61

President Cassion gaf Robie en Reel een stevige hand en keek hen blij en dankbaar aan.

Robie en Reel zaten tegenover hem in het Oval Office. Op een bank zaten Evan Tucker, Josh Potter en Blauwe Man.

Cassion leunde achterover in zijn stoel en keek hen aandachtig aan. ‘Ik heb de geheime rapporten gelezen over jullie eh... avontuur. Ik moet zeggen, het las als een thriller, alleen hebben jullie dit echt gedaan.’

Robie zei: ‘We hebben heel veel hulp gehad, meneer. En als agent Reel geen luchtsteun voor me had aangevraagd, zou ik hier vandaag echt niet zijn.’

Cassion knikte en zei: ‘Du-Ho en Eun Sun passen zich aan hun nieuwe leven aan. En Kim Sook helpt hen hierbij.’

‘Hij is een goede man,’ zei Reel. ‘Hij heeft daar uitzonderlijk goed werk verricht.’

‘En mijn schuldgevoel is veel minder,’ zei Cassion. ‘Niet dat het ongedaan kan maken wat er is gebeurd, maar ik denk dat generaal Pak het op prijs zou stellen wat we voor zijn familie hebben gedaan.’

‘Dat denk ik ook,’ zei Tucker. ‘Zonder enige twijfel.’

Cassion keek hem streng aan, waarop Tucker meteen zijn blik afwendde.

Blauwe Man schraapte zijn keel en zei: ‘We moeten ons wel voorbereiden op repercussies, meneer de president.’

‘Dat begrijp ik. Dat maakte deel uit van mijn besluit. Dat heb ik niet blindelings genomen.’

‘Natuurlijk niet, meneer,’ zei Blauwe Man op vlakke toon. ‘Maar nu moeten we ons bezighouden met doelwitten die de Noord-Koreanen mogelijk zullen uitkiezen. En we moeten onze beveiliging briefen en onze beveiligingsnetwerken finetunen.’

Tucker zei voordat Blauwe Man verder kon praten: ‘Daar hebben we allemaal rekening mee gehouden. Geloof me, ik doe alles wat gedaan kan worden om elke actie van de Noord-Koreanen te ondermijnen.’

De president keek met een misprijzende blik naar het hoofd van de cia. ‘Dat stelt me écht gerust,’ zei hij.

 

*

 

De president verliet samen met Robie en Reel het Oval Office.

Ze zagen dat Eleanor Cassion naar hen toe kwam, met hun zoon Tommy achter zich aan. Hij liep met gebogen hoofd, en zijn kleren leken vies en gekreukeld. In de mouw van zijn blazer zat een scheur, de achterkant van zijn overhemd hing uit zijn broek en zijn schoolstropdas zat scheef. Achter hem liep een forse agent van de Secret Service met een ongemakkelijke blik op zijn gezicht.

Toen zijn vrouw en zijn zoon voor hem bleven staan, vroeg Cassion: ‘Wat is er gebeurd?’

Eleanor zei: ‘Tommy heeft gevochten op school. Dat is wat er is gebeurd.’

‘Gevochten?’ vroeg Cassion stomverbaasd.

Robie en Reel keken elkaar aan. Ze begrepen wel dat de president zich meteen afvroeg hoe dit verhaal in de media zou worden gebracht.

Cassion bukte zich en vroeg: ‘Tommy, wat is er gebeurd?’

Tommy schudde koppig zijn hoofd en zei niets.

Cassion ging rechtop staan en keek naar de agent. ‘Wat is er gebeurd, agent Palmer?’

Palmer zei: ‘School was bijna afgelopen, meneer. Ze liepen naar buiten. Een groep leerlingen. Toen was er geschreeuw en een paar leerlingen begonnen te vechten. Tegen de tijd dat ik me een pad tussen de leerlingen door had gebaand, lagen Tommy en een andere jongen op de grond te vechten. Ik haalde ze uit elkaar, controleerde of de jongen in orde was en heb Tommy meteen mee hier naartoe genomen, meneer.’

Cassion streek met zijn hand door zijn haar. ‘Waar ging die vechtpartij om, Tommy?’

Toen de jongen geen antwoord gaf, legde Cassion een hand op de schouder van zijn zoon. ‘Tommy, ik heb je iets gevraagd. En ik verwacht een antwoord.’

‘Hij noemde je een stomme, slappe lul,’ zei Tommy, nog steeds met zijn blik op de grond gericht.

‘Pas op je woorden, Thomas Michael Cassion,’ zei Eleanor waarschuwend.

‘Hij vroeg waarom we vochten,’ zei Tommy. ‘Nou, en zo noemde die jongen papa en daarom heb ik hem een stomp gegeven.’

Cassion pakte zijn zoon bij zijn kin zodat de jongen hem aankeek. Nu konden ze zien dat Tommy ook een blauw oog had.

‘O, Tommy,’ zei Eleanor. ‘Vechten lost niets op. Iemand uitschelden heeft niets te betekenen.’

‘Jij was er niet bij, mama,’ zei Tommy. Toen keek hij naar agent Palmer. ‘Als u me niet van hem af had getrokken, had ik hem verrot geslagen.’

‘Hij deed zijn werk, Tommy,’ zei Eleanor. ‘Hij beschermt ons.’

‘Ik heb niemand nodig om me te beschermen. Ik kan wel op mezelf passen.’

‘Tommy, daar gaat het niet om,’ zei Eleanor. ‘Je had die andere jongen wel kunnen verwonden.’

‘Ik hóóp dat ik dat heb gedaan. Ik haat het hier! Ik haat het! Ik wil naar huis!’

‘Luister, jongen,’ zei de president, terwijl hij zenuwachtig om zich heen keek. ‘Daar hebben we het nog wel over, onder vier ogen.’

‘Niet waar! Jij bent de president. Je hebt helemaal geen tijd voor je zoon.’

‘Tommy!’ riep Eleanor geschokt uit.

‘Jij gaf je vader rugdekking,’ zei Reel.

Iedereen keek naar haar.

Tommy vroeg: ‘Wat?’

‘Je gaf je vader gewoon rugdekking. Je verdedigde hem. Zonen doen dat voor hun vaders. Dochters doen dat voor hun moeders. Kinderen doen dat voor hun ouders. Jij verdedigde zijn eer. Je gaf hem rugdekking. Zo noemen we dat in mijn werk.’

Tommy wreef in zijn gezwollen ogen. ‘Ja, misschien deed ik dat wel, hem rugdekking geven.’

Cassion keek naar Robie en Reel, zichtbaar opgelucht dat zijn zoon nu weer rustig was. ‘Tommy, dit zijn twee van de beste Amerikanen die je ooit zult ontmoeten. Ze hebben net een belangrijke missie voor ons land uitgevoerd. Zij zijn echte helden.’

Tommy keek gepast onder de indruk. Zijn hele houding veranderde. ‘Wauw!’ zei hij.

Robie stak zijn hand uit. ‘Leuk je te ontmoeten, Tommy. En voor wat het waard is, ik vocht ook toen ik op school zat. Maar ik heb iets ontdekt.’

‘Wat dan? Dat je iemand je andere wang moet toekeren?’ vroeg Tommy pruilend.

‘Nee, dat heb ik nooit geleerd. Ik ontdekte dat ik, wanneer ik met die andere jongen ging praten en probeerde te begrijpen waar hij een probleem mee had, de zaak op die manier kon oplossen in plaats van met mijn vuisten. Want of je nu wint of verliest, het doet altijd pijn als je in je gezicht wordt gestompt.’

Tommy leek niet echt overtuigd, maar zei: ‘Oké.’

‘Je zou wat ijs op je oog moeten leggen,’ zei Reel. ‘Dat helpt echt tegen de zwelling. Gewoon voor het geval er een tweede ronde volgt.’

Tommy keek haar glimlachend aan.

‘Kom jongeman, we gaan je opknappen,’ zei Eleanor snel en ze draaide hem om. ‘En dit is nog niet voorbij. Ik weet zeker dat ik nog bericht krijg van de school en dan moet je waarschijnlijk nablijven. Van mij krijg je ook nog straf.’

Ze keek naar haar man en fluisterde: ‘Vind je nog steeds dat ik overdrijf? Nantucket, we komen eraan!’

Terwijl zijn moeder hem meenam, keek Tommy achterom naar Robie en Reel. Robie gaf hem een knipoog en Reel stak bemoedigend haar duim op. Tommy glimlachte weer voordat hij zich omdraaide.

Cassion zei snel: ‘Sorry hoor, daarvoor.’

‘Kinderen blijven kinderen, meneer de president,’ zei Robie. ‘En zijn leven speelt zich af onder een vergrootglas. Dat is niet eenvoudig.’

‘Je hebt gelijk. Dat is niet eenvoudig. Ik betwijfel of ik dat had gekund toen ik tien was.’

Cassion liep met hen mee naar de voordeur van de West Wing.

‘Ik wil jullie nog een keer persoonlijk bedanken. Ik weet dat het niet eerlijk was wat ik van jullie heb gevraagd, het was een onmogelijke missie, maar toch hebben jullie er een succes van gemaakt.’

Robie zei: ‘Graag gedaan, meneer. Dat is ons werk.’

Cassion keek opeens bezorgd en vroeg: ‘Hebben jullie enig idee welke represailles de Noord-Koreanen zouden kunnen nemen?’

Reel zei: ‘Helaas, meneer de president, hebben wij een heleboel gemakkelijke doelwitten voor hen. Dat is het nadeel van een vrije en open samenleving.’

De president knikte, draaide zich om en liep weer naar binnen.

 

*

 

Robie en Reel liepen naar hun auto en passeerden een groep tuinlieden die aan het werk waren bij een bloembed en de struiken ernaast. Op één man na was iedereen geconcentreerd aan het werk.

Deze man keek op toen ze langskwamen. Hij nam zijn pet af en wreef over zijn wenkbrauw.

Dat deed hij niet om het zweet van zijn gezicht te vegen.

Aan de andere kant van het hek liep een groep toeristen over de stoep, onder wie drie mannen in een poloshirt en een kakibroek. Op dit teken van de man binnen het hek maakten ze allemaal foto’s van Robie en Reel. Toen deze een paar minuten later via het zijhek van het Witte Huis de weg op reden, maakten deze drie mannen foto’s van hun nummerbord.

Robie en Reel reden verder.

Doelwit
537e3c4656c646.html
537e3c4656c647.html
537e3c4656c648.html
537e3c4656c649.html
537e3c4656c6410.html
537e3c4656c6411.html
537e3c4656c6412.html
537e3c4656c6413.html
537e3c4656c6414.html
537e3c4656c6415.html
537e3c4656c6416.html
537e3c4656c6417.html
537e3c4656c6418.html
537e3c4656c6419.html
537e3c4656c6420.html
537e3c4656c6421.html
537e3c4656c6422.html
537e3c4656c6423.html
537e3c4656c6424.html
537e3c4656c6425.html
537e3c4656c6426.html
537e3c4656c6427.html
537e3c4656c6428.html
537e3c4656c6429.html
537e3c4656c6430.html
537e3c4656c6431.html
537e3c4656c6432.html
537e3c4656c6433.html
537e3c4656c6434.html
537e3c4656c6435.html
537e3c4656c6436.html
537e3c4656c6437.html
537e3c4656c6438.html
537e3c4656c6439.html
537e3c4656c6440.html
537e3c4656c6441.html
537e3c4656c6442.html
537e3c4656c6443.html
537e3c4656c6444.html
537e3c4656c6445.html
537e3c4656c6446.html
537e3c4656c6447.html
537e3c4656c6448.html
537e3c4656c6449.html
537e3c4656c6450.html
537e3c4656c6451.html
537e3c4656c6452.html
537e3c4656c6453.html
537e3c4656c6454.html
537e3c4656c6455.html
537e3c4656c6456.html
537e3c4656c6457.html
537e3c4656c6458.html
537e3c4656c6459.html
537e3c4656c6460.html
537e3c4656c6461.html
537e3c4656c6462.html
537e3c4656c6463.html
537e3c4656c6464.html
537e3c4656c6465.html
537e3c4656c6466.html
537e3c4656c6467.html
537e3c4656c6468.html
537e3c4656c6469.html
537e3c4656c6470.html
537e3c4656c6471.html
537e3c4656c6472.html
537e3c4656c6473.html
537e3c4656c6474.html
537e3c4656c6475.html
537e3c4656c6476.html
537e3c4656c6477.html
537e3c4656c6478.html
537e3c4656c6479.html
537e3c4656c6480.html
537e3c4656c6481.html
537e3c4656c6482.html
537e3c4656c6483.html
537e3c4656c6484.html
537e3c4656c6485.html
537e3c4656c6486.html
537e3c4656c6487.html
537e3c4656c6488.html
537e3c4656c6489.html
537e3c4656c6490.xhtml