Hoofdstuk 20
==
Adam arriveerde met de sleutel precies op het moment dat Stevie haar computer aan het loskoppelen was. Samen gingen ze naar de overkant om haar tijdelijke woonruimte te inspecteren die volgens de huurovereenkomst als officieel adres Humbleby Cottage had; de huizen aan die kant van de straat hadden alleen namen, geen nummers. Maar dat Humbleby het Engelse woord voor ‘nederig’ in zich had, was niet aan de cottage zelf af te zien want vanaf de buitenkant was er niets nederigs aan en aan de binnenkant al helemaal niet, ondervonden ze toen ze de deur openden en naar binnen stapten. Adam stootte jammer genoeg niet zijn kop tegen de balken en hij paste er zelfs makkelijk onderdoor, hoewel hij misschien maar beter niet op punknummers kon gaan pogoën als hij hier was.
De cottage was in prachtige romantische stijl opgetrokken. De keuken bevond zich aan de straatkant en had een enorme Yorkshirestenen open haard met zitbankje, een oude functionerende Aga en originele houten vloeren met dikke tapijten erop. Gelukkig had de moderne wereld ook zijn weg naar binnen gevonden en was er door het hele huis centrale verwarming en dubbelglas in vensters met sloten. Als bijkomend voordeel was er een vrij grote, goed toegeruste aparte werkkamer met honderden boekenplanken, een zitkamer met een nog grotere open haard en een schattige kleine serre aan de achterkant die uitkeek op een lange tuin die zo te zien bij afwezigheid van een huurder door een tuinman was bijgehouden. Boven bevonden zich nog een gigantisch ruime meisjesachtige badkamer en twee indrukwekkend mooie slaapkamers met zichtbare balken.
Om de een of andere reden lachte Adam plagerig toen hij zei: ‘Hm, maar twee slaapkamers.’
Ze dúrfde niet eens te vragen wat hij daar nu weer mee wilde zeggen.
Een schoonmaakster was elke drie weken langsgekomen om te stoffen dus de cottage kon zo betrokken worden zonder dat Stevie hoefde te boenen of keukenkastjes hoefde te soppen. Hij was brandschoon en volledig gemeubileerd met wat mooie spulletjes.
‘Wat denk je dervan?’ vroeg Adam.
‘Het is prachtig,’ antwoordde Stevie. Ze zou heel goed op moeten passen dat ze er niet verliefd op werd. Ze moest haar relatie met het huis oppervlakkig houden. Hoewel ze betwijfelde of ze ooit nog verliefd kón worden. Zodra iets haar hart raakte, leek het datgene onmiddellijk weg te jagen.
‘Mooi, nog zware spullen die ik voor je kan tillen?’
‘Ik heb niet zoveel,’ antwoordde ze. ‘Het grootste deel van mijn meubels heb ik verkocht omdat ze niet in Matthews huis pasten.’
‘Je mot toch iets hebben!’
‘Voor nu alleen mijn computer.’
Dus gingen ze terug naar Matthews huis en droeg hij haar computer naar de overkant en sloot hem voor haar aan in het werkkamertje. Het zou weer eens iets anders zijn, dacht ze, na in een hoekje van Matthews kleine eethoek gepropt te hebben gezeten.
‘Je werkt vanuit heus, dus?’ vroeg hij terwijl hij met de kabels bezig was.
‘Ja,’ antwoordde ze, zonder hem van verdere informatie te voorzien.
‘Hierop?’
‘Ja,’ zei ze. Hij hoefde niet nog meer te weten en ze was niet van plan het hem te vertellen om vervolgens uitgelachen te worden.
‘Wat nu?’ vroeg hij toen de computer aangesloten was.
‘Eh, ik heb nog wel wat boeken.’
‘Oké dan,’ zei hij, en hij marcheerde terug als een soldaat van de Highland Brigade op een parade. De meeste had ze nog niet uitgepakt na haar vorige verhuizing dus ze stonden handig in dozen onder de eettafel. Matthew was van plan geweest voor haar verjaardag planken voor haar te kopen maar had er geen geld voor vrij kunnen maken en die dag was gekomen en gegaan. In plaats daarvan had hij wat douchespullen voor haar gekocht bij Marks & Spencer; het soort producten dat je voor een oude vrijster van een tante met een tanend reukvermogen zou kopen.
‘Ze zijn wel zwaa...’
‘Onzin,’ zei Adam, en hij tilde de eerste op alsof het een leeg chipszakje was en kwam daarna terug voor de andere twee die hij net zo moeiteloos meenam. Die vent was een os. Hij zou velden moeten ploegen, niet een recreatiecentrum runnen.
‘Wat nog?’ vroeg hij, niet eens een beetje buiten adem.
‘Eigenlijk niets meer. Verder straks alleen wat koffers en vuilniszakken. Die kan ik zelf wel dragen als ik ze gevuld heb.’
‘Goed, ik neem nog contact met je op,’ zei hij, waarna hij de sleutels van de cottage in haar hand liet vallen en zonder verdere omhaal vertrok.
Nadat hij weg was gevroemd, belde Stevie Catherine op om haar te vertellen hoe de vorige avond met Matthew verlopen was.
‘Ik kan nog steeds niet geloven hoe hij je behandeld heeft,’ zei haar vriendin toen Stevie haar van alle details op de hoogte had gebracht, ‘en dan doen alsof hij pas op de bruiloft iets met Jo kreeg! Wat een lef. Wat ga je nu doen?’
‘Nou, als je een halfuurtje de tijd hebt, zal ik het je laten zien,’ antwoordde Stevie.
‘Laten zien?’
‘Kun je als de wiedeweerga hierheen komen? Je zult er geen spijt van krijgen.’
‘Ik zit al in de auto.’
Vijf minuten later was Catherine er en leidde Stevie haar zwijgend en geheimzinnig naar de overkant van de weg. Catherine hapte naar adem toen ze een sleutel tevoorschijn haalde en die in het slot van haar favoriete huis stak.
‘Je gaat hier toch niet wonen? Dat kun je niet betalen, toch?’ vroeg ze met ademloze opwinding.
‘Jazeker, en nee, inderdaad,’ antwoordde Stevie. Vervolgens vertelde ze haar het Adam MacLean-gedeelte van het verhaal.
==
‘Jij vieze vuile mazzelaar dat je hier mag wonen!’ zei Catherine.
‘In andere omstandigheden misschien.’
‘Nou ja, zelfs voor even zal het wél fijn zijn,’ zei Catherine, wier ogen niet snel genoeg de binnenkant van het huis konden opnemen. ‘Allemachtig, Steve, het is net een tijdmachine. Nog groter dan het er vanbuiten uitziet, enorm zelfs, en het is prachtig. Geen wonder dat het zo duur is.’
Stevie knikte. Ja, het was prachtig, behalve het uitzicht vanuit de keuken dan, want het huis dat ze verliet was daar ingelijst in het raam te zien als een spottende foto: Neh neh neh neh neh neh, jij woont hier niet meer, maar weet je wie wel?
‘Nou, als je het mij vraagt is het een supergoed idee van die Adam MacLean,’ zei Catherine.
‘Vind je?’ Dat verbaasde Stevie. Catherine was normaal niet te porren voor woeste plannen en gekke opwellingen, of voor mensen die als hobby vrouwen in elkaar sloegen.
‘Ja, dat vind ik. Ik praat geweld niet goed, begrijp me niet verkeerd, maar ik vind dat Jo en Matthew wel een koekje van eigen deeg verdienen,’ ging ze verder.
‘Maar zouden ze dat krijgen?’ vroeg Stevie, die thee voor twee had gezet in haar nieuwe tijdelijke huis en een pak chocoladekoekjes openmaakte om het te vieren. Niet dat ze echt iets te vieren had. Nog niet.
‘Nou, het is het proberen waard,’ zei Catherine, en ze porde haar wellustig. ‘Jij en Adam MacLean, hè?’
‘Nee, níét ik en Adam MacLean. Er is geen “ik en Adam MacLean”. Ik wil mijn tanden en ribben graag nog even houden, alsjeblieft. Bovendien is hij amper zindelijk. Geloof me, ik zou hem geen blik waardig gunnen als ik niet zo wanhopig was.’
‘Toch heeft hij fantastische benen. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat-ie daarmee...’
Stevie stak haar hand omhoog om de verbale stroom van haar vriendin tegen te houden.
‘Alsjeblieft geen seksuele fantasieën over Adam MacLean. Ik wil mijn eten graag binnenhouden.’
‘Nou, hij komt niet op me over als de gewelddadige idioot die zíj zei dat hij was. Bovendien, kun je echt nog geloven wat zíj gezegd heeft? Mevrouw Vermoorde Onschuld.’
‘Hij doet voor het plan alsof hij niet gewelddadig is, zo zit het. Hij kan het zich niet permitteren om uit zijn slof te schieten omdat hij mij net zo hard nodig heeft als ik hem. Maar ik vertrouw hem voor geen cent.’ Dus ze moest een heel goede regeling met hem treffen wat het geld betrof, bedacht ze.
‘Is er een vaste telefoon? Je móét me je nieuwe nummer geven.’
‘Dat zoek ik morgen uit, nou ja, overmorgen maar,’ zei Stevie.
‘Waarom? Wat is er morgen voor iets belangrijks dan?’
‘Morgen ga ik alle bruiloftdingen afzeggen.’
Catherine legde haar koekje neer en ging naar haar vriendin om haar een knuffel te geven. ‘Dat kan ik wel voor je doen,’ zei ze.
‘Nee, nee, laat maar,’ zei Stevie, met ogen die glansden van de tranen. ‘Heel lief aangeboden, maar jij hebt al genoeg te doen.’
‘Mwah, nu de kinderen allemaal naar school en naar de crèche gaan, heb ik zowaar tijd over om op adem te komen. Om eerlijk te zijn voel ik me een beetje verloren,’ zei Catherine met een droevig glimlachje.
‘Ik moet dit zelf doen,’ zei Stevie. ‘Ik moet onder ogen zien dat deze bruiloft niet doorgaat.’
‘Jezus Stevie, wat ben je toch sterk.’
‘Geloof me, dat ben ik niet,’ zei Stevie met een minimaal lachje. Nog één aardig woord en haar oogballen zouden in de Niagarawatervallen veranderen.
‘Het aanbod geldt morgenochtend nog steeds, maar ik zal je voor één keer niet koeioneren,’ zei Catherine, terwijl ze het haar van haar vriendin aaide alsof het Boot was en tegelijkertijd bij zichzelf dacht: wat ben je toch een flapdrol, Matthew Finch!
Stevie en Catherine waren al vanaf de peuterschool vriendinnen hoewel het eerst wel anders was. Ze hadden hevig gevochten om de hoepelrok van Assepoester in de poppenhoek en moesten allebei met hun gezicht naar de muur staan. Op de een of andere manier waren ze daarna bevriend geraakt boven de Play-Doh-vormmachine en een paar zuurtjes. De vriendschap werd sterker en sterker, zelfs toen Catherine op haar zeventiende zwanger raakte van Eddie Flanagan, een aankomend bokser hoewel hij niet bepaald het zwaargewichttalent was waar de boksgemeenschap op had zitten wachten. Eddie had ongeveer net zoveel venijn in zich als Boot. Stevie was vast van plan geweest hem te haten omdat hij tussen haar en haar beste vriendin kwam, maar het was onmogelijk om Eddie niet aardig vinden, zelfs niet als je psychotropische drugs zou gebruiken. Catherine en Eddie trouwden en kregen kinderen en huisdieren terwijl Stevie het universiteitstraject doorliep, waardoor hun vriendschap drie jaar lang in de vorm van penmaatjes standhield. Toen kwam Stevie naar huis en werkte zich overdag door een reeks uitzichtloze baantjes terwijl ze ’s avonds haar droom om schrijver te worden najoeg. Telkens wanneer ze het op wilde geven na een brievenbus vol afwijzingen, was Catherine er voor haar en spoorde haar met haar gezonde verstand en gevechtspraatjes aan. Ze was de zus die Stevie altijd had willen hebben en kon heel intimiderend zijn als ze tegengesproken werd.
‘Nou, kom op,’ zei Catherine, die ook blij was vandaag iets te doen te hebben in haar vrije tijd, al was de reden minder leuk. ‘Vooruit met de geit.’
Stevie droeg haar kleding zo aan de hangers de straat over want het had niet veel zin om ze in te pakken en vervolgens aan de overkant weer helemaal gekreukeld uit te pakken. Ze koos de mooie roze op de tuin uitkijkende slaapkamer voor zichzelf uit. De voorslaapkamer was groter maar ze wilde niet als ze ’s morgens de gordijnen opendeed het huis van haar verloofde en zijn nieuwe geliefde zien. Ze verhuisde haar toiletspullen in een van de kartonnen dozen die ze bij de buurtwinkel om de hoek had gebietst. Ook nam ze de onlangs door haar gekochte zachte witte handdoeken mee waardoor voor Matthew alleen zijn oude, meer een soort flinterdunne sponzen, achterbleven. Ze wilde eerst nog een paar van de hare voor hem achterlaten totdat ze voor zich zag dat Jo ze zou gebruiken.
Een van de nieuwe koffers die ze voor hun huwelijksreis gekocht had vulde ze met schoenen. Catherine bracht de in plastic verpakte trouwjurk naar het nieuwe huis. Stevie hoopte maar dat ze er nog wat geld voor terug zou krijgen, maar hij moest hoe dan ook zo snel mogelijk weg. Nadat Catherine wat van Danny’s speelgoed in tassen had gestopt, liep ze de slaapkamer in waar Stevie net het bed aan het afhalen was.
‘Wat doe je?’ vroeg haar vriendin, boven haar uit torenend met haar handen in haar zij.
‘Nou, ze zullen niet op mijn lakens willen slapen. Dus ik verschoon ze even.’
‘Doe niet zo soft, Steve. Gooi ze in de wasmand en dat is dat. Hun bedje hoeft niet gespreid te zijn.’ Daarna schudde ze het hoofd om de ironie van haar woorden. Catherine had haar ‘doe wat ik zeg, of anders’-gezicht op, dus Stevie gehoorzaamde.
Ze nam haar Le Creuset-pannenset mee uit de keuken en haar nieuwe superstomende strijkijzer en de strijkplank die ze nog maar een paar weken geleden gekocht had. Alleen de rest van Danny’s kamer en wat losse spulletjes konden ze nog inpakken voor ze de missie van die dag afbraken omdat het tijd was om de kinderen op te halen.
‘Ik kom rond zeven uur terug met Eddie,’ begon Catherine, en ze snoerde Stevie de mond voordat ze begon te protesteren. ‘Ik neem wat reservedekbedden en lakens en kussens mee zodat je even vooruit kunt en dan kan hij die magnetron voor je verhuizen.’
‘Die kan ik toch niet meenemen?’
‘Wie heeft hem gekocht?’
‘Maar...’
‘Wie heeft hem gekocht?’ vroeg Catherine weer, extra streng nu.
‘Ik,’ gaf Stevie knarsetandend toe, ‘maar voor ons allebei.’
‘Je kunt hem niet in tweeën delen, dus neem jij hem mee. Bovendien heeft de cottage er geen,’ zei Catherine, die zich begon te realiseren dat Stevies financiële bijdrage aan dit samenlevingsverband een stuk groter was dan eerlijk was. Het zag ernaar uit dat Matthew bijna nergens aan meebetaald had en ze had nog wel gedacht dat hij zo gul was. De keren dat ze samen uit eten waren geweest was hij in elk geval altijd heel vrijgevig met zijn geld omgesprongen. Ze had dat als teken gezien dat hij een goede kostwinner was. Weer iets waar ze zich in leek te hebben vergist.
‘Wil je dan dat zíj haar piepers erin poft, terwijl jij en Danny zonder zitten?’ drong Catherine aan toen ze zag dat Stevie nog steeds in tweestrijd was over de magnetron.
Dat gaf de doorslag. Catherine had psycholoog moeten worden.
‘Oké, ik neem hem wel mee.’
‘En waag het niet hem zelf te tillen. Ik weet hoe je bent, Stevie “Onafhankelijk” Honeywell, hij weegt vast een ton! Beloofd?!’ waarschuwde Catherine met een streng vermanend vingertje.
‘Jawel, sergeant-majoor, beloofd!’ zei Stevie, waarbij ze haar een militaire groet bracht. Toen ging ze haar zoon ophalen en vertelde hem onderweg met een verzachtend ijsje over hun nieuwe woonsituatie.
Danny’s nieuwe slaapkamer was vele malen groter dan zijn oude, bovendien stond er een tweepersoonsbed in wat ‘gaaf’ was, en toen hij eenmaal volgepropt met kipnuggets zijn speeltjes een nieuwe plek had gegeven en meneer Grashoofd op het raamkozijn in de keuken had gezet, leek hij zonder meer tevreden met de veranderingen. Dat was een opluchting voor Stevie die bang voor zijn reactie was geweest. Ze had visioenen gehad van hoe hij zich gillend aan de deur vastklampte terwijl zij hem de weg over probeerde te slepen en hij maar ‘ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet’ bleef roepen, maar hij trippelde enthousiast naar de overkant en zei heel vaak ‘wauw!’ en ‘gaaf!’, wat altijd een goed teken was.
Ze had samen met Danny nog wat spulletjes verhuisd en toen kwamen Eddie en Catherine helpen met de dozen met Stevies videobanden, cd’s en dvd’s. Eddie bracht de magnetron en Danny’s tv naar de overkant. Er stond een enorme tv in de cottage, met speakers door de hele kamer. Eddie, de snufjesgek, friemelde en frommelde en kwam erachter hoe je hem op cinema surround sound kon zetten.
‘Gordijnen dicht, een grote zak popcorn erbij en een Harry Potter erin, maatje. Dat is nog beter dan in de bioscoop,’ zei Eddie, waar Danny’s gezicht van oplichtte als een kerstboom. Hij zag dit allemaal als net zo’n groot avontuur als Sjakies bezoek aan Willy Wonka’s chocoladefabriek.
‘Of een Johnny Depp,’ zei Catherine met een samenzweerderige knipoog. Ze had zelf ook een paar avondjes in gedachten hier met een blockbuster, een flesje wijn en een lekkere kwarktaart met twee vorken.
‘Mag Gareth in ons nieuwe huis komen spelen?’ vroeg Danny.
‘Natuurlijk mag dat,’ antwoordde Stevie.
‘En Josh Parker?’
‘Eh... dat zien we nog wel,’ zei Stevie, die een verafschuwde blik met Catherine wisselde voor ze snel verderging.
Catherine maakte Danny’s bed op terwijl Stevie hem waste, hem zijn pyjama aantrok en zijn tanden poetste. Hij was moe en zo mak als een lammetje na alle opwinding van deze drukke dag. In zijn Supermanpyjama onder zijn Supermanfleecedeken en met zijn Supermanpop in zijn handen, lag hij binnen een paar minuten te slapen.
‘Dus zo is het helemaal klaar?’ vroeg Eddie, die zojuist het flesje bier dat ze als bedankje bij de Happy Shopper-buurtwinkel gehaald had leeg had gedronken terwijl hij uitpufte op het liggedeelte van de bank dat hij net ontdekt had. Hij zag er zo comfortabel uit dat hij een onderdeel van het meubilair zou kunnen zijn.
‘Ik hoef daar alleen nog maar schoon te maken morgen en dan is het gedaan,’ antwoordde Stevie, en ze hief haar eigen flesje bier in dank naar hem op.
‘Schoonmaken?’ gilde Catherine uit.
‘Het maakt me niet uit wat je zegt, ik wil niet dat Jo me afkraakt omdat ergens waar ik iets verplaatst heb nog wat stof ligt,’ ging Stevie tegen haar in. Oké, dit zal dan wel stereotiep gedrag zijn, maar ze zou zich onder geen beding een smerige lamstraal laten noemen. ‘Er hoeft niet veel gedaan te worden, maar toch doe ik het. En daarna zal ik... dat andere afhandelen.’
‘Welk andere?’ vroeg Eddie.
‘De bruiloft afzeggen,’ antwoordde Stevie.
‘O, sorry!’ zei Eddie. ‘Ik met mijn grote mond. Alweer.’
‘Doe niet zo raar. Het moet toch gebeuren. In elk geval beter dan dat hij me bij het altaar laat staan...’ Er ging een koude rilling door haar heen toen ze eraan dacht hoe weinig het gescheeld had of dat was haar overkomen.
Catherine glimlachte meelevend naar haar. ‘Je ziet er uitgeput uit. Je moet zelf ook naar bed.’
‘Om eerlijk te zijn denk ik dat ik toch niet slaap.’
Maar Stevie sliep wel, en beter dan ze de laatste tijd gedaan had. Alsof het een geschenk was omdat ze haar ziel uit kon laten rusten voor de beproevingen van de volgende dag.