadeel van de burgerregering.’
Ze had waarschijnlijk gelijk, dat wist Rapp ook wel. Haar inzicht in de ingewikkelde machtsstructuren, van Washington tot Beijing tot Islamabad, was uniek. De kernkop was in veiligheid, hij leefde nog, en Coleman was in handen van de beste legerartsen ter wereld. Het hielp alleen niet. Zijn woede bleef toenemen.
‘Dus het ging om Pakistan. Niet om Scott en mij.’
‘Natuurlijk,’ zei ze. Ze nam niet eens de moeite om te proberen hem te overtuigen. ‘Ik beschouw jullie allebei als compleet overbodig.’
De wielen raakten de grond en de machines brulden toen het enorme vliegtuig tot stilstand kwam. Rapp kwam niet overeind van zijn brits die aan de binnenzijde van de romp was bevestigd. Hij keek zwijgend toe hoe Coleman, doodstil en omringd door zijn medische team, uit het vliegtuig werd gerold.
Het was niet hun geplande bestemming in Europa. De dokters hadden hem gezegd dat Coleman het niet lang genoeg zou uithouden om die te bereiken. Deze Amerikaanse luchtmachtbasis in Afghanistan was de dichtstbij gelegen plaats met de medische voorzieningen die ze nodig hadden.
Hij bleef zitten en staarde naar de wand voor hem, tot een kolonel van de luchtmacht de open laadklep op kwam lopen.
‘Wie heeft er hier de leiding?’
Toen Rapp niet reageerde, wees Maslick voorzichtig in zijn richting.
‘Wie ben jij in godsnaam?’ zei de man. Hij zette zijn handen in zijn zij en ging voor Rapp staan. ‘Ik kreeg een telefoontje dat er een vliegtuig aankwam met een medisch noodgeval aan boord. Niets over in wiens opdracht, waar het vandaan kwam, wie aan…’
Opeens zweeg hij en het was duidelijk waarom. De deken was van de kernkop die links van hem op een brits was gebonden gegleden.
‘Wat breng je in vredesnaam naar mijn basis?’
‘Niets om je zorgen over te maken,’ zei Rapp ten slotte. ‘Je hoeft alleen maar te garanderen dat mijn man de beste verzorging krijgt en dat je mij zo snel mogelijk op een vlucht naar de VS zet.’
Met een uitdrukking van walging op zijn gezicht bekeek de militair Rapps vuile kleren, lange haar en volle baard. ‘CIA,’ bracht hij uit. ‘Fuck you. Je loopt niet zomaar mijn basis op om de lakens uit te delen.’
‘Hoor eens, kolonel. Ik ben kapot en we weten allebei dat het toch zo zal gaan als ik wil. Waarom gaan we niet meteen over op dat gedeelte?’
‘Je hebt wel zelfvertrouwen, dat moet ik toegeven. Waarom denk je eigenlijk dat het zo zal gaan als jij wilt?’
‘Omdat ik een kernkop bij me heb.’
De man wierp weer even een snelle blik op het wapen. ‘Maar waar komt die vandaan en waar ga je ermee naartoe? Want je betrekt mij niet bij een of andere CIA-operatie zonder de benodigde papieren.’
Rapp schrok ervan dat hij werkelijk overwoog de man te doden. En niet op een vage, theoretische manier. Hij keek naar een grote moersleutel die tegen de romp was bevestigd en verbeeldde zich dat hij de officier de schedel ermee insloeg.
‘Oké, kolonel,’ zei hij. Hij liet het idee met tegenzin varen. ‘Laten we dan zorgen dat je je volmacht krijgt.’
Hij trok zijn neus op. ‘Wat? Van Irene Kennedy? Ik werk niet voor haar.’
De woede schoot over Rapps gezicht en Maslick kwam naderbij, klaar om in te grijpen. De Delta-soldaat verstrakte toen Rapp zijn hand uitstrekte naar iets achter zich, maar ontspande toen er niets dodelijkers tevoorschijn kwam dan een telefoon.
‘De president? Is dat voldoende?’
‘Bullshit,’ zei de man. ‘Jullie van de CIA zijn allemaal hetzelfde. Jullie doen maar en hangen verhalen op over hoe het Witte Huis aan jullie lippen hangt. Ik loop al veel te lang rond om daar nog in te trappen.’
Rapp zette zijn telefoon op de speaker en toetste een nummer in van een privétoestel op 1600 Pennsylvania Avenue.
‘Het Witte huis. Waar kan ik u mee van dienst zijn?’
‘Kunt u mij doorverbinden met het Oval Office, alstublieft?’
‘Ik verbind u door.’
De nog altijd naamloze luchtmachtkolonel begon er wat onzeker uit te zien.
‘Oval Office.’
‘Gloria, dit is Mitch. Is hij beschikbaar?’
‘Hij is in bespreking met de vicepresident. Zal ik even om de hoek kijken of het kan?’
Rapp keek vragend naar de man voor hem, die heftig van nee schudde.
‘Nee, zo belangrijk is het nou ook weer niet.’
‘Moet hij terugbellen als hij klaar is?’
Weer schudde de man van nee.
‘Nee, ik spreek hem wel als ik terug ben. Dank je wel!’
Tegen de tijd dat hij de verbinding had verbroken, was de anonieme kolonel al onderweg naar de uitgang.
‘Snel vervoer,’ riep Rapp hem na.
‘Ik ga op zoek naar het dichtstbijzijnde vliegtuig en zorg dat het hierheen komt,’ antwoordde hij zonder om te kijken. Even later was hij verdwenen over de landingsbaan.
‘Een behulpzame vent,’ zei Maslick.
Rapp stond op. ‘Sluit dit vliegtuig af. Niemand komt erin of gaat eruit tot we klaar zijn om die kernkop te vervoeren. Ik ben over twintig minuten terug.’
Rapp had een hekel aan de geur van ziekenhuizen. Het was een benauwde, antiseptische stank die hij had leren associëren met mislukking en verlies. Hij liep naar een grote ontvangstbalie en keek naar de vrouw in een kraakhelder luchtmachtuniform die erachter zat. ‘Neem me niet kwalijk, mevrouw. Een van mijn mannen is hier zojuist binnengebracht.’
Haar wenkbrauwen gingen iets omhoog. ‘Bent u de man die onze commandant zo opjutte?’
Nieuws verplaatste zich snel op militaire bases. ‘Ja.’
‘Gefeliciteerd. Niemand wist dat hij zo hard kon lopen,’ zei ze en ze schoof een klembord naar hem toe. ‘Jullie man had geen naambordje of kenmerken. Kunt u ons zijn gegevens geven?’
‘Natuurlijk,’ zei Rapp. ‘Hoe gaat het met hem?’
‘Ze zijn aan het opereren.’
‘Sorry, maar dat vroeg ik niet.’
‘Dat weet ik.’
Rapp knikte om aan te geven dat hij het begreep en pakte het klembord op. ‘Is er een plaats waar ik dit kan invullen? Ergens waar ik alleen ben?’
‘We hebben een kapelletje verderop aan de rechterkant. Niets bijzonders, maar ik denk niet dat er iemand binnen is.’
Hij volgde haar aanwijzingen, duwde een stel dubbele deuren open, gooide het klembord in de prullenbak en belde Irene Kennedy.
Hij dacht aan de dood van zijn vrouw en zijn ongeboren kind. Aan zijn broer, die hij meer dan een jaar niet had gezien. Aan zijn oude vriend Stan Hurley, die nog maar een paar weken geleden in zijn armen was leeggebloed.
En nu Scott.
De telefoon ging over. Kennedy nam vrijwel onmiddellijk op. ‘Hoe gaat het met hem?’
‘Niet goed. Ze zijn aan het opereren.’
‘En de kernkop?’
‘Joe let erop. Ik heb om transport gevraagd.’
‘Je wilt hem nog altijd hierheen brengen?’
‘We willen al heel lang meer weten over de nucleaire technologie in Pakistan. Dit is misschien wel onze laatste kans.’
Ze reageerde niet.
‘Dus je bent het er niet mee eens?’
‘Nee, maar ik ondervind veel tegenwerking van de Pakistanen. Ze weten dat we hem hebben en ze willen hem terug.’
‘Bell Chutani.’
‘Hij is een van degenen die tegenwerkt.’
‘Onzin. Hij zou dood zijn als ik er niet was geweest en die kernkop zou achter in een vrachtwagen liggen, samen met een stelletje terroristen.’
‘Ja, maar hij is nog altijd de president van Pakistan en hij probeert die macht vast te houden. Shirani kan dit tegen hem gebruiken.’
‘Hou hem dan aan het lijntje. We hebben hem de komende maand nog niet nodig. Ik lever hem af bij Craig en zeg hem dat zijn techneuten er vierentwintig uur de tijd voor hebben om er zoveel informatie als mogelijk is uit te halen.’
‘Dit is niet het wegkapen van een of andere ISI-soldaat of het hacken van een van hun computers, Mitch. Dit is een kernwapen. Wat moet ik tegen ze zeggen?’
‘Dat het feestdagen waren. Dat mijn vliegtuig geen brandstof meer had. Of misschien dat als ze niet willen dat we hem in beslag nemen, ze er niet mee moeten rondrijden in vrachtwagens met groenten en fruit.’
‘Ik heb president Alexander op de hoogte gebracht en hij heeft zijn toestemming gegeven, maar hij stelde vragen die ik moeilijk kon beantwoorden. We weten dat ze kernwapens hebben. We weten ook dat ze functioneren. Hoeveel zijn de details ons waard?’
Rapp zuchtte diep. ‘Er klopt hier iets niet, Irene. Er is iets wat wij niet begrijpen.’
‘Waarom zeg je dat?’
‘Een Russische crimineel die samenwerkt met ISIS, om te beginnen. Waarom?’
‘Om jou uit de weg te krijgen, zodat ze een kernwapen te pakken kunnen krijgen. Nu de voormalige generaals van Saddam Hoessein de baas beginnen te spelen, worden de tactieken van ISIS moderner. Ze hebben geld en het is niet zo gek om aan te nemen dat ze dat gebruiken om huurlingen van buitenaf in te huren.’
‘Maar onze informatie was dat de mensen die erop uit waren deze bom te pakken te krijgen niet van ISIS waren. Ze waren van al Badr. Die twee groepen hebben niet veel met elkaar te maken.’
‘Mee eens.’
‘En dan… wat er met Scott is gebeurd.’
‘Wat is er precies gebeurd? Is hij in een hinderlaag gelokt?’
‘Niet zoals jij denkt. Het was één vent.’
‘Eén vent? Weet je het zeker?’
Rapp liet zich op een bankje vallen. ‘Heel zeker. En deze kerel ging dwars door hem heen, alsof hij er niet was.’
‘Dat lijkt onmogelijk.’
‘Dat zou ik ook zeggen als ik het niet met mijn eigen ogen had gezien.’
‘Heb je een beeld van hem kunnen krijgen?’
‘Vaag.’
‘En?’
‘Blanke vent, ongeveer mijn grootte. Donker haar, halverwege de dertig. Iets getinte huid.’
‘Herkende je hem niet?’
‘Nee.’
Ze zweeg even, terwijl ze nadacht over wat haar werd verteld. Het aantal mensen dat een confrontatie met Scott Coleman zou kunnen navertellen was ongelooflijk klein. Maar om dat ook nog met gemak te doen? Als er iemand van die statuur ergens rondliep, hoe kon het dan dat Mitch Rapp hem nooit was tegengekomen?
‘Hoor eens, Irene. Iemand als hij werkt niet voor de maffia en hij neemt ook geen opdrachten aan van een stelletje halfbakken terroristen. Sterker nog, hij werkt helemaal niet in opdracht van iemand, anders had ik wel van hem gehoord.’
‘Maar je denkt wel dat hij belangrijk is.’
‘Mijn gevoel zegt dat als we hem kunnen vinden, we het antwoord hebben op dit hele vraagstuk.’
‘Het antwoord? Of een doelwit om wraak op te nemen?’
Rapp negeerde haar antwoord. ‘Ik denk dat de kans vijfenzeventig procent is dat hij naar boven is komen drijven via een stevig speciale-operatiesprogramma. Dat maakt het waarschijnlijk dat hij Europees is. En omdat de Russen hier toch al stevig bij betrokken lijken te zijn, zou ik daar beginnen.’
‘En de andere vijfentwintig procent?’
‘Hij kan getraind zijn door de operatiesector van een van de inlichtingendiensten, net als ik.’
‘We hebben niet veel om mee te werken, Mitch. Blanke topsoldaten, halverwege de dertig, daar zijn er nogal veel van.’
‘Nog één ding kan ik aan zijn profiel toevoegen, Irene. Deze vent is een atleet. Misschien is hij in zijn jonge jaren met de wedstrijdsport gestopt, maar is hij op een bepaald moment opgevallen.’
‘Oké, getalenteerde blanke mannen in hun tienerjaren die in een of ander land een bepaalde sport beoefenen. Helpt niet echt.’
‘Ja, maar ondertussen weten we ook dat de Russen erbij betrokken zijn. Dus ik zou beginnen bij het atletiekprogramma van de voormalige Sovjet-Unie. De records staan nog steeds overeind en mensen die erin gewerkt hebben zijn nog steeds in leven. Misschien hebben we geluk.’