39

Het oude vliegtuig racete schokkend over de landingsbaan. De remmen knarsten, de romp schokte en de beide turbomotoren maakten steeds minder toeren tot ze uiteindelijk helemaal stilvielen en het toestel tot stilstand kwam.

De cabinedeur ging open, de trap kwam naar beneden en er kwam een man in een zwart uniform naar buiten.

Hij werd gevolgd door een onwillige passagier. Het was een helse vlucht geweest. Julie was geboeid en gekneveld en er zat een kap over haar hoofd. Doordat ze niet kon zien waar ze haar voeten moest neerzetten, werd ze de trap af gedragen door de man achter haar, die al net zo’n zwart uniform droeg. Zodra haar voeten het asfalt raakten, duwde hij haar ruw naar een wit busje zonder ramen. Julie werd erin gezet, waarna het busje vertrok. Ze reden over wegen die algauw van asfalt overgingen in steenslag en ten slotte in modder. Ze hing onderuitgezakt tegen de rugleuning van haar stoel. Ze deed geen pogingen om zich heen te kijken, want door de kap kon ze toch niets en niemand zien.

Twee minuten nadat ze haar huis was binnengekomen, was ze aangevallen. Ze hadden snel en effectief gehandeld. Een vochtige doek voor haar gezicht, dampen waardoor ze duizelig werd en toen niets. Toen ze weer wakker werd, zat ze in een vliegtuig en was ze onderweg naar een onbekende bestemming. En nu zat ze in een busje.

Ze wist niet eens of haar voogd Jerome Cassidy leefde of dood was. Ze wist niet eens waarom ze was ontvoerd.

Ze had natuurlijk wel een vermoeden. Het zou heel goed iets te maken kunnen hebben met Will Robie. Of met Jessica Reel. Ze vond het veel te toevallig dat ze was gekidnapt meteen nadat ze door hen was thuisgebracht.

Een halfuur later stopte het busje. Ze werd eruit gesleurd en door een deuropening geleid, een trap af en door een andere deuropening. De deur ging dicht. Ze werd in een stoel geduwd, en ondanks de kap zag ze dat iemand het licht aandeed.

Met een ruk werd de kap van haar hoofd getrokken en ze knipperde snel om haar ogen aan het felle licht te laten wennen. Ze zat in een klein vertrek met stenen muren en een aarden vloer. Ze zat aan een wankele houten tafel. Aan de muren hingen vlaggen met hakenkruisen. Een peertje aan het plafond knetterde en knipperde.

Dit alles realiseerde ze zich pas later.

Tegenover haar zat een magere man van gemiddelde lengte. Er zat een keurige scheiding in zijn zwartgeverfde haar en hij had scherpe gelaatstrekken. De kleur van zijn ogen paste niet bij zijn haarkleur. Ze waren opvallend blauw. Hij droeg net zoals de andere mannen in het vertrek een zwart uniform, maar dat van hem was anders. Er zaten meer dingen op, zag Julie, sterren en medailles. De mouwbanden waren felrood, met het zwarte hakenkruis in het midden en drie witte strepen eromheen. Een militair uitziende pet lag op de tafel onder handbereik van de man.

De man wees even naar Julie en meteen daarna werd de prop uit haar mond gehaald en werden haar boeien losgemaakt. De man legde zijn handen op het tafelblad voor zich.

‘Welkom,’ zei hij. Hij glimlachte, maar alleen met zijn mond, niet met zijn blauwe ogen.

Julie keek hem alleen maar aan.

‘Ik weet wel zeker dat je je afvraagt waar je bent en waarom je hier bent.’

‘Hebben jullie Jerome iets aangedaan?’ vroeg ze.

‘Jerome?’

‘Mijn voogd. Ik woon bij hem. Hebben jullie hem iets aangedaan?’

‘Niet zo erg dat hij daar niet van herstelt. Nu terug naar de onderhavige kwestie, ik weet zeker dat je je afvraagt waar je bent en waarom.’

Ze keek hem aan. ‘Tja, we zijn niet in Duitsland. Het vliegtuig was een turboprop. Dus geen trans-Atlantisch bereik. En geen enkel vliegtuig kan je terugbrengen in de tijd, zeg, de jaren 1930.’ Dat laatste zei ze met een blik vol walging op de hakenkruisen aan de muren. Ze vervolgde: ‘We hebben ongeveer tweeënhalf uur gevlogen. Dus denk ik dat we ergens in het Diepe Zuiden zijn.’

Hij keek geamuseerd toen ze dit zei. ‘Waarom niet het noorden? Denk je dat onze broeders daar niet wonen?’

‘Je hebt een zuidelijk accent.’ Ze keek naar beneden. ‘En de aarde hier is rode klei. Georgia. Alabama misschien.’

De man keek al iets minder geamuseerd en keek haar met een kille blik aan. ‘Je zou een goede detective zijn.’

‘Ja, dat hoor ik wel vaker. Wat wil je?’

‘Van jou wil ik niets.’

‘Dus dit heeft iets te maken met iemand die ik ken?’

De man knikte.

‘Zal ik raden?’

‘Je bent goed in conclusies trekken. Ga dus maar even door.’

‘Je haar past niet bij je ogen, en je gezicht is veel te oud voor je haar, wat betekent dat je het verft. Aan al die ouderdomsvlekken op je handen te zien, denk ik dat je eind vijftig, begin zestig bent. En het soort uniform dat je draagt werd gedragen door Himmler, de leider van de SS. Hij was ook de klootzak achter de concentratiekampen. Gefeliciteerd. Iets waar je heel trots op kunt zijn.’

Julie hoorde de snellere ademhaling van de mannen achter haar, maar de man die tegenover haar zat vertrok geen spier. Hij zei: ‘Nee, ik had het over degene die je misschien kent. Ga daar maar even op in.’

‘Zodat ik je inlichtingen geef die je anders misschien niet hebt? Nee, toch maar niet.’

‘Je bent een uitzonderlijke jonge vrouw, volkomen anders dan ik had verwacht.’

‘Wat, verwachtte je soms een verlegen feministe in de dop die helemaal begint te trillen zodra ze je zag? Natuurlijk ben ik bang. Jullie hebben me ontvoerd. Jullie zijn in de meerderheid. Jullie hebben vuurwapens. Ik ben helemaal in jullie macht.’ Ze keek weer naar de hakenkruisen. ‘Bovendien zijn jullie duidelijk met haat vervuld en compleet geschift. Ik zou wel stom zijn als ik niet bang was. Maar dat betekent niet dat ik jullie ga helpen, want dat doe ik dus niet.’

‘Je hoeft me ook nergens mee te helpen, juffrouw Getty.’

‘Ik ben echt niet onder de indruk van het feit dat je mijn naam weet. Dat is niet zo moeilijk.’

‘Ken je de naam Sally Fontaine?’

‘Nee.’

‘En de naam Jessica?’

Julie zei niets.

‘Lange, slanke vrouw met blond haar?’

Julie zei nog steeds niets.

‘Je stilzwijgen zegt veel.’

‘Oké,’ zei Julie. ‘Dus wat is het plan? Ik in ruil voor haar? Gaat niet gebeuren.’

‘Voor je eigen bestwil moet je maar hopen dat het wel gebeurt.’

‘Dat is niet aan mij. Dat is niet aan jou. Het is niet eens aan haar.’

‘Dus je geeft toe dat je Jessica kent?’

‘Ik geef niets toe. Maar mag ik jou iets vragen?’

Ze wachtte tot hij knikte.

‘Denk jij dat deze Sally Fontaine dezelfde persoon is als die Jessica?’

‘Ik weet dat ze dat is, zonder enige twijfel.’

‘Hoe ken je Sally Fontaine dan?’

‘Ze was vroeger een van mijn trouwste volgelingen.’

‘Oké, dat is dus dikke onzin.’

De man trok zijn wenkbrauwen op. ‘En hoe zou jij dat moeten weten? Een veronderstelling zonder feitelijke basis?’

Julie schudde haar hoofd, maar zei niets.

‘Je lijkt niet geïntimideerd door je omgeving. De meeste mensen, zelfs volwassenen, zouden erg bang zijn als ze worden ontvoerd en met wapens worden bedreigd.’

‘Dit is niet de eerste keer dat ik word ontvoerd en met wapens word bedreigd.’

‘Is dat zo?’ vroeg hij op sceptische toon.

‘Ja. De laatste keer was door een Saoedische prins met ernstige jihadistische neigingen. Hij heeft me bijna gedood.’

‘En waarom heeft hij dat dan niet gedaan?’

‘Omdat mijn vrienden me kwamen redden.’

‘Dat zal deze keer niet gebeuren.’

‘Zeg nooit nooit. En je bent niet van plan me te laten gaan.’

‘Waarom niet?’

‘Je hebt me je gezicht laten zien. Ik kan je identificeren. Dus kun je me niet laten gaan.’

‘We zullen zien. Zoals je zei, zeg nooit nooit.’

‘Wat heb jij met die Sally Fontaine te maken?’

‘Zoals ik al zei, was zij een van mijn trouwste aanhangers.’

Julie snoof.

De man haalde een foto uit zijn zak. ‘Misschien herken je je vriendin.’ Hij liet de foto aan Julie zien.

Op de foto stond een tienermeisje naast een jongere versie van de man tegenover Julie. Hij droeg een identiek zwart SS-uniform.

Toen Julie beter keek, zag ze dat het meisje Jessica Reel was. En ze zag nog iets. ‘Ze is zwanger!’ riep Julie.

‘Ja, ze droeg mijn kind. Onze liefdesbaby, zoals ik graag zei.’

‘Maar ze lijkt even oud als ik nu ben en jij was een volwassen man. Ben je ook een pedofiel?’

De klap sloeg Julie uit haar stoel en ze kwam op de harde klei terecht. Even later werd ze door de mannen achter haar overeind gesleurd en weer op de stoel geduwd.

De man tegenover haar wreef de hand waarmee hij haar had geslagen. ‘Vergeef me mijn woede-uitbarsting. Maar je woorden raakten een snaar diep in me.’

Julie veegde het bloed van haar mond en keek de man strak aan.

‘We hielden heel veel van elkaar,’ zei hij. ‘Ondanks ons leeftijdsverschil.’

Ze zei: ‘Maar nu houden jullie dus niet meer van elkaar.’ Hij hield zijn hoofd scheef. ‘Als je mij moet ontvoeren om haar te pakken te krijgen.’

‘De tijd verstrijkt en dingen veranderen, dat is waar. Maar mijn gevoelens zijn er nog.’

‘En het kind?’

‘Nog een leegte in mijn hart. Dat wil ik rechtzetten.’

‘Kende je Sally’s vader?’

‘Earl? Ja, een goede vriend van me.’

‘Dat geloof ik graag. Is dat de manier waarop je haar hebt gevonden en toen mij?’

‘Je bent echt uitzonderlijk vroegwijs. Binnen onze organisatie zou ik heel goed iemand als jij kunnen gebruiken.’

Julie nam niet de moeite hierop in te gaan. ‘Wat is nu de volgende stap?’ vroeg ze.

‘We hebben contact gemaakt. We verwachten dat zij dat binnenkort ook doet.’

Er klonk een zoemend geluid.

Julie keek even om zich heen voordat ze zich realiseerde dat het geluid uit de zak van de man kwam.

Hij haalde de telefoon tevoorschijn en keek naar het scherm. ‘Als je het over de duivel hebt...’

Hij stond op en verliet het vertrek.

Doelwit
537e3c4656c646.html
537e3c4656c647.html
537e3c4656c648.html
537e3c4656c649.html
537e3c4656c6410.html
537e3c4656c6411.html
537e3c4656c6412.html
537e3c4656c6413.html
537e3c4656c6414.html
537e3c4656c6415.html
537e3c4656c6416.html
537e3c4656c6417.html
537e3c4656c6418.html
537e3c4656c6419.html
537e3c4656c6420.html
537e3c4656c6421.html
537e3c4656c6422.html
537e3c4656c6423.html
537e3c4656c6424.html
537e3c4656c6425.html
537e3c4656c6426.html
537e3c4656c6427.html
537e3c4656c6428.html
537e3c4656c6429.html
537e3c4656c6430.html
537e3c4656c6431.html
537e3c4656c6432.html
537e3c4656c6433.html
537e3c4656c6434.html
537e3c4656c6435.html
537e3c4656c6436.html
537e3c4656c6437.html
537e3c4656c6438.html
537e3c4656c6439.html
537e3c4656c6440.html
537e3c4656c6441.html
537e3c4656c6442.html
537e3c4656c6443.html
537e3c4656c6444.html
537e3c4656c6445.html
537e3c4656c6446.html
537e3c4656c6447.html
537e3c4656c6448.html
537e3c4656c6449.html
537e3c4656c6450.html
537e3c4656c6451.html
537e3c4656c6452.html
537e3c4656c6453.html
537e3c4656c6454.html
537e3c4656c6455.html
537e3c4656c6456.html
537e3c4656c6457.html
537e3c4656c6458.html
537e3c4656c6459.html
537e3c4656c6460.html
537e3c4656c6461.html
537e3c4656c6462.html
537e3c4656c6463.html
537e3c4656c6464.html
537e3c4656c6465.html
537e3c4656c6466.html
537e3c4656c6467.html
537e3c4656c6468.html
537e3c4656c6469.html
537e3c4656c6470.html
537e3c4656c6471.html
537e3c4656c6472.html
537e3c4656c6473.html
537e3c4656c6474.html
537e3c4656c6475.html
537e3c4656c6476.html
537e3c4656c6477.html
537e3c4656c6478.html
537e3c4656c6479.html
537e3c4656c6480.html
537e3c4656c6481.html
537e3c4656c6482.html
537e3c4656c6483.html
537e3c4656c6484.html
537e3c4656c6485.html
537e3c4656c6486.html
537e3c4656c6487.html
537e3c4656c6488.html
537e3c4656c6489.html
537e3c4656c6490.xhtml