Hoofdstuk 36

==

‘Als u me nog wat tijd kunt geven, over een week krijg ik weer salaris,’ zei Matthew in de hoorn in de veronderstelling dat hij fluisterde en zich er niet van bewust dat zijn collega’s hem gemakkelijk konden horen.

‘Het spijt me, meneer Finch, maar ik kan niet verhinderen dat de rente in rekening wordt gebracht, ook kan ik niet om de redenen die u me zojuist gegeven heeft opdracht geven tot het terugbetalen van de boete voor te laat betalen. En aangezien u uw salaris per maand krijgt, moet u twee maanden aan hypotheek uit dat ene salaris zien te halen. Heeft u daar al over nagedacht?’

‘Natuurlijk heb ik daarover nagedacht. Ik kan verdomme aan niets anders denken!’ grauwde Matthew.

‘Het spijt me, maar ik sta niet toe dat u dat soort taal tegen mij uitslaat,’ zei de hypotheekadviseur, en ze hing op.

‘Stomme trut!’ zei Matthew, iets te hard.

‘Persoonlijke telefoontjes, meneer Finch?’ vroeg een stijve stem achter hem.

‘Alleen één heel dringende, Colin, eentje maar,’ antwoordde Mat-thew, die vanbinnen ontplofte. Natuurlijk moest híj, Colin Seed, hoofd Personeelszaken, nu net zijn ronde maken. GriezelColin, Akelige Colin, Colin-met-vest en, nogal wreed gezien de recentelijke verwikkelingen, Norman Bates. Hij kon niet meer dan tien jaar ouder zijn dan Matthew, maar hij zag eruit alsof hij tegen zijn pensioen aan zat met zijn spaarzame haren over zijn hoofd gekamd, slecht passende bruine pakken die amper over zijn pens dicht gingen en een gezicht dat je gegarandeerd van de hik af zou helpen. Hij sprak tegen iedere werknemer alsof het een ondeugend schoolkind was en hij hun rector. Zelfs tegen Matthew, het vierendertigjarige hoofd Vergunningen.

‘Van alle mensen die naast je kunnen staan als je telefoneert over iets wat niet met werk te maken heeft,’ zei Matthew, die Jo er tijdens de rit naar huis over vertelde. ‘Die gozer ligt altijd op de loer. Hij heeft echt een probleem.’

‘Met wie belde je?’

‘O... eh... gewoon de bank, om na te vragen of een cheque was binnengekomen die ik verwachtte. Rente die ik nog tegoed had.’ Verdomme, waarom loog hij nou weer?

‘Waarom belde je niet met je mobiel?’

‘Ben ik kwijt,’ antwoordde hij. Ook dat was gelogen. Hij had zijn abonnement uiteindelijk opgezegd als wanhopige bezuinigingsmaatregel. Samen met zijn lidmaatschap van de sportschool zou dat hem al snel honderd pond per maand schelen.

‘En waarom denk je eigenlijk dat die man een probleem heeft?’

‘Nou, daarvoor hoef je alleen maar naar hem te kijken,’ antwoordde Matthew. ‘Het is een enorme sukkel. Hij was bij zijn geboorte al vijftig, hij heeft nog nooit een vriendin gehad en die zal hij ook nooit krijgen.’

‘Misschien is hij wel homo,’ zei Jo.

‘Zeker weten van niet. Daarvoor hangt hij iets te graag bij vrouwen rond. Niet dat hij weet wat hij met ze moet. Tenzij hij een blinde zou vinden die van treinspotten houdt.’

‘Wat hatelijk! Ik vind hem altijd heel aimabel in het voorbijgaan,’ zei Jo, die Matthew een zachte tik verkocht.

‘Ja, maar jij bent ook een prachtige meid en zal hem ongetwijfeld hebben bekoord waar ieder ander faalde.’

‘Ah, liefie,’ zei Jo, en ze streelde zijn hand, waardoor zijn huid spon van genot. ‘Hij is waarschijnlijk gewoon eenzaam.’

‘De Griezel? Ja, waarschijnlijk wel,’ zei Matthew. ‘Ach, godzijdank verlaat hij ons waarschijnlijk binnenkort. Ze willen al eeuwen dat hij naar New York gaat om daar de kantoren te leiden, maar hij woonde samen met zijn moeder en dat weerhield hem ervan. Ze is een paar maanden geleden overleden en heeft hem een berg geld nagelaten.’ Mazzelpik, dacht Matthew. Wat zou hij wel niet overhebben voor een erfenisje als dat. En de kans om naar New York te verhuizen. Hij zou voor dat alles met plezier van plaats ruilen met Seed; bruine pakken, dikke pens, bijna-kaalheid en griezelkop ten spijt.

‘Arme man,’ zei Jo met een diepe zucht.

‘Niks arme man! Hij is een gefrustreerde lul die jaloers is op iedereen die eruitziet alsof hij wel van bil gaat,’ zei Matthew, ‘en de reden waarom hij aardig tegen jou is, lieverd, is omdat je simpelweg bloedmooi bent en hij je waarschijnlijk wel rauw lust, net als ik.’

‘Dank je,’ zei Jo, waarna ze hem haar allermooiste glimlach schonk. ‘Nu we het toch over eten hebben, zullen we vanavond dan maar uit eten gaan om te vieren hoe mooi ik ben?’

‘Ach wat, waarom ook niet,’ zei Matthew. Hij wilde liever niet thuis zitten tussen de negatieve energie van een stapel onbetaalde rekeningen of naar het raam getrokken worden om te zien wat er in de cottage gaande was. Niet dat iets wat Stevie deed hem kon deren, natuurlijk, want ze was niet meer van hem. Dat moest hij zichzelf in elk geval blijven vertellen, merkte hij.

==

Adam MacLean belde haar precies op het moment dat ze een beker warme melk aan het maken was om mee naar bed te nemen. Het was tien uur en Matthew en Jo kwamen net thuis van een avondje buiten de deur. Stevie keek toe hoe Jo het autoportier dichtsloeg en nijdig met het huisslot rommelde terwijl Matthew haar een beetje schaapachtig achterna kwam. Hij wierp een vluchtige blik op de cottage om te zien of iemand getuige was van zijn vernedering en voor één keer stapte Stevie niet weg van het raam. Ze kon toch gewoon toevallig bij haar raam staan om de jaloezieën dicht te doen? Als Matthew met vuur wilde spelen, moest hij ook maar eens op de blaren zitten. Ze had geen reden zich in de schaduw te verschuilen.

‘Ha-ai,’ zei Stevie met lijzige stem in het mondstuk van de hoorn en ze keek er heel dromerig bij. Laat Matthew Finch dat ook maar zien, ha!

‘Je spreekt met Adam,’ zei hij, omdat hij dacht dat ze zich dat niet gerealiseerd kon hebben. Ze klonk als Sylvia Kristel in Emmanuelle.

‘Dat weet ik, ik word bekeken.’

‘Maar ze kunnuh je nie hooruh!’

‘Nee, maar de stem komt gratis bij de gelaatsuitdrukking.’ Wat dacht hij dan? Dat ze hem daadwerkelijk probeerde te verleiden? Ze zag hoe Matthew Jo achterna ging naar binnen en de deur deemoedig achter zich sloot. Tjee, wat Stevie er wel niet voor over zou hebben om een vlieg met grote oren op een muur in dát huis te zijn.

‘Het lijkt erop dat mijn overburen ruzie hebben. Zij loopt te stampen en hij ziet lijkbleek,’ rapporteerde Stevie.

‘Mooi. Zou ’t iets met ons te maken kunnen hebben?’

‘Als dat zo is komen we daar vast snel achter.’

‘Heb je je uitnodiging al binnen?’

‘Wat voor uitnodiging?’

‘Voor de barbecue van Will en Pam.’

‘Nee.’

‘Nou, dan is-ie nog onderweg. Je weet wat ik ga voorstellen, hè?’

Dat was niet moeilijk te bedenken.

‘Wat? Dat wij tweeën er samen heen gaan?’

‘Jazeker.’

‘In overeenstemmende kleuren?’

‘Zolang het maar blauw is dan. Geen geel of roze.’

‘Wanneer is het eigenlijk? Ik moet wel een oppas kunnen krijgen.’

‘Zaterdag. Het schijnt schitterend weer te worden dit weekend en het goeie nieuws is dat je geen oppas nodig hebt want kinderen mogen ook komen. Pam heeft een springkasteel geregeld en een goochelaar en duizenden E-nummers aan snoep en frisdrank. Will vroeg of ik het erg vond als ze Matthew en Jo ook uitnodigden en ik heb gezegd dat dat geen enkel bezwaar was. Ik heb hem zelfs aangemoedigd het te doen.’

‘Ik weet niet of ik wel durf.’

‘Natuurlijk durf je,’ zei Adam met een soort van opgewekte dreiging in zijn stem. ‘Bovendien zullen wij deze keer in het middelpunt staan, mevrouwtje. Wacht maar af.’

==

Jo had het Matthew nooit helemaal vergeven dat hij geen geld bij zich had gehad op Wills bruiloft. Ze was er die avond op de receptie gek van geworden om steeds maar in haar tas te moeten duiken en voor alle drankjes te betalen, maar ze slikte het omdat ze dacht dat het een eenmalige oprechte fout was van zijn kant. Maar vanavond was echt onvergeeflijk! Eerst moest ze de vernedering doorstaan toen zijn creditcard geweigerd werd, daarna stond ze erbij terwijl hij wanhopig in een portemonnee ging kijken waarvan hij wist dat die leeg was. Alsof hij Paul Daniels was en plotseling ‘That’s magic!’ zou roepen om vervolgens met twee briefjes van vijftig pond te wapperen. Ze begonnen om alle verkeerde redenen de aandacht te trekken en dus had ze haar American Express tevoorschijn gehaald om wat waardigheid terug te krijgen, om vervolgens de ónwaardigheid te moeten verdragen dat ook die geweigerd werd. Gelukkig had ze haar chequeboekje bij zich, maar van woede en gêne had ze het verkeerde bedrag uitgeschreven en dus moest ze er nog een schrijven. Dat was de laatste keer dat ze in dat restaurant kwam, met Matthew tenminste. Hoe durfde hij haar zo te behandelen? Gek dat hij altijd wel geld bij zich had als hij van die protserige vochtinbrengende crèmes en gezichtsmaskers voor mannen ging kopen. Adam zou nog niet dood gevonden willen worden met een moddermasker op én hij had elke maand haar AmEx-rekening betaald. Stom dat ze er niet bij stilgestaan had dat hij zijn automatische overschrijving weleens stopgezet kon hebben en dat ze er van nu af aan zelf voor moest betalen. Ze had zijn vrijgevigheid zo lang als vanzelfsprekend beschouwd. Zelfs het vooruitzicht op Matthews aankomende halve miljoen kon de vernedering van deze avond niet teniet doen.

‘Alsjeblieft, liefie, het spijt me zo. Ik ben zo’n sukkel. Laat het me alsjeblieft goedmaken met je,’ smeekte Matthew in bed, en hij ging met zijn mond over haar lichaam, maar ze duwde hem weg en keerde hem de rug toe.

‘Ga nou maar gewoon slapen, Matthew,’ zei ze. Seks mocht dan een belangrijke plaats in Jo MacLeans leven innemen, naast geld was het te verwaarlozen.