Hoofdstuk 48
==
Zich onbewust van het drama dat zich de vorige dag aan de overkant van zijn huis had afgespeeld, liep Matthew maandagochtend bij zijn werk naar binnen en kreeg het vreemde gevoel dat hij bekeken werd. Blikken leken langer op hem te blijven hangen dan nodig was. Hij kreeg de belachelijke gedachte dat er over hem geroddeld werd.
Jo was die ochtend heel vroeg met haar eigen auto weggereden nadat ze zijn voorstel om haar te vergezellen met een vermoeide glimlach beantwoord had. Het leek erop dat hij op het moment niet kon winnen; als hij aandacht aan haar besteedde, verstikte hij haar en als hij dat niet deed, negeerde hij haar. Hij had geprobeerd er in het weekend met haar over te praten in bed maar ze keek hem aan alsof hij gek was.
‘Dat beeld je je echt in!’ had ze tegen hem geschreeuwd als een mooi uitziend viswijf, en daarna eiste ze ruwe seks. Deze keer kon hij nog niet eens een glimlachje teweegbrengen en hij weigerde haar te bijten en toe te takelen, met als resultaat dat ze vanaf zondagochtend niet meer tegen hem gesproken had.
Hij was op zondag de stad in gegaan om een ‘het spijt me, wat ik ook gedaan heb’-cadeautje voor haar te kopen, iets duurs en van goud, maar weerstond de verleiding voor de deur van de juwelier. Het was nog moeilijker dan toen hij jaren geleden met roken probeerde te stoppen, maar hij had de wilskracht kunnen opbrengen om het uiteindelijk te laten, dus er was tenminste nog hoop op genezing. In plaats ervan kocht hij een lieve kaart voor haar. Die lag nog ongeopend op de keukentafel waar ze hem neergesmeten had.
Matthew ging achter zijn bureau zitten, peinsde over wat hij nu het beste kon doen en besloot door de zure appel heen te bijten. Hij dacht dat Jo minder geïrriteerd zou zijn als hij een actieve methode hanteerde dan wanneer hij een passieve houding aannam, dus haalde hij diep adem en belde naar haar toestel.
‘Jo MacLean,’ zei ze kortaf.
‘Hoi, met mij. Zin om samen te lunchen?’
‘Nee dank je,’ antwoordde ze, alsof hij een stalkende seksmaniak was die haar zojuist een gangbang met de raad van bestuur had voorgesteld. Ze smeet de hoorn op de haak en hij staarde ongelovig naar de zijne. Wat heb ik nu weer verkeerd gedaan? dacht hij hoofdschuddend.
Het leven met Stevie was zoveel makkelijker en minder complex geweest. Daar moest hij aan denken toen hij om halfeen het gebouw uitliep om naar Pauline’s Pasties te gaan, weer met het gevoel dat hij zich onder een gigantische microscoop bevond die in het plafond verborgen zat.
==
‘Heb ik er wel goed aan gedaan om Danny naar school te laten gaan?’ vroeg Stevie, die uit zelfwalging het hoofd schudde omdat ze door het raam van het klaslokaal naar de zoon zwaaide die gisteren bijna dood was gegaan.
‘Oké, laat me je dit vragen,’ zei Catherine, ‘hoe was hij toen hij gisteren thuiskwam uit het ziekenhuis?’
‘Een beetje stil, maar verder viel het mee. Naar omstandigheden.’
‘Is hij vannacht nog overstuur geweest?’
‘Nee, hij sliep als een os. Ik niet. Ik bleef maar luisteren of hij nog wel ademde.’
‘En heeft de dokter gezegd dat je hem thuis moest houden?’
‘Nee.’
‘En wat gebeurde er toen je tegen hem zei dat hij naar school moest?’
‘Dat heb ik niet gedaan. Ik zei dat ik hem een paar dagen thuishield, maar hij wilde er per se heen. Vandaag was toch die poppenkastvoorstelling? Ik heb juffrouw Abercrombie gevraagd of ze me wilde bellen als er iets was.’
‘Zie je nou wel? Hij wilde zelf en voelde zich er goed genoeg voor. Hij kan beter op school opscheppen tegenover zijn vriendjes dat hij in een ambulance heeft gezeten dan dat hij thuis zit met een moeder die er belabberd uitziet en hem aan zijn kop zeurt.’
‘Ik weet niet hoe het afgelopen zou zijn als Adam er niet geweest was.’
Catherine pakte haar handen beet. ‘Adam wás er. Met Danny ís alles goed. Het heeft geen zin om het “als”-pad op te gaan. Je weet dat je het tegen de vrouw hebt die haar drie weken oude baby een keer niet goed in het autostoeltje vastgemaakt had en hem van twee trappen heeft laten vallen?’
‘Ja, en ik weet ook nog in wat voor staat jij daarna verkeerde.’
‘Precies. Ik maakte mezelf gek met alle “alsen”.’
‘Dat ben ik al. Ik heb Adam gevraagd om te blijven ook al ben ik doodsbang dat Danny zich aan hem gaat hechten.’
Catherine keek haar vriendin recht in haar droevige blauwe ogen aan. ‘Weet je zeker dat je niet gewoon bang bent dat jíj aan hem gehecht zult raken?’
‘Ik?’ zei Stevie.
‘Ja, jij. Toen ik op het feest naar jullie keek, dacht ik: ze doen niet alsof.’
‘Natuurlijk deden we alsof, Cath. Bovendien valt de man op mooie vrouwen die minder dan vijftig kilo wegen. Hoe kan ik Jo MacLeans opvolger worden? Blijf alsjeblieft realistisch.’
‘O natuurlijk, de liegende, bedriegende Jo MacLean, díé moet je willen. Hoe meer ik over die vrouw hoor, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat ze nog weleens in het Guinness Book of Records terechtkomt als de meest onbetrouwbare bitch ter wereld. Ik dacht al dat ze iets te verbergen had. Wel erg slim. Maar dat zijn mensen die goed kunnen liegen meestal, en dat zou jíj al helemaal moeten weten.’
‘Ik weet het,’ zei Stevie. ‘Ik weet het.’
Ze liepen in de richting van Catherines geparkeerde auto.
‘Ik heb trouwens discreet een beetje geïnformeerd bij Will,’ zei Catherine, ‘zoals: “Kun je een baan als manager van een sportschool krijgen als je een strafblad hebt?”’
‘O, lekker subtiel,’ zei Stevie met een mild lachje. ‘En?’
‘Onmogelijk. Ze doen een complete politiescreening.’ Catherine keek indringend naar haar verwarde vriendinnetje. Vergeleken met dat van Stevie, was haar leven een doodgewone weg zonder bochten of kuilen, maar ze zou wat ze had niet willen ruilen voor de achtbaanrit die Stevie nu maakte. Die meid verdiende onderhand weleens een beetje geluk.
‘En hoe nu verder, pop?’ vroeg ze zacht.
‘Ik weet het niet.’
‘Zou je Matthew nu nog steeds terugnemen? Na alles wat er gebeurd is?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Stevie zonder na te denken. Ze wilde zichzelf geen tijd geven verder te denken. Want wat was anders het nut geweest van de afgelopen acht weken?
==
‘Hiya, menneke!’ riep Adam, toen hij thuiskwam van zijn werk en de hem bestormende Danny een dikke knuffel gaf. Hij had een nieuwe pyjama zonder knopen of kraag aan, zag hij, met zijn Dannyman-logo weer op de voorkant genaaid.
‘Hé, mooie pyjama! Een strak model!’ zei Adam, en hij draaide hem rond.
‘Dat model draagt hij tot zijn vijfenveertigste als het aan mij ligt,’ zei Stevie. ‘Maar kom gauw, mannetje, het is bedtijd.’ Ze glimlachte onzeker naar Adam. ‘Hij wilde opblijven om “hallo” te zeggen. Ik hoop dat dat goed was?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Adam. ‘Waarom niet?’
‘Omdat ik je eerst heb aangemoedigd bij hem uit de buurt te blijven en hem daarna ineens aan je opdring. Ik wilde het voor jou ook niet verwarrender maken.’
Hij keek haar aan. Hoe ging dat gesprek ook alweer dat hij eens met Danny gehad had over de belangrijkste eigenschap van een superheld? Volgens hem had Danny’s moeder precies wat er voor nodig was om er een te zijn, en wat voor een.
‘Ruikt lekker,’ zei hij, en hij maakte zijn blik van haar los en keek richting de keuken.
‘Ik heb runderpastei voor je gemaakt. Als bedankje voor... je weet wel. Ik ga alleen even...’
De woorden lieten haar in de steek, ze liep achteruit weg en nam Danny mee naar boven voor hun bedtijdritueel. Daarna, nadat ze vlug haar make-up had gecontroleerd en een extra spuitje parfum op had gedaan, ging ze naar beneden waar Adam in gedachten verzonken naar Matthews huis aan de overkant stond te kijken. Haar hart ging iets sneller slaan van medelijden. Na alles wat Jo hem had aangedaan was het overduidelijk dat hij haar nog steeds wilde, maar het hart was dan ook een wildcard die zich niet aan spelregels hield. Het hare had haar bezeten van Mick gemaakt die haar zo wreed behandelde, het had haar doen instemmen met een belachelijk plan om de ontrouwe Matthew terug te krijgen en nu had het zijn krankzinnige aandacht op Adam MacLean gericht die nog steeds stapelverliefd was op een andere vrouw. Hoe kon ze over hem oordelen? Er bestond op aarde geen dwazer hart dan dat van haar.
Ze droeg de pastei naar de tafel die voor één gedekt was.
‘Eet je niet mee?’ vroeg hij.
‘Ik heb niet echt honger. Ik moet werken. Wil je wat drinken? Wijn? Whisky?’ Ze had van beide een fles ingeslagen.
‘Nee, ik pak een glaasje water. Whisky vind ik heel smerig!’
Stevie keek hem met open mond van verbazing aan. ‘Maar je bent een Schot.’
Zijn ogen schitterden. ‘Hoe weet je dat?’
‘En je had je hele kar ermee vol staan toen ik je in de supermarkt tegenkwam.’
‘Dat was voor de tombola van het ziekenhuis. Jeetje, dacht je dat dat allemaal voor mezelf was?’
‘Eh, ja... sorry.’ Stevie streek beschaamd wat haar uit haar gezicht. Het E-file in haar hoofd zat zo vol met tegenstrijdige bewijzen over de man dat het op dat moment uit schaamte uit elkaar plofte. ‘Ik heb je op alle fronten zo ontzettend verkeerd beoordeeld, hè?’
‘Kon je niks aan doen,’ zei hij, waarbij hij zo wijs was te verzwijgen dat hij Jo’s verhalen geloofd had dat Stevie een verschrikkelijke kenau was, een ramp van een moeder en een megadellerige verloofde.
Ze schepte de pastei voor hem op, glimlachte verlegen en dook daarna snel haar werkkamer in hoewel ze graag bij hem zou willen zitten, bij hem zou willen zijn. Maar dat kon niet. Ze was niet slank of lang of mooi genoeg dat hij op zó’n manier naar haar zou kijken.
Adam zuchtte diep toen de werkkamerdeur achter haar dichtging, want hij had graag gewild dat ze bij hem was komen zitten, dat ze vlak bij hem was. Hij richtte zijn aandacht maar op de pastei met dikke korst voor zijn neus. Ze had er zelfs een distel van deeg voor hem bovenop gemaakt. Hij had niet echt meer fatsoenlijk gegeten sinds Jo hem was komen opzoeken. Maar gek genoeg had hij niet aan haar staan denken toen hij vanavond bij het raam naar het huis aan de overkant keek. Zijn gedachten waren naar Finch uitgegaan, die er geen benul van had dat de fantastische orkaan die zijn leven in was gewaaid zijn ingewanden eruit zou rukken als ze weer vertrok en dat dat niet lang meer op zich zou laten wachten. Hij had bijna medelijden met hem. Zijn maag gromde plotseling keihard toen de geur van de dikke uiensaus zijn neusgaten in dreef, maar zijn hart brulde nog luidruchtiger en hongeriger om wat Finch had weggegooid. Helaas stond hetgene wat die honger kon stillen niet op het menu.