Hoofdstuk 54

==

Jo keek in haar slaapkamer in het Queens Hotel in haar zakspiegeltje terwijl ze een laagje lippenstift aanbracht. Was dat nou een lijntje onder haar oog? Het werd hoog tijd dat ze een rijke vis aan de haak sloeg die haar gevecht tegen de tand des tijds zou kunnen financieren. Schoonheid was een aan de klok gebonden talent.

Plotseling smeet Jo het spiegeltje door de kamer en het knalde tegen een muur. Ze dacht er niet eens aan om de rotzooi op te ruimen. Alles buiten de grenzen van Jo’s kleding was niet van belang. Ze was louter geïnteresseerd in de bevrediging van haar eigen behoeftes.

‘Krijg de schijt, verdomde Stevie Honeywell,’ grauwde ze. Als die kleine dikke koe er niet geweest was, werd ze nu verwend en verzorgd in Colins prachtige huis met eikenhouten lambrisering en zat ze niet in de goedkoopste kamer van een hotel van vergane glorie die betaald was met verpandde sieraden. Of nog beter, dan was ze nu bij Adam. Hij was niet zo rijk als Colin, lang niet, en niemand was verbaasder dan zij dat dat niet uit leek te maken. Jo MacLeans mantra was altijd geweest: geluk brengt geen geld in het laatje.

Er was een tweedaags Porsche-congres gaande in het hotel en een fortuin aan pakken stroomde door de grote lobby, het wijnhof, de bars en het restaurant. Jo trok een eenvoudig zwart jurkje aan dat haar lange slanke lichaam accentueerde en waarvan de split de illusie van rondingen wekte. In dat jurkje slaagde ze er steevast in om te ‘scoren’.

Maar voor ze beneden haar mogelijkheden ging bekijken, was er nog één ding dat ze moest doen. Ze kon het er niet bij laten zitten wat Adam en Stevie betrof. Als zij niet kon krijgen wat ze wilde, waarom die twee dan verdomme wel?

Jo MacLean pakte haar pen.