Hoofdstuk 45
==
De volgende dag had Jo hoofdpijn en meldde zich ziek. Toen hij vanaf de overloop meeluisterde, vond Matthew wel dat ze het ietwat overdreef. Ze leek te snikken en te zeggen dat ze niet kon komen en het later wel uit zou leggen. Matthew stelde spontaan voor om vrij te nemen en haar gezelschap te houden, maar ze zei dat ze gewoon alleen maar wilde slapen. Voor één keer probeerde hij haar niet op andere gedachten te brengen en ging in zijn eentje naar de auto. Weer stond daar Adam MacLeans dure auto aan de overkant en hoewel hij geen gewelddadig persoon was, had Matthew sterk de neiging erop af te rennen er erop in te slaan met een moker.
==
Later die dag probeerde Adam in zijn kantoortje een achterstand aan papierwerk weg te werken maar hij was er met zijn hoofd niet bij. Hij dacht aan hoe telkens wanneer hij hem zag het gezicht van de kleine Danny oplichtte. Hij dacht aan hoe zijn eigen hart telkens wanneer hij kleine Danny zag verwarmd werd. Toen dacht hij aan de moeder van kleine Danny en hij wist niet wat er in godsnaam met hem gebeurde wanneer hij haar zag. Ze was de gekmakendste vrouw die hij ooit had ontmoet, het absolute tegenovergestelde van alles wat hem tot nu toe in vrouwen had aangetrokken. Ze was totaal anders dan Jo en Diane of de anderen voor hen, met hun lange, ranke, kille, donkerharige kenmerken.
Er werd stevig op de deur geklopt en hij schreeuwde zijn gewoonlijke ‘Binnuh’.
Het was geen personeelslid dat om hulp met iets vroeg, sleutels nodig had of hem wilde spreken. Het was een ranke, kille, beeldschone vrouw in een kobaltblauw pak met lang, zwiepend donker haar en stroopkleurige ogen.
‘Hallo, Adam,’ zeiden de glimlachende rode lippen van de laatste persoon ter wereld die hij verwachtte te zien.
==
Stevie reed de parkeerplaats van de sportschool op en zette haar auto naast een rode Golf. Jo had een rode Golf, maar gelukkig was het niet aannemelijk dat deze van haar was. In de sportschool bleef Stevie tenminste gespaard voor Jo’s vernietigende schoonheid die haar uitdaagde Jo te confronteren met wat ze gedaan had. Stevie had Linda eens vastberaden geconfronteerd en het er slecht van afgebracht. Daarna had ze gezworen haar waardigheid nooit meer zo op te offeren, maar als ze Jo MacLean toevallig tegen zou komen, kon ze niet garanderen dat haar oerinstincten het niet van haar over zouden nemen, ze zich niet op haar rivaal zou storten en op haar verraderlijke, leugenachtige gezicht zou inslaan. Ze wilde haar meer pijn doen voor wat ze met het leven van haar zoon gedaan had dan voor dat van haarzelf. Dus het was maar goed dat het Jo’s auto niet was.
Ze wist de door haar plotselinge woede veroorzaakte energieboost om te zetten in vijftien minuten rennen op de loopband, haar beste prestatie tot nu toe. Ze was het leuk gaan vinden om naar de sportschool te gaan. De lichamelijke inspanning van het hardlopen maakte haar hoofd leeg, zelfs al was het binnen op een rubberen band en niet in de frisse lucht en zonneschijn. Omdat ze een zittend beroep had, moest ze haar hart af en toe wat meer laten pompen, hoewel de emotionele achtbaan van de laatste tijd daar eigenlijk al genoeg voor zorgde. Dat zou binnenkort gelukkig voorbij zijn. Met wat voor afloop dan ook.
Vroeger, toen ze nog samen waren, was Matthew altijd glimlachend door het leven gegaan. Telkens wanneer Stevie hem nu zag, keek hij belabberd. Vreemd eigenlijk, terwijl hij toch alles had wat hij wilde. Jo zag er zelf ook niet veel blijer uit. Ze keek altijd boos haar kant op, wat een beetje krom was omdat Stevie toch niets had wat zij wilde. Jo had Mat-thew en zijn huis en hoefde maar in haar vingers te knippen of ze kon Adam en zijn huis terugkrijgen. Ze kon zich niet voorstellen dat Jo jaloers was op haar figuur en korte pootjes, dus als ze niet gelukkig was met wat ze voor zichzelf gecreëerd had, kon ze wat Stevie betrof in de stront zakken. Sommige mensen wilden altijd alleen maar wat ze niet konden krijgen, tot ze het hadden en er dan achter kwamen dat ze het toch niet echt wilden.
Ze nam een vlugge douche en liep terug naar haar auto. Ze zag dat de rode Golf inmiddels weg was en dat iemand gewelddadig met een sleutel langs het portier van haar auto was gegaan.
==
Toen Matthew thuiskwam lag Jo nog in bed. Ze zag er eigenlijk best heel ziek uit. Ze was bleek en had opgezwollen ogen van het vele huilen.
‘Je moet morgen ook maar thuisblijven,’ zei hij, haar over het voorhoofd strelend.
‘Nee, ik moet morgen absoluut naar mijn werk,’ zei ze, en ze draaide zich van zijn hand weg. ‘Laat me alsjeblieft met rust, Matthew.’
En dat deed hij.
==
‘Weet je? Mama is gisteravond gestoken,’ zei Danny, terwijl hij zich op Adam stortte toen hij door de deur kwam.
‘Ik weet het, ik was erbij,’ zei hij, en hij probeerde te glimlachen maar was erg moe, erg afgemat.
‘Toe, Danny, laat Adam eerst even binnenkomen,’ zei Stevie. Ze trok hem zachtjes bij hem weg.
‘Honing is bijenpoep.’
‘Danny!’
‘Dat zegt Curtis Ryder. En melk is koeienplas. Hij moest van juffrouw Appelkruimel op de stoutstoel zitten omdat hij door het voorlezen heen praatte.’
‘Daar heeft juffrouw Abercrombie gelijk in dan, vind je niet?’
Ondanks zijn ver van opgetogen stemming, bracht Adam een lach zo hard als uit een leeuwenlong ten gehore. Het voelde zo goed om te lachen. Dat was wat hij nodig had en het voelde zelfs nog beter om thuis te komen bij een familie ook al was het niet zijn eigen huis of familie. Toch was hij dankbaar voor de verwelkomende aanwezigheid van een kind en de warme nuchterheid van een vrouw.
‘Ik snap niet hoe ze aan zulke ideeën komen,’ zei Stevie boos.
‘Nou, die Curtis Ryder heeft het mooi verkeerd,’ zei Adam. ‘Bijen maken honing om te eten en dat doen ze al miljoenen jaren lang. Ze verzamelen póllen als voedsel voor hun jongen.’
‘Wauw!’ zei Danny.
‘Kipnuggets!’ vestigde Stevie de aandacht van haar zoon op het eten. Beeldde ze het zich in of had Adam MacLean zojuist de nadruk op een bepaald woord gelegd? De man was pas vijf minuten binnen en ze kon hem nu al schieten.
==
‘En, nog nieuws van Midnight Moon?’ vroeg hij later terloops terwijl hij in de gids zat te kijken.
‘Nee, waarom?’
‘Tja, geen idee. Misschien willen ze graag dat je ze een brief terugschríjft?’
Stevie liet haar naaiwerk zakken. Danny’s kragen raakten op, maar de hel zou losbarsten als ze dit pyjamajasje zou weggooien. Het was het exemplaar dat ze van een gewone blauwe had omgetoverd in de Dannyman superpyjama.
‘Waarom kijk je me aan alsof je me wel kunt schieten?’ vroeg Adam met een engelachtige glimlach.
‘Je weet het, hè?’
‘Wat?’ Hij speelde zo goed de vermoorde onschuld dat ze hem wel kon villen.
‘Oké, ik schrijf waardeloze, prullerige romans voor Midnight Moon voor de kost. Nou blij?’
Hij keek zogenaamd verbaasd op. ‘Nee?!’
‘Ik neem aan dat Crystal veel meer gezegd heeft dan je toegaf.’
‘Misschien. Ik kan me nog wel een of twee kleine details herinneren.’
‘Ja, dat zal wel. Hoe dan ook, jij vindt ze misschien niks, meneer MacLean, maar duizenden andere mensen wel!’ Wat was het toch met die man dat hij haar zo irriteerde? Hij was het menselijke equivalent van ringworm.
‘Vast.’
Haar gezonde verstand zei haar dat ze eigenlijk weg moest lopen en naar haar werkkamer gaan. Zijn spot trok de woede die in haar binnenste rondkolkte zijn richting op; de woede jegens Jo, woede om haar bekraste auto, woede om Matthews aandoenlijke ongelukkige gezicht en vooral woede om die verdomde Adam MacLean omdat ze het beeld van zijn lippen op haar arm maar niet uit haar gedachten kreeg. De hele middag had haar verbeelding die lippen meegenomen en op andere plekken van haar lichaam losgelaten, en ze wist niet waarom ze daar maar niet mee op kon houden. Dit hoorde niet bij ‘het plan’. Maar ze liep niet weg voor zijn gesar. Ze hapte niet alleen toe, ze zette keihard haar tanden erin.
‘Ik weet eigenlijk niet waarom ik het je niet eerder verteld heb. Ik hoef me er niet voor te schamen of zo. Er komt vakkundigheid bij kijken, in tegenstelling tot het managen van een tent waar mensen asociaal veel geld neertellen om zware voorwerpen op te kunnen tillen en te zwemmen!’
O, dus ze wil ruzie? dacht hij, en hij sloeg zijn armen over elkaar en maakte zich klaar voor de strijd.
‘O, is dát wat ik doe? En ik maar denken dat ik best hard werkte voor mijn geld.’ Hij wist dat zijn volgende woorden haar razend zouden maken, maar het kon hem niet schelen. Hij genoot van het verbale pareren. Het hielp hem de bezoeker vergeten die het grootste gedeelte van de dag door zijn hoofd had gespookt. ‘Nou, ík zit tenminste niet de hele dag op mijn gat.’
‘Doordat ik de hele dag op mijn gat zit, komt er mooi wel geld binnen waarmee ik mijn kind te eten kan geven. Ja, ik schrijf voor Midnight Moon en ik ben er trots op!’ Stevie stak haar kin naar voren en knikte met haar hoofd als een soort uitroepteken.
‘Treurige mensen over de hele wereld zullen je dankbaar zijn.’
Dit kwam er helaas niet zo grappig plagerig uit als hij bedoeld had en het was een liter olie op haar al laaiende woede.
‘Ja, treurige mensen met hersenen die aaneengeschreven woorden kunnen lezen! Arrogante Schotse lul!’
Ze had een grappige vlek van sproeten op haar neus. Hij voelde een plotselinge neiging om ze te zoenen. Dat zou haar wel de mond snoeren.
‘Ik probeerde je juist een complimentje te geven.’
‘Steek dat compliment maar in je reet, meneer MacLean,’ zei Stevie. ‘Ik hoef geen complimentjes van een man als jij.’
‘En wat voor soort man ben ik dan wel, mevrouw Honeywell? We staan dus weer op formele voet, hoor ik?’
‘Het soort man van wie ik vanaf zondag graag af zal zijn! Ik ga werken. Goeienavond,’ zei ze, en ze liep al krachttermen mompelend naar haar kantoortje om Damme MacQueen op papier van een klif te gooien.
Adam glimlachte. Hoe bozer ze werd, hoe grappiger ze eruitzag, maar zodra Stevie de kamer uit was dwaalden zijn gedachten terug naar die middag en het leven dat een miljoen lichtjaren van deze belachelijke overeenkomst verwijderd leek. Een leven waar hij nu naar terug kon. Een leven met een prachtig huis en een beeldschone vrouw. Het leven waar hij voor gevochten had om het terug te krijgen. Het leven dat hij verrassend genoeg ook echt teruggewonnen had.
Wat hield hem dan nog tegen?