16
Robie was de eerste die wakker werd. Doordat er geen ramen in hun kamer zaten, had hij geen idee hoe laat het was. Toen ze hier aankwamen, waren hun horloges afgepakt. Hij ging langzaam rechtop zitten en wreef over zijn pijnlijke hoofd. Hij lag op het bovenste bed en keek naar beneden. Reel sliep nog. Robie slikte moeizaam en merkte dat er nog steeds wat braaksel in zijn keel en mond zat. Bah!
‘Balen hè?’
Hij keek weer naar beneden en zag dat Reel hem aankeek. ‘Niet iets wat ik elke dag wil meemaken.’ Hij zwaaide zijn benen over de rand, liet zich naar beneden zakken en ging op haar bed zitten.
Ze trok haar benen op om ruimte voor hem te maken. ‘Waarom hebben ze het gedaan?’ vroeg ze. ‘Ze dachten toch niet echt dat we een bekentenis zouden ondertekenen!’
Robie keek naar het microfoontje, maar Reel schudde haar hoofd. ‘Het kan me niets schelen of ze dit horen.’ Ze ging rechtop zitten en zei luid: ‘Ik beken helemaal niets, verdomme!’
Toen keek ze weer naar Robie.
Hij glimlachte.
‘Wat?’ vroeg ze.
‘Niets. Nou ja, ik hou gewoon van je subtiele stijl, Jessica.’
Ze wilde een gemene opmerking maken, maar hield haar mond. En schoot in de lach.
Een paar seconden later lachte hij ook.
Ze hielden daarmee op toen ze voetstappen hoorden.
Ze trokken zich allebei meteen terug, gespannen, handen voor zich, reflexen klaar. Ze zouden moeten vechten als ze hen weer mee wilden nemen.
De deur ging open.
Evan Tucker.
Robie keek snel naar Reel. Ze keek zo woedend dat hij bang was dat ze de dci zou aanvallen. Hij wilde zijn arm al uitsteken om haar tegen te houden, toen ze zei: ‘Goedemorgen, directeur. Hebt u lekker geslapen vannacht? Wij wel. Ik heb al jaren niet meer zo goed geslapen.’
Tucker slaagde erin even te glimlachen en ging tegenover hen in de stoel zitten. Zijn pak was gekreukeld en de kraag van zijn overhemd was een beetje groezelig alsof hij hier niet in de eerste klasse naartoe was gereisd. ‘Ik weet wat jullie gisteravond is overkomen. Daar had ik opdracht voor gegeven.’
‘Goed te weten,’ zei Robie. ‘Dus dat is een bekentenis? Ik dacht namelijk dat waterboarding illegaal was.’
‘Het is illegaal wanneer het doel is gevangenen te verhoren. Jullie zijn geen gevangenen en het was niet de bedoeling jullie te verhoren.’
‘Ons is gevraagd een bekentenis te ondertekenen,’ zei Reel.
‘Dat was gelogen. Er lagen geen bekentenissen klaar om te ondertekenen.’
‘Die man van gisteravond zei iets anders. En de tekst van de bekentenis zoals hij dat ons vertelde, was behoorlijk specifiek,’ zei Robie.
‘Hij had zijn script en daar heeft hij zich aan gehouden. Maar er was geen bekentenis.’
‘Wat was dan de bedoeling van dat hele gedoe?’ wilde Reel weten.
‘Kijken of jullie er nog steeds tegen opgewassen zijn. Tijdens de missie die jullie straks moeten uitvoeren, kunnen jullie gevangen worden genomen. En van de vijand is bekend dat hij naast andere verhoortechnieken waterboarding gebruikt om gevangenen te breken. Het gaat er niet alleen om dat je raak kunt schieten.’
‘Dus dit heeft niets te maken met het feit dat u de pik op me hebt, directeur?’ vroeg Reel. ‘Denkt u nu echt dat we dat geloven?’
‘Het kan me niets schelen wat jullie wel of niet geloven. Ik heb je mijn visie heel duidelijk gemaakt. Jij hebt twee van mijn mensen gedood en bent daar niet voor bestraft. Dat klopt niet, vind ik. Ik vind ook dat je in de gevangenis hoort te zitten, maar dat is niet aan mij. Ik moet nog steeds mijn werk doen, en jij ook. Mijn werk is dit land te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. Jullie zijn het gereedschap dat ik tot mijn beschikking heb. Ik zal jullie inzetten zoals ik nodig acht. Als ik het noodzakelijk vind om je met je kont tegen de muur te duwen en er vervolgens doorheen, dan doe ik dat. Als jij het gevoel hebt dat je daar niet tegen kunt, dan moet je me dat nu vertellen en kunnen we meteen ophouden met al deze ongein.’ Hij zweeg en keek hen afwachtend aan.
‘En als we weg willen?’ vroeg Robie.
‘Dan kan dat geregeld worden. Maar dan is de kans groot dat je partner wordt aangeklaagd wegens moord. En jij als haar medeplichtige.’
‘Dus als we hier blijven en misschien worden gedood, door de andere kant of onze eigen mensen, dan worden we niet voor de rechter gesleept?’ vroeg Reel.
‘Hadden jullie echt iets beters verwacht?’ vroeg Tucker sceptisch. ‘Als jullie met een schone lei willen beginnen, moeten jullie het hier volhouden en vervolgens de komende missie met succes afronden. Als jullie ermee willen kappen, ziet de zaak er totaal anders uit. De keus is aan jullie. Maar ik wil het nu horen, want ik heb geen tijd te verspillen.’
‘Bent u daarom hier?’ vroeg Robie. ‘Om ons een ultimatum te stellen?’
‘Nee, ik ben hier om eindelijk een einde te maken aan de mogelijke misvatting die jullie hebben over mijn motieven. Jullie zijn hier niet naartoe gestuurd om te worden gedood. Ik heb het veel te druk om zelfs maar over zoiets na te denken. In het grote geheel is niemand van ons zo belangrijk. Nu hebben we een kans om iets te doen wat de wereld veel beter en veel veiliger kan maken. Ik moet weten dat jullie me voor de volle honderd procent willen helpen, want anders kan ik jullie niet gebruiken. Nogmaals, de keus is aan jullie. En nogmaals, ik wil het nu horen.’ Weer zweeg hij en keek hen aan.
Robie was de eerste die iets zei. ‘Ik doe mee.’
Reel knikte. ‘Ik ook.’
‘Fijn.’ Tucker stond op, deed de deur open en vertrok.
Voordat Reel en Robie zelfs maar iets konden zeggen, hoorden ze dat er iemand anders aankwam.
Even later rolde een ordonnans een karretje naar binnen met ontbijtspullen en een kan koffie. Een andere ordonnans had twee klapstoeltjes bij zich. Ze dekten de tafel, zetten het eten en de koffie erop, en verdwenen.
Reel en Robie hadden zich de hele tijd niet verroerd. Ten slotte keken ze elkaar aan.
‘Wat denk je, zou er cyanide in zitten?’ vroeg hij.
‘Kan me niets schelen. Ik verga van de honger.’
Ze stonden op, gingen op de klapstoeltjes zitten, begonnen te eten en dronken de warme koffie op. Tijdens het eten zeiden ze geen woord.
Daarna leunden ze allebei achterover, voldaan en met hernieuwde energie.
Reel zei: ‘Het effect van een goede maaltijd op je stemming kan niet worden overschat.’
‘Ja, maar misschien is dit alleen maar het vetmesten van het kalf voordat het naar de slachtbank wordt gebracht.’
‘Dus dit was onze laatste maaltijd voordat we worden geëxecuteerd?’
‘Wist ik het maar,’ zei Robie. ‘Voordat Tucker er was, wist ik bijna zeker dat het afgelopen was. Nu weet ik het niet meer.’
‘Vreemd dat hij hier helemaal naartoe is gekomen om ons iets te vertellen wat we al wisten.’
‘Denk je dat hij de waarheid vertelde?’
‘Tuurlijk niet. Hij loog alsof het gedrukt staat.’
‘Waarom?’ vroeg Robie.
‘Spionnen liegen. En hij probeert zich in te dekken voor dat waterboardinggedoe.’
‘Was dat nodig, denk je? Het is niet zo dat we lid zijn van een vakbond en een klacht kunnen indienen.’
Weer hoorden ze voetstappen en ze grepen instinctief het mes dat naast hun bord lag. Maar het was de ordonnans die de tafel kwam afruimen. Er was nog iemand bij hem, en deze bracht hen naar de douches waar ze zich opfristen en schone kleren aantrokken.
Toen ze werden teruggebracht naar hun kamer, fluisterde Reel tegen Robie: ‘Dit vind ik griezeliger dan waterboarding. Waarom doen ze zo aardig tegen ons?’
Robie fluisterde terug: ‘Misschien heeft Tucker daar opdracht voor gegeven.’
‘Dat geloof ik echt niet!’
Vier uur later kwam er pas weer iemand bij hen. Ze kregen opdracht hun hardloopkleren aan te trekken. Daarna werden ze met een jeep naar een afgelegen deel van het terrein gebracht, diep in het bos, en afgezet.
Het weer was niet slecht. De temperatuur was iets boven nul, het was lichtbewolkt en de zon stond hoog aan de hemel. Het werd al iets warmer. Robie schatte dat het een uur of twee ’s middags was.
Nadat de jeep was vertrokken, kwam er iemand achter de bomen vandaan. Ze draaiden zich om en keken wie het was.
Amanda Marks stond op het pad. Ze droeg hardloopkleren en Nikes. ‘Ik ga ervan uit dat jullie goed hebben gegeten en uitgerust zijn?’ vroeg ze.
‘En schoon,’ zei Reel. ‘Dat mogen we niet vergeten.’
‘Laten we dan maar gaan hardlopen, oké?’ Zonder op antwoord te wachten, draaide Marks zich om en begon te rennen.
Robie en Reel keken elkaar verbaasd aan, maar daarna liepen ze met haar mee, hij rechts van Marks, zij links.
‘U wist dus dat Tucker vandaag zou komen?’ vroeg Reel.
‘Op het laatste moment. Waar wilde hij met jullie over praten?’
‘Bedoelt u dat hij u dat niet heeft verteld?’ vroeg Robie.
‘Als dat zo was, hoefde ik het jullie niet te vragen.’
‘Hij wilde ons laten weten dat onze aanwezigheid hier geen deel uitmaakt van een persoonlijke vendetta. Hij zei dat het waterboarding niet bedoeld was om ons een bekentenis te ontfutselen, omdat er helemaal geen bekentenis klaarlag, maar alleen om te kijken of we het konden verdragen voor het geval we gevangen worden genomen.’
‘Geloofden jullie hem?’ vroeg Marks.
‘Zou u dat doen?’ vroeg Reel meteen.
‘Dat weet ik niet. Echt niet. Hij is een veel gecompliceerdere man dan ik eerst dacht.’
‘Ik vertrouw hem niet,’ zei Reel.
‘Als ik jullie was, zou ik hem ook niet vertrouwen,’ antwoordde Marks.
Reel zei: ‘Ik neem aan dat het eten en de rust en de douche aan u te danken waren?’
‘Nou, dat was zeker niet het idee van de dci of van Andrew Viola.’
‘Viola,’ zei een verbaasde Reel. ‘Is hij hierbij betrokken?’
‘Ik dacht dat jij zijn stem wel had herkend tijdens die waterboarding-sessie. Jullie werkten hier toch tegelijk? Ik weet ook dat je tijdens een paar missies samen met hem in het veld was.’
‘Dat is zo, maar ik had zijn stem niet herkend.’
‘Misschien had je het druk met andere dingen,’ zei Marks droog. Ze keek naar Robie. ‘Ken jij Viola?’
‘Alleen zijn reputatie. Hij is heel goed.’
‘Keiharde strijder die zich altijd aan de spelregels houdt,’ antwoordde Marks.
Reel en Robie keken elkaar even aan.
Reel vroeg: ‘Zijn we daarom hier midden in het bos aan het hardlopen? Zodat we openlijk kunnen praten?’
‘Laat ik het zo zeggen: ik heb vanochtend al vijftien kilometer hardgelopen. Dus voor mijn conditie hoef ik dat nu niet te doen.’
‘Viola is dus een teamspeler,’ zei Robie.
‘En jij bent dat niet?’ vroeg Reel.
‘Dat heb ik niet gezegd,’ antwoordde Marks. ‘Ik bén een teamspeler.’
‘En die verdrinkingssessie van gisteravond dan?’ zei Reel.
‘Niet mijn idee. En ze hebben mij niet aangewezen om het te doen. Toen kwam Viola in beeld.’
‘Het verbaast me dat ik hem hier niet eerder heb gezien,’ zei Reel.
‘Hij was net teruggeroepen van een tijdelijke klus elders,’ zei Marks.
‘Door Evan Tucker?’ vroeg Robie. Hij zwaaide losjes met zijn armen, terwijl ze in een prettig tempo doorliepen.
‘Ik weet het niet zeker, maar het zou me niet verbazen. Viola is een waardevolle agent. Hij zou niet door iemand van het middelmanagement worden teruggeroepen. Ik heb het in elk geval niet gedaan.’
‘Dus waarom wilde Tucker niet op u vertrouwen om het vuile werk te doen?’ wilde Robie weten.
Reel voegde eraan toe: ‘Hebt u geweigerd ons te waterboarden?’
Marks liep nog zeker tien meter door en zei toen: ‘Dat heeft hij me niet gevraagd.’
‘En als hij dat wel had gedaan?’ drong Reel aan. ‘Wat had u dan gedaan?’
‘Ik ben nooit bereid geweest onze vijanden te martelen, laat staan onze eigen agenten.’
‘Dan is het wel duidelijk dat Tucker dat wist,’ zei Robie. ‘Hij heeft dus niet de moeite genomen het u te vragen. Viola had daar duidelijk geen enkel probleem mee.’
‘Nee, dat klopt. Hij zou niet eens weigeren iemand te executeren als hij daar bevel voor kreeg. Zo zit hij niet in elkaar.’
‘Maar waarom dacht Tucker in vredesnaam dat we een bekentenis zouden ondertekenen?’ vroeg Reel. ‘Zelfs als we werden gemarteld?’
‘Hij is geen echte cia’er,’ zei Robie. ‘Hij heeft zelfs nooit bij de inlichtingendienst gewerkt. Zijn benoeming tot directeur van de cia was een politieke beloning. Hij dacht waarschijnlijk dat waterboarding bij iedereen succes heeft.’
‘Alsof een gedwongen bekentenis enige waarde heeft,’ zei Reel. ‘En hij wilde echt dat we die ondertekenden, ondanks de onzin die hij ons vertelde.’
‘Volgens mij was het niet zijn bedoeling daar in een rechtbank gebruik van te maken,’ zei Marks.
Reel keek haar even aan. ‘Waar dan wel?’
Robie zei: ‘Waarschijnlijk wilde hij zo aan de president laten zien dat we fout zijn.’
Marks voegde eraan toe: ‘En misschien ondertekent de president dan je officiële ontslag. Maar niet het soort ontslag waarbij je dan je bureau leegmaakt en naar de uitgang wordt geëscorteerd.’
‘Als Tucker als baas van de cia dacht dat dat zou gebeuren, heeft Amerika een groot probleem,’ zei Reel.
‘Ik weet het niet,’ zei Robie. ‘Misschien wilde hij ons alleen maar doden.’
‘Misschien wilde hij alleen maar dat we de pijn voelden,’ zei Reel.
‘Dat is gelukt,’ zei Robie.
Reel bleef opeens staan.
De anderen bleven ook staan en keken haar aan.
‘En dat brengt ons terug bij de vraag waarom u doet wat u doet, Deputy Director,’ zei ze.
Marks bleef op de plaats joggen, zodat haar lichaam warm en soepel bleef. ‘Ik ben een teamspeler, Reel, vergis je niet.’
‘Maar?’
‘Maar ergens trek ik een grens. Waterboarding toepassen op onze eigen mensen hoort daarbij.’
‘Wat nog meer?’
‘Tucker zei dat hij wilde dat ik jullie grenzen opzocht en dan toch doorging. Hij wilde kijken of jullie geschikt waren voor een nieuwe missie. Jullie hielden het vol, of niet. Ik nam aan dat dat zijn doel was. Om dat te ontdekken.’
‘En nu?’
‘En nu weet ik het niet. Tussen de regels door klonk het alsof hij niet wilde dat jullie hier levend vandaan kwamen.’
‘En u besloot om, wat, hem te negeren?’ vroeg Reel.
‘Ik besloot te denken dat hij dat niet kon bedoelen,’ zei Marks.
‘Of u hebt uzelf wijsgemaakt dat dat niet kon,’ zei Robie.
Marks begon weer te lopen en Robie en Reel volgden haar.
‘Goed, wat doen we nu?’ vroeg Reel.
‘Dat weet ik niet,’ gaf Marks toe. ‘Maar ik kan jullie wel vertellen dat ik vanaf nu samen met jullie train.’
‘Waarom?’ vroeg Robie.
‘Om ons te beschermen?’ opperde Reel.
‘Ik ga gewoon samen met jullie trainen.’
‘Dit is niet uw probleem of uw gevecht, DD,’ zei Robie. ‘Breng uw carrière hiervoor niet in gevaar. U verdient het niet, een mogelijk ontslag.’
‘Ik ben de DD, zoals je zei, Robie. En de DD is verantwoordelijk voor zijn of haar agenten in het veld. Tja, en jullie zijn twee van die agenten en het is mijn verantwoordelijkheid om op jullie te passen.’
‘Dus u bent bereid Evan Tucker om die reden uit te dagen?’ riep Reel. ‘De uitslag van een gevecht tussen de nummer één tegen de nummer twee staat al van tevoren vast.’
‘Misschien,’ antwoordde Marks kort. ‘Maar nummers twee hebben de neiging meer hun best te doen.’
Reel zei: ‘U wilt Tucker tot uw vijand maken?’
‘Ik maak niet met opzet iemand tot mijn vijand. Wat ik probeer te doen, is mijn werk.’
‘Ik dacht dat bevelen opvolgen uw werk was,’ zei Robie.
‘Het is mijn werk om mijn taken als DD zo goed mogelijk te vervullen. En dat ben ik dus van plan.’
Ze verhoogde haar tempo, zodat Robie en Reel een meter of tien achter haar liepen. Het leek alsof ze dat expres deed, zodat zij met elkaar konden overleggen over wat zij zojuist had gezegd.
‘Is ze te vertrouwen, denk je, of doet ze om een bepaalde reden alsof ze onze vriendin is?’ vroeg Reel.
‘Geen idee. Ze lijkt oprecht. Waarom zou ze onze vriendin moeten zijn? Ze heeft ons hier klem. Ze kan met ons doen wat ze wil.’
‘Ze heeft ons ook niet gevraagd iets te doen,’ zei Reel peinzend.
‘Nog niet,’ verbeterde Robie haar.
‘Wat doen we?’
‘Ja, volgens mij hebben we niet veel keus.’
‘En als ze écht oprecht is?’
‘Dan hoop ik dat zij niet ook slachtoffer wordt. Want ik heb niet het idee dat het Evan Tucker ook maar iets kan schelen wie in de weg zit of wie de klos is.’
Reel ging langzamer lopen en bleef toen staan.
Hij liep naar haar toe. ‘Wat is er?’
‘Robie, ik breng iedereen in gevaar. Jou, haar, Julie, iedereen die iets met mij te maken heeft.’
‘Doe niet zo stom.’
‘Je zei het net zelf! Iedereen die hem voor de voeten loopt. Om mij te pakken te nemen. Want je kunt niet ontkennen dat het hem alleen maar om mij te doen is.’
‘En dus?’
‘Dus moet ik dit alleen doen, Robie.’
‘Het alleen doen? Het opnemen tegen de cia?’
‘Ik wil jou niet in gevaar brengen, niemand. In nog meer gevaar. Je bent ter wille van mij al vaker bijna gedood dan ik kan tellen.’
‘Weet je nog wat ik tegen je zei toen we in de regen stonden, Jessica?’
‘Dat weet ik wel, maar...’
‘Dat heb ik nooit eerder tegen iemand gezegd. Nog nooit.’
Reels ogen werden vochtig en ze leek overrompeld, maar ze herstelde zich snel. ‘Maar dit kan niemand overleven, Robie. Ze hebben gisteren waterboarding op ons toegepast. Wat gebeurt er hierna? Een vuurpeloton?’
‘Wat het ook is, we doen het samen. Op die manier verdubbelen we onze kansen om het te overleven.’
‘Nee, op die manier verdubbelen we alleen het aantal mogelijke doden.’
‘Kom mee. Marks is al veel te ver, straks krijgen we als straf geen toetje.’ Robie rende weg.
Reel wachtte nog even, schudde haar hoofd en liep hard om hem in te halen. Maar de bezorgde blik in haar ogen verdween niet.