Hoofdstuk 18
==
Danny was afgemat en om halfacht in diepe slaap, waardoor er anderhalf zenuwslopend uur overbleef waarin de wijzers van de klok zo stil leken te hangen dat Stevie hem op een gegeven moment naast haar oor hield om te controleren of hij nog wel werkte. De tijd ging drie keer zo langzaam vanaf negen uur tot vijf over, toen Matthews zwarte Punto aan kwam rijden. Voor de zevenmiljoenste keer bekeek Stevie haar nauwkeurig uitgekozen casual kleding in de spiegel en controleerde of er geen lippenstift op haar tanden zat. Matthew klopte op de deur, een overduidelijk teken van hun vervreemding, en Stevie zorgde ervoor dat ze er niet te snel heen rende om open te doen. Langzaam, langzaam, hield ze zichzelf voor. Ze opende de deur, glimlachte, vroeg hem binnen te komen en ging in de grote oorfauteuil zitten.
Adams woorden weerklonken plotseling heel luid in haar hoofd. ‘Doe precies het tegenovergestelde van hoe hij verwacht dat je je zult gedragen.’ Niet dat ze van plan was het daardoor anders aan te pakken, maar hij zorgde ervoor dat ze haar gedrag nog een tandje opschroefde. Matthew zou verwachten dat ze haar verleidelijkste kleren aanhad, klaar om hem terug te winnen. Hij zou verwachten dat ze op de sofa ging zitten in de hoop dat hij naast haar plaatsnam en zich niet zou kunnen inhouden met haar te knuffelen. Hij zou verwachten dat ze het water al op had staan en hem een kopje thee aan zou bieden, dus dat deed ze allemaal niet.
‘Wat kan ik voor je doen?’ vroeg Stevie met een glimlachje.
‘Ten eerste kwam ik om te kijken of er misschien post was,’ zei Mat-thew.
‘Dat ligt op het haltafeltje op je te wachten,’ zei Stevie, die zich nog steeds wanhopig vastklampte aan haar vriendelijke glimlach.
‘En ten tweede...’ Hij ging met zijn hand door zijn dikke haar. ‘Ssorry, het is een beetje gênant. Maar ik vond dat je het moest weten, want ik wil niet dat er leugens tussen ons in komen te staan’ – waarop Stevie het hardste sarcastische lachje dat haar strottenhoofd ooit zou kunnen voortbrengen in moest slikken – ‘ik... eh... heb Joanna gisteravond mee uit gevraagd.’
‘Joanna? Maar die is toch getrouwd?’ vroeg Stevie. Ze betrad het podium om haar Oscar voor ‘beste geschokte actrice’ in ontvangst te nemen.
‘Ze... eh... is eindelijk bij Adam weggegaan. Dat hoorde ik gisteravond. Dus... eh... ik heb het huis zo snel mogelijk nodig.’
Stevie voelde zich wankel en ziek. ‘Wat? Trekt ze nu al bij je in? Na één nacht?’
‘Nee, natuurlijk niet. Doe niet zo raar.’ Matthews hand ging weer nerveus naar zijn haar en daarna begon hij in zijn nek te wrijven. Hij kon echt erg slecht liegen.
Hij moet wel denken dat ik gek ben om dit allemaal te geloven, dacht Stevie. Ze werd plotseling overvallen door een kokende woede die haar mond overnam zonder eerst langs haar hersenen te gaan.
‘Nou, eigenlijk wilde ik jóú net vertellen, Matthew, dat ik al iets gevonden heb en woensdag vertrokken zal zijn. Eerder dan dat gaat niet lukken, ben ik bang, dus ik hoop dat dat snel genoeg voor je is?’
‘O, ja... geweldig.’
Geweldig? Hij zei geweldig. De temperatuur van haar woede schoot nog een paar graden omhoog. Ze liet zichzelf niet eens nadenken over wat ze allemaal zei; ze wilde hem alleen maar laten zien dat ze alles onder controle had, zich prima voelde en dit allemaal best aankon. Ook al was dat niet zo. Ook al trilde ze vanbinnen van woede, angst en verdriet, vanbuiten moest en zou ze laten zien dat ze het redde. Stevie stond op en verbaasde zich erover dat haar benen haar konden dragen.
‘Ik gooi mijn sleutels wel door de brievenbus als ik wegga. Laten we zeggen, woensdag tussen de middag?’
‘Vijf uur is ook prima hoor,’ zei Matthew, ogenschijnlijk niet in staat zijn opluchtingszweet te verbergen. Als hij een zakdoekje bij de hand had gehad, zou hij op dit moment zijn voorhoofd hebben afgeveegd, dacht Stevie. Net als Louis Armstrong als hij ‘Wonderful World’ zong.
‘Oké, vijf uur dan.’
‘Goed. Fijn.’
‘Ik pak je post even,’ zei Stevie, terwijl ze al richting de hal liep. ‘Waar logeer je?’ Ze klampte zich opnieuw vast aan de amicale glimlach. Het voelde net als het vasthouden van een brandend voorwerp; het deed zeer en ze kon niet wachten het los te laten.
‘O, gewoon in een hotel in de stad.’
Een hotel. Dus toch geen viezig oud B&B. Ze wilde vragen welk en of Jo daar ook logeerde, en dan zien hoe hij in verlegenheid gebracht zou zijn, want als ze nog iets van spaargeld over zou hebben, zou Stevie er alles op gezet hebben dat het perfide paar zich samen schuilhield in een tweepersoonskamer in het mysterieuze en naamloze ‘hotel in de stad’. Maar hij zou van haar verwachten dat ze hem zou ondervragen, dus deed ze dat niet. Ze bewoog zich buiten zijn verwachtingen. Maar één ding moest ze wel vragen.
‘Eh, over onze bruiloft,’ begon ze, en haar stem kraakte als een kikker die twee pakjes sigaretten per dag rookte.
Matthew zei niets, hij keek haar alleen maar met grote, verontschuldigende bruine ogen aan.
Stevie knarsetandde. ‘Dat dacht ik al. Nou, goed,’ kon ze uitbrengen, met een ‘dat gaan we meteen regelen’-klap in haar handen. ‘Vertel jij het jouw ouders en familie, dan doe ik de rest.’
‘Sorry,’ zei hij, alsof hij net per ongeluk op haar tenen was gaan staan en niet met één mokerslag haar leven had vernield.
‘Het was te verwachten in deze omstandigheden, zeker als je met anderen uitgaat,’ zei ze, met zo’n stijve bovenlip dat ze het betwijfelde of die zelfs van drie ton wasverzachter nog zacht zou worden.
‘Dag Stevie, je bent zo’n geweldig begripvol persoon,’ zei hij, en hij verraste haar met een stevige dankbaarheidsknuffel nadat hij zijn post had gepakt en in zijn zak gestopt, wat haar maar weer bewees hoe verrassend het onverwachte kon zijn. Ze scheurde zichzelf met moeite los, vechtend tegen de neiging om zo te blijven staan, zich tegoed te doen aan zijn geur en aanraking en hem te smeken haar niet te verlaten.
‘Dag Matthew.’
Toen de deur dicht was hield ze het nog vijf seconden vol voordat ze instortte. Hoe kon ze zo dom zijn geweest te denken dat een fraai kapsel en een paar pondjes afvallen verschil uit zouden maken? Had ze dan helemaal niets geleerd van de vorige keer?
==
Toen ze vermoedde dat Mick een affaire had, had ze zichzelf aan stukken geëvalueerd. Wat was er mis met haar? Te vet, te blond, te onbekwaam, te artistiek, te stijl haar, te blauwe ogen, ongelooflijk onhandig en afschuwelijk slecht in taarten bakken? Waardoor was Micks belangstelling naar een andere vrouw uitgegaan? Toen kwam ze erachter met wie hij een affaire had. Een barmeid, Linda: haviksneus, gele tanden en de trotse eigenaresse van ongelooflijk dikke enkels.
‘Dit is niet gebeurd omdat je een iets dikkere kont hebt dan eigenlijk zou moeten, meid,’ zei een vriendelijk, lief gedeelte van haar hoofd dat haar wilde troosten. Dat had haar er toen niet van weerhouden te willen weten waarom het gebeurd was, een reden achter zijn handelen te zoeken. Waarom was het voor mannen zo moeilijk te begrijpen dat alles wat een ex nodig had om verder te gaan een toelichting van twee minuten was? Waarom hielden ze een offensieve crucifix omhoog tegen de demon die ‘afsluiting’ heette? Zelfs ‘ik ben er met Linda vandoor gegaan omdat ik toevallig een zwak heb voor vrouwen die eruitzien als buldogs’ zou beter geweest zijn dan niet te weten waaróm. Maar de laffe zwijnen zagen geen profijt in onder ogen zien wat ze gedaan hadden, dus begonnen vrouwen zichzelf uit te pluizen op zoek naar een antwoord; net zoals ze wanneer een ring in een huis was kwijtgeraakt, elke steen omdraaiden om hem te vinden. Geen wonder dat ze konijnen gingen koken en garnalen in gordijnzomen innaaiden. Nou, deze keer zou Stevie niet doordraaien. Ze zou Matthews kleren niet verstoppen, of hem volgen tijdens zijn lunch, zichzelf uithongeren, hem haar complete emotionele repertoire voorschotelen in een ondoordachte, wanhopige poging om hem terug te krijgen. Dat zou hem alleen maar verder wegduwen, zoals ze helaas wist van toen met Mick.
Stevie rolde zich op tot een kleine bal en snikte stilletjes zodat Danny het niet zou horen, hoewel ze het liefste zou janken als een wolf naar de maan om alle pijn eruit te laten. En wat had haar in godsnaam die achterlijke onzin laten zeggen dat ze al iets gevonden had? Nu had ze nog maar drie dagen de tijd! ‘Hoe ga je dit oplossen?’ schreeuwde het verstandige deel van haar hersenen naar de bijdehante kant. Een antwoord van de bijdehante kant bleef uit.
Ze kon niet bij Catherine logeren, hoewel ze wist dat de Flanagans op- en in zouden schuiven om haar en Danny te huisvesten. Er zou alleen geen werkruimte zijn, bovendien zou ze niet eens kúnnen werken van schuldgevoel omdat ze zo’n overlast bezorgde. Haar moeder, Edna Honeywell, woonde te ver weg van Danny’s school en had ook alleen maar een tweekamerappartement en een leven waarin nog minder ruimte was voor hen beiden. Wat haar vader betrof... Die stond niet eens op haar lijstje van mensen om in zo’n soort situatie te bellen.
Stevie huilde nog wat en zwolg in zeldzaam zelfmedelijden. Vijf maanden geleden had ze nog haar eigen huis, een aardig volle bankrekening en een geweldige vriend die van haar hield zoals ze was. Hoe was ze hier terecht gekomen; verschrikkelijk uitgedunde spaargelden en slechts drie dagen verwijderd van dakloosheid? Ze gaf het niet graag toe, maar er was maar één persoon die er misschien voor zou kunnen zorgen dat alles haar niet zou ontglippen. Stevie ging naar de oudpapierbak in de garage waar al haar kladpapier lag te wachten om opgehaald te worden, rommelde erin tot ze had gevonden waar ze naar op zoek was en belde daarna het nummer op het gevonden visitekaartje.
‘Hallow,’ zei een stem vol spijkers en scheermesjes.
‘Hallo, meneer MacLean. Met Stevie Honeywell. Ik denk dat ik klaar ben om te praten.’