Hoofdstuk 46
==
Tenzij er in de komende vierentwintig uur een wonder gebeurde, zou Adams voorspelling dat alles vóór zondag terug bij het oude zou zijn niet uitkomen. Matthew en Jo waren toch echt nog bij elkaar hoewel een paar stiekeme bespiedende blikken in de ochtend hadden onthuld dat ze niet meer zo handvasthouderig en knuffelig waren als eerst en er nog minder gelachen werd dan op de begrafenis van prinses Diana.
Adam pakte zijn spullen bij elkaar en zocht zijn was uit. Zijn onderbroeken hingen te drogen aan de lijn; witte Calvin Kleins. Matthew droeg altijd herenslips, zwart en ook met merk, maar die verbleekten naast het zien van die sensuele witte boxershorts. Matthews kont was een beetje te mager geweest voor Stevies smaak; die van Adam was lekker stevig. Niet dat ze er veel naar keek...
Ze hadden elkaar weinig gezien de afgelopen dagen. Hij was niet veel thuis geweest en als hij er wel was, had Stevie hem ontweken door zich in haar werkkamertje op te sluiten om te schrijven. Damme MacQueen was een goede kerel; verkeerd begrepen, aardig en lief. Hij sloeg geen vrouwen en was veilig om van te houden. Evie was een mazzelaarster.
Adam was steeds expres pas thuisgekomen als Danny al in bed lag, waar Stevie hem dankbaar voor was. Het zou al erg genoeg worden om haar zoon weer uit een vertrouwde omgeving te moeten wegrukken en ergens anders te gaan wonen zonder er ook nog achter te komen dat hij ook aan ‘Well Life Man’ gehecht was geraakt. Het leek haar allemaal al verschrikkelijk eng en verwarrend en ze was boos op zichzelf omdat ze geloofd had dat Adam MacLean hen echt met hun rechtmatige partners zou kunnen herenigen. Hij was bepaald geen waarzegger, maar hij had haar zoveel hoop gegeven dat het alleen maar kon tegenvallen en dat kwam hard aan. Weer iets om die man te verwijten.
‘Kan ik helpen?’ vroeg hij toen ze in de keuken rondstampte en een hoop lawaai maakte bij het uitruimen van de vaatwasser.
‘Nee!’ antwoordde ze. Daarna zachter: ‘Nee, dank je.’
‘Vanwaar de fanfare?’ vroeg hij nadat de pannen die ze wegzette hard op elkaar waren gekletterd.
‘Omdat ik daar zin in heb.’ Ja, ze was prikkelbaar en verwachtte dat hij wel weer een sarcastische opmerking zou maken. Hij stelde niet teleur.
‘Wil je ook nog met een paar van je speeltjes gooien nu je toch bezig bent?’
‘Nee, dank je.’
‘Pas maar op dat je niet over je onderlip valt!’
‘Ik luister niet naar jou.’
‘Ik zal je een teddybeer geven om uit je box te gooien, als dat helpt.’
‘Haha, erg grappig.’
‘Ah, je luistert dus wel! Misschien zit er een boertje dwars. Zal ik je even op de rug kloppen?’
Als blikken konden doden had hij daar nu niet meer gestaan. Ze wilde tegen hem schreeuwen dat hij op moest rotten, maar Danny was met zijn fiets in de tuin en dat kon ze niet maken. Ze merkte dat van de inspanning om haar gevoelens binnen te houden de stoom uit haar oren kwam, dus reageerde ze het maar af op de vaat en liet een van de mooie borden op de grond alle kanten op uit elkaar spatten.
‘Och, dat zul je met je eigen zakgeld moeten betalen!’
Nu is het genoeg! dacht Stevie.
Ze draaide zich naar hem toe en ging op de aanval over. ‘Jij vindt alles altijd maar grappig, hè?’
‘Nee hoor. Maar van net doen alsof je op een Griekse bruiloft bent krijg je Mattje echt niet sneller terug. En je hoeft niet tegen mij te beginnen, dit is niet mijn schuld.’
‘Niet?’ Stevie lachte, een hard en onplezierig geluid. ‘Dit komt allemáál door jou, Adam MacLean. Allemaal!’
Ho maar, zei het verstandige gedeelte van haar hersenen dat op zoek ging naar de rem terwijl haar mond ondertussen in de vijfde versnelling verderging.
‘Ik ben mijn huis en mijn man verloren en mijn zoontje zijn kans op een gezin. Jíj mag dan misschien je relatie verprutst hebben, maar ik niet. Vergis je niet, dit komt Allemaal. Door. Jou!’ Ze banjerde langs hem heen om het bestek te pakken en zag niet dat de geamuseerde en plagerige glimlach als een rotsblok van Adams lippen gevallen was. Vlug deed hij een stap opzij om haar de weg te versperren.
‘Ho! Wacht even, dametje. Spoel dit gesprek eens terug. Wat zei je daar over dat ik mijn relatie verprutst zou hebben?’
Iets in zijn houding deed Stevie beseffen dat ze te ver was gegaan en zich op gevaarlijk terrein begeven had, maar ze kon het niet meer terugnemen.
‘Niets, daar bedoelde ik niets mee.’ Ze wilde om hem heen lopen maar hij bewoog mee en legde zijn handen op haar armen om haar weer recht voor zich te trekken. Door het geschrokken gilletje dat ze gaf liet hij haar meteen weer los.
‘Sorry, heb ik je pijn gedaan?’
‘Nee,’ antwoordde ze, want dat was ook niet zo, maar in haar ogen zag hij de gedachte voorbijflitsen dat hij dat best weleens kon doen. Die angst. Hij kende die blik zo goed. Die had hij zo vaak in de ogen van zijn mama en zusjes gezien.
‘Wat is er aan de hand? Stevie, wat is er gebeurd? Wat bedoelde je?’
Stevie ontweek zijn blik.
‘Alsjeblieft, Stevie!’ Hij wilde nu dolgraag weten waar ze op gedoeld had. Ze wist iets over hem wat hij moest weten. Hij werd bang van hoe ze naar hem keek. ‘Wat zou ik met mijn relatie gedaan hebben waardoor dit allemaal mijn schuld is? Alsjeblieft, wat bedoelde je daarmee? Wat weet je? Wat heb je gehoord? Vertel het me nu meteen.’
Hij zou dit niet zomaar langs zich heen laten gaan, wist ze. Ze liet zich op de keukentafel zakken. Ze wist niet meer wat waar was en wat niet, maar ze zou in elk geval niet bijdragen aan de puinzooi door zelf te liegen.
‘Jo heeft ons iets over je verteld.’
‘Jo?’ Hij trok wit weg. ‘Heb je Jo gesproken? Wanneer?’
‘Zo vaak.’
‘Hoe bedoel je?’
Stevie zuchtte. Het was als een poging een octopus terug in een tas te stoppen. Ze zou het niet voor elkaar krijgen. Ze kon hem er maar beter helemaal uit laten en geen weerstand meer bieden.
‘Matthew en Jo raakten bevriend op het werk,’ begon Stevie.
‘Aye, dat weet ik. Het ging niet goed tussen jullie.’
‘Wat?’
‘Dat zei Jo. Dat jullie een dip hadden in jullie relatie.’ Hij vond het niet nodig om te vertellen dat zij schijnbaar smerig en lui was en een verschrikkelijk slechte moeder. Dan zou ze spontaan ontploffen.
‘Wát zei Jo?’ Stevies mond viel zo ver open dat hij bijna haar voeten verpletterde. ‘Jezus, het wordt steeds mooier. Het ging prima tussen ons! Hij raakte met haar bevriend omdat jij... jij... haar ongelukkig maakte!’
‘Hoezo?’ Nu was het Adams beurt om verbijsterd te kijken.
‘Ze huilde aan één stuk door! Ik had zo’n medelijden met haar.’
‘Heb je haar ontmoet?’ Hij was stomverbaasd.
‘Ze belde een keer voor Matthew en was te bang om naar huis te gaan, naar jou. Dus toen heb ik gezegd dat ze maar naar ons moest komen.’
‘Bang? Voor míj? Waarom in godsnaam?’
‘Ze was doodsbang. Kwam hier bevend aan.’
‘Maar ze heeft me nooit verteld dat ze je ontmoet had!’
‘Adam, we zijn vriendinnen geworden, we hebben samen gewinkeld, ik heb avondeten voor haar klaargemaakt terwijl ze Danny voorlas. Ik heb haar zelfs mijn trouwjurk laten zien. Ze stond op onze gastenlijst!’
‘Vriendinnen? Ze zei dat Matthew je verafschuwde!’
‘Ze zei dat je al haar geld had afgepakt!’
‘Ze zei dat hij de bruiloft had afgezegd maar dat jij evengoed met de voorbereidingen doorging!’
‘Ze zei dat je haar helemaal verrot schold!’
‘Ze zei dat jij altijd dronken was en dingen naar Matthews hoofd gooide!’
‘Ze zei dat je haar sloeg!’
Die woorden bleven in de lucht hangen als een dissonerende bel. Van alle leugens die Adam MacLean hoorde, vond hij deze het moeilijkst te verkroppen. Na alles wat hij als kind had meegemaakt; hoe zijn vader zijn moeder afranselde en hij erbij moest staan kijken en het allemaal moest aanzien met een arm om zijn huilende zusjes heen, bang dat zijn moeder het niet zou overleven, maar ook te bang om iets te doen voor het geval hij ook klappen zou krijgen. Nooit had hij echt het schuldgevoel dat hij aan zijn eigen veiligheid had gedacht los kunnen laten, al was hij nog maar zo’n klein menneke geweest.
‘Stevie, ik heb in mijn hele leven nog nooit een vrouw ook maar een haar gekrenkt,’ zei hij. Onvrijwillig sprongen de tranen in zijn ogen en hij veegde ze beschaamd weg. ‘Ik kreeg juist iets met Jo toen ik haar wilde redden van een of andere psychopaat met wie ze samenwoonde. Hij had haar tegen het been geschopt en ze liep mank. Ik vond haar huilend buiten de sportschool waar ik hiervoor werkte.’
Stevie slikte. ‘Boven aan haar linkerdij?’
‘Aye,’ antwoordde hij.
‘Ze zei dat jij dat gedaan had.’
‘Ik!’ Hij draaide een rondje, zijn stem bulderde en zijn lijf vulde de halve keuken maar hij zag er evengoed volkomen ongevaarlijk uit. ‘Moet je zien hoe groot ik ben. Ik zou niemand kunnen slaan, dan zouden ze op slag dood zijn!’
‘Dus je hebt niet in Barlinnie gezeten?’
‘Barlinnie?’ Adam lachte door zijn tranen heen. ‘Waarvoor dan wel?’
‘Zware mishandeling.’
‘Zware mis... Stevie, ze zouden me al geen baantje als vloerenboener geven bij Well Life als ik meer dan drie verkeersboetes had! Ik heb nooit in de gevangenis gezeten. Ik heb zelfs nog nooit een boete voor fout parkeren gehad!’ Hij liet zich op de sofa zakken. ‘Ik kan dit allemaal niet geloven,’ zei hij. Hij wreef met zijn enorme handen over zijn hoofd, maar dat hielp helemaal niets. Hij had alle verschrikkingen van zijn kinderjaren aan Jo toevertrouwd en ze had ze tegen hem gebruikt. Hij was heel dom geweest. Zou hij het ooit leren?
Stevie had de overweldigende neiging om naar hem toe te gaan en hem aan te raken, hem vast te houden. Ze wist dat haar onthullingen hem gekwetst hadden. Nooit had ze ook maar het kleinste teken gezien dat Adam de man was die Jo had omschreven, hoewel ze wist dat ze hem zo had willen zien om hem de schuld te kunnen geven van wat er gebeurd was en niet haar lieve Matthew. Eddie had meteen al gelijk gehad toen hij vroeg welke bezitterige gek zijn vrouw een week ver weg naar een beautycentrum liet gaan. Ze waren allebei voorgelogen. En Mat-thew nog steeds. Moest ze het hem vertellen? Zou dat wel iets uithalen? Catherine had haar toch ook proberen te vertellen wat een klootzak Mick Rook was? En had zij haar geloofd? Nee, dat zou ze nooit hebben gedaan, zelfs niet als Mick onuitwisbare stickers met ik ben een eikel, blijf uit mijn buurt over zijn hele lichaam gehad zou hebben.
‘Het spijt me, Adam. Ik weet ook niet meer wat ik moet geloven.’
‘Stevie, ik ben geen vrouwenmepper, dat kan ik je wel vertellen. Is dit waar? Heeft ze dit echt gezegd? Want ik weet ook niet meer wat ik moet geloven.’
Stevie knikte langzaam.
‘Aha, dat verklaart een boel,’ zei Adam met vermoeide berusting. ‘Ik vroeg me al af waarom Mattje met zijn vinger naar me liep te wijzen dat ik je niets aan mocht doen en van je geld af moest blijven.’ Zijn hersenen schoten naar vrienden die niet meer belden en een nieuwe golf van pijn overspoelde hem. ‘Niet te geloven dat mensen denken dat ik zo’n soort man ben. Catherine en Eddie, weten die dit allemaal?’
Stevie knikte weer.
Hij zag er verslagen uit, geveld als een grote boom die nooit meer rechtovereind zou staan.
‘Nou, als je ook maar enigszins denkt dat jij en je kind gevaar lopen bij me, is het misschien beter als ik vanaf morgen helemaal uit jullie leven verdwijn. We laten het plan voor wat het is en dan kun je Matthew op je eigen manier terugwinnen. Als je het mij vraagt, zal dat niet lang meer duren.’
‘Oké,’ zei Stevie met een schorre stem. Ze wilde niet dat hij wegging, maar ze had ruimte nodig. Ze moest af zien te komen van de gedachten aan Adam MacLeans lippen op haar arm en van hoe het voelde om haar hand in de zijne te leggen. ‘Ik denk dat dat het beste is.’