10
‘U zou huidtransplantaties moeten krijgen,’ zei de arts die Robies brandwonden onderzocht.
‘Bedankt. Zal ik op mijn lijstje zetten,’ zei hij.
De arts was een man van in de vijftig met nog maar heel weinig grijs haar. Hij was mollig en zweterig, en had een dun streepje haar boven zijn bovenlip. Robie wist niet of hij dat met opzet had gedaan of per ongeluk.
‘Het zou zo snel mogelijk moeten gebeuren. De agency heeft een uitstekende arts in dienst.’
‘Hoe lang ben ik dan uit de running?’
‘O, minstens een paar weken.’
‘Tja,’ zei Robie.
‘Hebt u binnenkort vakantie?’
‘Nee, mag ik een paar vakantiedagen van u?’
De arts ging rechtop staan en legde een paar instrumenten in een la naast de tafel. ‘Ik neem aan dat u niet veel vrije dagen hebt.’
‘Ach, tot nu toe was het hier wel aardig. We begonnen met een ontspannen run. Daarna ben ik gaan zwemmen en daarna was ik in de sauna. En daarna heb ik een schiettraining gehad.’
‘Met u als doelwit?’
‘Dacht niet dat het medisch personeel dat soort dingen wist.’
‘Ik werk hier al heel lang, agent Robie. Het verbaast me dat onze paden elkaar niet eerder hebben gekruist. Ik neem aan dat u al eerder in de Burner bent geweest.’
‘Klopt,’ zei hij kortaf.
‘Verder bent u fysiek in een uitstekende conditie.’
‘Keurt u agent Reel ook?’
‘Nee, vandaag werken we gelijk op.’
‘Kent u haar? Ze heeft hier als instructeur gewerkt.’
‘Ik ken haar,’ zei hij. ‘Ben er trots op dat ik haar een vriendin mag noemen.’
‘Dat is goed te weten, dokter...?’
‘Halliday. Maar je mag wel Frank zeggen.’
Robie keek of hij surveillanceapparatuur in de muren zag.
Halliday zag dat en zei: ‘Niet hier, agent Robie. Een van de weinige vertrekken waar ze niet zitten. Vertrouwelijkheid tussen arts en patiënt, weet je. Zelfs de cia houdt zich daaraan. De kamer waar jij logeert, is niet zo ingericht.’
‘Nee, dat wist ik.’
‘Ik zal je een lotion geven voor die brandwonden, maar je zou echt huidtransplantatie en antibiotica moeten overwegen. Wanneer je er niets aan laat doen, gaat de huid op een bepaald moment zo strak zitten dat het je mobiliteit beperkt. En er is natuurlijk altijd kans op infectie.’
‘Bedankt, Frank. Ik zal die optie zeker in overweging nemen.’
‘Trek die badjas maar aan die daar hangt.’
‘Goed. Het was niet mijn eigen idee om hier in mijn blootje naartoe te komen.’
‘Dat weet ik heel goed.’
Robie stapte van de tafel, liep naar de muur en trok de badjas aan. ‘Weet je ook waarom we hier zijn?’
Halliday verstijfde een beetje. ‘Nee, niet echt.’
‘Twee verschillende antwoorden, Frank.’
‘Ik ben maar een arts. Zoals je weet, krijg ik maar beperkte informatie.’
‘Maar je krijgt wel iets, anders zou je hier niet zijn. Wat weet je van Marks?’
‘Ze is de DD, Clandestiene operaties.’
‘Weet je wat er met haar voorgangers is gebeurd?’
‘Natuurlijk. Het is hetzelfde als met de Verweer tegen de Zwarte Kunsten-docenten. Hen overkomen nare dingen.’
‘Verweer tegen de Zwarte Kunsten?’
‘Je weet wel, in Harry Potter.’
‘Ik vraag me af waarom Marks die baan wilde.’
‘Ze is ambitieus.’
‘Is ze hier kortgeleden nog geweest?’
‘Ja.’
‘Om zich op onze komst voor te bereiden?’
‘Dat weet ik niet. Luister, ik vind dit gesprek bijzonder ongemakkelijk.’
‘Ik vind het erg ongemakkelijk dat ik het moet vragen, maar ik moet wel. Ik zit in het inlichtingenwerk. Het is een tweede natuur.’
Halliday waste zijn handen in de gootsteen. ‘Dat begrijp ik.’
‘Dus je kende Reel toen ze hier als instructeur werkte? Je zei dat jullie bevriend waren.’
‘Ja, nou ja, voor zover dat hier mogelijk is.’
‘Ik ben ook een vriend van haar.’
Halliday droogde zijn handen af, draaide zich om en keek Robie aan. ‘Ik weet wat jullie onlangs hebben meegemaakt.’
‘We proberen gewoon in leven te blijven, Frank. Als je ons daarbij kunt helpen, dan graag.’
‘Ik betwijfel of ik jullie daarmee kan helpen.’
‘Je weet maar nooit. Ik zal je vriendin de groeten van je doen.’
Robie liet Halliday peinzend achter.
*
Robie werd teruggebracht naar hun kamer. Reel was nog niet terug.
Hun weekendtassen waren naar de kamer gebracht en Robie kleedde zich snel aan. Hij had geen idee wat er hierna op het programma stond, maar hij was liever aangekleed dan naakt.
Hij keek om zich heen en zijn ervaren blik ontdekte meteen vier verschillende surveillanceapparaatjes, twee microfoons en twee videocamera’s. De videocamera’s waren strategisch geplaatst zodat er in de kleine ruimte amper een verborgen hoekje overbleef.
Hij vroeg zich af hoe Reels medische keuring verliep.
Robie wist heel goed dat Reel hier de bonte hond was. Hij hield haar alleen maar gezelschap. Ze had twee cia-agenten gedood. Tucker had haar op de korrel. Robie was, op zijn best, collateral damage.
Weer keek hij om zich heen in het kleine vertrek. Dit kon weleens de laatste kamer zijn die hij ooit zag. Bij de cia gebeurden wel vaker ongelukken tijdens de training. Dat werd alleen nooit bekendgemaakt. Het gebeurde regelmatig dat slimme, toegewijde mensen stierven terwijl ze trainden om hun land zo goed mogelijk te kunnen dienen.
Zodra een beroemdheid een nagel brak, maakten ze dat meteen bekend op Twitter en wezen ze hun miljoenen fans op hun ‘verwonding’, wat vervolgens duizenden reacties veroorzaakte van mensen die kennelijk niet genoeg te doen hadden.
Ondertussen stierven moedige mannen en vrouwen in stilte, vergeten door iedereen behalve door hun familieleden.
En ik heb niet eens familieleden die zich mij kunnen herinneren.
‘Agent Robie?’
Robie keek op.
In de deuropening stond een vrouw van in de dertig. Ze droeg een zwarte rok, een witte bloes en pumps. Haar haar was naar achteren gekamd. Om haar hals hing een koordje met haar ID in een plastic hoesje.
‘Ja?’
‘Wilt u alstublieft met me meekomen?’
Robie bleef zitten. ‘Waar naartoe?’
De vrouw leek zenuwachtig. ‘Nog een paar testen.’
‘Ik heb mijn medische keuring al gehad. Ik ben hier al eindeloos rond gejaagd. Ik ben al beschoten, bijna verdronken en bijna van een richel op een hoogte van achttien meter geblazen. Dus over wat voor testen hebben we het dan?’
‘Dat mag ik niet zeggen.’
‘Dan haal je maar iemand die dat wel mag.’
De vrouw keek omhoog naar een van de surveillanceapparaatjes in de muur.
‘Agent Robie, ze wachten op u.’
‘Nou, dan wachten ze nog maar wat langer.’
‘Ik betwijfel of u die vrijheid hebt.’
‘Bent u gewapend?’
Ze deinsde achteruit. ‘Nee.’
‘Dan héb ik die vrijheid tot ze iemand sturen die wél gewapend is en bereid is me dood te schieten.’
De vrouw keek nog een keer het vertrek rond en zei heel zacht: ‘Het is een psychologische test.’
Robie stond op. ‘Ga dan maar voor.’