Hoofdstuk 4

==

De volgende ochtend vond Stevie Danny beneden, verzuipend in zijn veel te grote ochtendjas. Op het labeltje stond dat het voor vier- tot vijfjarigen was, maar het vermeldde niet dat dat over nijlpaarden ging. Hij staarde naar de lege taartvorm die hij zojuist op de keukentafel ontdekt had. Zijn onderlip stak zo ver uit dat er een bordje met ravijn bij zou moeten staan.

‘Mama, waar is de taart die je beloofd had?’ vroeg hij.

‘Wacht maar af. Eerst ontbijten,’ zei Stevie, en ze klapte in haar handen als een bedrijfsgoeroe in instructiemodus. Danny nam zijn gebruikelijke sinaasappelsap en Choco Pops en zoog de chocoladeachtige melk op met zijn rietje. Daarna waste hij zijn gezicht en poetste zijn tanden voor hij, beginnend bij zijn sokken, zijn blauwgrijze schooluniform aantrok. Alles altijd in dezelfde volgorde. Danny was een gewoontedier en raakte overstuur als zijn routines werden verstoord. Dat was een teken dat hij een begaafd kind was, had de peuterleidster haar verteld na een hectische ochtend waarop Stevie geprobeerd had met Danny naar school te lopen terwijl ze zich moesten haasten omdat ze laat waren en er niet genoeg tijd was hem hardop alle nummers op de huizen waar ze langskwamen op te laten lezen zoals hij altijd deed. Eerder een teken van een kind dat om een pak slaag vraagt, had ze toen gedacht.

Maar je kon er niet omheen; hij was beslist een pienter jochie. Nog een bonuspuntje, want toen hij werd geboren was Danny zo prematuur dat er een grote kans bestond dat zijn hersenen beschadigd waren. In een ziekenhuis zitten en bang zijn om in slaap te vallen voor het geval je kindje de nacht niet overleeft was iets dat ze geen enkele ouder toewenste. Dat waren donkere, donkere tijden geweest.

Wonderbaarlijk genoeg had haar zoontje zich erdoorheen geslagen en nu kreeg hij elk jaar een verjaardagskaart van de ‘Kleine Vechtertjes Club’ van de Special Care-afdeling van het ziekenhuis. Moeilijk voor te stellen dat dat kleine, kwetsbare hoopje en de energieke, slimme jongen die nu voor haar stond één en dezelfde persoon waren.

Danny zat net als zij vroeger altijd in kleine boekjes te schrijven, hopelijk niet om dezelfde redenen. Ze zou graag zien dat hij in haar voetsporen trad en zou gaan schrijven voor de kost, maar dan wel iets hoogstaanders dan Midnight Moon-fictie, want dat was voor vrouwen die weg wilden vluchtten naar een land waar mannen mannen waren en vrouwen veel zuchtten en flauwvielen, maar waar alles tenminste goed afliep.

‘Is mijn taart al klaar, mama?’ vroeg hij weer toen Stevie zijn das goed deed om tijd te rekken.

‘Nou, eh... het zit zo...’

De deurbel galmde door het huis, een geluid dat als een hallelujakoor in Stevies oren klonk. Ze deed de deur open voor Catherine, die weer haar gebruikelijke kastanjebruine kleur terughad, haar beste en breedste glimlach opzette en het houterigste acteerwerk ooit vertoonde, nog erger dan de figuranten in Crossroads.

‘Hoi Stevie, hier is de taart die je gisteravond hebt gebakken. Sorry, ik heb hem meegenomen in plaats van de lege taartvorm die ik van je zou lenen. Haha, stom van me.’

Stevie vormde geluidloos ‘ik zal altijd van je houden’ met haar lippen naar haar vriendin terwijl Danny’s ogen zo groot als dinerborden werden toen de taart met vier lagen, bedekt met gestampte Maltesers, Buttons, stukjes Crunchie en een glazuur van gesmolten Marsrepen zijn fanfare-intocht in de Honeywell/Finch-keuken maakte.

‘Wauw!’ zei Danny, wat samen met ‘gaaf’ zijn favoriete stopwoordje van het moment was.

‘Trek je schoenen aan,’ zei Stevie, hem nog aansporend met: ‘Hoe eerder je dat doet, hoe eerder je je taart op school kunt laten zien,’ wat hem naar het kastje in de hal deed vliegen alsof zijn pantoffel aan Schumachers trekhaak vastzat.

‘Dank je, dank je, dank je,’ zei Stevie, en ze gaf Catherine een verpletterende knuffel.

‘Je moet mij niet bedanken, maar Kate, die heeft de taart gebakken. En nadat ze mijn haar hersteld had heb ik alle frutsels erop gegooid.’ Catherine snoof. ‘Zoveel werk was het niet,’ voegde ze eraan toe om de poeha weg te wuiven.

Catherine had zes kinderen, een man, vier katten, een fret, een chihuahua genaamd Chico en een krankzinnig uitziende vuilnisbakkenras met de naam Boot die eruitzag alsof hij regelmatig rugbyspelers als tussendoortje at. Ze had er haar handen vol aan, maar haalde evengoed ergens de tijd vandaan om Stevie uit de brand te helpen.

‘Ik sta bij jullie allebei enorm in het krijt, Cath.’

‘Doe niet zo mal. En, heb je geslapen? Hoe voel je je? Heeft hij nog gebeld?’

‘Een beetje,’ antwoordde Stevie, ‘slecht, en ja.’

‘Wat zei-ie?’

‘Ik heb het antwoordapparaat laten opnemen. Hij zei dat hij in Aberdeen was.’

‘Heb je nummerherkenning ingeschakeld?’

‘Anonieme beller.’

‘Godver. En, wat denk je?’ Catherine kromp al bij voorbaat ineen. Vanuit haar gezichtspunt zag het er niet goed uit.

‘Hij is in Mallorca, denk ik.’

‘Jeetjemina! Je bent een heel stuk kalmer dan ik zou zijn,’ zei Catherine, die nu op Eddies gekookte lever had zitten kauwen met een frietje en een lekkere Chianti erbij als het haar was overkomen.

‘Ja, maar ik heb ook een plan,’ zei Stevie, waarna ze het gesprek afkapte omdat Danny geheel beslagen verscheen.

Samen brachten ze het trotse jongetje naar school. Hij popelde om de koning van de chocoladetaarten aan zijn vriendjes en leerkrachten te showen. Lockelands was een schattig klein schooltje, slechts tien minuten wandelen over een met bomen overgroeid pad vanaf het huis van Stevie en Matthew in Blossom Lane. Nou ja, eigenlijk was het Mat-thews huis. Stevie had haar kleine rijtjeshuis een paar straten verderop vlak na kerst verkocht en was op nieuwjaarsdag bij hem ingetrokken. Ze was zo verheugd geweest te bedenken dat zij de volgende kerst mevrouw Finch zou zijn en Danny een vader zou hebben. Wat een jaar zou het worden, zeg! Nou ja, met dat laatste had ze wel gelijk gekregen, alleen niet op de manier die ze graag gezien had.

De twee zijden van Blossom Lane waren heel verschillend, zoals wanneer een oude en een nieuwe wereld elkaar ontmoeten in een Doctor Who-achtige tijdsvervorming. Aan de ene kant stonden acht gekloonde vierkante woningen uit het begin van de jaren tachtig met een klein pad ervoor en kleine vierkante tuintjes aan de achterkant; aan de andere kant stond een rij van vier grote vrijstaande cottages uit het begin van de negentiende eeuw, allemaal heel karakteristiek en romantisch. Klimop en kamperfoelie tierden welig over het steen en verspreidden in de late zomer een heerlijke bedwelmende geur over de voorbijgangers. Ze hadden lange tuinen achter, helemaal tot aan een klein beekje en de spoorlijn, en hoge brosse muurtjes overgroeid met gebladerte tussen de tuinen waarborgde bij elke cottage de privacy. De cottage aan het einde van de rij, die tegenover Matthews huis, was nu al een paar maanden niet verhuurd. Het was de grootste van de vier, met een aanzienlijke oudstenen garage aan de zijkant. Er was nog niemand voor geweest. Het leek erop dat karakteristieke cottages hand in hand gingen met torenhoge, ongeloofwaardige huurprijzen.

‘Laat me dat plan van je eens horen dan,’ zei Catherine, die zoals altijd bij de lege cottage naar binnen keek in de hoop dat ze een detail zag dat ze nog niet had opgemerkt. Het was haar droomhuis: balken met knoesten, grote open haard in de keuken, blootliggende stenen muren. Als alle kinderen volwassen en het huis uit waren, wilde ze net zo’n huis voor Eddie en haarzelf om hun kleinkinderen in te ontvangen. Ze zuchtte om hoe prachtig het was.

‘Tijd voor koffie?’

‘Wel snel dan. Eddie heeft vanmorgen voor de kinderen moeten zorgen, dus hij zal nu wel aan zijn derde zenuwinzinking toe zijn.’ Ze wisten allebei dat dat een grapje was. Er was slechts één wezen nóg relaxter dan Eddie, en dat was Boot. Eddie had hem als puppy op een vuilstortplaats gevonden. Zijn hoofd had klem gezeten in een aftandse laars en wat Eddie als eerste dacht nadat hij hem bevrijd had was dat hij al net zo lelijk als de oude laars was, vandaar zijn naam. Boot was ruwweg even groot als Chico de Chihuahua toen Eddie met hem aan kwam zetten. Nu zou hij in zijn eentje een woonwagen met een slapend shirepaard achterin kunnen voorttrekken, maar zelfs een baby liet hij nog een bot uit zijn bek halen. Toch speelde hij de rol van gezinswaakhond – een inbreker zou het risico niet nemen – maar je hoefde maar in zijn vriendelijke goedzakogen te kijken om te weten dat hij niet in staat was om iets of iemand pijn te doen. Iedereen was gek op Boot, vooral Danny, en de hond ook op hem, zoals op alle kinderen.

Stevie liet haar vriendin op de details wachten tot de koffie klaar was. Catherine liet haar begaan met haar schijnbare optimisme ondanks dat ze het zelf somber inzag, maar elk positief plan dat haar ervan weerhield dezelfde weg in te slaan als de vorige keer moest worden aangemoedigd.

‘Oké!’ zei Stevie, terwijl ze in de melk roerde. ‘Dit is wat ik ga doen.’

‘Vertel,’ zei Catherine, en ze ging er goed voor zitten.

‘Ik heb zes dagen totdat Matthew terugkomt. Dus morgenmiddag laat ik mijn haar doen...’

‘Oké,’ zei Catherine knikkend. ‘Goed zo, dat geeft je vast een goed gevoel.’

‘Daarna word ik lid van een fitnesscentrum om af te vallen.’ Een stralende Stevie wachtte op Catherines goedkeuring.

‘Dat is een goed idee,’ zei haar vriendin, die haar best deed om bemoedigend te glimlachen. ‘Maar...’

‘Maar wat?’ Stevies glimlach zakte iets in.

Catherine zuchtte. Zelfs met de beste wil van de wereld zou Stevie niet in zes dagen in een maatje nul passen en eruitzien als een supermodel. En zelfs al was dat zo, dan zou ze daar Matthew nog niet mee terugkrijgen. Er waren hier duisterder krachten aan het werk, krachten waar een kapselfee niet tegenop kon.

Aan de andere kant zou het niet slecht voor Stevie zijn om naar een fitnesscentrum te gaan en een paar leuke fitte mannen met stevige biceps en getrainde kontjes te zien. Dat was toch beter dan binnen zitten denken aan wat dat overspelige tuig uitspookte. Ze hoopte dat hun huichelachtigheid hen nog te kakken zou zetten; een heimelijk weekje vakantie was tenslotte niet de beste manier om een nieuwe relatie op te bouwen, als dat tenminste de bedoeling was en niet een eenmalige uitspatting. Matthew had een geweten en Jo zou toch zéker bedenken wat de gestoorde Schot zou doen als hij erachter kwam. Dat moest hun genot van de zon en de sangria en alle eventuele andere ‘s’-klanken waar ze zich aan overgaven wel in de weg zitten.

Catherine glimlachte. ‘Maar niets. Weet je, ik denk dat ik met je meega voor de eerste sessie als dat mag, voor morele steun. Die fitnesscentra geven toch altijd gratis dagpassen weg om je over te halen lid te worden? Die kun je voor mij aftroggelen.’

‘O Catherine, dat zou super zijn,’ zei Stevie, wier gezicht oplichtte van dankbaarheid.

‘Welk fitnesscentrum?’

‘Nou, Matthew gaat naar Gym Village, dus misschien kan ik beter naar die andere gaan, Well Life.’

‘Ja, chic en duur. Meteen doen! Bel ze voor ik naar huis ga nog op en vraag hoe je lid kan worden.’ Catherine schoof de draadloze telefoon over de tafel.

Dus begon Stevie aan het driepuntenplan dat haar de komende zes dagen bezig zou houden en waarmee ze haar man terug zou krijgen.

==

1 geweldig nieuw kapsel

2 lid worden van fitnesscentrum en dunner worden

3 oefenen in doen alsof affaire niet bestaat

==

Een makkie.