31
Na het eten bracht Robie Julie naar huis.
Reel zat in een stoel in zijn woonkamer en keek om zich heen. Het werd al laat, maar ze realiseerde zich dat ze eigenlijk geen plaats had om naartoe te gaan. Haar cottage aan de Eastern Shore was vernietigd. Haar huis in de Keystone State was haar ook afgenomen. Door wat daar was gebeurd, kon ze daar nooit weer naartoe. Ze zou naar een hotel kunnen gaan. Ze moest misschien wel weggaan, maar op dit moment wilde ze alleen maar in deze stoel zitten, haar ogen dichtdoen en nergens aan denken.
Dat mocht niet zo zijn.
Haar telefoon zoemde. Ze keek ernaar en ging toen rechtop zitten. Ze herkende het nummer.
Ze was al jaren niet meer gebeld door deze persoon. Al heel veel jaren niet. Vroeger had ze altijd opgenomen. Ze was geprogrammeerd om dat te doen. Kennelijk was dat nog steeds zo.
Ze zei: ‘Hallo?’
Een man vroeg: ‘Herkende je dit telefoonnummer nog?’ ‘Ja. Het verbaast me dat je na al die jaren nog steeds datzelfde nummer hebt.’
‘De federale bureaucratische molens malen langzaam, áls ze al malen. Ik heb een paar promoties gehad, maar het hoofdnummer is nog steeds gelijk. En toen het verzoek binnenkwam, heb ik hun verteld dat ik dit wilde afhandelen. Je was en je bent nog steeds een erg bijzondere zaak.’
‘Welk verzoek?’ vroeg Reel.
Hij gaf niet meteen antwoord. ‘Je vader,’ zei hij ten slotte.
Eerst zei Reel niets. Ze had het gevoel dat haar mond werd dichtgedrukt met een hand uit het graf. ‘Ik heb geen vader.’
‘Ik weet dat dit waar is in elke betekenis van het woord, behalve in de biologische. En je biologische vader heeft gevraagd of hij je kon zien, voordat hij sterft.’
‘Ik heb geen enkele behoefte hem ooit terug te zien.’
‘Ik dacht al dat je dat zou zeggen en dat kan ik je echt niet kwalijk nemen.’
‘Zit hij nog steeds in de gevangenis?’
‘Zeker weten van wel. Nog steeds in Alabama. En hij gaat nergens naartoe ook. Op dit moment ligt hij in het gevangenisziekenhuis. Kanker. Ze kunnen hem niet executeren vanwege zijn medische toestand. Hij is terminaal ziek. Dat is me verzekerd. Hij zal de gevangenis niet levend verlaten.’
‘Goed. Een dodelijke injectie is een snelle dood, maar kanker een langzame. Hoe meer pijn, hoe beter. De hel is nog te goed voor hem. Alles wat hem overkomt is te goed voor hem. Hij is als klootzak geboren en hij zal als klootzak sterven, en er is niemand die om hem zal treuren,’ zei Reel met een steeds schrillere stem.
‘Dat weet ik, maar ik ben alleen maar de boodschapper, Sally.’
‘Zo heet ik niet meer.’
‘Ze wilden me niet vertellen hoe je nu heet. Dus is Sally de enige naam die ik ken.’
‘Oké.’
‘Luister, ik heb me afgevraagd of ik je hier eigenlijk wel mee moest lastigvallen. Maar ik vond dat het uiteindelijk jouw beslissing was, niet de mijne. Ik heb een paar telefoontjes gepleegd. Ik wist ongeveer waar je was terechtgekomen. Ik heb aan een paar touwtjes getrokken en zij gaven me wel je huidige nummer, maar niet je naam. Zeiden dat ik je nummer één keer mocht bellen. Dat het aan jou was of je wel of niet opnam. Normaal hadden ze dat niet eens gedaan, maar ik ben een collega van de Fed. Je bent je waarschijnlijk rot geschrokken toen je dit nummer zag.’
‘Klopt. Je weet dat ik niet meer in het witsec zit. Al heel lang niet meer.’
‘Dat weet ik, maar dit was de enige manier die hij kon bedenken om je te bereiken. Kennelijk wist hij dat je in dat programma zat. Dat zal jaren geleden wel bekend zijn geworden.’
‘Maakt niet uit. Ik ga niet.’
‘Ik zal niet proberen je om te praten.’
‘Hoe lang heeft hij nog te leven?’
‘Wat? O, eh, dat hebben ze niet gezegd. De arts met wie ik sprak zei dat hij er slecht aan toe was. Dat de kanker helemaal is uitgezaaid. Dat ze niet wist wat hem nog in leven hield. Hij kan elk moment doodgaan, volgens mij. En dan kun je dat echt achter je laten.’
Reel knikte, in gedachten verzonken, en zei toen: ‘Bedankt voor je telefoontje.’
‘Tja, ik wilde dat ik een leuker bericht had gehad. Je was bijzonder gedenkwaardig, Sa... Ik bedoel, hoe je nu ook maar heet.’
‘Jessica. Ik heet nu Jessica.’
‘Oké, Jessica. Het is al heel lang geleden, maar ik ben je nooit vergeten. En aan alle moeite te zien die ik moest doen om zelfs maar met je te kunnen praten, kan ik me voorstellen dat je nu een heel belangrijk iemand bent. Ik ben blij voor je. Heb altijd wel geweten dat je iets heel speciaals met je leven zou doen.’
‘Ik zou mijn leven niet echt “speciaal” willen noemen.’
‘Nou ja, hoe het ook zij, ik wens je veel geluk. En als je ooit iets nodig hebt, bel je maar. Ik weet dat je niet langer in dat getuigenbeschermingsprogramma zit, maar nou ja, ik vind het nog steeds belangrijk wat er met je gebeurt.’
‘Dat waardeer ik, echt.’
‘En je pa mag naar de hel lopen.’
Reel verbrak de verbinding en keek naar de telefoon in haar hand.
Daar keek ze nog steeds naar toen Robie terugkwam.
‘Wat is er?’ vroeg hij, toen hij zijn jas uittrok en naast haar ging zitten.
‘Niets. Hoe gaat het met Julie?’
‘Prima. Ze zei dat jullie leuk met elkaar hadden gepraat tijdens de rit hier naartoe, maar ze wilde me er niets over vertellen.’
‘Ik begin haar steeds aardiger te vinden.’
Robie keek naar de telefoon en toen weer naar haar. ‘Wat is er, Jessica?’
‘Ik ben gebeld.’
‘Door wie?’
‘witsec.’
‘Je zit niet meer in dat programma.’
‘Ze namen contact met me op omdat iemand contact met hen opnam.’
‘Wie?’
‘Mijn vader. Earl Fontaine.’