Hoofdstuk 30

==

In schril contrast met Stevie, had Matthew juist erg veel moeite zich te concentreren op zijn werk. Hij was ingegaan op de brief waarin hem gevraagd werd een Platinum Visa aan te schaffen door ‘dit nummer te bellen voor een beoordeling in een oogwenk’, om vervolgens aan te horen hoe hij in een oogwenk geweigerd werd.

‘Waarom nodigen jullie me dan verdomme uit als je me toch alleen maar ging vertellen dat het niet kon?’ vroeg Matthew. Hij nam hun beslissing uiterst persoonlijk op.

‘Het spijt me, meneer,’ antwoordde de nuchtere telefoniste die dit gesprek al vele malen gevoerd had. Daarna ging ze over op haar automatische riedeltje hoe hij erachter kon komen wat zijn kredietwaardigheid was. Matthew wist precies hoe dat kon. Hij wist ook dat het feit dat zij hem een Visa geweigerd hadden op een kredietrapport naar voren zou komen en toekomstige kredietverschaffers zou beïnvloeden. Hij hing op terwijl ze midden in een zin was en voelde zich daarna meteen schuldig dat hij zich zo onbeleefd en atypisch had gedragen. Hij leek de laatste tijd veel dingen te doen die hij normaal niet deed en waar hij niet bepaald trots op was.

Een van zijn Visa-afschriften was die ochtend gearriveerd. De vakantiekosten waren bij het uitstaande bedrag bijgeschreven, plus geld dat hij met de pas gepind had, wat hij totaal vergeten was en waardoor hij nu over zijn limiet heen was. Dit moest onmiddellijk voldaan worden, beval de in dwingende kapitale blokletters over de gehele bovenkant gedrukte boodschap. Bovendien knaagde er iets aan hem, wat zijn humeur ook niet ten goede kwam. Hij had zaterdagavond net op het punt gestaan om de gordijnen dicht te doen toen hij Stevie voor de deur van de cottage naar iemand had zien zwaaien. Ze had haar mooiste groene topje aan en een enorme dromerige glimlach op haar gezicht; het soort glimlach dat niet voor een gewone vriend bedoeld was. Waarom dat hem zo aangreep wist hij niet want het waren zijn zaken niet; ze maakte geen deel meer uit van zijn leven. Hij was nu met Jo. Hij had het ontelbare keren uit zijn hoofd gezet maar het leek aan elastiek te zitten en steeds weer terug te veren.

Toen hij die avond thuiskwam scheen het zonlicht rijkelijk door het raam waardoor opviel hoe groezelig de keuken was geworden sinds Stevies vertrek. Het aanrechtblad lag vol kruimels en de vloer moest nodig eens goed geschrobd worden. Hij moest maar een schoonmaakster langs laten komen. Jo was niet het type dat een schort aantrok en haar lange, heerlijk krabbende nagels af liet slijten door huishoudelijke klusjes. Ze was geen ‘Stevie’. Het had niet veel zin gehad om Stevie te verlaten als dat wel zo was geweest.

Jo ontspande zich een halfuurtje in bad terwijl Matthew iets lekkers in elkaar flanste in de keuken. Ze had zoveel doorgemaakt en hij wilde haar vertroetelen en verwennen. Dat wilde niet zeggen dat hij het niet miste om thuis te komen in een glanzend schoon huis met heerlijke kookgeuren. Zeker vanavond, nu hij zich als door een wals overreden voelde. Maar wat hij met de ene hand verloren had, had hij met de andere gewonnen, en dan twee keer zo veel. Hoe kon hij wat hij had weggedaan vergelijken met wat hij nu had? Jo was een totaal ander wezen, gemaakt voor plezier en luxe, niet voor zekerheid en betrouwbaarheid. Jo en Stevie, het was alsof je een gloednieuwe sportauto met een Opel Ascona vergeleek. Hoewel dat een erg ongelukkige vergelijking was, bedacht hij meteen, want hij had jaren een trouwe Opel Ascona gehad waar hij dol op was geweest en de sportieve zwarte Punto waar hij hem uiteindelijk voor ingeruild had haalde het niet bij zijn oude autovriend.

Terwijl de pasta kookte bedacht hij dat hij wel even snel kon stofzuigen en wat dingen opruimen. Jo’s rommel leek als een venijnige klimop elk hoekje te hebben overgenomen en hoe konden ze in godsnaam op het kleed bij de haard rollebollen zoals hij vanavond van plan was als die grauw zag van het stof en mysterieuze ‘huisstukjes’. Hij liep naar de kast voor de stofzuiger. Waar was de Dyson nou weer? O, nee hè!

==

Stevie wachtte een goede drie kwartier nadat ze Matthew van zijn werk thuis had zien komen voor ze de weg overstak. Haar extra nonchalante loopje moest gezien worden. Het geluk stond aan haar kant want Mat-thews hoofd leek heen en weer te schieten achter het raam alsof hij dingen aan het verplaatsen was.

‘Ik ben even naar de overkant. Over tien seconden terug, poppetje!’

‘Oké, mama!’

Stevie pakte de envelop met Visa-afschrift die Adam haar gegeven had en stak langzaam en doelbewust de straat over. Ze had hem maar wat graag open willen stomen, maar had niet aan de verleiding toegegeven.

Hij heeft me gezien, dacht ze, toen ze merkte hoe Matthew bij het raam wegsprong. Dat deed zeer. Moest hij haar nou echt beledigen door te doen alsof hij er niet was? Wat had ze hem ooit aangedaan om dit te verdienen? De kleine actie veranderde haar geleiachtige zenuwen in staal. Ze duwde de envelop vlug door de brievenbus en liep naar haar huis zonder om te kijken. Daar sms’te ze Adam om te zeggen dat ze het gedaan had. En daarna wachtte ze af.

==

Zodra Matthew bij het raam weg was gesprongen werd hij boos op zichzelf. Het was een stomme, kinderachtige reactie, belachelijk, en ze moest hem wel gezien hebben. ‘Dat verdiende ze niet,’ zei de oude Matthew. De aardige, lieve Matthew met een geweten dat hij weggestopt had om te kunnen handelen zoals hij de afgelopen maanden had gedaan. Hij wilde Jo zo graag en er was geen makkelijke manier om haar te krijgen, er moesten slachtoffers vallen. Alles is geoorloofd in oorlog en liefde. Die mantra herhaalde hij in zijn hoofd als de twijfel hem bekroop en zijn eigen hersenen begonnen te muiten en hem allerlei scheldnamen toeriepen. Alles is geoorloofd...

De brievenbus klapperde en de enkele envelop viel op de deurmat. Hij sloop erheen alsof er iets kwaadaardigs of veeleisends in zou zitten. Aarzelend pakte hij hem op en zag dat het slechts een Visa-afschrift voor Jo was. Hij vroeg zich af wat haar uitstaande bedrag was en of er nog genoeg krediet op zat om een hoognodige nieuwe stofzuiger te kopen. Hij zette hem op de schoorsteenmantel om later aan haar te geven en dacht er verder niet meer aan.

Tenminste, niet meer tot halfeen ’s nachts, toen zijn afkoelende hersenen op het kussen lagen te rusten en bedachten welke kopzorgen ze in zijn dromen zouden gooien, welke stukjes van de dag in het bakje ‘inkomend’ konden en welke in het bakje ‘uitgaand’. Toen ze bij Jo’s afschrift aankwamen, kwam het manische geratel abrupt tot een halt en maakte hem met een schok wakker.

Hoe kwam Stevie aan Jo’s post?

Matthew ging naar beneden en pakte de envelop met daarop Jo’s oude adres waar ze met haar man gewoond had. Hij kwam er niet uit. De enige manier waarop Stevie deze gekregen kon hebben was als MacLean hem haar gegeven had. Maar waarom zou hij dat doen? Hoe kenden ze elkaar? Wat betekende het allemaal? Wat voerde hij in zijn schild? Wat voerde zij in haar schild? Hij snapte er niets van. Zijn hersenen deden pijn van de inspanning die het hem kostte om het allemaal proberen te doorgronden. Matthew sliep die nacht niet meer en zelfs het grote broodmes dat hij onder zijn kussen had gelegd gaf hem geen veilig gevoel.

==

De volgende ochtend wachtte hij tot Jo aangekleed was voordat hij haar de envelop gaf. Ze keek ernaar en smeet hem meteen weg alsof hij besmet was.

‘Hoe kom je daaraan?’ vroeg ze. ‘Heeft Adam die gebracht? Shit, dan weet hij waar we wonen.’

Jo keek nerveus en bang en Matt sprong meteen van zijn stoel om haar te omsluiten in een grote veilige omhelzing.

‘Nou, dat is het grote raadsel. Stevie heeft hem in de brievenbus gegooid.’ Hij voelde haar nog meer verstijven.

‘Stevie? Stévie? Hoe komt zij daar in godsnaam aan?’

‘Dat weet ik niet.’

Jo rende naar het raam. ‘Wat voert ze in haar schild?’ vroeg ze, waarbij ze haar gezicht samenkneep alsof ze een betovering uitsprak. ‘Of moet ik zeggen: Wat voeren zíj in hún schild?’

‘Wie?’

‘Mijn ex en jouw ex. Ze hebben allebei nog een appeltje met ons te schillen, denk je ook niet?’

Matthew lachte. ‘Je wilt toch niet serieus insinueren dat Stevie en Adam elkaar gevonden hebben?’

‘Doe niet zo belachelijk,’ schimpte Jo. ‘Adam zou iemand als Stevie Honeywell nog geen blik waardig achten.’

Matthew wilde vragen wat er zo verkeerd was aan Stevie, maar de harde blik in Jo’s ogen vertelde hem dat dat geen goed idee was.

‘Ik ga naar haar toe om te vragen hoe ze hieraan komt,’ zei hij terwijl hij eerder zenuwachtig dan agressief zijn mouwen oprolde.

‘Doe niet zo dom!’ snauwde Jo. ‘Dat is precies wat ze wil dat je doet.’

‘Maar ik wil erachter zien te komen of hij weet waar ik woon!’ slikte Matthew. O god! Als hij vanavond thuis zou komen van zijn werk, zou er een paardenhoofd in zijn bed liggen.

‘Ik zie niet in hoe hij dat moet weten,’ zei Jo. ‘Ik heb hem verteld dat je aan de andere kant van Wakefield woonde.’

‘Hij kan ons gevolgd zijn. Je zei zelf dat hij gestoord was.’

Jo ging iets zeggen maar slikte het in. In plaats daarvan begon ze langzaam instemmend te knikken.

‘Ja, dat is misschien mogelijk. Maar ik denk dat hij dan iets drastischers gedaan zou hebben dan dit. Niet helemaal zijn stijl, zwaar lichamelijk brieven bezorgen, als je begrijpt wat ik bedoel. En Adam zou het niet bij het verkeerde huis gedaan hebben.’ Wat betekent dat hij iets in zijn schild voert, dacht ze.

‘Wat is er dan gaande?’ informeerde Matthew.

Jo dacht aan wat er gebeurd was toen ze thuiskwam van Mallorca en Adam vertelde dat ze bij hem wegging. Ze had aan zijn reactie afgelezen moeten hebben dat hij iets van plan was. Hmm. Dan waren haar eerdere vermoedens toch juist. Stom van haar om te denken dat Adam haar echt had laten gaan...

Ze wapperde met haar hand alsof ze de hele overkant van de straat weg wilde wuiven.

‘Het spijt me Matt, maar ik speel geen psychologische spelletjes met Stevie want dat is duidelijk wat ze wil. Het is niet eerlijk tegenover haar. Ze heeft hulp nodig.’

‘Je lijkt er wel erg zeker van dat dat is waar ze mee bezig is.’

Jo knikte langzaam. Ze voelde zich plotseling machtig, opgewonden. Adam wil me nog steeds.

‘Ik weet hoe vrouwen denken, Matt, want – surprise – ik ben er zelf één.’ Ze trok een wenkbrauw op. ‘Moet ik je ’t bewijzen?’

‘Ja, graag.’

En weer waren Jo en Matthew te laat op hun werk.

==

Adam MacLean belde Stevie om tien uur op.

‘Hoe laat gaat je menneke naar bed?’ vroeg hij.

‘Rond halfacht,’ antwoordde Stevie. ‘Om acht uur slaapt hij altijd wel.’

‘Dan kom ik rond negen uur langs,’ zei Adam. ‘Maak vooral geen eten klaar.’

En Stevie dacht: zelfs als die vent normaal praat, snap ik er niks van.