Hoofdstuk 57
==
Er was een week voorbijgegaan toen er een luide klop op Stevies deur klonk en haar hart als een razende begon te bonken terwijl ze erheen rende om open te doen. Het verminderde echter flink vaart toen ze Matthew daar zag staan. Evengoed vormde ze een kleine verwelkomende glimlach die ruwweg een kwart van die van hem was.
‘Ik heb geweldig nieuws!’ zei hij, vissend naar een uitnodiging om binnen te mogen komen.
En omdat Stevie Stevie was, zei ze: ‘Kom binnen.’
‘Is eh...?’
‘Nee,’ antwoordde Stevie, die aanvoelde wat hij wilde vragen. ‘Adam woont hier niet meer.’
Matthews glimlach werd plotseling nog groter.
‘Koffie?’ vroeg Stevie, omdat het onbeleefd zou zijn dat niet te vragen.
‘Ja, graag,’ antwoordde hij. Dat zou hem een excuus geven om iets langer te kunnen blijven. ‘Prachtige cottage,’ merkte hij om zich heen kijkend op. Niet alleen prachtig, maar ook glanzend gepoetst en schoon, en het bezat dat ondefinieerbare gevoel dat een huis in een thuis veranderde. Zijn huis had dat niet meer. Niet meer gehad vanaf het moment dat Stevie het verlaten had.
‘Ja, het is een geweldig huis,’ zei ze zacht. En ze vond het heel erg dat ze er binnenkort afscheid van moest nemen, héél erg. Ze had al zo vaak de telefoon gepakt om Adam te bellen onder het voorwendsel dat ze hem wilde vragen wanneer ze uit de cottage moest, maar hem dan weer weggelegd voor het geval Jo zou opnemen. Het zou dom van hem zijn om haar terug te nemen maar Jo MacLean was als vuur voor mannen en ze trok het soort harten aan die er niets aan konden doen dat ze hun breekbare mottenvleugels steeds maar weer aan haar brandden. Adam moest haar wel teruggenomen hebben, waarom was hij anders weggegaan en had hij niets meer van zich laten horen?
‘Sorry dat ik niet eerder naar je toe ben gekomen, maar ik heb nogal een chaotische week achter de rug,’ zei Matthew.
‘O ja?’ vroeg Stevie, die amper besefte hoeveel dagen er voorbij waren gegaan. Ze had zichzelf in haar werkkamertje opgesloten als Danny er niet was en haar hoofd met Damme en Evie gevuld omdat ze niet aan haar eigen lege leven wilde denken.
‘Ze willen me mijn oude baan teruggeven!’ zei Matthew.
‘Goed, wat fijn voor je,’ zei Stevie.
‘Maar...’ Hij liet een dramatische stilte vallen. ‘Ik ga niet terug.’
‘Waarom niet dan?’
‘Omdat ik heb besloten dat ik een nieuwe start wil maken. Ik verkoop mijn huis en betaal wat van mijn schulden af met het geld en dan verhuis ik naar Londen. Ik heb al afspraken voor sollicitatiegesprekken en ik heb een appartement gevonden, samen met wat andere mensen. Het is goedkoop en fleurig, maar volstaat totdat ik alles weer onder controle heb. Ik heb hier te veel fouten gemaakt en ik wil weg. Bij wijze van een onofficiële verontschuldiging biedt Doyle me drie maanden betaald verlof en ze hebben een belastingvrije bonus voor me weten los te peuteren. Ik hoorde dat het ouwe Seed was die uiteindelijk voor me op de bres gesprongen is, geloof je dat nou?’
‘Ja, dat geloof ik,’ antwoordde Stevie. Hij had eruitgezien als een fatsoenlijke man. Eentje die op het moment ook veel verdriet moest hebben.
‘Het schijnt dat hij in New York gaat wonen.’
‘Goed. Voor hem ook een nieuw begin. En... Jo?’ vroeg Stevie, hoewel ze nog steeds moeite had om de naam uit te spreken.
Is verpletterd door een verdwaalde meteoriet en een langzame, pijnlijke dood gestorven, hoopte ze even dat het antwoord zou zijn.
‘Dat weet niemand. De dag nadat jij er geweest bent verscheen ze niet op haar werk en sindsdien is ze er ook niet meer geweest.’
Stevie had Adam ook niet gezien. Hij was niet op zijn werk in de sportschool. Kennelijk waren ze samen. Misschien op vakantie gegaan – dat deden verliefde koppels tenslotte om aan het spoor van gebroken harten dat ze achterlieten te ontsnappen – en naar de zon gevlucht? Eigenlijk deed het er niets toe, want de woorden uit Jo’s brief hadden haar hard en diep gestoken. Zelfs zonder Jo MacLean in de buurt zou Adams hart niet gestild worden door een kleine mollige vrouw en het kind van een ander.
‘Het schijnt dat Colin er een paar dagen slecht uit heeft gezien na jullie afspraak,’ zei Matthew. ‘Iemand zei dat ze hem hadden zien huilen in zijn kant...’ Een muntje van vijf ton viel. ‘Hé, denk je dat Jo en Colin....?’
‘Daar ben ik bijna zeker van, Matthew.’ Stevie had ervoor gezorgd dat die vluchtroute voor Jo afgesloten was, wat haar bijna zeker terug naar het veilige toevluchtsoord van Adams armen had gedreven. Ze verjoeg die gedachte en richtte haar aandacht op Matthew. ‘Hoe kan het dat je weet wat er op je werk gebeurd is?’
‘Nou, mijn collega’s begonnen me weer te bellen toen de waarheid dat ik geen gevaarlijke vrouwenrammer ben eenmaal doorsijpelde. Ik denk dat ze zich een beetje schuldig voelden omdat ze de verhalen geloofd hadden en daarom nu overcompenseerden. Maar goed, ik heb wat cadeautjes en wenskaarten met de post gehad en ik ga een avondje stappen met mijn afdeling voordat ik verhuis.’
‘Ik ben blij voor je, Matthew, echt waar. Ik hoop dat je het naar je zin zult hebben in Londen.’
‘Tenzij jij... eh...’ stamelde Matthew. Stevie keek hem in zijn ogen. Ze waren zacht, bruin, warm en open en hij keek haar nerveus aan, net als de eerste keer dat hij had gedurfd haar mee uit te vragen.
‘Tenzij jij natuurlijk niet w-wilt dat ik g-ga en...’ stotterde hij verder.
Stevie slikte. Dit was het moment waar ze op had gewacht. Adams plan had ook voor haar gewerkt, leek het. Maar waarom hoorde ze dan geen fanfare in haar hart? Ze hoorde niets dan het verre, snerpende, steeds vager wordende geluid van doedelzakken.
Die week had ze eindelijk onder ogen gezien dat haar liefde voor Matthew was gaan verwelken vanaf het moment dat Adam haar de vakantiebevestiging liet zien; de vertrouwensbreuk had de wortels eruit getrokken. Ze wist dat ze zich blind aan de illusie vastgeklampt had dat het een nog levende en bloeiende plant was omdat een begraven maar vastberaden deel van haar Matthew terug wilde winnen van Jo als compensatie voor het feit dat ze Mick aan Linda was verloren. Ze wilde hem zo graag zien als de sterke, betrouwbare man waar haar hart op wachtte. Maar hij was niet die man. Dat was iemand anders.
‘Nee, ik denk niet dat... je dat wilt, toch? O-overwegen – jij... ik – weer...?’
‘Nee, Matthew.’ Ze antwoordde hem op vriendelijke toon omdat er al genoeg harten gebroken waren, veel te veel emotionele slachtoffers waren gevallen.
‘Ik ben een stomme lul geweest,’ zei hij met oprechte frustratie. ‘Mijn gras was prachtig en mooi groen, maar ik ben op zoek gegaan naar beter spul en geëindigd met kunstgras.’
Ze hoopte dat zijn volgende baan niet romantische fictieschrijver zou zijn, want met zinnen als deze zou hij een grote concurrent worden.
Matthew keek naar Stevie met haar gouden haren, haar prachtige blauwe ogen, haar warme en hartelijke uitstraling die in golven uit haar schoot en weer kon hij niet geloven dat hij haar had laten gaan. Ironisch genoeg zorgde haar kracht om “nee” tegen hem te zeggen er juist voor dat hij haar nog meer wilde, maar haar ogen keken naar hem terug alsof hij maar een gewoon iemand voor haar was. Ze registreerden niet meer dat hij speciaal was. Naar Adam MacLean keek ze heel anders had hij gemerkt. Jim Bowens stem zwol aan in zijn hoofd met het rake liedje in mineur. ‘Look at what you could have won’.
‘Het komt door hem, hè? Door Adam? Dus je bent echt verliefd op hem?’
‘Ja, Matthew, tot over mijn oren.’
‘Eerst dacht ik dat jullie maar deden alsof, weet je dat. Je zult er wel om moeten lachen, maar ik dacht dat het allemaal een soort van plan was om ons jaloers te maken.’ Hij lachte om hoe stom dat nu klonk. Alsof ze dat zou doen! ‘Wat is er gebeurd?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde ze schouderophalend. ‘Ik neem aan dat Adam en Jo samen ergens heen zijn gegaan en een nieuwe start willen maken. Ik heb hem niet meer gezien of gehoord sinds... nou ja, sinds...’
‘Sinds ik die avond langskwam, misschien?’ vroeg Matthew, wiens schouders verstijfden van schaamte. Stevie gaf geen antwoord, dat kon ze niet. Ze had een groot brok in haar keel en Adam was niet in de buurt om de Heimlich-manoeuvre op haar uit te voeren om ervan af te komen.
‘Het spijt me,’ zei hij schuldbewust. ‘Ik lijk er een gewoonte van te maken om je leven te ruïneren.’
Voor deze ene keer uitte ze niet haar gewoonlijke, wegwuivende ‘doe niet zo gek’ om hem gerust te stellen. Daardoor wist Matthew precies hoe diep hij haar gekwetst had. Hoe eerder hij naar Londen ging, hoe beter. Misschien zou hij dan eindelijk volwassen worden.
‘Als het huis verkocht is, geef ik je wat geld voor Danny’s vakantie en natuurlijk voor de bruiloftskosten. Het spijt me, Stevie. Ik heb me als een ontzettende zak gedragen. Als ik naar mezelf kijk staat me niet aan wat ik geworden ben. Ik dacht altijd dat ik een goeie gozer was. Deze Matthew wil ik helemaal niet zijn. Ik wil hem zo snel mogelijk achterlaten.’
‘Wanneer vertrek je?’ vroeg ze.
‘Volgende week, ik moet de spullen die ik nodig heb inpakken en van de rest af zien te komen. Misschien ga ik wel naar zo’n kofferbakverkoop.’
‘Daar kan je nog best wat mee verdienen.’
‘Hé, weet je nog toen we dat op die ijskoude zondagochtend een keer gedaan hebben?’
‘Ja, dat weet ik nog,’ antwoordde ze, en ze moest een beetje glimlachen om de oude herinnering uit een tijd waarin ze nog gelukkig waren. Een eeuwigheid geleden. Maar die twee mensen bestonden niet meer.
Matthew zag dezelfde herinnering voor zich, al had de bril van zijn gedachten op het moment rozere glazen: kiekjes van hoe ze samen om acht uur ’s morgens hamburgers aten om warm te blijven; de oude vrouw die afdong van dertig naar twintig pence voor een leren portemonnee; de man met de pruik van Shredded Wheat op zijn hoofd waarom ze uit alle macht probeerden niet te lachen. Stevie was zo lief en je kon zoveel lol met haar hebben. Hij hoopte maar dat er in Londen ook een Stevie zou zijn.
‘Dank je, Stevie, je bent een schat en ik sta ontzettend bij je in het krijt,’ zei hij, en hij gooide zijn armen om haar heen en omhelsde haar voor de laatste keer. Ze gaf niet zo erg mee als hij zich herinnerde. Ze smolt niet tegen hem aan om hem te omgeven met haar genegenheid. Maar ze was dan ook niet meer de zijne.
‘Vaarwel Matthew, en veel succes,’ zei ze. Ze gaf hem een zoen op zijn wang, en hoewel ze lachte, leek het licht uit haar ogen te zijn verdwenen. Hij wenste dat hij haar dat in elk geval terug zou kunnen geven.
==
Die middag keek Adam MacLean op tv naar iets stompzinnigs over tuinieren, gepresenteerd door een vrouw met vrolijke trekken en eigenzinnige borsten zoals hij zich die van Stevie voorstelde in zulke kleding. Hij was altijd gegaan voor vrouwen die net als zijn moeder nauwelijks vlees aan hun botten hadden, maar Stevie had een kont waar hij zijn tanden weleens in zou willen zetten. Ze was zo zacht en rond en warm, maar de woorden uit Jo’s brief spookten door zijn hoofd. Stevie zou meer voor haarzelf en haar zoon willen dan een ‘unieke’ (oftewel lelijke) man die overal waar hij gaat of staat lawaai maakte.
Hij wist dat hij binnenkort met haar zou moeten gaan praten over de regeling met betrekking tot de cottage, maar hij was bang dat hij de hoek om zou komen en haar terug in Matthews huis zou zien en dat Humbleby Cottage er net zo leeg bij stond als zijn hart aanvoelde. Hij moest er een keer aan geloven, maar niet nu. Nog een paar dagen wachten, tot hij de kracht had gevonden om haar in de ogen te kijken, haar het allerbeste en al het geluk ter wereld te wensen en haar voor altijd te laten gaan.
Hij keek om zich heen in de kille, karakterloze kamer en besloot dat hij echt eens op moest ruimen. Het huis was in geen dagen gezogen en de vaatwasser was niet aan geweest. Maar er waren dan ook geen borden om af te wassen want hij had niet gegeten. Het was hem gelukt zich naar de douche te slepen, maar niet naar de scheerspiegel. Hij zag er half verwilderd uit met zijn kastanjebruine stoppelbaard en matte vermoeide ogen. Toen hij zijn spiegelbeeld in het rokerige glas van de vitrinekast in het oog kreeg, bedacht hij dat hij zichzelf niet graag in een donker steegje tegen zou komen.
Hij negeerde de eerste ‘bim bam’ van de deurbel aangezien hij niet in de stemming was voor bezoek. Na de vijfde ‘bim bam’ besloot hij dat hij de ergernis maar beter kon aanpakken en ervan af kon zijn door te zeggen dat, nee bedankt, hij wilde zich niet tot hun godsdienst bekeren, hij had het prima naar zijn zin als satanist. Nee, hij wilde ze niet sponsoren, niet op ze stemmen, hun ramen niet kopen, hun folder niet bekijken en niet van energieleverancier veranderen. Alhoewel hij op het moment wel wat nieuwe energie kon gebruiken.
De vage vorm die hij door het glas zag was die van een man en toen hij de deur opendeed, stond daar een ietwat bleek uitziende Matthew.
‘Hoi,’ zei zijn onverwachte bezoek slikkend en even de hand opheffend. ‘Ik snap dat je me wel kunt vermoorden, maar mag ik alsjeblieft eerst even iets zeggen?’