72
‘O mijn god, Will, jij kunt Darth Vader zijn,’ zei Claire tijdens de lunch in het huis. Daarna keek ze naar Reel. ‘En jij Malafide.’
‘Bedankt,’ zei Reel droog.
Eleanor keek alsof ze gekwetst was. ‘Ik dacht dat ik Darth Vader was!’
Tommy legde zijn vork neer en zei: ‘Het maakt me niet uit wat jullie doen, maar ik ga als Wolverine. Hij is echt de coolste!’
‘Hoe ga jij?’ vroeg Reel aan Claire.
‘O, maar ik ben echt te oud voor dat soort dingen. Misschien zet ik alleen een pruik op en doe dan net alsof ik een tv-persoonlijkheid ben van heel lang geleden, zoals van begin 2000.’
Eleanor keek met een grijns naar Reel. ‘Van heel lang geleden, zoals van begin 2000? Ik heb me nog nooit zó oud gevoeld.’
‘Hoe laat begint het vanavond?’ vroeg Claire.
‘We gaan eerst naar het stadhuis. Ik heb ons opgegeven als een soort ceremoniemeesters van de optocht. Dus hebben we eerst een voorbespreking, gevolgd door een receptie in het stadhuis. In aanwezigheid van de burgemeester en een paar anderen.’
‘Wat betekent dat het dus héél saai wordt,’ zei Claire.
‘Wat betekent dat het niet lang zal duren en dat er heel veel mensen zullen zijn,’ zei haar moeder bruusk.
Robie keek naar Reel. ‘Ga jij als Malafide?’
‘Dat kostuum heb ik niet.’
‘Die heb ik laten inpakken,’ zei Eleanor. ‘Ik wist dat we hier Halloween zouden vieren. Ik hoopte dat de president ook kon komen, maar dat gaat waarschijnlijk niet gebeuren.’
‘Hoe ga jij, mama?’ vroeg Tommy.
‘Ik denk dat ik dit jaar maar eens heel, heel ver terugga in het verleden. Ik ga als Cher.’ Ze vertrouwde Reel toe, die naast haar zat: ‘Ik ben altijd gek geweest op haar verschillende looks in de loop der jaren. Vooral op haar kapsels.’
‘Cher? Wie is dat?’ vroeg Tommy verbaasd. Hij had kennelijk nog nooit van deze zangeres gehoord.
Eleanor zei: ‘Dat is een geheim.’
*
Na de lunch liepen Robie en Reel naar buiten.
‘Stadhuis, Halloween-optocht?’
‘Ja, klinkt geweldig,’ zei Reel, zonder een spoortje enthousiasme.
‘Ik neem aan dat je nooit eerder langs de deuren bent gegaan?’
‘Dat klopt.’
‘Nou, dan kun je de schade nu inhalen.’
‘Ik ben blij dat we hier binnenkort weggaan, ik begin een beetje claustrofobisch te worden.’
‘Geen tropisch eiland dus in jouw toekomst?’
‘Ik ben meer een stadsmeisje.’
‘Je had een huisje aan de Eastern Shore in the middle of nowhere,’ zei Robie.
‘Daarom ben ik nu dus een stadsmeisje. Ik vond het er niet leuk meer.’
‘Ik neem aan dat de Secret Service het stadhuis en de route van de optocht zal screenen.’
‘Denk het wel. Durf te wedden dat ze hier niet blij mee zijn. Heel veel mensen, verkleed. Gemakkelijk dingen te verstoppen, wapens, explosieven.’
‘Ik weet wel zeker dat ze hier niet blij mee zijn. Gelukkig is de president hier niet. Als hij er wel was, betwijfel ik of ze mee zouden doen aan die optocht.’
‘Ga jij je echt verkleden?’ vroeg ze.
‘Waarom niet?’
‘En dan moet ik dus als Malafide?’
‘Ach, het past wel bij je persoonlijkheid,’ zei Robie.
Ze kneep in zijn arm.
‘Zeg, als we weer naar de vaste wal gaan, wat doen we dan?’ vroeg hij.
‘Dan wachten we tot we weer worden opgeroepen.’
‘Ik betwijfel of ze ons samen zullen inzetten. Ze hebben de neiging ons afzonderlijk in te zetten.’
‘Dat weet ik, Robie.’
‘Ik zit te denken dat ik dit nog een jaar wil doen en er dan mee stop.’
Ze keek verbaasd. ‘Wanneer heb je dat besloten?’
‘Het lijkt misschien plotseling, maar daar zit ik al een tijdje aan te denken.’ Hij liet haar zijn arm met de brandwond zien. ‘Door jouw leuke boobytrap aan de Eastern Shore ben ik over mijn leven gaan nadenken.’ Hij glimlachte om haar te laten zien dat hij een grapje maakte.
Reel lachte niet terug. ‘Ik kan je niet vertellen hoe erg ik het vind dat ik je bijna heb gedood.’
‘Ach, toen waren we tegenstanders. Het is gebeurd. Ik heb het overleefd. We zijn oké.’
Ze keek naar zijn arm en zijn been met de brandwonden. ‘Ik zal het ooit een keer goedmaken, Robie.’
‘Volgens mij heb je dat al gedaan.’
‘Hoe dan?’
‘Nou, laatst nog, in Noord-Korea.’
‘Volgens mij is dat niet genoeg.’
‘Geloof me, dat is het wel,’ zei hij.
‘Meen je het echt, dat je ermee wilt stoppen?’
‘Heel echt.’
‘Wat ga je dan doen?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Wie zegt dat ik iets moet doen? Ik heb genoeg geld gespaard. Ik leef eenvoudig. Ik heb de wereld gezien, in elk geval de nare delen ervan. Misschien ga ik wel... niets doen.’
‘Dat geloof je toch zeker zelf niet, Robie. Echt niet.’
‘Misschien doe ik niets, een tijdje. En dan bedenk ik wel iets.’ Hij keek naar haar. ‘En jij? Jij stond ook op het punt ermee te kappen.’
‘Ja, maar toen zei je dat we gewoon door konden gaan met ons werk en een normaal leven konden leiden. Jij hebt me laten geloven dat dat mogelijk was.’
‘Dat denk ik nog steeds.’
‘Maar nu hou je ermee op,’ zei Reel op een toon waaruit bleek dat zij zich verraden voelde.
‘Ik zei dat ik er over een jaar mee ophoud. In ons werk kan dat een heel leven zijn. Hoe zit het met jou?’
‘Wat is er met mij?’
‘Ik weet dat Evan Tucker onder vier ogen met je heeft gepraat. Wat zei hij? Dat hij je te pakken neemt, hoe lang het ook duurt?’
Ze slaakte een diepe zucht en schudde haar hoofd. ‘Nee, feitelijk bood hij zijn verontschuldigingen aan voor alles wat hij heeft gedaan.’
‘Wat?’ vroeg Robie verbijsterd.
‘Hij zei dat ik gelijk had en hij niet.’
‘Was hij dronken? Leek hij nuchter?’
‘Ik denk dat hij heel goed wist wat hij zei, Robie.’
‘Nou zeg, dat is toch niet te geloven! Ik vraag me af wat er met hem is gebeurd om zo’n omslag te maken.’
‘Hij zei dat hij alle bewijzen had bekeken en er lang over had nagedacht. Plus dat jij en ik bijna waren gedood toen we probeerden de samenzwering waar Gelder en Jacobs bij betrokken waren te stoppen. En dat jij en ik ons leven op het spel hadden gezet in Syrië en in Noord-Korea. Ik neem aan dat hij alles bij elkaar heeft opgeteld.’
‘Dus dat verandert de zaak voor jou?’ vroeg hij.
‘Hoe bedoel je?’
‘Jij gaat dus nog een tijdje door?’
‘Ik weet het niet. Waarschijnlijk niet. Vooral niet als jij er niet meer bent.’
Hij sloeg een arm om haar schouders. ‘Ach, je hebt nog een jaar om erover na te denken.’
‘Ja, als ik nog zo lang leef.’