47
Nicole Vance nam een slok warme koffie en keek naar haar team. Tegenover haar in een van de kamers in het neonazicomplex zaten Robie en Reel en agent Lesley Shepherd. Tussen Robie en Reel in zat Julie, in een deken gehuld warme chocolademelk te drinken.
Vance liep naar hen toe en zei: ‘We hielden deze groep al een tijdje in het oog. Dit waren niet alleen klootzakken, maar ze hielden zich ook bezig met binnenlands terrorisme. Ze pakten het slim aan. Ze lieten nooit bewijzen of getuigen slingeren. Maar volgens ons waren ze bij veel zaken betrokken, onder andere mensensmokkel en wapenhandel.’
‘Lekkere lui, net als de klootzakken die ze probeerden te evenaren,’ zei Robie.
‘En nu zoveel van deze mensen zijn gearresteerd, kon dit weleens leiden naar andere plaatsen en nog meer arrestaties.’
‘Daar wens ik je heel veel succes mee.’
Ze keek naar Julie. ‘Heb je nog iets nodig, Julie?’
Julie schudde haar hoofd. ‘Ik ben gewoon blij dat Jerome in orde is.’
‘Hij heeft geluk gehad. Zijn schedel is kennelijk veel harder dan ze dachten. Hij ligt nog in het ziekenhuis, maar de artsen hebben me verzekerd dat het weer goed met hem komt. We zullen jullie zo snel mogelijk met een vliegtuig van het Bureau naar huis brengen.’
‘Ik moet heel veel huiswerk inhalen,’ bekende Julie. Ze keek naar Shepherd en daarna naar Reel. ‘Maar waar is je echte dochter?’
Reel keek naar haar handen en zei zacht: ‘Dat weet ik niet. Ik heb haar al heel lang geleden moeten afgeven voor adoptie.’
‘Waarom?’ vroeg Julie.
‘Omdat ik zelf nog maar een kind was en geen baan had. En later was de baan die ik aangeboden kreeg niet echt geschikt voor iemand met een kind.’
‘Juist,’ zei Julie. Ze klonk en keek teleurgesteld.
Reel stond op en zei tegen Shepherd: ‘Lesley, ik zal je nooit genoeg kunnen bedanken.’
Shepherd nam Reels hand aan en zei: ‘Ben je gek? Graag gedaan.’
Reel vroeg aan Vance: ‘Mag ik je om een gunst vragen?’
‘Hoe zou ik nee kunnen zeggen?’ vroeg Vance.
‘Mag ik een paar foto’s meenemen?’
‘Waarvan?’
‘Dat zal ik je laten zien.’
De twee vrouwen vertrokken.
Robie vroeg aan Julie: ‘Weet je zeker dat je in orde bent? Ze hebben je toch niet... je weet wel, aangedaan?’
‘Behalve dat ze me hebben geslagen, lieten die griezels me met rust. Maar dat zou niet zo zijn gebleven. Die leider was een psychopaat.’ Ze schoof dichter naar Robie toe. ‘Wist jij dat Jessica niet wist waar haar dochter was?’
‘Nee. Ik wist niet eens dat ze een kind had.’
‘Denk je dat ze er spijt van heeft? Ik bedoel, dat ze haar kind heeft afgestaan?’
‘Dat weet ik niet. Volgens mij krijgen de meeste moeders er spijt van, nietwaar?’
Julie haalde haar schouders op en keek ernstig. ‘Sommigen hebben geen keus. Zoals mijn moeder. Maar zij heeft me altijd terug willen hebben.’ Ze dacht even na. ‘Volgens mij heeft Jessica er spijt van.’
‘Volgens mij heb je gelijk.’ Robie sloeg een arm om haar heen. ‘En ik weet dat Jerome blij zal zijn dat hij je terugkrijgt.’
‘Gaan jullie hier een gewoonte van maken?’
‘Waarvan?’
‘Mij redden.’ Ze maakte een grapje, maar Robie fronste.
‘Ik hoop dat ik dat nooit weer hoef te doen, Julie. Vooral niet omdat het aan onze stommiteit te wijten was dát je werd ontvoerd.’
‘We zijn er goed van afgekomen.’
‘Je kunt er niet op rekenen dat dat de volgende keer ook gebeurt.’ Hij wilde nog iets zeggen, maar toen verscheen er een vrouw in de deuropening.
Robie keek haar verbaasd aan.
Het was DD Amanda Marks. Ze kwam glimlachend binnen. ‘Jij bent natuurlijk Julie, ik heb heel veel over je gehoord van een vriend van je.’
‘Jessica?’ vroeg Julie.
Marks knikte. ‘Ik heb gehoord dat alles goed is afgelopen.’
‘Dat klopt,’ zei Robie. ‘En bedankt voor de assistentie.’
‘Ik krijg zelden de kans iets terug te doen. Dit voelde echt goed.’
Reel kwam weer binnen, gevolgd door Vance. Het leek alsof Reel ergens opgelucht over was. Vance keek zelfs blij. Reel gaf haar een hand. ‘Bedankt, dit betekent veel voor me.’
‘Ik hoop echt dat het goed voor je uitpakt.’
‘O, dat denk ik wel.’ Reel keek op en zag Marks. ‘Ik wil dit graag afronden, als dat mag.’
‘Mijn zegen heb je, agent Reel. Mijn zegen heb je.’
Julie keek scherp naar Robie. ‘Waar hebben ze het over?’
‘Dat weet ik niet zeker,’ moest Robie bekennen.
Reel riep hem. ‘Hé, Robie? Doe je mee aan de laatste fase van dit gedoe?’
‘Wat is dat dan?’
‘Dat laat ik je liever zien dan dat ik het je vertel.’
Julie fluisterde tegen hem: ‘Je kunt maar beter meegaan. En daarna kun je me maar beter alles vertellen.’
Robie stond op en liep naar Reel. ‘Waar gaan we naartoe?’ vroeg hij.
‘Niet eens zover. We mogen een auto meenemen. Maar eerst moet ik een telefoontje plegen en de boel regelen.’
‘Eén telefoontje maar?’
‘Eén is genoeg, als je de juiste persoon maar belt.’