Hoofdstuk 24
Vlak bij Dominical, Costa Rica
Grisja Azarov reed met zijn pick-up over de hobbelige onverharde weg en zorgde ervoor dat hij niet harder reed dan vijftig kilometer per uur. Niet dat hij niet harder kón. Hij had bijna tweehonderdduizend Amerikaanse dollars betaald om deze auto voor hem te laten maken. Hij zag er net zo uit als duizend andere auto’s die in Midden-Amerika rondreden, maar onder de onopvallende motorkap zat een racemonster van 600 pk. Hij zou een snelheid van bijna tweehonderd kilometer per uur kunnen aanhouden op wegen waarover de meeste mensen voortkropen met de snelheid van een paard-en-wagen.
Hij was opgelucht dat hij Pakistan uit was, weg van de CIA-mensen die daar aan het werk waren en buiten het inlichtingennetwerk van Maxim Kroepin. Het was een mooie dag in Costa Rica. Vochtig, maar heel koel voor de tijd van het jaar. De lucht was helder en het geluid van het oerwoud om hem heen kalmeerde zijn geest. In veel opzichten was dit zijn thuis. Dichter bij een thuisgevoel zou hij niet snel komen.
Azarov draaide een nog hobbeliger weg op en begon omhoog te rijden. Hij hield de bomen links en rechts van de weg goed in de gaten, maar zijn raampje bleef open en zijn linkerarm hing naar buiten. Het glas was niet kogelvrij en zelfs als dat zo was geweest zou iemand die door Kroepin was gestuurd om hem voor zijn mislukking te straffen een wapen gebruiken dat elke bepantsering aankon.
Azarov had veel over de situatie nagedacht tijdens de vlucht naar Panama en de lange autorit die volgde. Hij was er tamelijk zeker van dat Kroepin hem niet op korte termijn zou laten vermoorden. Maar nou ook weer niet zó zeker dat hij niet een geladen pistool op zijn schoot had liggen.
Hij was vijfendertig en waarschijnlijk op de top van zijn kunnen. Vanaf nu kon het alleen maar achteruitgaan. Hij nam aan dat Kroepin dat ook wist en al op zoek was naar een vervanger. Misschien had hij er zelfs al een gevonden en doorliep die nu het langdurige trainings- en aanpassingsprogramma dat Azarov ook had afgewerkt. Zou deze nieuwe rekruut op een dag op zijn stoep staan? Zou dat de test zijn die de jongen moest afleggen?
Misschien. Voorlopig dacht hij echter dat de voordelen van zijn bestaan zwaarder wogen dan de nadelen. Hij wist dat Kroepin een fout van een van zijn mensen nooit helemaal vergat. De Russische president vond dat het een verkeerd voorbeeld gaf.
Azarov bereikte de top van de heuvel en pakte zijn mobiele telefoon. Hij wist dat hij nu bereik had, voor hij aan de andere kant weer omlaag reed. Hij toetste een nummer in en gooide de telefoon op het dashboard.
‘Hola, Grisja!’
‘Hola, Juan. Gaat het goed?’
‘Ik ben afgelopen week weer door mijn rug gegaan,’ antwoordde de man in het Spaans.
Azarov glimlachte. Juan Fernandez bemande al sinds zijn kindertijd een fruitstalletje buiten het plaatsje Dominical. Hij kende iedereen in de omgeving en was het centrum van de plaatselijke roddel. Als er iemand rondhing die verdacht was of die vragen stelde, dan wist Juan ervan.
Voor de zeer schappelijke prijs van drie miljoen colon per jaar hadden ze een lopende afspraak dat Azarov hem belde als hij het gebied naderde. Als Juans antwoord op zijn vraag naar zijn gezondheid bueno was, dan was er een probleem. Maar als het een eerlijk verslag was van een van de vele echte en ingebeelde ziekten van de Costa Ricaan, dan was hem niets ongewoons opgevallen.
‘Het spijt me dat te horen. Ben je naar de dokter gegaan?’
‘Dokters!’ riep hij uit. ‘Wat weten die nou? Ze zeggen dat ik gezond ben, maar ik ben tachtig jaar oud! Zeg nou zelf, hoe kan ik gezond zijn op mijn leeftijd?’
‘Gezond leven,’ suggereerde Azarov. ‘Moet ik iets meenemen voor Olga?’
‘Nee, ze was gisteren nog in de stad om boodschappen te doen. Maar er schijnt wel een probleem te zijn met je koelkast.’
Azarov begon zich steeds beter te voelen met betrekking tot de hele situatie. Had de Russische inlichtingendienst maar mensen in dienst die zo degelijk waren als Juan Fernandez.
‘Bedankt, vriend. Ik zie je morgen. Dan drinken we wat samen.’
Hij verbrak de verbinding en belde Olga, de vrouw met wie hij samenwoonde. Ze nam niet op, maar dat was niet ongebruikelijk. Ze was niet heel erg betrouwbaar en was boos op hem geweest toen hij de laatste keer wegging. En als Olga één eigenschap had, behalve haar overrompelende schoonheid, dan was het haar vermogen om iets niet te vergeten.
Hij versnelde tot vijftig kilometer per uur en reed voorbij een deels verborgen afslag naar rechts. Na een paar honderd meter zag hij er nog een, maar besloot op het laatste moment om ook die te passeren. Uiteindelijk koos hij de derde.
De plaatselijke bevolking had hem voor gek verklaard toen hij vijf aparte wegen had laten aanleggen naar zijn huis op de berg. Het land zelf had minder dan een half miljoen Amerikaanse dollar gekost. Een tweede miljoen voor het huis. De kilometerslange opritten echter hadden meer gekost dan het land en de opstallen samen.
Ze waren een extra verzekeringspolis. Iedereen die werd ingehuurd om achter hem aan te komen, zou aarzelen om hem in zijn huis uit te schakelen, het voordeel van het thuisveld zou moeilijk te vermijden zijn. Het zou beter zijn om het te doen tijdens zijn rit erheen. De vijf verschillende wegen creëerden een situatie waarin je een groot team nodig had om elke mogelijkheid af te dekken. En zo’n soort team zou Juan Fernandez opvallen.
De weg was zo slecht dat hij toch al onbegaanbaar was voor auto’s die bij een standaardverhuurbedrijf te huur waren. Ook hierover was nagedacht. Russische huurmoordenaars zouden toch al opvallen in deze rustige surfhaven, maar als ze in een bijzondere fourwheeldrive rondreden, zouden ze hun komst net zo goed persoonlijk aan Juan kunnen aankondigen.
Hij drukte het gaspedaal nog wat verder in en verhoogde zijn snelheid tot iets meer dan honderd kilometer per uur. De motor maakte een oorverdovend geluid – dit hadden de mensen die de truck hadden gebouwd niet willen aanpassen; ze bleven erbij dat ze juist hun best hadden gedaan om hem de juiste brultoon te geven. Toen hij een bruggetje naderde, trapte hij de rem in en stuurde naar rechts. De auto schoot de oever af en raakte het water van het riviertje zo hard dat het water in een boog over het dak spoot.
De enorme schokdempers kwamen bijna onder water te staan en de motor bleef rustig doorbrommen tijdens de oversteek. Toen hij aan de overkant tegen de andere oever op reed, schoot de truck wel een meter de lucht in. Hij had een hekel aan bruggen. Te open. Maar Olga wilde er altijd per se overheen en hij moest toegeven dat ze in het regenseizoen best handig konden zijn.
Azarov ging nog sneller rijden en bereikte een snelheid die het voor de beste scherpschutter nog moeilijk zou maken om hem vanuit het oerwoud te raken. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Hij vroeg zich soms af of het niet veiliger zou zijn om in een stad te wonen. Hij bezat appartementen in New York en Londen, steden met talloze veiligheidscamera’s, waar vierentwintig uur per dag mensen op straat liepen, en waar de politie goed was vertegenwoordigd. Maar hij was er al jarenlang niet geweest. Hij had deze plaats nodig. De afgelegenheid ervan. De stilte. De afstand van de werkelijkheid waarin hij gevangenzat.
Toen het huis in zicht kwam, ging hij langzamer rijden. Het was een kolossaal gebouw met pleisterwerk en glas, zo open dat als hij slippend tot stilstand kwam, het stof door de woonruimte zou vliegen. Mede daarom bleef hij terugschakelen. Hij wilde niet dat zijn hereniging met Olga ermee zou beginnen dat zij hem een uur lang de huid vol schold in het Russisch.
Haar auto stond op de oprit geparkeerd, maar ze kwam niet naar buiten om hem te begroeten. Doorgaans stak hij zijn wapen in zijn broekriem in plaats van het in zijn hand te houden, maar de stilte was te doordringend. Zelfs de insecten die in de omringende jungle zoemden, leken zich in te houden.
‘Olga?’
Geen antwoord. Het was mogelijk dat ze boven was, in de fitnessruimte, maar het was niet waarschijnlijk. Zij had haar spectaculaire figuur eerder te danken aan haar jeugd en extreem weinig eten dan aan sport.
Azarov had het huis zo ontworpen dat hij de kamers efficiënt kon doorlopen zonder dat iemand gemakkelijk achter hem kon komen. Hij liep er snel doorheen en trof niets ongewoons aan, tot hij de slaapkamer bereikte.
Olga zat op het bed. Ze droeg een gele bikini waarvoor ze, herinnerde hij zich, meer dan duizend euro had betaald in Parijs. Ze werd overeind gehouden door haar armen, die uitgespreid waren en met ijzerdraad aan het hoofdeind van het bed waren gebonden. Haar kin rustte op haar borst, waardoor haar blonde haar haar gezicht verborg, maar niet de lange snee door haar keel.
Bloed uit de wond was op haar borsten opgedroogd, maar nog wel nat op de plaats waar het de matras had doordrenkt. Hij stak zijn pistool in zijn broekriem en stond bewegingloos in de deuropening naar haar te staren.
Olga Smolin was een cadeautje geweest voor een bijzonder moeilijke klus die hij had geklaard in Oekraïne. Ze was een model uit Tomsk, mooi, redelijk goed in bed en acceptabel als het ging om het bijhouden van de administratie en het huishouden. Maar eigenlijk was ze doodongelukkig geweest. Ze hield niet van de afgelegenheid van Costa Rica, maar zelfs in de grootste wereldsteden leek ze het gevoel te hebben dat niets goed genoeg was. Daardoor was het onmogelijk voor haar om van kleine dingen te genieten.
Of misschien had ze zich gewoon gevangen gevoeld. Net als hij.
Azarov maakte haar los en bedekte haar lichaam met een met bloed bevlekt laken. Hij zou haar missen, al was ze niet de vrouw die hij zou hebben gekozen. En daar ging het om, toch? Kroepin liet weer eens zien waar hij goed in was. Azarov werd gestraft op een manier die diep ingreep, maar niet genoeg om een oorlog tussen hen te doen ontstaan.
Hij hoorde voetstappen op het grind buiten, maar greep niet naar zijn wapen. Zijn straf was al uitgedeeld. Er was niets meer te vrezen.
‘Hallo?’ hoorde hij een bekende stem roepen. ‘Is er iemand thuis?’
Azarov liep de gang uit op hetzelfde moment dat een jonge vrouw, met een koeler in haar handen, een aarzelende stap de woonkamer in zette. Ze was een Amerikaanse surfinstructrice die bij enkelen van de rijke buitenlandse huizenbezitters het huishouden deed.
‘Hoe maak je het, Cara?’
Ze schrok toen ze zijn stem hoorde, maar slaagde erin de koeler niet te laten vallen. ‘O, hallo Grisja. Uitstekend, dank je. En jij? Wat is er met je gezicht gebeurd?’
‘Een auto-ongeluk. De voorruit werd verbrijzeld.’
‘Nou zeg. Ik denk dat je je gelukkig mag prijzen dat er geen glas in je ogen is gekomen.’
‘Heel gelukkig.’
Cara Hansen was in veel opzichten het volstrekte tegendeel van de vrouw met wie Azarov de afgelopen twee jaar had samengeleefd. Ze was net zo mooi, maar op een natuurlijke, nonchalante manier, die contrasteerde met Olga’s perfectie. Ze had altijd een lach op haar gezicht en leek aan het verleden noch aan de toekomst te denken. Terwijl Olga alles had en nergens blij mee was, bezat Cara heel weinig en vond alles fantastisch.
Azarov kende haar al jaren op een oppervlakkige manier, maar besteedde geen aandacht aan haar. Hij had nooit naar haar achtergrond gekeken en nooit een gesprek met haar aangeknoopt dat over meer ging dan een probleem met het huis of meer was dan een babbeltje over de golven of het weer. Dat kon niet. Als Kroepin wist wat hij voelde voor deze negenentwintig jaar oude expat uit Californië, zou zij het zijn geweest, en niet Olga, die op zijn matras lag te bloeden.
Azarov wees naar de koeler. ‘Waaraan heb ik het plezier van je bezoek te danken?’
‘O. Ja. Sorry. Ze zeiden dat je ijs nodig had. Een feestje of een kapotte koelkast?’
‘Het laatste.’
‘Ik kan er even naar kijken.’
‘Dat hoeft niet.’
‘Geen probleem, hoor,’ zei ze en ze liep langs hem heen de keuken in. Ze zette de koeler op het kookeiland en opende de koelkast. Ze hurkte om beter te kunnen zien.
Hij keek met een bewust onverschillige blik toe hoe zij haar hoofd naar binnen stak.
‘Lijkt in orde. Het lampje brandt en hij voelt koud aan.’
‘Het wisselt.’
‘Nou, dan zou ik hier maar niets van eten,’ zei ze en ze kwam overeind.
Hij zorgde ervoor dat hij niet keek naar het verleidelijke stukje blote huid tussen de onderkant van haar shirt en de bovenkant van haar korte broekje.
‘Dat zal ik niet doen, Cara. Dank je.’
‘Waar is Olga?’
‘Rusland.’
‘Cool. Wanneer komt ze terug?’
‘Waarschijnlijk nooit.’
‘O,’ zei ze. Ze voelde zich opeens wat ongemakkelijk. ‘Dat spijt me.’
‘Mij ook.’
Ze wees naar de deur. ‘Wil je de rest van het ijs dat ik heb meegenomen ook? Ik heb het gevoel dat het veel te veel is.’
‘Ja. Voor het geval dat.’
Hij volgde haar naar buiten en ze raakte zijn truck even aan. ‘Dit ding kan vast harder dan het lijkt. Ik zag hoe je het stof liet opwaaien onderweg vanaf de stad.’
‘Echt? Interessant. Ik heb daar nooit bij stilgestaan.’
Cara keek hem even onderzoekend aan, maar pakte toen een tweede koeler uit de achterbak van haar Suzuki. Hij trok de laatste eruit en volgde haar weer het huis binnen.
Ze zette de koeler op de vloer naast de afwasmachine, maar maakte geen aanstalten te vertrekken.
‘Dank je,’ zei hij. Hij wist niet waarom ze daar bleef staan. Wist ze iets? Wist ze dat Olga niet vertrokken was? Had ze iemand bij het huis zien rondhangen? Hij nam aan dat Kroepin een vrouw die in haar eentje werkte had ingehuurd om Olga te doden. Juan kon niet worden verweten dat hij een enkele Oost-Europese vrouw op de plaatselijke stranden over het hoofd had gezien.
‘Hé, weet je, nu je… ik bedoel, nu het eten in je koelkast waarschijnlijk bedorven is, ik eet vanavond met een paar vrienden bij Patrón. Misschien kun je ook komen. Misschien iets eten of iets drinken. Je ziet eruit alsof je wel een paar borrels kunt gebruiken.’
‘Dank je voor de uitnodiging, Cara, maar ik ben de afgelopen dertig uur aan het reizen geweest en ik denk dat ik gewoon slaap nodig heb.’
‘Ja, dat begrijp ik. Misschien een andere keer.’
‘Misschien.’
Ze draaide zich om en hij keek haar na. Hij wachtte tot hij het geluid van haar auto niet meer hoorde voor hij een van de koelers naar de badkamer droeg en hem in de badkuip leegstortte. Kroepin had overal aan gedacht.
Na tien minuten lag Olga in het ijs. Ze zou goed blijven tot hij had bedacht hoe hij zich zonder argwaan te wekken zou ontdoen van haar lichaam en de matras.
Nadat hij de slaapkamer had schoongemaakt, wilde hij niets liever dan in zijn hangmat liggen en een goede fles whisky leegdrinken. In plaats daarvan verwisselde hij zijn bebloede kleren voor zijn hardlooptenue. Het zou nog maar een paar uur licht blijven, dus hij pakte een hoofdlamp van de plank naast zijn hardloopschoenen.
Mitch Rapp zou komen. Niet vandaag en waarschijnlijk ook niet morgen. Maar snel.