19
Spitzer en Bitterman zaten naast elkaar.
Tegenover hen zaten Robie en Reel.
‘Lang niet gezien,’ begon Reel.
De twee psychologen keken elkaar aan, zichtbaar niet op hun gemak.
Spitzer zei: ‘We maken onze eigen afspraken niet.’
Robie zei: ‘Dat weet ik, jullie volgen bevelen op, net als iedereen.’
‘Dus vanwaar dit teamwerk vandaag?’ vroeg Reel. Ze keek gespannen opzij naar Robie. ‘Ik dacht dat deze sessies één op één gehouden moesten worden.’
‘Dat is normaal ook zo,’ zei Bitterman. ‘Maar vandaag niet. Vindt u dat onprettig?’
‘Nee,’ zei Reel. ‘Ik vind het heerlijk om mijn diepste gedachten publiekelijk te ventileren.’
Spitzer glimlachte. ‘Die manier heeft niet de voorkeur, agent Reel, maar het zou weleens kunnen zijn dat u er baat bij hebt, net als agent Robie.’
‘Ik heb geen idee hoe dat mogelijk is, maar ik ben natuurlijk geen psycholoog.’ Ze leunde achterover in haar stoel met haar ogen halfdicht. ‘En zolang we hier zitten, probeert in elk geval niemand ons te doden.’
Bitterman vroeg: ‘Bedoelt u doden wanneer u in het veld bent?’
Robie zei: ‘Nee, ze bedoelde ons doden terwijl we hier in de Burner zitten.’
‘Nee, het is hier niet gemakkelijk,’ zei Spitzer en ze krabbelde met haar pen op het schrijfblok dat ze in haar hand had.
Reel zei: ‘O, de training zelf kunnen we wel aan, hoor. Waar ik wel een beetje opgefokt van word is dat waterboarding midden in de nacht. Net als iedereen slaap ik graag zes uur achter elkaar zonder tussendoor te worden gemarteld.’
Spitzer en Bitterman keken haar met open mond aan.
Bitterman vroeg: ‘Zeg je dat jullie zijn gemarteld? Hier?’
‘Wind u maar niet op over zoiets onbelangrijks, dok,’ zei Reel. ‘Dat was niet de eerste keer en ik betwijfel of het de laatste keer is geweest. Het is alleen niet gebruikelijk dat onze eigen mensen ons dat aandoen.’
Spitzer zei: ‘Maar dat is illegaal!’
‘Ja, dat klopt,’ zei Robie. ‘Maar dat kun je maar beter niet zwart op wit zetten.’
‘Waarom niet?’ vroeg Bitterman.
Robie keek hem aan. ‘U bent een slimme vent. Ik denk dat u dat heel goed begrijpt.’
Bitterman werd bleek en keek zenuwachtig naar Spitzer die strak naar Reel bleef kijken. Bitterman zei: ‘Tja, dan moeten we misschien maar aan onze sessie beginnen.’
‘Ja, misschien wel,’ zei Reel. ‘Begin dus maar.’
De twee psychologen legden hun aantekeningen klaar.
Spitzer was de eerste die iets zei: ‘De vorige keer dat we elkaar hebben gesproken, hebben we het over rollen gehad.’
‘Rechter, jury, beul,’ zei Reel meteen.
Robie werd nieuwsgierig.
‘Ja. Welke rol speelt u nu volgens u?’
‘Die van slachtoffer.’
‘En, hoe voelt dat?’ vroeg Bitterman.
‘Klote.’
Daarna keek hij naar Robie. ‘En u?’
‘Geen slachtoffer. Zondebok. En woedend, voor het geval u mij wilde vragen wat ik daarvan vond.’
‘Dus u vindt dit allemaal oneerlijk?’ vroeg Bitterman.
‘Ik heb mijn land gediend, vele jaren mijn leven geriskeerd. Ik heb meer respect verdiend dan ik nu krijg. En dat geldt ook voor Reel.’
‘Maar begrijpt u waarom de omstandigheden zijn gewijzigd?’ vroeg Spitzer.
‘Omdat die twee verraders dood zijn?’ vroeg Robie. ‘Nee, eerlijk gezegd niet.’
‘Ze had niet het bevel hen te doden,’ zei Bitterman.
‘Dus heeft ze het op eigen initiatief gedaan. Die bevelen waren wel gekomen.’
‘Nee, ze zouden zijn berecht en veroordeeld,’ zei Bitterman. ‘Net zoals spionnen en verraders in het verleden.’
Robie schudde zijn hoofd. ‘Weet u waar deze twee mee bezig waren? Wat ze van plan waren?’
‘Het ging niet om het verkopen van geheimen,’ voegde Reel eraan toe toen de twee psychologen hun hoofd schudden.
‘Het was iets wat de wereld nooit zou kunnen weten,’ zei Robie. ‘Er zou nooit een rechtszaak zijn gekomen. Nooit. Ze zouden nooit naar de gevangenis zijn gegaan.’
‘Ze zouden worden geëxecuteerd en in een graf gelegd,’ zei Reel. ‘En daar heb ik hen naartoe gestuurd.’
‘Dat is misschien wel zo,’ zei Bitterman, ‘maar waar het om gaat is het opvolgen van bevelen, oftewel niet zelfstandig handelen.’
‘Anders ontstaat er een chaos,’ voegde Spitzer eraan toe.
‘Een glibberig pad,’ zei Bitterman. ‘Ik weet dat jullie de implicaties kunnen zien.’
‘Dit was een bijzonder geval,’ zei Reel boos.
‘Uitzonderingen weerleggen niet alleen de regel, ze vernietigen die,’ zei Spitzer. ‘Het is ons werk om jullie beiden psychologisch te screenen. Omdat ik weet dat jullie hier fysiek zwaar zijn belast en dat dit ook zo zal blijven, richten wij ons niet op jullie lichaam maar op jullie geest. Hebben jullie nog altijd de mentale discipline en instelling om jullie werk in het veld te doen?’
‘Of gaan jullie opnieuw een nieuwe missie creëren in plaats van dat jullie bevelen opvolgen?’ voegde Bitterman eraan toe.
‘In het veld moeten we altijd improviseren,’ protesteerde Robie.
‘Ik heb het niet over improvisatie,’ zei Bitterman. ‘Dat doen alle goede veldagenten. Ik heb het over onderduiken, je eigen gang gaan en een compleet nieuwe missie creëren om vermeende fouten aan te pakken. Hebben jullie nog steeds de instelling om de bevelen op te volgen die jullie krijgen?’
Reel wilde iets zeggen, maar bedacht zich.
Robie keek, voor het eerst, onzeker.
Geen van beide psychologen zei iets. Ze keken alleen maar naar Robie en Reel, en wachtten tot een van hen een antwoord zou geven.
‘Dat weet ik niet,’ zei Reel ten slotte.
Robie zei niets.
Bitterman en Spitzer maakten een aantekening.
Robie zei: ‘Dus als we dat niet ondubbelzinnig verklaren, wat dan? Zijn we dan ongeschikt om ingezet te worden?’
Spitzer keek op. ‘Dat is niet aan ons om te beslissen. Wij geven alleen advies.’
‘En wat zou uw advies nu zijn?’ vroeg Reel.
Spitzer keek naar Bitterman, die zei: ‘Een antwoord nu zou niets betekenen.’
‘Waarom niet?’ vroeg Reel. ‘We zijn hier al een tijdje. Ze gaan ons echt geen jaar geven om dit uit te zoeken, niet als we worden gescreend voor een missie.’
‘Mijn antwoord blijft gelijk,’ zei Bitterman, en Spitzer knikte.
Spitzer vroeg: ‘Willen jullie eigenlijk weer worden ingezet?’ Ze keek Reel en Robie aan.
Reel zei: ‘Deze baan was mijn hele leven.’
‘Dat is geen antwoord,’ zei Bitterman.
‘Dat is het enige antwoord dat ik nu kan geven,’ zei Reel vastbesloten.
Robie zei: ‘Hoeveel tijd hebben we?’
Spitzer zei: ‘Dat moet u niet aan ons vragen. Probeer het eens bij DD Marks.’
‘Rapporteert u aan haar of aan Evan Tucker?’ vroeg Reel.
‘De hiërarchische lijn is duidelijk gedefinieerd,’ zei Spitzer. ‘Maar uiteindelijk gaat alles naar de dci. Vooral zoiets als dit.’
Robie knikte. ‘Zijn we nu klaar?’
‘Wilt u dat het klaar is?’ vroeg Spitzer met een wetende blik. Ze bedoelde duidelijk niet dit gesprek.
Robie en Reel gaven geen antwoord.