41
Leon Dikes ging tegenover Julie zitten.
Ze had net haar bord leeggegeten. Ze veegde haar mond schoon, nam een slok water en leunde achterover om hem aan te kijken. Haar gezicht was gezwollen op de plaats waar hij haar had geslagen. ‘Wat wil je?’ vroeg ze.
‘Hoe heb je Jessica leren kennen?’
‘Waarom wil je dat weten?’
‘Omdat het beter is om dingen te weten dan dingen niet te weten.’
‘Ze is gewoon een vriendin die ik via iemand anders heb leren kennen.’
‘De namen die ze bij de gevangenis opgaven, waren Jessica Reel en Will Robie. Ik heb ze laten natrekken. Er is heel weinig over hen bekend. Sterker nog, helemaal niets.’
‘Daar weet ik niets van.’
‘Volgens mij dus wel. Wist je dat Sally, of Jessica, in het getuigenbeschermingsprogramma zat?’
‘Vanwege jou, toch?’
‘Tja, en ik denk dat deze Will Robie misschien ook in het witsec zit, of anders is hij misschien een U.S. Marshal die opdracht heeft haar te beschermen.’
‘Misschien is dat ook zo.’
‘Dat antwoord is niet goed genoeg.’
‘Zoals ik al zei, zijn we gewoon vrienden.’
‘Gewone vrienden zetten hun leven niet voor elkaar op het spel. Jessica heeft aangeboden zichzelf aan mij te geven in ruil voor jouw vrijlating. En ik vraag me af waarom ze dat zou doen.’
‘Omdat ze een goed mens is,’ zei Julie nonchalant. ‘Het zal wel heel moeilijk voor je zijn dat te begrijpen. Dat concept zal wel heel verwarrend voor je zijn.’
‘Je arrogantie nu je je in een gevaarlijke situatie bevindt, wekt zowel bewondering als verbazing, een bijzonder ongebruikelijke combinatie.’
‘Ik ben een gecompliceerd mens.’
‘Ik wil dat je me alles vertelt wat je weet over Jessica Reel en deze Will Robie.’
‘Ik heb je al verteld wat ik over Jessica weet. Ik ken Will Robie niet.’
Dikes leek niet te luisteren. ‘Zit jijzelf misschien in het witsec? Hebben jullie elkaar zo leren kennen?’
‘Waarom denk je dat?’
‘Omdat ik ook navraag naar jou heb gedaan en de resultaten waren, laten we zeggen, karig. En dat is een probleem voor me.’
‘Nou, ik zit niet in het witsec en ook al was het wel zo, dan denk ik niet dat ze er een gewoonte van maken om meerdere mensen in dat programma bij elkaar te plaatsen of om de mensen in het programma op de hoogte te stellen van de identiteit van anderen in dat programma.’
‘Jij bent te jong om tegelijk met Sally in het witsec te zijn geplaatst.’
‘Jessica.’
‘Voor mij zal ze altijd Sally Fontaine zijn.’
‘Ach, je gaat je gang maar,’ zei Julie.
‘Haar vader is erin geslaagd haar via het witsec te bereiken. Of ze nog steeds in dat programma zit of dat het een manier was om haar een boodschap door te geven, waar ze nu ook zit, weet ik niet.’
‘Nou, ik ook niet,’ zei Julie.
‘Ik denk dat je liegt.’
‘Denk maar wat je wilt.’
‘Ik zal je vragen stellen en als ik geen antwoorden krijg, zal ik iets overtuigender moeten worden. Dat zal niet prettig voor je zijn, maar of ik een keus heb...?’
Dikes klapte in zijn handen. De deur ging meteen open. De man die nu in de deuropening stond, had daar kennelijk op dit bevel staan wachten, dacht Julie.
Hij was gigantisch, maar hij droeg een goed passend uniform. Kennelijk had Dikes’ groep meer geld beschikbaar dan het gevangeniswezen van Alabama.
Gevangenisbewaker Albert keek op haar neer. In zijn ene hand had hij een pook waarvan het uiteinde roodgloeiend was, en in zijn andere hand had hij een zweep die zo te zien vaak was gebruikt.
Dikes zei: ‘Dit is mijn hoofdondervrager. Ik zal jou een tijdje aan hem ter beschikking stellen, tenzij er iets is wat je me wilt vertellen.’
Julie keek van Albert en zijn pook naar Dikes. ‘Wat wil je weten?’ vroeg ze angstig.
‘Ik wil alles weten.’
Julie zei: ‘Dan zal ik je vertellen wat ik weet.’