Hoofdstuk 27

In de buurt van Bhakkar, Pakistan

Deze keer zat Rapp in de linkerstoel van de Gulfstream G550 van de CIA. De onderhandelingen om deze ontmoeting voor elkaar te krijgen hadden niet veel tijd in beslag genomen, maar waren moeizaam verlopen. De president van de Verenigde Staten had gedreigd zijn politieke invloed te gebruiken om elke cent aan buitenlandse hulp aan Pakistan stop te zetten. Irene Kennedy had op haar beurt een aantal subtielere dreigementen ingezet waarin het huisadres van generaal Shirani en een nieuw type drone een rol speelden.

Geen enkele onderhandeling was echter eenzijdig en de Verenigde Staten hadden ook moeten inleveren. Jammer genoeg was het eerste wat opgeofferd werd Rapps team geweest. Shirani had duidelijk gemaakt dat hij ervandoor zou gaan als Rapp niet alleen kwam. Het was nog net gelukt hem een piloot te gunnen, maar Rapp had besloten dat hij in plaats van iemand die handig was met vliegen liever Joe Maslick meenam, die nu zenuwachtig in de stoel van de copiloot zat.

Nog afgezien van Rapps twijfelachtige vaardigheid om de G550 veilig te besturen, was de landingsbaan die zich beneden hen uitstrekte niet het rustige, verlaten veld waar zij de voorkeur aan zouden hebben gegeven. Ze zetten de landing niet in te midden van een paar weg wapperende plastic zakken en een kudde geiten, maar boven een landingsbaan die krioelde van de soldaten.

‘Het lijken er wel zo’n tweehonderd te zijn,’ zei Maslick. Hij tuurde met een verrekijker door de voorruit. ‘Honderd ten westen van de landingsbaan en honderd ten oosten ervan. Tanks, artillerie en vaste machinegeweerinstallaties, als opwarmertje. Het lijkt erop dat ze de landingsbaan als een soort gedemilitariseerde zone gebruiken.’

‘Kun je zien wie wie is?’

‘Uitgaande van de uniformen heb je de mannen van Shirani aan de westkant. De presidentiële garde van Chutani staat aan de oostkant, in de rug gedekt door de enige vier gebouwen die nog overeind staan. Onze informatie klopt. Ze zien eruit alsof ze in geen twintig jaar zijn gebruikt, maar ze zijn nog stevig genoeg om dekking te bieden als iedereen begint te schieten.’

‘Luchtdoelraketten?’

‘Niet zichtbaar, maar we weten dat ze ze hebben. Als de vlam in de pan slaat, kunnen we waarschijnlijk beter van het vliegtuig weg rennen in plaats van ernaartoe.’

Rapp duwde de stuurknuppel naar voren en zette de landing in, terwijl Maslick de tegenpartij bleef observeren. Ze waren nog maar een paar honderd meter boven de grond toen Maslick langs zijn verrekijker naar Rapp keek.

‘Mitch. Je zit te hoog.’

Rapp negeerde hem.

‘Mitch. Serieus. Je zit te hoog, verdomme. We schieten over de landingsbaan heen.’

‘Wil jij sturen?’

‘O shiiiit!’ was Maslicks antwoord. Hij zette zijn voeten tegen het instrumentenpaneel voor zich om zich schrap te zetten.

Het landingsgestel klapte op de landingsbaan toen ze die al voor twee derde waren gepasseerd. Rapp remde en liet de motoren tegenblazen, maar ze hadden nog een snelheid van ruim twintig knopen toen ze aan het eind van de landingsbaan van de betonnen baan af sprongen en in de door de zon gebakken modder erachter terechtkwamen. Het vliegtuig sprong wild over het ruwe terrein terwijl Rapp zijn uiterste best deed om te voorkomen dat de vleugels de grond raakten en ze met een radslag de woestijn in zouden rollen. Uiteindelijk kwamen ze tot stilstand in een stofwolk die dicht genoeg was om de zon te verduisteren.

‘Ik zei toch dat we te hoog zaten!’ zei Maslick. ‘Waarom trok je niet op om de landing opnieuw in te zetten?’

‘Waar zijn we?’ vroeg Rapp. Hij zette rustig de motor uit.

‘Wat? Waar heb je het in vredesnaam over?’

‘Eenvoudige vraag, Mas. Waar zijn we?’

De voormalige Delta-soldaat dacht even na en toen verscheen er een glimlach op zijn gezicht. ‘Niet geparkeerd tussen tweehonderd kerels met schietgrage vingers?’

Rapp gebaarde naar achteren. ‘Begin met het losmaken van dat ding en laten we dit snel afhandelen.’

Toen Rapp op de woestijngrond sprong, was de stofnevel net voldoende opgetrokken om te zien dat er een zwarte SUV, gevolgd door een enkel gepantserd voertuig, met hoge snelheid op hen af reed. Ze kwamen slippend tot stilstand, en uit elk voertuig stapte één man. De eerste was een kapitein van de Black Storks, een eenheid voor speciale operaties van generaal Shirani. De ander was een lid van de elitegarde van president Chutani. Ongetwijfeld was elk detail van deze operatie, ook wie naar het vliegtuig toe zou gaan, zorgvuldig uitonderhandeld door de twee mannen die streden om de macht in Pakistan.

‘Heb je de kernkop die je van ons hebt gestolen bij je?’ vroeg de soldaat op eisende toon. De man van Chutani nam een iets respectvollere houding aan.

‘Hier is ie,’ zei Maslick en hij rolde het ding naar de deur van het vliegtuig. ‘Veel plezier ermee.’

Hij gaf het een flinke schop en het viel de paar meter naar de grond omlaag met een dreigend geluid dat beide mannen verschrikt achteruit deed springen.

‘Laad het in,’ zei Rapp en hij ging op de passagiersstoel van de SUV zitten. De airco stond aan en hij richtte de ventilatoren op zich. De twee mannen keken elkaar onzeker aan. Uiteindelijk moesten ze wel samenwerken om de kernkop op het legervoertuig te sjorren. Rapp zette de radio aan en zocht naar een zender die hem beviel terwijl zij het gevaarte met moeite in de laadbak hesen.

Het duurde precies tien minuten voor de bezwete Chutani-man in de auto stapte en achter het stuur plaatsnam. Hij startte de motor en reed als eerste weg. Maslick keek toe vanuit de open deur van de G550.

‘Ons was niet verteld dat jullie op deze manier zouden landen,’ zei de man nerveus.

‘Wind,’ loog Rapp.

Hij had Saad Chutani’s leven gered en zijn belangrijkste rivaal bij ISI uitgeschakeld, maar Rapp vertrouwde hem nog steeds niet. Net als alle Pakistaanse politici sloot hij een verbond met de Verenigde Staten als hem dat uitkwam. Zodra dat niet langer het geval was, keerde hij zich echter sneller tegen zijn westerse weldoener dan de idioten in Washington zich konden voorstellen.

‘Is alles klaar?’ vroeg Rapp.

‘Ja. Zoals we hebben besproken.’

Ze reden tussen beide strijdkrachten door en stopten uiteindelijk bij een laag stenen gebouw met een dak dat eruitzag alsof het op het punt van instorten stond. Rapp stapte uit, waarbij hij erop lette geen plotselinge beweging te maken die een van de honderd soldaten die hun geweer op hem gericht hielden aan het schrikken zou maken.

Er kwamen twee mannen uit de enige deur die het gebouw bezat en een majoor van het leger gebaarde dat Rapp zijn armen omhoog moest houden. Hij gehoorzaamde en liet zich grondig fouilleren. Toen de soldaat tevreden was, deed een van Chutani’s mannen het hele proces nog eens dunnetjes over. De president wilde niemand het idee geven dat hij het op een akkoordje gooide met de Amerikaanse CIA, een organisatie die binnen Pakistan op net zoveel waardering kon rekenen als Satan himself.

Ze gingen naar binnen, waar het proces nog eens werd herhaald door nog twee mannen. De eerste was herkenbaar als een van Shirani’s meest vertrouwde adviseurs, een voorbeeldig soldaat met een indrukwekkend lichaam, hoewel hij inmiddels ruim boven de zestig was. Hij maakte zich er niet gemakkelijk vanaf, liet zelfs zijn vingers langs de binnenkant van Rapps broeksband glijden en stond erop dat hij zijn schoenen uitdeed zodat die ook konden worden gecontroleerd.

Chutani’s man was uit ander hout gesneden. Hij was begin twintig en zo mager dat het leek op een lichte vorm van ondervoeding. Zijn huid was getaand door een leven onder de Pakistaanse zon, maar zijn kortgeknipte haren en onberispelijke uniform maakten zijn uiterlijk respectabel genoeg om door te gaan voor een jonge officier.

Eigenlijk was Raza Khan een uiterst begaafde zakkenroller die Chutani niet meer dan vijftien uur daarvoor uit de gevangenis had gehaald. Hij had de keus gekregen een kleine dienst te bewijzen in ruil voor zijn vrijheid of zijn veroordeling van vijf jaar in de doodstraf te zien veranderen. Hij had blijkbaar geen moeite gehad met de beslissing.

Khan begon Rapp te fouilleren. Hij begon boven en werkte omlaag. Shirani’s man keek oplettend toe. De jonge crimineel deed zijn reputatie eer aan. Meer dan dat. Als Rapp het niet had verwacht, zou hij misschien zelf niet gemerkt hebben dat de kleine Glock 39 onder zijn hemd gleed, achter de tailleband die de man van Shirani net nog had gecontroleerd.

‘Zijn we klaar?’ vroeg Rapp, toen Khan een stap achteruit deed.

De zakkenroller knikte en opende een deur aan de achterkant. Hij gebaarde dat Rapp naar binnen moest gaan.

De kamer had geen ramen en was volstrekt leeg, afgezien van de twee mannen die zwijgend elk aan een kant van de ruimte stonden. President Saad Chutani was een lange, indrukwekkende figuur met scherpe ogen en een kostuum dat op wonderbaarlijke wijze gevrijwaard was gebleven van het stof dat zijn land overal bedekte. Generaal Umar Shirani was kleiner en zijn uniform zat strak om zijn buik gespannen. Hij droeg de grote snor die zo geliefd was bij de militaire elite van Pakistan en er liep een opvallend litteken over zijn wang – een herinnering aan de oorlog tussen Pakistan en India in 1971.

Geen van beide mannen bewoog. Ze wilden duidelijk niet dichter in elkaars buurt komen dan strikt noodzakelijk was.

Shirani sprak als eerste. ‘Heb je het bezit van mijn land teruggebracht?’

‘Ja,’ antwoordde Rapp. ‘Voor wat het waard is.’

De soldaat kneep zijn ogen tot spleetjes. Hij probeerde te begrijpen wat Rapp zojuist gezegd had. ‘Is dat weer een dreigement? Want als je ons niet gelooft, kunnen we…’

‘Generaal,’ sprak Chutani sussend, ‘voor we direct conclusies trekken… laten we Mr. Rapp eerst om uitleg vragen.’

‘Graag. Die bom is nep. Er is geen brandstof.’

‘Waar heb je het over?’ zei Shirani. ‘Je…’

‘De houder waarin de splijtstof van de bom had moeten zitten is nep,’ zei Rapp. Hij viel hem in de rede.

‘Dat hebben jullie gedaan!’ riep Shirani en hij wees met een beschuldigende vinger. ‘Jullie hebben ons wapen gestolen en het gesaboteerd! En nu probeer je het leger de schuld te geven. Je wilt mij in diskrediet brengen. Mijn leiderschap ondermijnen!’

‘Tegen wie denk je dat je het hebt, generaal? Schuif me geen dingen in de schoenen waarvan we allebei weten dat ik er niets mee te maken heb.’

‘Mijn mensen zagen geen terroristen in Faisalabad. Alleen jullie mensen en jullie helikopter. Je vraagt je af waarom we ons arsenaal regelmatig verplaatsen? Juist daarom. Vanwege de CIA, die onze mensen doodt en de mogelijkheid onszelf te verdedigen vernietigt.’ De oudere soldaat wendde zich tot Chutani. ‘Je hebt een grote fout gemaakt toen je je met deze man verbond. Het volk van Pakistan wil niet dat hun land vanuit Washington wordt bestuurd. We zijn een trots…’

Rapp vloog op hem af, sloeg zijn arm om zijn keel en drukte hem tegen de muur. De generaal was ooit een formidabele vechtjas geweest, maar had de afgelopen twintig jaar weinig meer gedaan dan op zijn billen zitten. Deze luxueuze levensstijl zorgde ervoor dat hij alleen zonder veel effect in Rapps richting uithaalde.

Rapp greep de soldaat met zijn vrije hand bij zijn haren en trok hem omlaag, naar de grond. Even later drukte hij de Glock tegen Shirani’s voorhoofd.

‘Jij…’ stotterde de generaal. ‘Mijn strijdkrachten staan buiten. Je kunt mij niet doden.’

‘Zou je je leven daarom willen verwedden?’

‘Je sterft direct na mij. Dat doe je niet. Amerikanen zijn lafaards.’

Rapp greep de mouw van de generaal en rukte die van zijn uniform. De man verzette zich, maar kon niet voorkomen dat Rapp de gesteven lap stof in zijn mond propte.

‘Mitch,’ waarschuwde Chutani achter hem. Hij klonk angstig. ‘Misschien moet je…’

‘Houd je mond,’ zei Rapp zonder om te kijken. ‘Hier heb je voor getekend.’

Stomme politici. Ze waren allemaal hetzelfde. Keihard als ze van een afstandje bevelen uitdeelden. Maar als er bloed dreigde te vloeien en hun dure pak ermee bevlekt dreigde te raken, dan deinsden ze terug.

‘Hoeveel?’ zei Rapp en hij trok de mouw uit de mond van de generaal.

‘Wat? Ik weet niet wat je…’

De mouw ging er weer in en Rapp greep de man bij zijn ringvinger, die hij bij het middelste kootje brak. Het geluid van brekend bot klonk verrassend luid in dit betonnen hok. Shirani gilde door zijn mondprop heen, maar Rapp haalde die er niet direct uit. Het was beter om de pijn even in te laten werken.

Kennedy was er steeds vaster van overtuigd dat de splijtstof uit meer dan alleen de kernkop die Craig Bailer had bekeken was gehaald. En Rapp kon niet geloven dat Shirani geen idee had van terroristische groeperingen die met zijn kernwapens knoeiden. De man was een klootzak en een sukkel, maar geen complete idioot. Als hij ook maar een kleine aanwijzing had gekregen dat er met zijn arsenaal werd gesjoemeld, dan had hij opdracht gegeven tot een uitgebreid onderzoek.

‘Van hoeveel kernkoppen is de splijtstof verdwenen?’ herhaalde Rapp. Hij haalde de mouw er weer uit.

‘Ik weet niet…’

Hij stopte de mondprop er weer in en greep Shirani’s wijsvinger. Hij moest er een beetje vaart in brengen. De Pakistaan had meer vingers dan Rapp tijd had.

‘Mitch…’ zei Chutani. ‘Misschien weet hij het echt niet. We…’

‘Mond houden, zei ik!’

Rapp trok de mondprop er weer uit. De man kokhalsde. Hij had ongetwijfeld ergere dingen gedaan met mensen die hem in de loop der jaren hadden tegengewerkt. Te oordelen naar de blik in zijn ogen beviel het hem slecht om eens aan de kant te staan waar de klappen vielen.

‘Je kunt dit laten ophouden, generaal. Hoeveel?’

‘Zes!’ bracht hij uit. ‘Het zijn er zes, die van jullie meegerekend.’

‘Wie is verantwoordelijk?’

‘Dat weten we niet. Ik heb de ISI er niet bij gehaald, dus we doen intern onderzoek. Geen Taliban. Dat weten we. Mijn mensen verdenken ISIS. We weten niet veel van hen.’

‘Waar zijn ze? Waar zijn de kernkoppen waarmee geknoeid is?’

‘We hebben ze naar een nabijgelegen raketfabriek gebracht om ze te onderzoeken.’

Rapp drukte de loop van het geweer harder tegen Shirani’s voorhoofd.

‘Nee! Ik heb je gezegd wat je wilde weten. Als je mij doodt, komen jij en Chutani nooit levend langs mijn mannen.’

‘Je had nooit mogen goedvinden dat Chutani’s mensen de oostkant van de landingsbaan kozen, generaal. Ik heb vijf drones die daarboven rondvliegen en zij zullen jouw manschappen onder vuur nemen terwijl de mannen van de president achter de gebouwen dekking zoeken. Het is alleen een kwestie van de rotzooi opruimen.’

Dat verhaal was maar voor een deel waar. De drones waren er, maar Rapp had geen idee of de kapotte gebouwen opgewassen waren tegen de vuurstorm die zij konden ontketenen.

‘Het kan ook anders gaan,’ zei Rapp.

‘Hoe dan?’

‘Jij brengt mij naar die kernkoppen en neemt ontslag.’

‘Dat doe ik niet.’

‘Wees niet zo dom, generaal. Hoeveel bezit je? Honderdtwintig miljoen dollar bij elkaar gesprokkeld op rekeningen over de hele wereld? Neem je familie en je maîtresses mee naar Londen. Koop een mooi huis en leef het goede leven. Of sterf hier. Nu. In dit gat.’

Shirani keek naar de president. ‘Weet je het zeker? Weet je zeker dat je positie sterk genoeg is om de reactie van het leger te weerstaan?’

Chutani schudde zijn hoofd. ‘Ik weet het niet zeker, Umar. Maar jij bent de controle over onze kernwapens kwijtgeraakt en hebt wapenwaardig plutonium in handen van fanatici laten vallen. Dit moet hoe dan ook stoppen. Ons land en ons arsenaal moeten onder een verantwoordelijk burgerbestuur komen. Als we allebei hier sterven in een poging dat te verwezenlijken, dan moet dat maar.’