Hoofdstuk 41

==

Het eerste wat Matthew zag toen hij de volgende ochtend de gordijnen opendeed was Adam MacLeans auto voor de deur van Stevies cottage en er was niet veel verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken dat die daar de hele nacht had gestaan. Hij nam aan dat Jo’s onrust daar iets mee te maken had. Ze stampte rond, maakte kabaal en had een erg slecht humeur. Allebei wisten ze dat er maar twee slaapkamers in dat huis waren. Geen van beiden zei er iets over, maar ze dachten er duidelijk wel aan en beiden waren boos omdat de ander eraan dacht, wat allemaal niet hielp om de stemming van een dag die om halfacht ’s morgens al verpest was te verbeteren.

In dezelfde ongemakkelijke stilte die de vorige avond tijdens het eten als een betonnen muur tussen hen in had gestaan reden ze naar hun werk.

‘Kunnen we weer vriendjes zijn?’ vroeg Matthew toen hij het parkeerterrein van het kantoor op reed. ‘Ik vind deze sfeer tussen ons maar niks. Het spijt me dat ik over geld ben begonnen en het kan me niets schelen wat er aan de overkant allemaal gebeurt. Laat ze lekker met hun leven verdergaan en laten wij om twaalf uur samen een broodje halen en in het park wat praten.’

‘Ik ga winkelen,’ zei Jo prikkelbaar met een heel star pruilmondje.

‘Dan ga ik met je mee,’ zei hij, en hij glimlachte naar haar. ‘Lijkt je dat leuk?’

‘Nee, Matthew, dat lijkt me niet leuk,’ zei ze bot. ‘Vandaag wil ik graag wat ruimte. Ik moet wat dingen doen.’

‘Dan loop ik vijf passen achter je,’ probeerde hij een grapje, maar ze richtte zich woedend tot hem.

‘Verstik me alsjeblieft niet zo gigantisch!’ zei ze en ze sprong uit de auto en liep alleen het gebouw binnen. Hij bleef geschokt achter want ze had hem altijd laten geloven dat ze graag aandacht kreeg. Een beetje als een verwende en veeleisende Perzische kat.

==

Aan het eind van hun lunchtijd wachtte Matt Jo in de foyer op in de hoop minstens een vlugge zoen te ontvangen. Hij wilde dolgraag dat hij de klok kon terugdraaien en niets over het geld gezegd had. Hij hoopte dat dat de reden was waarom ze zo vijandig tegen hem deed en niet het gebeuren tussen Adam en Stevie, wat, hoezeer hij dat ook probeerde te ontkennen, ook ongewenst veel ruimte in zijn eigen hoofd innam. Hij had voor de volgende middag een afspraak met zijn adviseur bij de bank staan en als hij op de uitkomst daarvan gewacht had, had hij haar misschien niet eens hoeven zeggen dat hij een paar financiële probleempjes had. Dan hoefde hij haar alleen nog maar een laatste leugentje te vertellen: dat zijn aanstaande fortuin niet zo groot was als ze hem hadden laten geloven. Hoe hij het nieuws dat het ongeveer een half miljoen pond minder was zou gaan brengen, was nog een hoofdbreker. Hij had zich zo laten gaan in het overdrijven om haar te imponeren. O god, wat een puinzooi!

Ze had iets vreemds over zich toen ze terugkwam uit de stad en hij merkte op dat ze geen tassen bij zich had.

‘Waarom zit je op me te wachten?’ vroeg ze met de grote, bange ogen van een geschrokken hert. Ze minderde geen vaart, dus hij moest naast haar mee rennen.

‘Ik dacht dat we nog wel even vijf minuutjes samen konden zijn.’

‘Nu niet, Matthew. Ik heb geen zin in jouw gezelschap vandaag.’

‘Alsjeblieft, lieverd.’ Hij pakte haar arm vast om haar tegen te houden. Ze trok hem met een overdreven harde ruk los en rende naar de roltrap. Het was allemaal erg vreemd. Ze zag er net zo uit als toen ze hem voor het eerst had aangesproken, toen ze bang was voor Adam. Matt begreep er helemaal niets van.

Maar Colin Seed, die vlak na haar door de draaideur het gebouw in kwam lopen, wel.