Hoofdstuk 11
‘De Amerikaanse scout heeft de vrachtwagen gezien en volgt te voet.’
Grisja Azarov reageerde niet op de stem die door zijn oortje klonk, maar stapte door het verlaten fabrieksgebouw. Drieëntwintig meter. Hij berekende hoeveel tijd het hem zou kosten om vanuit stand die afstand te overbruggen en richtte zijn aandacht toen op een enorme industriële machine die een zijde van de ruimte domineerde.
‘Ik herhaal. De Amerikaanse scout heeft de vrachtwagen gezien en volgt te voet.’
Azarov activeerde zijn microfoon terwijl hij een ander deel van het gebouw uit stapte. ‘Begrepen. Zeg de chauffeur dat hij een andere richting neemt.’
Hij stond stil en liet de ruimte om zich heen op zich inwerken – de ontmantelde machines die stonden te roesten, de restanten van een kantoor met glazen wanden in het midden, de bergen afval die waren achtergebleven.
Hij wist niet wat er gemaakt was of wanneer de productie was stilgelegd. Hij wist niet of de chauffeur van de vrachtwagen die nu onontkoombaar zijn kant op kwam een islamitische fanaticus was, of een getrainde militair of een onschuldige transporteur van groenten en fruit. Hij kende de omgeving nauwelijks, wist niet hoe druk het verkeer was op dit moment van de dag en hoe sterk de plaatselijke politie-inzet was. Hij moest maar aannemen dat die details voldoende waren bestudeerd en vertrouwen op Kroepins waarnemers die hem op de hoogte hielden van de locatie van de man met wie hij spoedig een gevecht op leven en dood zou leveren.
Azarov liep naar de voet van een kraan die omhoog rees tot aan het plafond en nam hem goed in zich op. Daarna richtte hij zijn blik op een groepje Arabische mannen die achter in het gebouw bij elkaar zaten. Wat ze daar precies deden was hem niet meegedeeld. Hij wist alleen dat ze er niet waren om zijn rug te dekken. Te oordelen naar hun aantal en wat ze bij zich hadden, leek het erop dat het hun taak was iets uit de weldra arriverende vrachtwagen te laden. Er bestond, hoewel dat nooit met zoveel woorden was besproken, weinig twijfel over dat het voorwerp in kwestie een van de kernkoppen zou zijn die roekeloos door Pakistan werden vervoerd.
Azarov voelde zijn hart bonken in zijn borstkas en hoorde het bloed in zijn oren ruisen. Normaal gesproken steeg zijn hartslag nauwelijks gedurende operaties – het resultaat van jaren fysieke en psychologische training. Maar dit was geen gewone operatie. De door ISIS beschikbaar gestelde terroristen en het gebrek aan informatie zorgden voor een onverdraaglijke onvoorspelbaarheid. De potentiële aanwezigheid van een kernkop maakte dat de gevolgen van de actie veel groter konden zijn dan waar hij ooit mee te maken had gehad. En ten slotte was er Mitch Rapp.
Het hele scenario was waanzin. Hij zou deze confrontatie maandenlang persoonlijk moeten hebben voorbereid: door de straten hebben gelopen, vluchtroutes hebben uitgestippeld, Rapps radioversleuteling hebben gekraakt. Hij zou de legendarische CIA-agent in een val hebben moeten laten lopen die hem zou hebben afgesneden van zijn achterban en hem tegenover een overweldigende overmacht zou hebben geplaatst.
En hier stond hij dan, in zijn eentje, in een gebouw dat hij niet kende, gewapend met een pistool met slechts één reservemagazijn.
Natuurlijk zou Maxim Kroepin zeggen dat het onmogelijk zou zijn om een uitgewerkt plan op te stellen zonder dat de Amerikanen het merkten. Dat Azarov onnodig terughoudend was. Die bezwaren klonken echter als holle frasen. Want in werkelijkheid waagde Maxim Kroepin zich aan iets wat zo duister was dat hij zelfs niet het kleinste risico wilde lopen om te worden ontdekt.
En zo bleven er nog meer verontrustende vragen over.
Natuurlijk zouden de moslims zonder verdere plichtplegingen worden geëxecuteerd als ze hun opdracht hadden uitgevoerd. Maar hij? Azarov ging ervan uit dat hij dan nog altijd het vertrouwen van de Russische president zou hebben, maar het zou dom zijn om zich daar al te sterk aan vast te houden. Marius Postan was een van Kroepins meest onvervangbare mannen geweest en hij rustte nu op de bodem van de Arabische Zee.
De radio kwam weer tot leven, deze keer was het een onmiskenbaar Britse stem. Een van die idioten die hun wereld hadden verlaten om in een barbaarse oorlog te vechten die hun niet aanging. ‘Drie mannen op motorfietsen verlaten de winkel aan de Jaranwala. Eén gaat er naar het Kanaal en de andere naar de Jhang. Ze zullen de vrachtwagen naar schatting over vijf minuten bereiken. De derde Amerikaan gaat in noordwestelijke richting.’
Azarov knikte zwijgend. De mannen die bij de vrachtwagen zouden samenkomen zouden Mitch Rapp en Scott Coleman moeten zijn. Ze zouden moeten improviseren als ze ontdekten dat hij zijn route had verlegd. De derde man was Joe Maslick, vroeger van Army Delta. Hij was nog maar voor negentig procent hersteld van een recente schouderblessure, dus het was een logische beslissing om hem naar de helikopter te sturen die de CIA aan de rand van de stad had klaarstaan.
Azarov haalde zijn wapen uit zijn holster en controleerde het voor de laatste keer. Rapp zou hier spoedig zijn.