Hoofdstuk 26
Bij Dominical, Costa Rica
Grisja Azarov sprong over een rottend stuk hout en dook onmiddellijk onder een tak door die aan zijn rechterkant omlaaghing. Het zou gemakkelijker zijn geweest om zich te laten vallen en door te rollen, maar die manoeuvre zou tijd kosten. Bijna driekwart van een seconde, leerde zijn ervaring hem.
Hij betrad een open plek en verhoogde zijn snelheid. Hij volgde de steilste weg een aarden helling op en bleef laag om zo min mogelijk op te vallen. Hij verwachtte niet dat iemand zich schuilhield in het dichte struikgewas aan weerszijden van hem, maar het was eerder voorgekomen.
Zijn dijen voelden alsof ze in brand stonden, maar zijn longen en hart verdroegen het zware werk met een gemak dat zelfs hem verbaasde. Door een zorgvuldig toegepast medicijngebruik kon zijn bloed meer zuurstof naar zijn spieren vervoeren, maar dat was vandaag aangevuld met een ingeademde substantie waar hij niets van af wist. Hij had een subtiele verbetering in zijn prestaties verwacht, net als vroeger als de farmaceutische cocktail was aangepast. Maar subtiel was het woord niet.
Azarov hield zijn snelheid aan tot de top van de heuvel. Hij stond boven op een rotspunt die uit het oerwoud omhoogstak. Aan zijn rechterkant zag hij de oceaan in de verte en links verrees een gebouw met pleisterwerk en glas dat iets meer dan tweehonderd vierkante meter besloeg. Ernaast stond een man van tegen de zeventig achter een tafel met een laptop erop.
Azarov trok twee pistolen uit hun schouderholsters en de man dook naar rechts en greep een lange stalen paal vast. Hij gooide die naar Azarov op het moment dat de Rus tot stilstand kwam en richtte op een papieren schietschijf vijf meter voor hem. Aan het eind van de paal zat een levensgroot silhouet van aluminium, waardoor het goed hoorbaar was als het werd geraakt.
De man gebruikte hem om Azarovs mikken te verstoren, die beide wapens op de schietschijf leegschoot. Toen hij geen kogels meer had, liet hij een van de pistolen vallen en herlaadde het andere terwijl hij naar links bewoog. Toen het magazijn dichtklikte, richtte hij het wapen met twee handen en schoot het leeg op een doelwit dat dertig meter naar het oosten stond opgesteld.
De oudere man liet de paal vallen en ging weer achter zijn laptop zitten. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes om naar het scherm te kijken in de felle Costa Ricaanse zon. ‘Hoe voelde je je?’
Het afgemeten Duitse accent van Linus Heis was niets veranderd sinds ze elkaar voor het eerst ontmoetten – Azarov was toen een zeven jaar oude biatleet die ervan droomde het Olympische team van de Sovjet-Unie te halen. Heis had het minieme hartruisje ontdekt dat die droom uit elkaar deed spatten en de loop van zijn leven veranderde. In de jaren die volgden was het ruisje volstrekt irrelevant gebleken en de wetenschapper had nog altijd het gevoel dat hij zich moest verdedigen voor wat misschien wel de enige fout was geweest die hij had gemaakt op het gebied van menselijke prestaties.
‘Ik voelde me goed. Mijn hartslag leek trager dan normaal toen ik de top van de heuvel bereikte.’
‘Veertien procent langzamer,’ zei Heis. De goedkeurende blik op zijn gezicht was ongewoon voor de onverstoorbare Duitser. ‘Met als gevolg dat je handen stabieler waren. Je scherpte was honderd procent.’
‘En mijn snelheid?’
Het nauwelijks waarneembare glimlachje van de man verdween. ‘Je verbeterde je persoonlijk record met twee procent.’
‘Twee procent? Indrukwekkend.’
Heis schudde zijn hoofd. ‘Het zou drie punt zes moeten zijn. Ging er iets verkeerd? Ben je gestruikeld op je weg naar boven?’
Azarov overwoog even of hij zou liegen. Er was niets wat de Duitser kwader maakte dan wanneer een van zijn berekeningen niet klopte met de realiteit. Maar het doel van deze oefening was niet het de oude man naar de zin te maken.
‘Nee. Niets afwijkends.’
‘Je had sneller moeten zijn,’ herhaalde hij.
‘Je vindt het probleem vast wel, Linus. En dan corrigeer je het. Dat lukt je altijd.’
De Duitser sloeg zijn armen over elkaar voor zijn smalle borst. ‘Ik weet het niet. Je schiet exceptioneel goed, maar je rent minder goed. Het lijkt wel of schieten gemakkelijk is en hardlopen moeilijk. Ik vraag me af of het probleem misschien niet fysiek is, maar mentaal.’
‘Ik heb meer psychologische tests gedaan dan ik kan tellen, Linus. En ik ben bij meer operaties betrokken geweest dan ik kan tellen. Er is nooit sprake geweest van enige zwakte. Dat weet je.’
‘Dingen veranderen, Grisja. Mensen veranderen. Je bent niet meer zo jong als je was. Uiteindelijk laten we allemaal steken vallen. Maar ik geef toe dat mijn zorgen waarschijnlijk voorbarig zijn. Het is drie graden warmer dan toen je je vorige persoonlijke beste tijd liep, en ondanks het feit dat je in deze godvergeten oven in de jungle woont, heb je nooit goed tegen hitte gekund. Of misschien concentreer je je niet volledig. Dat zou begrijpelijk zijn na wat er met Olga is gebeurd.’
Azarov onderdrukte de neiging om naar rechts te kijken. Ze lag begraven aan de rand van de open plek, naast de man die hij zes jaar geleden per ongeluk tijdens een trainingssessie had gedood. Het was een mooie plek, met uitzicht op de oceaan en met bijzonder mooie bloeiende bomen. Niet dat een van hen veel om de wonderen van de natuur had gegeven, maar hij voelde zich verplicht om te doen wat hij kon om hun nagedachtenis te eren.
‘Is dat het?’ drong Heis aan. ‘Is het Olga?’
‘Ja,’ antwoordde hij, maar het was niet waar. Het kwam niet door Olga en het kwam niet door de hitte. Het kwam door al het andere.
Azarov wilde graag van onderwerp veranderen en wees naar een pistool dat naast Heis’ computer lag. ‘Wat is dat?’
De man keek hem een paar seconden nadenkend aan, maar besloot toen om het onderwerp voorlopig even te laten rusten. ‘Een nieuw wapen dat je mag testen. Nadia is er erg trots op.’
Azarov pakte het pistool op en draaide het rond in zijn handen.
‘Het is maar liefst twee centimeter korter dan wat je nu gebruikt. Dat zou de snelheid van je schot aanzienlijk moeten verhogen. Met je huidige wapen heb je te veel tijd nodig om het uit zijn holster te halen. De geïntegreerde demper is bovendien drie millimeter kleiner in doorsnee.’
‘Werkt hij dan nog wel goed?’
‘Beter zelfs. Ze heeft het geluid met een decibel kunnen terugbrengen.’
Azarov richtte op een van de schietschijven. ‘Mag ik het afvuren?’
‘Natuurlijk.’
Heis had gelijk. Het geluid was merkbaar doffer. De balans was beter. De scherpte en de terugslag waren onveranderd.
‘Het is heel licht.’
‘Bijna twintig procent reductie in geladen gewicht,’ stemde Heis in.
‘Nadelen?’
‘De standaard negenmillimeterkogels kunnen er wel in, maar om er echt voordeel van te hebben zou je speciale munitie moeten gebruiken.’
‘Hoelang blijft het goed?’
‘Als je de aanbevolen munitie gebruikt, schat ze dat je tweeduizend salvo’s kunt lossen voor de prestaties beginnen te verminderen. Met standaardmunitie wordt dat ongeveer de helft minder.’
‘Hoeveel?’
‘Zeventienduizend euro. Kogels kosten acht euro per stuk.’
Azarov keek naar het wapen. Mitch Rapp gebruikte nog altijd een Glock 19 met een AAC Ti-RANT 9S-demper. Een redelijk accuraat en betrouwbaar wapen. Een beetje luid en wat aan de lange kant. Maar het had als voordeel dat het veelvoorkomend was.
‘Ik neem er drie. En duizend kogels.’
‘Ik geef het door. Kom, laten we naar de fitnessruimte gaan. Ik heb een korte krachttraining ingelast voor je gaat zwemmen.’
Toen ze ernaartoe liepen, las Heis hem de les dat hij harder moest werken, dieper moest gaan. Het medicijngebruik schiep een situatie waarin zijn geest niet meer volledig mee kon met waar zijn lichaam toe in staat was. Hij moest door de grenzen leren gaan die zijn onderbewustzijn hem oplegde.
Azarov luisterde nauwelijks. Zijn geest werd verteerd door Mitch Rapp. Hoe zouden zijn uitslagen zijn in de tests van Heis? Zouden hij en zijn technisch weinig opvallende Glock ook een schietzekerheid van honderd procent hebben bereikt? Naar alle waarschijnlijkheid wel. Maar hoe snel zou hij de race hebben afgelegd? In zijn jeugd was hij uitzonderlijk snel. De röntgenfoto’s die Azarov te zien had gekregen lieten echter een nieuwe realiteit zien. Jaren van schade hadden voor dikker littekenweefsel en dunner kraakbeen gezorgd. Zou hij in staat zijn…
‘Grisja! Luister je wel naar me?’
Azarov glimlachte en boog zijn hoofd respectvol. ‘Naar elk woord, Linus. Naar elk woord.’