27
Earl Fontaine draaide zich om in zijn bed en keek naar de man die tegenover hem lag.
‘Hé, Junior,’ zei hij. ‘Junior? Junior, word eens wakker!’
Na een tijdje werd Junior wakker. ‘Wat is er?’ vroeg hij suf.
‘Hoor dat je vandaag teruggaat naar de dodencellen.’
‘O, van wie heb je dat gehoord, ouwe?’
‘Ik hou m’n oren open. Lig niet de hele dag te pitten zoals jij. Je moet van het leven genieten, jongen, zolang het nog kan. Nog even en dan lig je anderhalve meter onder de grond te pitten en helemaal te verschimmelen.’
Junior snoof. ‘Ik word gecremeerd, stomme lul!’
‘Gaan ze je as uitstrooien waar je vandaan komt? Welk gat is dat, Junior?’
Junior rammelde luidruchtig met zijn ketting. ‘Wees maar blij dat ik hier lig en jij daar.’
‘Mee eens. Straks schijt je me nog helemaal onder, zoals je jezelf altijd onderschijt.’
Junior grinnikte. ‘Ik weet iets, ouwe.’
Earl glimlachte terug. ‘Wat dan? Hoe je tot tien moet tellen?’
‘Je weet wel wat ik bedoel. Over de dok. En al die onzin die je haar hebt wijsgemaakt.’
‘Weet niet waar je het over hebt, jongen.’
‘Je dochter, hè? Durf te wedden dat je niet eens een dochter hebt!’
‘Echt wel, knul. Echt wel.’
‘Volgens mij ben je iets van plan en moet ik een keer met iemand praten.’
Earl ging rechtop zitten. ‘Is dat zo? Moet je een keer met iemand praten? Wat ga je zeggen dan?’
Junior krabde afwezig aan zijn kin. ‘Ja, daar heb ik over nagedacht. Ik vroeg me af wat Earl Fontaine van plan is...’
‘En, wat hebben die minuscule hersentjes van jou bedacht?’
‘Die zeiden tegen me dat Earl Fontaine een trucje wil uithalen. Hij wil dat iemand hier bij hem op bezoek komt om een reden die niemand kent behalve hijzelf.’
‘Verdomme, knul, jij bent goed, zeg. Verdomd goed!’
‘Ja, dat is zo,’ zei Junior vol zelfvertrouwen.
‘Maar wie gaat je geloven, hè, stomme klootzak? Ze gaan je al heel gauw doodmaken. Voor hen ben je maar een nummer. Gewoon nog zo’n klootzak met een nummer die deze wereld verlaat. Dus vaarwel, Alabama.’
‘Ik zal het tegen de dokter zeggen. Vrouwen? Ik kan heel overtuigend zijn tegenover vrouwen.’
‘Dat geloof ik graag.’ Earl wreef met een bedachtzame blik over zijn kin. ‘Ja, dat geloof ik graag. Ik weet het gewoon. Verdomd, je lijkt precies op die acteur. Hoe heet hij ook al weer? Brad Pitt? Vrouwen gooien hun slipjes naar hem toe.’
‘Dus zodra ik haar zie, zal ik het tegen haar zeggen.’
‘Maar je zit allang weer in de dodencellen voordat ze terugkomt.’
‘Ach, dan vertel ik het wel aan iemand anders. Of ik zeg het tegen haar als ze me daar komt opzoeken.’
‘Ik geloof echt dat je dat doet, echt waar.’ Earl keek naar de deur en zag de man binnenkomen. Hij keek weer naar Junior. ‘Misschien kunnen we een soort deal sluiten, Junior.’
‘Misschien kun je wel naar de pomp lopen, Earl.’
‘Is dat je laatste woord, jongen?’
‘Nee. Loop maar twee keer naar de pomp.’
‘Verdomd, jongen, wat is dat, onder je deken?’
‘Wat?’
‘Onder je deken, jongen. Wat zie ik daar?’
Junior stopte zijn hand onder zijn deken en pakte het vast. Hij haalde het langzaam tevoorschijn, met een verbijsterde blik op zijn gezicht.
‘Hij heeft een mes!’ schreeuwde Earl. ‘Hij wil iemand vermoorden. Mes! Mes!’
De anderen in de ziekenzaal keken ook en begonnen ook te schreeuwen. Een verpleegkundige liet haar dienblad vallen, een patiënt begon te gillen, iemand drukte op het alarm.
Junior zei: ‘Wacht! Ik weet niet eens waar dit...’ Hij keek op en zag het grote gezicht van Albert, de bewaker.
‘Wacht!’ gilde Junior en hij liet het mes vallen.
Albert sloeg zijn hand om die van Junior en zorgde ervoor dat het mes op zijn plek bleef. Het leek alsof hij met Junior moest vechten om het wapen. Toen sloeg Albert met zijn knuppel tegen Juniors hoofd, één keer, twee keer en toen nog een derde keer.
Elke keer klonk het alsof iemand met een hamer op een meloen sloeg.
De eerste slag zorgde ervoor dat Junior het bewustzijn verloor.
De tweede slag doodde hem bijna.
De derde slag kreeg Junior alleen maar omdat Albert daar zin in had.
Albert hield ermee op. Het mes kletterde op de vloer.
Junior gleed half uit zijn bed. Zijn lichaam viel niet op de grond dankzij de ketting die aan de muur zat.
Albert stapte achteruit en keek naar het bloed, het haar en het hersenweefsel op zijn knuppel. Hij gebruikte Juniors laken om dat eraf te vegen. Hij keek om zich heen en zei: ‘Het is al goed. Hij kan niemand meer iets aandoen.’ Hij keek weer naar Junior. ‘Stomme klootzak!’
‘Lieve help, Albert, je hebt ons leven gered!’ zei Earl. ‘Niemand weet wat die geschifte vent met dat mes van plan was.’
‘Nu gaat hij helemaal niets meer doen,’ zei Albert vol overtuiging. Hij keek naar Earl en er verscheen een vage glimlach op zijn gezicht.
Hij keek de zaal rond en zei: ‘Ik zal dit voorval rapporteren. Jullie hebben allemaal gezien wat er gebeurde, toch?’
Earl knikte heftig. ‘Echt wel. Die gek wilde ons allemaal vermoorden met dat mes. Dat zag ik heel duidelijk. Hij weet dat hij een dodelijke injectie krijgt en wilde waarschijnlijk zo veel mogelijk van ons meenemen. Klootzak had niets te verliezen. Ze konden hem niet twee keer executeren, wel?’
‘Klopt,’ zei Albert. Hij keek de zaal weer rond. ‘Toch?’
Iedereen, de gevangenen en het personeel, knikte.
Albert glimlachte en leek tevreden. ‘Dan is het goed. Ik zal de jongens sturen om deze zak stront op te halen. In elk geval hoeven we nu geen geld uit te geven om die lul te executeren.’ Daarna draaide hij zich om en liep weg.
Earl leunde achterover tegen zijn kussen en moest moeite doen om niet te glimlachen toen hij naar de dode Junior keek.
Dezelfde verpleger die Earl een standje had gegeven omdat hij wilde roken terwijl hij aan de zuurstof lag, kwam naar hem toe. ‘Verdomme!’ zei de verpleger. ‘Hoe is Junior verdomme aan dat mes gekomen?’
Earl schudde langzaam zijn hoofd. ‘Geen idee. Je kunt maar beter je scalpels en dat soort dingen gaan tellen. Misschien heeft ie het van een van jullie afgepakt.’
‘Maar hij zat aan de muur geketend. En wat wilde hij ermee gaan doen?’
‘Wachten tot iemand bij hem in de buurt kwam en die gijzelen, denk ik,’ zei Earl. ‘Ze zouden hem toch doodmaken. Hij wilde hier weg. Laatste kans, toch?’
‘Verdomme, wat een rotzak!’
‘Klopt,’ zei Earl. Hij klopte zijn kussen op en leunde weer achterover, terwijl Juniors bloed nog op de lakens druppelde. ‘Een echte rotzak. Wilde de beul te slim af zijn, die klootzak. Na alle ellende die hij in zijn rottige leven heeft veroorzaakt. Goed dat we daar vanaf zijn, vind ik.’
‘Wat moet er van de wereld terechtkomen?’ vroeg de verpleger.
Dat zul je heel gauw weten, dacht Earl. Nog even en dan weet je wat er van mij terechtkomt.
Er kwam een onderzoeksteam binnen. Zij maakten een paar foto’s en deden een forensisch onderzoek, maar iedereen in de zaal kon wel zien dat ze het niet echt belangrijk vonden. Een man die walgelijke moorden had gepleegd en op de nominatie stond om voor die moorden te worden geëxecuteerd, had geprobeerd mensen te doden met een gestolen mes. Toen was zijn kop ingeslagen door een heldhaftige gevangenisbewaarder.
Het kon hen echt niets schelen.
Later zag Earl dat een paar schoonmakers Junior weghaalden en alles schoonmaakten.
Earl bleef naar de zwarte lijkenzak kijken tot deze door de deuropening verdween. Hij sloot zijn ogen en grijnsde.
Heel zacht zei hij: ‘Slaap lekker, Junior.’