Hoofdstuk 31

==

Het vooruitzicht dat Adam MacLean naar haar huis kwam was erger dan dat van een echt afspraakje, want daarbij was er tenminste nog een kans dat je tijd met iemand door zou brengen die jou aardig vond en niet met iemand die stond te popelen om je te bekritiseren en op die manier punten te scoren. Moest ze nou koken of niet? Ze kon hem op een houtje laten bijten terwijl zij een broodje nam. Alsof ze hem de voldoening zou gunnen haar ongastvrij te noemen! Ze was niet de beste kok ter wereld maar ze kon wel lekkere chili bereiden. Stevie maakte een enorme pan klaar voor die avond en goot er een flinke scheut rode wijn in. Als hij het niet zou eten, kon ze het altijd nog invriezen. En er de komende tien jaar van eten.

Nadat ze Danny had ingestopt trok Stevie een lichtblauwe blouse en haar spijkerbroek aan. In het hoogst onwaarschijnlijke geval dat Mat-thew hen zou zien, wilde ze indruk maken maar toch nonchalant gekleed zijn. Perfect. Had het posten van Jo’s afschrift het gewenste effect gehad? Had dat ene kleine steentje grote rimpels in hun vredige levenswater veroorzaakt? Zo ja, dan zouden ze haar voordeur in de gaten houden. Zo nee, dan moest ze er misschien over na gaan denken om het midden op straat met Adam MacLean te doen. Jakkes, geintje! Mat-thew was een intelligente jongen, in intellectueel en niet zozeer in emotioneel opzicht dan, en hij kon een simpele optelsom maken. Er moesten nu toch wel een paar vragen door zijn hoofd spoken?

Klop klop. Het was best een zachte klop voor zijn doen. Hield hij er rekening mee dat Danny in bed lag, misschien? Ja, tuurlijk! Ze was niet van plan hem enig voordeel van enige twijfel te geven, dat voorrecht had hij nog niet verdiend. Stevie liep naar de deur en deed hem open voor een enorm boeket dat haar de adem benam.

‘Hoi,’ zei een mierzoete stem van achter een grote roze roos.

‘O, hallo,’ zei Stevie. Jezus, ze waren prachtig, en peperduur. Als een echte geliefde ze aan haar gegeven had, was ze flauwgevallen. Waarna ze hem vijf seconden na het bijkomen had besprongen, wat in dit geval natuurlijk niet zou gebeuren. Daarvoor zou eerst een voorhoofdskwab bij haar verwijderd moeten worden.

‘Zie je iets aan de overkant?’

‘Nee,’ antwoordde Stevie, ‘hun auto’s staan er wel, maar er is geen teken dat ze binnen zijn.’

‘Stomme eikel,’ zei de roos.

‘Anders loop je een blokje om en kom je later terug?’

‘Nee, als ze wel binnen zijn en me gezien hebben zal het er heel raar uitzien als ik je eerst blommen kom brengen en ze daarna weer meeneem.’

‘Je had met je banden kunnen piepen. Je rijstijl lijkt de meeste aandacht te trekken.’

‘Ga je me nog naar binnen vragen of niet?’ zei de roos luid en geïrriteerd.

‘Natuurlijk, kom binnen,’ zei Stevie met een hoffelijk en luidruchtig lachje ten bate van mogelijke kijkers aan de overkant van de straat. Adam overhandigde haar de bloemen. Ze waren loodzwaar en ze boog door van het gewicht. Ze wierp een vluchtige blik op de overkant, maar niets te zien. Toen merkte ze dat Adam en zij – wéér – overeenstemmende kleuren aan hadden.

‘Zelfde blauwe blus,’ zei hij, waarvan ze maar aannam dat het ‘blouse’ betekende bij afwezigheid van andere dingen waarin ze overeenstemden, behalve het aantal oogbollen dan. Kwam hij echt wel uit hetzelfde land? Kwam hij echt wel van deze planeet? Adam liep regelrecht naar het eetgedeelte en zag dat het netjes en schoon was, wat hem de moeite bespaarde haar te moeten zeggen dat ze het zo moest houden. De eigenaren waren daar heel specifiek over geweest. Hij had tegen hen gelogen en gezegd dat die ‘dame’ van hem extreem schoon was. Daarna liep hij naar de keuken, ook brandschoon, viel hem op toen hij er langzaam als een soort cipier doorheen liep; nergens een spoor van meel of chocolade. Er kwam een heerlijk gekruide rundvleesgeur uit een enorme ketelachtige pan op de warmhoudplaat van de haard en zijn maag knorde als reactie erop.

‘Nou, als ze mij niet zien, zien ze in elk geval de auto,’ zei Adam.

‘Ja,’ zei Stevie, en dacht: Oké, de beleefdheden zijn achter de rug, wat gaan we nu de komende uren doen?

‘Dus... geld,’ zei Adam, waarmee hij haar onuitgesproken vraag beantwoordde.

‘Ja!’ zei Stevie. Eindelijk. Nu zou ze erachter komen hoeveel ribben uit haar lijf het zou kosten om hem te betalen.

‘Mag ik?’ Hij gebaarde richting de tafel.

‘Ja, natuurlijk,’ antwoordde Stevie. Hij ging op een stoel zitten en haalde een gevouwen stuk papier uit zijn zak.

‘Wil je misschien iets drinken?’ vroeg ze. ‘Thee, koffie, wijn? Sorry, geen sterkedrank.’ Dat laatste voegde ze eraan toe met een meer dan berouwig glimlachje. Ze wilde hem niet de gelegenheid geven zich met whisky vol te gieten en een zangbijeenkomst of gevecht beginnen.

‘Wijn zou lekker zijn, dank je,’ zei hij.

‘Wit of rood?’

‘Rood graag,’ antwoordde hij, bijna zeker dat het op tafel zou arriveren met het prijskaartje van £1.89 er nog aan. Ze verraste hem met een zeer rijke Zuid-Afrikaanse Pinotage, aromatisch en vol zomerfruit en bessen. Hij knikte waarderend.

‘Lekker,’ zei hij.

‘Ja, hè?’ zei ze met lijzige stem. Ik heb hem verrast, dacht ze. Hij denkt dat ik goedkope wijn koop om snel en goedkoop dronken te worden.

‘Kijk, dit zijn mijn berekeningen.’ Adam vouwde het papier open en streek het glad. ‘Ik heb een contract voor drie maanden genomen waarna we kijken hoe de situatie ervoor staat, áls het zo lang duurt. Maar als je me iets van vierhonderd pond per maand kunt betalen, neem ik de rest voor mijn rekening. Red je dat?’

Stevie staarde hem aan. Ze had zoveel meer verwacht, minstens duizend per maand en dubieuze seksuele verzoeken. Hoezeer ze zich er ook voor schaamde het toe te geven, als ze Matthew er gegarandeerd mee terugkreeg, was ze bereid op allerlei manieren te betalen.

Vierhonderd was schappelijk, te schappelijk, en al kon ze de man niet uitstaan, ze zou hem nooit bedotten.

‘Meneer MacLean...’

‘Ik heet Adam.’

‘Sorry... Adam.’ Ze liet de zware stilte voor zijn naam als een belediging klinken. ‘Ik kan meer betalen.’

‘Nee, ik zei dat ik vierhonderd wilde hebben, dat is voldoende.’

Stevie schudde het hoofd. ‘Sorry, ik ben geen liefdadigheidsproject meneer... Adam.’

‘Wat nou liefdadigheid? Waar heb je ’t in godsnaam over, mens?’

‘Zevenhonderd. Ik weet hoeveel dit huis kost. Dat is wat ik me kan veroorloven. Zevenhonderd per maand.’

‘Vier.’

‘Als het nodig is red ik acht.’

‘Je onderhandelt de verkeerde kant op!’ zei Adam, en hij ging met zijn hand door zijn haar. ‘Ben je gek of zo?’

‘Blijkbaar ja, alleen al omdat ik hier ben,’ antwoordde Stevie kalm. Vierhonderd was zo weinig dat het verdacht overkwam. Ze wilde liever niet zoveel bij hem in het krijt staan.

‘Wat doe je voor de kost dat je het je kan permitteren om met geld te strooien?’ vroeg Adam.

‘Gaat je niks aan,’ antwoordde Stevie, ‘en ik gooi het toch niet weg? Ik woon hier en het is een prachtig, groot, duur huis. Achthonderd, meneer MacLean, dat is mijn laatste bod.’

Adam MacLean leunde naar achteren in de stoel en vouwde langzaam zijn armen over elkaar. Hij leek lichtelijk geamuseerd.

‘En als ik nee zeg, wat doe je dan? Me tot moes terugbetalen?’

Ze gaf geen antwoord. Ze bleef hem gewoon aanstaren tot hij het oogcontact verbrak en berustend glimlachte.

‘Oké, als je je daar beter bij voelt. Laten we zeggen zevenhonderd. Dat is míjn laatste bod. Ik wil best een cheque aannemen.’

Stevie haalde er als Valerie Singleton een tevoorschijn die ze eerder die avond geschreven had en Adam legde hem op tafel terwijl hij zijn hoofd van links naar rechts schudde.

‘Gekke vrouw,’ was zijn enige commentaar.

‘Wil je wat eten?’ vroeg Stevie. ‘Ik heb chili gemaakt. Dan hebben we wat te doen. Tenzij je wilt scrabbelen?’ Neanderthaler was vast veel punten waard.

‘Eten zou lekker zijn. Ik heb eigenlijk best trek,’ antwoordde Adam. Hij liep naar het keukenraam en gluurde door de jaloezieën. Er was geen enkele beweging te zien in Matthews huis. De nacht was aan het vallen, de gordijnen waren niet dicht en er waren geen lichten aan. Ondanks dat allebei de auto’s er stonden, zag het ernaaruit dat ze niet thuis waren. Nee hè!

Adam excuseerde zich en ging naar het toilet boven. De voorslaapkamer was gesloten en er hing een bordje met verboden toegang voor niet-superhelden aan de deurkruk. Stevies slaapkamerdeur stond open en toen hij even zijn hoofd om de deur stak zag hij dat die ook netjes was en subtiel naar een zoete zomertuin geurde. Er lag een Midnight Moon-boek op het nachtkastje, door Alexis Tracey. Op het bed lag een groot, bol dekbed zoals zijn oma Walker vroeger had. Hij en zijn zusjes slopen altijd naar binnen om erop te springen en zijn oma kneep dan een oogje dicht, omdat ze wist dat ze in hun leven verder maar weinig om te lachen hadden.

‘Kan ik helpen?’ vroeg hij toen hij weer in de deuropening van de keuken verscheen die hij meer vulde dan de deur zelf deed.

‘Je mag dat knoflookbrood wel even in de oven zetten als je wilt,’ zei Stevie, en ze wees naar een schaal met een gekruid brood met geraspte kaas en salsasaus. Zelfgemaakt knoflookbrood, dacht Adam.

Zijn blik moest er iets te lang op gerust hebben, want ze vroeg: ‘Wat is er? Niet naar je smaak, meneer MacLean?’

‘Integendeel,’ antwoordde Adam, die het brood optilde en in de oven zette. ‘Alleen, de eerste keer dat ik je zag, leek je geen affiniteit met koken te hebben.’

‘Toen was ik aan het bakken,’ zei Stevie. ‘Ik kan best koken, ik kan alleen niet bakken. Als er meel bij komt kijken, wil het op de een of andere manier gewoon niet lukken bij mij. Dan ontploft de keuken.’

‘Aha,’ zei Adam. Hij keek toe hoe Stevie haastig in een van de keukenkastjes naar de rijst zocht.

‘Mag ik de cinema surround es proberen?’ vroeg hij, en hij wees met zijn duim richting de zitkamer.

‘Het is jouw huis,’ snoof Stevie.

‘Ik probeer alleen beleefd te doen,’ zei hij met een vermoeide glimlach.

‘Ga ja gang,’ zei Stevie met haar beste half aardige-gastvrouw, half donder-opstem.

Terwijl de rijst kookte, keek ze even naar Matthews huis aan de overkant. ‘Waarom ben je niet thuis? Waar ben je, klootzak? Besef je dan niet wat ik voor je doe?’ zei ze in gedachten in de richting van het verradershuis dat nu aan Jo veiligheid en warmte bood. Nou ja, warmte... Want het was in de cottage qua temperatuur een stuk aangenamer wonen. Matthew had de thermostaat van de centrale verwarming altijd heel laag staan. Dat had hun altijd een excuus gegeven om lekker vaak dicht tegen elkaar aan te kruipen. Waar was al die liefde en genegenheid gebleven? Misschien sluimerde het in de muren, wachtend op haar terugkeer. Het kon toch niet zomaar verdwenen zijn?

De kookwekker, die haar vertelde dat de rijst en het brood klaar waren, redde haar van ongewenste traanbuisactiviteit. Ze schepte op en stond op het punt het eten naar de tafel te dragen toen Adam binnenkwam en haar te hulp schoot. Ze hoopte dat ze genoeg had gemaakt voor hem, het was tenslotte maar tien kilo.

‘Dit is best lekker,’ zei hij meteen na zijn eerste hap. Hij klonk verrast, alsof hij haar niet in staat achtte meer dan een magnetronmaaltijd of pannenkoeken te bereiden.

‘Dank je wél,’ zei ze met een supersarcastisch glimlachje, maar hij leek te zeer door zijn eten in beslag genomen om dat te merken.

Hij vroeg haar weer wat ze voor de kost deed en weer antwoordde ze dat ze hem dat niet ging vertellen. Daarna vroeg hij hoe haar zoon de verhuizing had ervaren en ze antwoordde dat hij er ‘gaaf’ doorheen was gekomen. Daarna veranderde ze van onderwerp omdat ze niet wilde dat Danny hierbij betrokken werd. Ze wilde hem niet nog meer in de war maken dan nu al het geval was en ze wilde niet dat Adam MacLean over haar zoon praatte; hij was verboden terrein. Adam was echter bijzonder volhardend.

‘Hoe oud is hij?’ vroeg hij.

‘Vier,’ antwoordde Stevie.

‘Zit hij op de Lockelands School om de hoek?’

‘Ja.’

‘Ze zijn een hoop werk op die leeftijd, of niet?’

‘Hij is heel lief,’ antwoordde Stevie. De korte eenlettergrepige woorden ontmoedigden hem kennelijk niet.

‘Dus Matthew is niet zijn vader?’ vroeg hij ondeugend, want het antwoord daarop wist hij al.

‘Nee,’ zei Stevie, duidelijk geïrriteerd, ‘ik ken Matthew pas twee jaar.’

‘Ah, dus je menneke was twee toen jullie elkaar ontmoetten.’

‘Sjonge, rekenen kun je ook nog. Ik sta versteld.’

Adam gromde en nam nog een hap chili.

‘Komt hij uit de buurt?’

‘Matthew? Ja.’

‘Nee, de ouweheer van je menneke.’

‘Ja, zijn “ouweheer” kwam ook uit de buurt.’

‘Kwam?’

Oké, ze zou voor eens en voor altijd een einde maken aan al dat gevraag.

‘Kwam, ja. Ik ben weduwe, meneer MacLean. Mijn man stierf toen ik twee maanden zwanger was, als je het echt wilt weten. Danny heeft zijn vader nooit gekend.’

Adam stopte abrupt met kauwen. Wat ze zei sloeg hard in en hij had het fatsoen om lichtelijk beschaamd te zijn omdat hij over haar gedacht had dat ze losbandig was. Jo had dat detail verdraaid. Ze had hem verteld dat Danny zijn vader niet kende omdat Stevie niet zeker wist wie het was. Hij at weer verder.

‘Dat spijt me.’

‘Tja, ach, zo is het leven. Of eigenlijk niet,’ zei Stevie met een somber lachje.

Ze kauwden nog wat door en Stevie vulde de glazen bij.

‘Hoe lang heb je eigenlijk met Matthew samengewoond?’ vroeg Adam.

‘Ik werd zo’n twee jaar geleden aan hem voorgesteld, zoals ik al zei, maar achttien maanden geleden waren we pas echt een stel. Ik ben op nieuwjaarsdag bij hem ingetrokken,’ zei Stevie. ‘Ik dacht echt dat dat een goeie beslissing was. Je moet af en toe weleens een risico nemen, toch? Ook al maak je steeds dezelfde fout.’ Ze hield haar mond voor ze nog meer uit de school kon klappen. ‘En jij en...?’

Nee, ze kon de naam nog steeds niet uitspreken.

‘Hetzelfde. Ik ken haar net iets langer dan achttien maanden, waarvan we er vijftien samengewoond hebben.’

Stevie legde haar vork neer. Het was de eerste fatsoenlijke maaltijd die ze in tijden had gegeten ook al had ze nauwelijks de helft op van wat ze voor zichzelf opgeschept had.

‘Je zou denken dat je na zo’n tijd iemand wel goed genoeg kent om niet zo gekwetst te worden, als dat ergens op slaat?’ zei Adam.

‘Ja, ik begrijp helemaal wat je bedoelt,’ zei Stevie, wie deze gedachtegang maar al te bekend voorkwam. Ze was ook net iets langer dan achttien maanden met Mick geweest en dacht hem door en door te kennen. Daarvoor was er nog Jonny uit Wales, een afschuwelijke flirt van een politieagent van wie ze ontdekte dat hij e-mailaffaires onderhield met de halve wereld – allemaal minstens vijftien jaar ouder dan hij – van een Lulu-lookalike uit Londen die in de menopauze verkeerde tot een gebruinde, strakgetrokken oma in Tyneside. Ze gingen na achttien maanden uit elkaar toen hij haar, surprise surprise, verliet voor gso op het moment dat haar pensioen werd uitgekeerd. Het maakte Stevie goed misselijk als ze bedacht dat Jonny waarschijnlijk over Thora Hird had gefantaseerd tijdens het vrijen. Ze zou hem bellen als ze tachtig was en het nog een keer achttien maanden willen proberen als ze dan vrijgezel was, had ze tegen Catherine gegrapt, hoewel ze wist dat dat waarschijnlijk het geval zou zijn. Het leek erop dat Stevie het ‘achttien-maanden-syndroom’ had uitgevonden. Misschien zouden ze het als ziekte naar haar vernoemen:

==

Honeywellsyndroom: na anderhalf jaar zo ontevreden zijn met je partner dat je er op de meest kwetsende manier die je kunt bedenken met een ander vandoor wilt gaan.

==

Er was nog één opscheplepel chili over. Stevie bood het aan Adam aan, maar die weigerde.

‘Dat is heel aardig, maar ik zit echt vol,’ zei hij. ‘Bedankt.’ Hij stond op en begon de tafel af te ruimen. Stevie probeerde te protesteren, maar hij ging ertegen in en won.

‘Koffie?’ vroeg ze, terwijl ze de afwas in de vaatwasser laadde.

‘Neuh, ik zal je verlossen,’ zei hij vriendelijk voor zijn doen. ‘Het is wel duidelijk dat er vandaag niets te beleven valt, ik ga ervandoor.’

Stevie knikte. Ze was ook teleurgesteld. Ze had de bewoners van Blossom Lane 15 net zo graag willen provoceren met Adams aanwezigheid als hij zelf. Misschien nog wel meer omdat ze oprecht van Mat-thew hield; ze zag hem niet alleen als bezit dat niet weg mocht gaan zoals MacLean Jo zag.

‘Je kunt die blommen beter in ’t water zetten,’ zei hij, op een toon die suggereerde dat ze ontzettend ondankbaar was omdat ze dat niet onmiddellijk gedaan had. ‘Heb je wel een vaas in heus?’

Stevie had er twee in de keukenkastjes gevonden tijdens het koken van de rijst. Ze zou het regelen, de bloemen konden er tenslotte ook niets aan doen dat ze door Adam ‘Controlfreak’ MacLean waren gekocht.

‘Ja, dat doe ik zo, bedankt voor het herinneren,’ zei ze stijf. Ze zou hem meteen wel duidelijk maken dat ze niet iemand was die alles deed wat híj beval.

‘La maar,’ zei hij. ‘Maar ze waren het waard geweest als ze ze gezien hadden. Dat boeket was echt peperduur.’

‘Zal ik de helft betalen?’

‘Nee hoor, dat hoeft niet.’

‘Ik zwaai er wel mee als ik ze thuis zie komen.’

Onbewust glimlachten ze naar elkaar. Daarna realiseerden ze zich wat ze deden en hielden er meteen mee op.

‘Denk je alvast na over de volgende stap?’ vroeg Adam, die op warpsnelheid naar norsheid terugkeerde.

‘Je cheque,’ herinnerde Stevie hem terwijl ze hem aangaf.

‘Ja, dank je,’ zei hij, en hij schoof hem in zijn zak.

‘O, en hier.’ Ze gaf hem een plat pakje met zakdoeken.

‘Wat is dat?’

‘Je hebt me je zakdoek geleend, weet je nog? Ik kreeg het bloed er niet uit. Dus, voilà. Ze verkochten ze alleen per drie.’

‘Dat had je niet hoeven doen.’

‘Jawel.’

Hmm, dacht Adam MacLean toen hij naar de deur liep. Ze deed iets te veel haar best om te bewijzen dat ze geen klaploper was. En dat was verspilde moeite, want hij wist allang wat voor persoon hij tegenover zich had.

‘Goedenavond dan maar, meneer... Adam,’ zei Stevie.

‘Goedenavond, en nogmaals bedankt voor het eten.’

Hij stapte in zijn auto. Het was nu donker en overduidelijk dat Mat-thew en Jo echt niet thuis waren. Hij reed langzaam weg en sloeg aan het einde van de laan rechtsaf, waarbij hij niet het stel opmerkte dat vanaf links de straat in kwam lopen. Ze waren het hele eind de stad in gewandeld om de film met Denzel Washington te zien en hadden de reis terug onderbroken door een bistro binnen te stappen. De ogen van de vrouw focusten zich op het nummerbord.

‘Jezus, dat was Adam! Wat doet híj hier?’

‘Niks aan de hand,’ zei Matthew, en hij sloeg zijn arm om haar schouders. Hij was het toonbeeld van heldhaftige kalmte hoewel van binnen zijn zenuwen rammelden. Driedubbel shit, hij is me komen opzoeken. Ik ben er geweest... HEEELLLPPP!

==

De afwasmachine gonsde tevreden terwijl hij de sporen van Adams onsuccesvolle bezoek wegwaste. Hoe vaak nog voor Matthew en Jo hen samen zouden zien? Misschien waren ze wel voorbestemd om hen telkens op een haar na te missen. Misschien waren Adam en zij allebei tachtig en aan hun viermiljoenste boeket en chili toe voor Matthew hem bij haar op de deur zag kloppen. Alleen zou hij tegen die tijd zoveel last van staar hebben dat hij geen idee meer had dat het Adam was.

Stevie kon niet zeggen dat het een fijne avond was geweest, maar ook niet geheel onaangenaam. De manieren van die grote kerel waren verbazingwekkend goed en hij had zelfs een flits van kwetsbaarheid laten doorschemeren. Aan de andere kant was zij te soft en te gevoelig en was elke zwakke plek in zijn pantser alleen maar gespeeld zodat zij het zou zien. Hij was manipulatief, dat geloofde ze wel van Jo. Hij had haar nodig dus moest hij haar te vriend en aan zijn kant zien te houden.

Stevie ging richting bed. Ze deed het licht uit, maar knipte het meteen weer aan omdat ze wist dat ze toch niet zou kunnen slapen. Misschien zou een halfuurtje Damme martelen met wat psychologische wendingen van Evie wel helpen. Een halfuurtje maar.

==

Er was geen enkel teken dat híj bij het huis was geweest toen Matthew en Jo thuiskwamen. Geen post in de brievenbus, geen boobytraps, geen in bloed geschreven doodsbedreigingen op de deur. Toen Matthew de gordijnen sloot, knipperde aan de overkant het licht beneden in de cottage. Een oog van licht dat plotseling één keer uit ging en daarna weer aan. Alsof het naar hem knipoogde.