Hoofdstuk 59
==
‘En weer zet ik mezelf totaal voor schut door jou,’ zei ze in zijn kantoor terwijl hij een ijszak tegen de snel groeiende eivormige bult hield. ‘Au au au!’
‘Sst, vrouw.’
‘En alsof me van die machine af trillen met je stem nog niet leuk genoeg was voor je, geef je me nog een leeg doosje ook!’
‘Natuurlijk is-ie leeg. Ik wilde gewoon zien wat je reactie zou zijn.’
‘Je bent een sadist. Had ik toch gelijk.’
‘Helemaal niet. Een ring kiezen is een belangrijke kwestie. Ik zou alleen maar iets met te veel diamanten kopen.’
‘Is dat mogelijk dan?’
Hij glimlachte een beetje en keek eens goed naar haar bult. ‘Ik denk dat deze elk moment uit kan komen.’
‘Maar hoe kwam je er eigenlijk bij dat ik tot over mijn oren verliefd op je ben? Welke mentaal gestoorde mafketel heeft je dat wijsgemaakt?’
‘Hou je hoofd eens stil, mens! Matthew kwam bij me langs net. Heel dapper, gezien de omstandigheden. Zei dat ik een sukkel was als ik je zou laten gaan.’
‘Matthew?’
‘Aye. Hij zei dat je de geweldigste vrouw was die hij ooit ontmoet had.’
‘Ja, nou ja, zo geweldig kan ik nou ook weer niet geweest zijn als hij me als een baksteen heeft laten vallen, hè?’
‘Hij zei ook dat hij je gevraagd had bij hem terug te komen maar dat je verliefd op mij was. En dat jij de indruk had dat ik weer samen met Jo was.’
‘Zei hij dat?’ Ze schraapte haar keel ter voorbereiding op de volgende vraag. ‘En is dat zo?’ Het kwam er helemaal beverig uit.
‘O aye, daarom deel ik ringendoosjes aan jou uit.’
‘Lége ringendoosjes, wel te verstaan.’
‘De reden daarvoor heb ik uitgelegd. Je moet dat ding voor altijd dragen, dan is het toch niet eerlijk als ik je mijn smaak opleg?’
‘Dat zal dan wel,’ zei Stevie. Haar hart bonsde zo hard dat ze dacht dat zelfs Adam er doof van zou worden. ‘Maar je hebt nog steeds mijn vraag niet beantwoord.’
‘Stevie.’ Adam keek haar recht aan zodat ze zelf de waarheid in zijn ogen kon lezen. ‘Ik weet niet of ik ooit echt verliefd ben geweest op Jo. Ik was betoverd, maar ik weet niet eens of de echte Jo MacLean wel bestaat. Volgens mij trekt ze gewoon een nieuwe persoonlijkheid aan wanneer het haar uitkomt, als een nieuw pak. Het probleem daarmee is alleen dat geen ervan ooit goed zal passen. Ik kende haar in elk geval niet, dat realiseerde ik me op Wills barbecue.’ Hij zei niet dat hij dat besef terug kon voeren naar het moment waarop ze de kleine Danny wegduwde en hij de pijn in de ogen van het kleine menneke zag. Toen wist hij dat dat niet de vrouw was waar hij zijn hele leven op gewacht had.
‘Waarom liet je dan een briefje voor me achter waarin stond dat we allebei ruimte nodig hadden?’
‘Omdat ik je, ondanks dat ik wist dat ik je verschrikkelijk graag wilde, de tijd moest geven om erachter te komen wat je voor Matthew voelde nu hij vrijgezel was. Ik bedoel, ik ben niet bepaald een klassieke romantische held, toch? Jij houdt van knappe, fluisterende mannen en ik ben een grote, lelijke, luidruchtige knakker.’
‘Ik wil Matthew helemaal niet. Ik kom van Venus. Ik ben niet zoals jullie, Marsbewoners, die zich in hun hol opsluiten en met katapults spelen, of wat het ook zijn.’
‘Nee, jij bent anders dan ieder ander die ik ooit ontmoet heb, Stevie Pollen Hommel Nectar of hoe je naam ook mag zijn.’
Ze barstte in een lachbui uit die tegelijkertijd wat bonustranen met zich meebracht.
‘Hou op met janken, vrouwmens,’ zei hij knorrig. ‘Oké, ik geef het toe. Ik zag hoe snel je naar de overkant rende toen Mattje aanbelde en daar oordeelde ik naar. Ik dacht dat je bij hem terug was. Dat was tenslotte waar we al die tijd op uit waren geweest.’
‘Hij leed, Adam. Jo had hem ook afgedankt. Ik kon niet zomaar weglopen en hem als gewelddadige seksmaniak bestempeld zien worden.’
‘Aye, dat weet ik nu.’ Hij haalde de ijszak weg en boog zijn hoofd. ‘Maar, stomme man die ik ben, dacht ik dat ik je kwijt was op het moment dat ik op het punt stond je te krijgen. En Danny natuurlijk. Allejezus, wat heb ik dat menneke gemist.’
‘Jij stomme, stomme man,’ zei Stevie, voor Danny en voor zichzelf.
‘Wacht eens even. Jij hield van Matt, je mocht mij niet eens!’
‘O, Adam MacLean, je hebt wel lef zeg, zo geweldig dacht je in het begin nou ook weer niet over mij!’
Adam moest lachen toen hij terugdacht aan alle meel en cacao en die verwaande ‘ik haat je’-blik in haar ogen en de vriendin met het krankzinnige roze haar. Hoe misleidend waren die eerste indrukken geweest. En aan beide kanten, want tegelijkertijd dacht Stevie aan de wilde, rode man die haar een vakantiereservering onder de neus duwde in Mat-thews voorkamer. Wie had ooit kunnen denken dat ze net zoveel van hem zou kunnen houden als ze hem toen haatte?
‘En al die tijd dacht ik dat je nu Jo beschikbaar was regelrecht terug naar haar zou gaan.’
‘Neuh,’ zei hij lachend. ‘Ze kan toch niet tegen jou op?’
‘Yeah right,’ zei Stevie.
Adam keek naar haar lieve ongelovige gezicht en besefte dat ze nooit zou weten hoe mooi ze was. Erg jammer. Hij wilde haar vertellen hoe ongelooflijk verliefd hij op haar was, hoe ze elke kamer van zijn hart binnen was gestroomd zoals alleen de juiste persoon dat kon. Maar daar zou nog genoeg tijd voor zijn. Nu zou een kus volstaan. Hij legde de ijszak weg, nam haar gezicht in zijn enorme handen en ging verder waar ze die avond van de biefstuk, zelfgebakken cake, frambozentruffelkoffie en onderbrekende klop op de deur gebleven waren.
Haar lippen waren zoeter dan honing.