Hoofdstuk 47
Al-Shirqat
Irak
‘Shit!’ riep Rapp terwijl hij naar het display van de telefoon keek. Hij had geprobeerd Kennedy terug te bellen, maar nu was de verbinding helemaal weggevallen. Naar zijn berekeningen acht uur nadat die was teruggekomen.
‘Is alles goed?’ vroeg Laleh, die net uit de keuken kwam. De afgelopen uren had ze alle maaltijden van Eric Jesems verzameling klaargemaakt en alles met een frustrerend fatalistisch genot geproefd.
‘Ze blokkeren het signaal weer.’
‘O, dat,’ zei ze nonchalant. ‘Ik heb net jambalaya klaargemaakt. Het is niet zo lekker als de rijst met kip, maar je moet het echt eens proeven.’
Het was moeilijk van haar gezicht af te lezen hoe ze zich voelde. Het appartement was schemerig geworden nu de zon onderging, en haar gezicht ging schuil in de schaduw van haar donkere haar.
‘Ik wilde een ontsnapping voor je regelen, Laleh. Maar het zal niet lukken.’
‘Nee. Natuurlijk niet.’
‘Het is tijd dat je hier weggaat,’ zei hij terwijl hij de telefoon naar haar toe hield. ‘Ga naar je broers en zeg dat ze je naar het oosten moeten brengen, naar de Iraanse grens. Daar heb je de meeste kans op verbinding. Als het lukt moet je het laatst gebelde nummer opnieuw bellen, en de vrouw die je aan de lijn krijgt vertellen wie je bent. Zij zal je helpen.’
‘Mijn broers gaan niet weg. Ze zijn niet zo sterk als jij, maar ze kunnen nog altijd vanuit hun huis vechten.’
‘Ga daar dan naartoe en blijf bij hen.’
‘Ik heb toch gezegd dat het te gevaarlijk voor hen is als ik daar ben?’
‘Het zal nog erger zijn als je het niet doet. Dan zullen ze opnieuw proberen je te redden. En neem het van mij aan: ze zijn niet geschikt voor zulk werk.’
‘Ik ben tweeëntwintig jaar en geen maagd meer. Ik ben niet meer waard dan een pakje sigaretten. Maar ook al was ik het wel, dan denk ik nog steeds niet dat het opnieuw zal gebeuren. Nee. Deze keer zullen er geen reddingspogingen komen.’
Rapp wist dat ze gelijk had. De veilingmeester die ze bijna blind had gemaakt, zou haar meenemen en op de pijnlijkst mogelijke manier vermoorden.
‘Ga dan gewoon weg. Je kunt beter sterven in een poging jezelf te redden dan te gaan zitten wachten tot de dood je komt halen.’
Ze had een prachtige glimlach, zelfs in het halfdonker. ‘Een vrouw alleen? Jij kent dit land net zo goed als ik, Mitch. Het is onmogelijk.’
‘Niets is onmogelijk, Laleh.’
‘En hoe zou jij mijn afwezigheid verklaren?’
‘Ik verzin wel iets.’
‘Je zou kunnen zeggen dat ik ontsnapt ben, maar dat gelooft Mustafa nooit. En als hij het gelooft, zal hij eraan gaan twijfelen of hij je wel moet meenemen op zijn missie. Het enige alternatief is zeggen dat je me hebt verkocht, maar ik denk dat hij wel zal vragen aan wie dan. Misschien vermoordt hij je dan wel. Dan zullen de mensen die je wilt redden verloren zijn en waarvoor? De kleine kans dat ik honderden kilometers door ISIS-terrein kan reizen om je vrienden te bellen zodat zij me misschien kunnen komen redden? Ik wil jouw bloed niet aan mijn handen. Of dat van mijn broers. Of van wie dan ook.’
Rapp was eraan gewend de leiding te hebben en problemen snel en permanent op te lossen. Nu stond hij tegenover dit meisje zonder een oplossing te kunnen bieden.
‘Kom,’ zei Laleh. ‘De jambalaya wordt koud.’
Ze verdween in de keuken, maar Rapp bleef bewegingloos staan, zoekend naar een uitweg voor haar. Uiteindelijk volgde hij haar en ging tegenover haar aan tafel zitten kijken terwijl zij at. Toen het onvermijdelijke geluid van een vuist tegen de deur klonk, leek ze het niet eens te merken.
Hij liep de gang in en deed een stap achteruit toen er drie mannen binnenkwamen. Mustafa was persoonlijk naar hem toe gekomen, wat Eric Jesem een enorme eer zou hebben gevonden als hij niet in een Pakistaanse afvalbuis lag te rotten.
‘Het is tijd,’ zei de generaal.
Gaffar had zijn pistool niet teruggevraagd en Rapp had het niet aangeboden. Het wapen zat nu onder aan zijn rug onder zijn riem. Hij zou de drie mannen binnen een seconde kunnen uitschakelen, voedsel en water halen bij Lalehs broers en een vrachtwagen stelen. Laat Saoedi-Arabië en de rest van de wereld hun eigen problemen maar oplossen.
‘Waar is het meisje?’ vroeg Mustafa.
‘Hier ben ik,’ zei Laleh terwijl ze uit de keuken kwam met een veeg in haar mondhoek van wat Rapp vermoedde dat chili was.
Mustafa wees naar een van de mannen, die haar bij haar arm pakte. Ze verzette zich niet toen hij haar naar de deur sleurde.
‘Ik heb een goede prijs afgesproken met Zaid Salib – de man die ze blind heeft gemaakt. Er was geen bedrag te hoog voor hem om haar…’
‘Jij varken!’ schreeuwde Laleh toen ze langs de generaal werd gesleept. Iets flitste in haar hand en plotseling werd Mustafa stil. Een verwarde uitdrukking verscheen op zijn gezicht toen hij naar het mes keek dat uit zijn buik stak.
De man die Laleh vasthield, trok haar met een verschrikte kreet achteruit terwijl de andere de generaal langzaam op de grond liet zakken. Ondanks de breedte van het keukenmes dat diep in hem was doorgedrongen, kon Mustafa nog steeds praten. Zijn stem was een net hoorbare fluistering, maar Rapp begreep net genoeg om te verstaan dat hij de man die over hem heen gebogen zat vroeg ene Najjar te halen. Waarschijnlijk was dat een dokter die hij ergens in de gevangenis had gezet.
Rapp keek op en keek het meisje aan. Ze keek terug en deed haar best om oogcontact te houden terwijl ze de deur uit werd gesleurd. Voor het eerst tijdens hun kortstondige vriendschap stonden haar ogen vol angst. Rapp haalde de Smith & Wesson onder zijn riem vandaan, en toen hij het wapen op haar richtte, veranderde de angst in dankbaarheid en opluchting.
De kogel raakte haar direct in haar hart, en ze viel op de grond met haar arm nog steeds in de hand van haar aanvaller.
Zonder emotie te tonen keek Rapp misschien iets te lang neer op haar lichaam. Het had zijn vrouw – die jaren geleden overleden was – altijd dwarsgezeten dat hij zo goed kon slapen na alles wat hij had gedaan. Ze zou blij zijn geweest dat die dagen waarschijnlijk voorbij waren.
De man naast Mustafa sprong overeind en Rapp duwde hem hard terug. Zwakheid was een eigenschap die in dit deel van de wereld niet werd bewonderd. Mustafa’s verwonding door de handen van een vrouw en zijn zielige eis om medische zorg ondermijnden de weinige macht die hij nog had. Dat machtsvacuüm kon Rapp goed gebruiken.
‘De generaal is martelaar geworden. Laat hem maar. We moeten Gods werk doen.’
De man die Lalehs arm nog steeds vasthield, knikte en vertaalde het voor zijn collega. Even later liepen beiden over de trap naar beneden. Voordat Rapp hen volgde, knielde hij neer naast de man die nu buiten adem in het Engels om hulp smeekte.
Rapp leunde dicht naar het oor van de Irakees en fluisterde: ‘Hou je nog steeds zo van pittige vrouwen?’