44

‘Yie Chung-Cha?’

Chung-Cha zat op een stoel en keek op naar de man die haar naam had gezegd. Hij was klein en lichtgebouwd, had donker haar en droeg een bril met een hoekig montuur.

‘Ja?’

‘Wilt u alstublieft met me meekomen?’

Ze stond op en deed wat hij haar zo beleefd had gevraagd.

Ze liepen de gang in en hij ging iets langzamer lopen tot ze naast hem liep. ‘We hebben natuurlijk allemaal over u gehoord, kameraad Yie. U bent een legende binnen onze kringen. Een nationale held.’

‘Ik ben geen held, kameraad. Ik ben gewoon iemand die doet wat haar land van haar vraagt. Onze Opperste Leider en zijn vader en grootvader zijn de helden. De enige echte helden van ons volk.’

‘Natuurlijk, natuurlijk,’ zei hij snel. ‘Het was niet mijn bedoeling iets te zeggen wat misschien...’

‘Ik zeg niet dát u dat hebt gedaan en daar moeten we het maar bij laten.’

Hij knikte kortaf, met een rood gezicht en een neergeslagen blik.

Ze werd naar een klein vertrek gebracht met houten wanden en een zwak brandende tl-lamp aan het plafond. De lamp flikkerde zo erg dat ze, als ze niet allang gewend was aan het notoire probleem van haar land met een gelijkmatige stroomvoorziening, migraine zou hebben gekregen.

Ze ging aan de gehavende tafel zitten en legde haar handen in haar schoot. Ze keek naar de betonnen vloer bij haar voeten en vroeg zich af of het beton afkomstig was uit een van de kampen. Gevangenen waren er goed in om dingen er zo uit te laten zien. Hard, gevaarlijk en ongezond werk werd beter uitgevoerd door slaven dan door vrije mensen. Of mensen die dachten dat ze vrij waren.

De deur ging open en er kwamen twee mannen binnen. Een van hen was dezelfde generaal aan wie Chung-Cha concrete bewijzen van Paks schuld had gegeven door hem de opname met de stem van de man op haar telefoon te laten horen. Ze wist dat hij een van Paks grootste medestanders was geweest, wat betekende dat hij ook meteen werd verdacht. Nu zou hij alles doen wat in zijn macht lag om zijn trouw te bewijzen. En Chung-Cha wist heel goed dat hij ook zou proberen haar te straffen omdat zij zijn kameraad ten val had gebracht. De andere man droeg een donker pak en een wit overhemd, maar geen stropdas. Hij had zijn overhemd helemaal dichtgeknoopt en had een dikke aktetas bij zich.

Ze gingen tegenover haar zitten en stelden zich voor.

Ze knikte vol respect en wachtte af. Ze had allang geleerd niets te zeggen, tenzij iemand haar iets vroeg. Anders begrepen ze misschien wat ze echt dacht. En dat wilde ze niet.

De generaal zei: ‘De plannen gaan goed, kameraad Yie, voor uw inzet bij deze grootse missie voor ons land.’

Ze knikte weer, maar zei niets.

Het pak nam het gesprek nu over, na een aanmoedigend knikje van het uniform.

Heel even liet Chung-Cha haar gedachten afdwalen. Hoeveel besprekingen had ze al gehad met pakken en uniformen? Ze praatten allemaal heel veel, maar ze vertelden feitelijk niets wat zij niet al wist. Ze was weer bij de les toen het pak drie foto’s uit zijn zak haalde.

Eén foto was van een vrouw. Het was een knappe vrouw met donker haar. Haar ogen waren blauw, wat een sterk contrast vormde met de kleur van haar haren. Hierdoor werden haar ogen geaccentueerd, en de warmte die erin lag.

‘De First Lady van de Verenigde Staten,’ zei het pak.

De generaal voegde eraan toe: ‘Dat duivelse rijk dat ons wil vernietigen.’

Chung-Cha knikte. Ze wist wie de vrouw was. Toen ze in het buitenland was, had ze haar foto gezien.

Het pak zei: ‘Haar naam is Eleanor Cassion.’

Dat wist ze ook, maar ze knikte alleen.

Het pak wees naar de volgende foto. Het meisje was een jaar of vijftien, schatte Chung-Cha. Ze wist niet wie dit was, maar ze had wel een vermoeden. Het meisje had donkerblond haar en ze leek veel op de vrouw.

Het pak zei: ‘De dochter van de First Lady, Claire Cassion.’

Chung-Cha knikte. Dat had ze goed gezien.

Hij wees naar de derde foto. Dit was een jongen van een jaar of tien, met hetzelfde haar als de vrouw, maar met dezelfde zachtbruine ogen als het meisje.

‘Thomas Cassion Junior, genoemd naar zijn vader, Thomas Cassion, de president van de Verenigde Staten,’ zei het pak.

‘Dit zijn de doelwitten,’ voegde de generaal er overbodig aan toe.

‘Ik heb begrepen dat ze gelijktijdig moeten worden gedood,’ zei Chung-Cha.

De mannen knikten.

Het pak zei: ‘Absoluut.’

‘Door u, kameraad Yie,’ zei de generaal.

Chung-Cha voelde de amper verhulde vijandigheid van de man. Ze vond dat hij wel iets subtieler mocht zijn.

‘Is het realistisch om te denken dat één persoon deze drie mensen gelijktijdig kan doden?’ vroeg ze.

‘Ze hebben me verteld dat u een uitstekende soldaat bent, Chung-Cha; bent u die reputatie niet waard?’ vroeg de generaal spottend.

Ze boog nederig haar hoofd en zei: ‘Ik voel me zeer gevleid door deze woorden, meneer, maar ik mag niet toelaten dat mijn ijdelheid het succes van deze missie ondermijnt. Ik bekijk deze missie op de logische manier van iemand die dit soort acties al eerder heeft uitgevoerd.’

‘Verklaar u nader,’ zei het pak.

‘Deze drie mensen worden vierentwintig uur per dag begeleid door agenten van de Secret Service. De kinderen hebben hun eigen beveiligers, net als de First Lady. Als ze samen reizen, worden deze beveiligers bij elkaar gevoegd en vormen dan een sterkere macht dan wanneer alle doelwitten apart van elkaar maar gelijktijdig worden uitgeschakeld.’

Het pak knikte bedachtzaam, maar de generaal snoof minachtend. ‘Onmogelijk.’ Hij keek naar Chung-Cha. ‘Drie aparte teams agenten naar de Verenigde Staten sturen om drie verschillende mensen uit te schakelen?’ Hij schudde nadrukkelijk zijn hoofd. ‘Dat zorgt er alleen maar voor dat de krachten worden verdeeld en daardoor wordt de kans dat er iets misgaat exponentieel vergroot. En wanneer één aanslag mislukt, mislukken ze zeer waarschijnlijk allemaal.’ Hij pakte de drie foto’s en hield ze als een waaier in zijn hand, alsof het drie speelkaarten waren. ‘Deze drie mensen moeten tegelijk worden gedood. Een alternatief is onbespreekbaar.’ Hij wees weer naar haar. ‘En u zult de trekker overhalen, kameraad Yie. U schijnt zelfs met gemak machtige generaals in Noord-Korea te doden. Vergeleken daarmee is dit kinderspel.’

‘Ik dood alleen generaals die verraders zijn,’ zei Chung-Cha op vlakke toon.

De generaal begon te grijnzen toen ze dit zei, maar even later veranderde zijn gelaatsuitdrukking. ‘Beschuldigt u me soms van...’

Ze viel hem in de rede. ‘Ik beschuldig niemand.’

Het pak stak zijn hand op. ‘Ruziemaken heeft geen zin. Dat zou de Opperste Leider niet plezierig vinden. En wat kameraad Yie zei klopt. Ze heeft haar opdracht uitgevoerd en is daarvoor rijkelijk beloond door onze Opperste Leider.’

Deze uitspraak veegde onmiddellijk de kwade blik van het gezicht van de generaal. Hij kalmeerde en zei: ‘Mijn collega heeft helemaal gelijk. En u ook, kameraad Yie. U hebt een verrader betrapt. Dat is zoals het hoort.’

‘Maar ik ga er nog steeds alleen naartoe?’

‘U gaat niet alleen,’ zei de generaal, en het pak knikte. ‘U zult worden vergezeld door een team. Maar de Amerikanen zullen alleen door u worden gedood.’ Nu glimlachte de generaal zelfs. ‘U bent een vrouw, kameraad Yie. De Amerikanen hebben een zwak voor uw sekse. Zij zullen niet willen geloven dat een vrouw hen kwaad kan doen.’

Chung-Cha bleef hem aankijken tot hij zijn blik neersloeg.

Het pak haalde een dossier uit zijn aktetas en overhandigde dat aan haar. ‘Dit is ons voorlopige rapport over de drie doelwitten. Dit moet u lezen en uit uw hoofd leren; daarna krijgt u meer informatie.’

‘Zijn er al plannen gemaakt voor wanneer en waar de doelwitten moeten worden aangevallen?’ vroeg Chung-Cha.

‘Die worden op dit moment ontwikkeld en gescreend,’ zei het pak. ‘Het beste plan zal worden geselecteerd. Ondertussen moet u dit lezen, uw Engels oefenen en uw zware training weer oppakken. We zullen de noodzakelijke achtergronddocumenten voor u en uw team klaarmaken, zodat jullie de Verenigde Staten kunnen binnenkomen. U moet ervoor zorgen dat u klaarstaat om van het ene op het andere moment in actie te komen.’

Ze stond op, pakte het dossier en stopte hem in haar tas.

De generaal gaf haar de foto’s en zei: ‘Deze zult u nodig hebben, kameraad Yie. U moet deze gezichten blijven bestuderen tot vlak voor het moment dat u hen doodt.’ Hij keek haar met een neerbuigende blik aan.

Chung-Cha nam de foto’s van hem aan en stopte ze in haar tas. Ze verliet het vertrek zonder de mannen aan te kijken.

Ze nam de ondergrondse naar huis en liep het laatste stuk. Ze kwam een paar mensen tegen, maar ze keek niemand aan. Wat ze wel zag, was de man die haar volgde. Bij haar flatgebouw liep ze de paar trappen op naar boven. Ze zette thee en deed rijst in haar koker, ging met haar kop thee bij het raam zitten en maakte haar tas open.

Ze scande de straat. De man was nergens te zien. Maar hij was daar wel. Ze kon zijn aanwezigheid gewoon voelen.

Ze haalde de foto’s en het dossier uit haar tas.

Ze legde de foto van de moeder weg en keek naar het meisje, Claire Cassion. Ze bladerde in het dossier. Ze was vijftien, ze was in maart geboren en ze ging naar iets wat Sidwell Friends heette. Verderop las Chung-Cha dat Sidwell een school was waar meisjes en jongens naartoe gingen. Ze bekeek een paar foto’s van de school, zo te zien een mooie en vredige school. De school was opgericht door de Quakers, volgens het rapport een religieuze groepering die trots was op haar vreedzame overtuigingen. Wat een stom principe om een religie op te baseren, dacht Chung-Cha. Niemand kon geweld afzweren, want geweld was vaak noodzakelijk. En omdat andere religies altijd gewelddadig waren, liepen degenen die dat niet waren altijd de kans te worden uitgeroeid.

Onder het lezen nam ze slokjes van de sterke hete thee en keek ze af en toe naar buiten terwijl ze nadacht over de feiten die ze in gedachten bij elkaar voegde. Maar ze merkte dat ze ook aan andere dingen dacht.

Deze Sidwell Friends leek een bijzonder prestigieuze school. Veel leerlingen kwamen uit vooraanstaande gezinnen en werden heel goed opgeleid. Ze las dat veel leerlingen slaagden en vervolgens naar andere elite-universiteiten gingen zoals Harvard, waar ze weleens van had gehoord, en Stanford, waar ze nog nooit van had gehoord, en iets wat Notre Dame heette. Ze had bezoeken gebracht aan het Midden-Oosten en had door landen gereisd waar meisjes helemaal niet naar school gingen; kennelijk vond men daar dat meisjes niet de moeite waard waren. Chung-Cha vond juist dat meisjes meer waard waren dan jongens.

In Noord-Korea gingen meisjes wel naar school, in de kampen echter niet. In Yodok had Chung-Cha nooit in een lokaal gezeten om veel te leren; ze had alleen een paar cijfers en letters geleerd, en ze had geleerd haar zonden te bekennen. Daarna was ze naar de mijn en de fabriek gestuurd. Ze keek een heel klein beetje verlangend naar de mooie gebouwen van Sidwell Friends.

Daarna bestudeerde ze de jongen, Thomas Junior. Hij ging naar een school die St. Albans heette. In het dossier stond dat de school was genoemd naar de eerste Britse martelaar, Saint Alban. De gebouwen waren van steen en zij vond dat het wel een kasteel leek. Prachtige oude gebouwen waar jongens − St. Albans werd alleen bezocht door jongens − naartoe gingen om te leren. Deze school leek al even prestigieus als Sidwell Friends.

De mascotte van St. Albans was een buldog. Chung-Cha had nooit een hond gehad. Daar was nooit een gelegenheid voor geweest en trouwens, ze had niet geweten wat ze ermee had moeten doen.

Er was wel een hond geweest, aan de andere kant van het hek in Yodok. Ze had hem weleens gezien en hem nogal lelijk en vies gevonden. Hij was dus net als zij en daardoor had ze een band met het dier gekregen. Als ze naar buiten werden gelaten om hout te sprokkelen, had de hond haar gevolgd en haar hand gelikt. Ze had haar hand teruggetrokken en de hond geslagen, omdat een aanraking voor haar betekende dat ze werd aangevallen. Het dier piepte en ging zitten, met zijn tong uit de bek zodat het leek alsof hij glimlachte en zijn glimlach zelfs zijn ogen bereikte.

Het dier was er ook toen ze de volgende keer het hek uit mocht om hout te sprokkelen. Deze keer stak ze haar hand uit toen hij naar haar toe kwam, en hij had haar hand gelikt. Ze had niets wat ze de hond kon geven, geen eten. Ze zou nooit eten weggeven. Nooit. Dat zou niemand in het kamp doen. Dat zou hetzelfde zijn als je bloed weggeven, of je hart. Maar ze liet de hond haar hand likken. En ze wreef over zijn kop, wat hij prettig leek te vinden.

Ze had de grendel van het geweer niet horen terugslaan. Wel hoorde ze het schot, en het gepiep. Ze had het bloed van de hond op haar geproefd en de bewaker horen lachen toen ze het uitschreeuwde en wegdook.

Ze zag de hond één keer verkrampen. Daarna lag hij stil en werd de bloederige wond in zijn borstkas groter. Ze was weggerend en had de bewaker keihard horen lachen. Als ze toen had geweten hoe ze een bewaker moest doden en toch in leven kon blijven, had ze dat toen gedaan.

 

*

 

Ze stopte de paperassen weer in de map. Ze schepte de rijst in een kom en at het op en dronk nog meer thee. Net zoals de hamburger in dat Amerikaans aandoende restaurant, at ze haar rijst langzaam op, korrel voor korrel leek het wel. Ze keek naar buiten.

Eindelijk zag ze de man staan, vlak bij de hoek. Hij droeg geen uniform, maar hij was wel een militair. Hij was vergeten andere schoenen aan te trekken. Die vielen op. En zijn haar was geplet op de plaats waar zijn pet altijd zat.

Ze lieten haar volgen. Dat was duidelijk. Wat niet duidelijk was, was waarom. Chung-Cha kon wel een paar redenen bedenken. Die waren stuk voor stuk niet goed voor haar. Niet één.

Maar zo was het hier nu eenmaal.

Doelwit
537e3c4656c646.html
537e3c4656c647.html
537e3c4656c648.html
537e3c4656c649.html
537e3c4656c6410.html
537e3c4656c6411.html
537e3c4656c6412.html
537e3c4656c6413.html
537e3c4656c6414.html
537e3c4656c6415.html
537e3c4656c6416.html
537e3c4656c6417.html
537e3c4656c6418.html
537e3c4656c6419.html
537e3c4656c6420.html
537e3c4656c6421.html
537e3c4656c6422.html
537e3c4656c6423.html
537e3c4656c6424.html
537e3c4656c6425.html
537e3c4656c6426.html
537e3c4656c6427.html
537e3c4656c6428.html
537e3c4656c6429.html
537e3c4656c6430.html
537e3c4656c6431.html
537e3c4656c6432.html
537e3c4656c6433.html
537e3c4656c6434.html
537e3c4656c6435.html
537e3c4656c6436.html
537e3c4656c6437.html
537e3c4656c6438.html
537e3c4656c6439.html
537e3c4656c6440.html
537e3c4656c6441.html
537e3c4656c6442.html
537e3c4656c6443.html
537e3c4656c6444.html
537e3c4656c6445.html
537e3c4656c6446.html
537e3c4656c6447.html
537e3c4656c6448.html
537e3c4656c6449.html
537e3c4656c6450.html
537e3c4656c6451.html
537e3c4656c6452.html
537e3c4656c6453.html
537e3c4656c6454.html
537e3c4656c6455.html
537e3c4656c6456.html
537e3c4656c6457.html
537e3c4656c6458.html
537e3c4656c6459.html
537e3c4656c6460.html
537e3c4656c6461.html
537e3c4656c6462.html
537e3c4656c6463.html
537e3c4656c6464.html
537e3c4656c6465.html
537e3c4656c6466.html
537e3c4656c6467.html
537e3c4656c6468.html
537e3c4656c6469.html
537e3c4656c6470.html
537e3c4656c6471.html
537e3c4656c6472.html
537e3c4656c6473.html
537e3c4656c6474.html
537e3c4656c6475.html
537e3c4656c6476.html
537e3c4656c6477.html
537e3c4656c6478.html
537e3c4656c6479.html
537e3c4656c6480.html
537e3c4656c6481.html
537e3c4656c6482.html
537e3c4656c6483.html
537e3c4656c6484.html
537e3c4656c6485.html
537e3c4656c6486.html
537e3c4656c6487.html
537e3c4656c6488.html
537e3c4656c6489.html
537e3c4656c6490.xhtml