Hoofdstuk 23

==

Niets zou Stevie voorbereid kunnen hebben op de aanblik die haar onder ogen kwam toen ze de jaloezieën van de keuken dicht wilde doen. Nergens zou ze een groot genoeg valscherm hebben kunnen vinden om haar hart ertegen te beschermen, zelfs niet op het World Wide Web. Met een sprong achteruit week ze bij het raam vandaan alsof ze een elektrische schok kreeg en verborg zich in het donker. Ze wilde daar weg maar was als aan de grond genageld. Met een afgrijselijke dwang keek ze toe hoe de mooie rode Golf knusjes Matthews carport in reed waarna zijn zwarte Punto erachter tot stilstand kwam. Beide bestuurders stapten lachend uit en haar ex-verloofde tilde haar huichelachtige ex-vriendin in zijn armen om haar als een droomprins haar ex-huis in te dragen. Ze giechelden en leken een lied uit Oklahoma! te zingen, zo zag het er tenminste uit; Hollywoodgeluk waar je van droomt, maar wat slechts één op de miljoen mensen echt overkomt, en nooit jou. De deur leek zich op magische wijze uit zichzelf achter hen te sluiten en op dat moment voelde het alsof iemand de bovenste laag van Stevies huid eraf had gerukt en alles wat daartoe in staat was pijn deed en bonsde. Wat had haar in godsnaam bezield om Adam MacLeans onzinnige plan te volgen en in de cottage te gaan wonen terwijl ze wist dat ze zich zo zou voelen zodra ze hén zo samen zag? Ze zou er langzaam aan kapotgaan, dag na dag na dag. Ze wist nu hoe Prometheus zich gevoeld moest hebben sinds een grote vogel dagelijks aan zijn ingewanden pikte omdat hij vuur van de goden had gestolen. Alleen werd zij in dit verhaal zowel bestolen als gestraft, en één keer raden wie de grote vogel was.

Gehypnotiseerd bleef ze staan wachten op meer tekenen van beweging en haar geduld werd beloond, als je het zo kon noemen, met de aanblik van Matthew die snel weer naar buiten kwam om koffers uit Jo’s auto te halen, gehaast en onhandig als een pasgetrouwd iemand in een komedie. Daarna zag ze dat boven het slaapkamerlicht aanging en later weer uit.

Haar rijke fantasie was zowel een goede vriend als een machtige vijand. Als ze de Paris-en en Brandons van haar werk onder handen had kwam het goed van pas, maar nu kwelde het haar met een afschuwelijke en levendige diavoorstelling. Ze zullen nu op het bed gevallen zijn zonder te merken dat er geen lakens op liggen. Een orkest zwol achter hen aan, het voor elkaar bestemde paar, de hemelse match die op elke vloedgolf van het leven zou balanceren als een Australische kampioensurfer. Over vele jaren zouden ze wenskaarten aan elkaar schrijven met gedichten met de strekking ‘hebben wij ze es wat laten zien’ en ‘hun’ liedje zou een nummer van Shania Twain zijn. Ze zouden hun hele leven wippen met beeldschone perfecte lichamen; Jo genoot van Matts gebruinde lichtgespierde lijf en zijn brede schouders terwijl Matthew zich bleef verwonderen om haar fluwelen huid en cellulitisvrije kont. Dat waren Stevies gedachten toen ze daar zo stond in haar badjas van Joseph and The Amazing Technicolour Dreamcoat en in haar soksloffen slokken van haar chocolademelk bleef nemen die allang koud was.

Ze wist echt niet of ze nog wel verder kon. Haar leven lag totaal overhoop, haar verloofde was een verrader, haar vriendin een verraadster, schrijven lukte voor geen meter meer en ze woonde in een huis dat ze niet kon betalen. Dat was nog niet alles, ze had nog geen voorwaarden afgesproken met een vent aan wie ze geld verschuldigd was en die er geen moeite mee had om vrouwen te slaan die hij zogenaamd graag mocht. Dus wat zou hij doen met vrouwen die hij niet kon uitstaan? En wat nou als McPsychopaat in natura betaald wilde worden? Maar toch, ze moest volhouden, want boven lag in innige omhelzing met een knuffelsuperheld een menneke, pardon, jochie te slapen dat een sterke moeder nodig had die hem te eten gaf en voor hem zorgde en hem een huis bood dat beter was dan een kartonnen doos ergens op straat. Ook al was ze een tuthola van een moeder van wie niemand het verbaasde dat ze gedumpt was. Godzijdank dronk ze koude warme chocolademelk en had zich niet volgegoten met jenever, want dan had nu haar Roy Orbison-cd op gestaan, had ze de aandelen Kleenex met vijftig pond per stuk laten stijgen en in een heel gevaarlijke gemoedstoestand verkeerd.

Ze dutte die nacht uiteindelijk wel in op bed, maar alleen tussen veel wakkere perioden door, wat betekende dat ze in de ondiepe wateren van de slaap dobberde in plaats van zich over te geven aan de stroming van het diepere water die haar zou helpen uitrusten. Haar dromen konden zo in een film van Hammer House of Horror.

==

Stevie had gelezen, en ook geschreven, over mensen die hun verdriet compartimenteren, die een vrolijk gezicht opzetten en de wereld het hoofd bieden ook al breekt hun hart vanbinnen, om vervolgens in hun kussen te huilen als ze veilig alleen zijn. Ze dacht alleen niet dat dat echt uitvoerbaar was. Maar de volgende ochtend kwam ze erachter dat ze zelf het levende bewijs van het fenomeen bleek te zijn. Ze dribbelde als Doris Day door de keuken vanwege Danny, tralala-de terwijl ze de Choco Pops in een kom deed, jus d’orange pakte en verse koffie zette. Ze deed de jaloezieën van de keuken slechts op een heel klein kiertje open, net genoeg om zonlicht door te laten sijpelen, maar in zo’n hoek dat ze helemaal niets van het huis aan de overkant kon zien of van wat de mensen deden die zich daarin bevonden.

Zodra Danny veilig op school was leek haar hele lichaam in elkaar te zakken, ongeholpen door het feit dat haar een dag te wachten stond waarop ze het lot van Paris en Brandon moest uitzoeken. Ze wist dat het weer een verspilde ochtend vol waardeloos schrijfwerk zou worden en dat de enige mogelijke manier om een beetje van de half droevige, half moordzuchtige gevoelens die haar vanbinnen opvraten af te komen verderop in Well Life te vinden was.

Het was de eerste keer dat ze weer ging sinds haar Norman Wisdom-stunt op de loopband, maar in tegenstelling tot wat ze gedacht had gaven de mensen elkaar geen por en wezen ze niet naar haar toen ze binnenkwam. Er werd niet net iets te luid ‘dat is ’r’ gefluisterd of achter handen gegniffeld; ze was weer terug in de anonimiteit. Stevie pakte een handdoek, stopte haar tas in een kluisje en stapte voorzichtig op de loopband. Ze had haar koptelefoon vergeten, dus kon ze haar gedachten niet afleiden door te luisteren naar hoe Jeremy Kyle ingewikkelde, slecht functionerende levens probeerde te redden op de tv’s aan het plafond. Misschien moest ze hem ook eens bellen.

Ze probeerde haar hoofd leeg te maken en op het ritme van de achtergrondmuziek af te stemmen die door de speakers tetterde, tot ze besefte dat het het nummer ‘Loneliness’ was en er zich een verband aan haar opdrong tussen het liedje over eenzaamheid en haarzelf. Vanaf dat moment zou elke keer dat ze het hoorde het beeld in haar hoofd verschijnen van haarzelf, eenzaam en afgewezen, ongelukkig proberend het onmogelijke te bereiken door op de plaats te rennen. Tot haar grote schrik begonnen haar ogen weer te lekken en moest ze een vlugge heimelijke oogveegbeweging in haar routine opnemen, wat haar bijna uit evenwicht bracht. Ze had net besloten een paar minuutjes uit te rusten toen ze Adam MacLean recht op zich af zag komen.

Nee hè!

Ze speelde ‘er zit iets in mijn oog, o, nu is het weg’ terwijl ze op het onvermijdelijke wachtte.

‘Hoest?’ vroeg hij, in de foute veronderstelling dat meer volume haar zou helpen begrijpen wat hij in godsnaam zei. Toen hij haar volkomen perplexe gezicht zag, begon hij langzaam opnieuw, alsof hij het tegen een demente oude tante had: ‘Hoe is het?’

‘Prima,’ antwoordde ze. ‘Ik heb alleen iets in mijn oog.’

‘Aye, er vliegt hier ook van alles rond.’

Ze vermoedde dat dat sarcastisch bedoeld was, maar hij toonde daar geen enkel teken van.

‘Nog nieuws ’ver je vent?’

‘Hij... eh...’ Haar stem trilde en ze kuchte. ‘Hij is gisteravond thuisgekomen met... eh...’ Ze zou de naam nog niet kunnen uitspreken als ze er een miljoen mee zou kunnen winnen.

‘Dus het is tijd dat we tot actie overgaan,’ zei Adam na een duidelijke slikbeweging.

‘Juist,’ antwoordde ze op haar hoede. Ze masseerde haar nek, die zeer deed vanwege de hoek die ze moest maken om met hem te kunnen praten.

Hij merkte het en vroeg: ‘Heb je tijd voor een koppie thee?’

‘Eh, ja,’ antwoordde Stevie, en ze volgde hem op vijf passen afstand naar de bar, waar hij iets gromde over aan een tafeltje gaan zitten (dacht ze) en daarna iets even onverstaanbaars tegen het meisje achter de toog zei die hem volkomen leek te verstaan. Het was blijkbaar een noodzakelijke voorwaarde dat zijn personeel twee talen sprak, concludeerde ze. Engels en Holbewonertaal.

Stevie zat met haar handen in bidhouding tussen haar knieën. Ze trilde. Het verschilde niet veel van bij het kantoor van de hoofdmeester zitten wachten op een uitbrander, wat ze slechts één keer had meegemaakt en dat was een geval van persoonsverwisseling geweest. Daar om een gerechtvaardigde reden te zitten was al erg genoeg, maar daar te zitten als je onschuldig bent van de vermeende misdaad (het jatten van appels), was angstaanjagend. Gelukkig werd haar verdedigingsrede (‘Ik kan het niet geweest zijn, want ik heb hoogtevrees en moet overgeven als ik in bomen klim’) geloofd, helemaal toen dat beaamd werd door juffrouw Cracket, de gymjuf die haar ooit van boven in de touwen had zien overgeven. Ze werd terecht vrijgesproken maar die ervaring was haar altijd bijgebleven. Ze kon geen onrechtvaardigheid verdragen.

Adam zette twee koppen thee, een hele kan melk en wat suiker op de tafel en ging tegenover haar zitten. Als een soort zonsverduistering hield hij bijna al het licht van het raam tegen. Hij hield de melk eerst boven haar thee, maar ze sloeg het af. Hetzelfde met de suiker.

Ik had gedacht dat ze het met suiker dronk! dacht hij.

Hij heeft dus toch manieren! dacht zij.

Daarna herinnerde ze zich dat hij waarschijnlijk een diploma van de charme-universiteit had en liet vlug alle gedachten aan hartelijkheid varen.

De thee was loeiheet, dus ze verbrandde haar mond. Mat amper ingehouden verbazing zag Adam haar schrikken, slikken en blazen, en vroeg: ‘Weet je zeker dat je geen zelfverwonder bent?’

‘Hij was extra heet!’ snauwde ze. ‘Waar heb je die gebrouwen? In de hel?’

Dat lag niet buiten de mogelijkheden.

‘Heb je zelf nog ideeën over wat we verder kunnen doen voor ik je vertel wat ik denk?’ vroeg hij.

Stevie haalde haar schouders op. Eigenlijk wilde ze niets anders doen dan al haar spullen bij elkaar pakken en naar de andere kant van de wereld verhuizen. Een aangename gedachte die vrolijk omhoog borrelde om weer teruggeduwd te worden door het gewicht van de praktische aspecten.

‘We moeten het nog over geld hebben,’ zei ze aarzelend. ‘Het ging allemaal zo snel dat we geen afspraak hebben kunnen maken.’

‘Dat komt wel goed. Als je nie betaald, gooi ik je deruit,’ zei hij met een glimlach waar zijn ogen niet aan meededen.

Haar longen pompten zich met een enorme vaart vol.

‘Niks an de hand, ’t was maar een grapje,’ zei hij, toen hij de geschrokken blik in haar ogen zag schieten.

‘Daar maak ik me geen zorgen over, dat komt later wel, echt,’ zei hij. ‘Dat geeft me een excuus om binnenkort langs te komen in de cottage en gezien te worden. Nu we het er toch over hebben, hebben ze jou al gezien?’

‘Nee,’ zei Stevie, hoofdschuddend. ‘Ik heb mijn auto in de garage gezet en alleen de achterdeur gebruikt als ik ergens heen moest.’

‘Gut – sorry – goed. Laat me even denken.’ Hij aaide over de alweer opkomende rode stoppels hoewel hij zich pas een paar uur geleden geschoren had en staarde voor zich uit alsof hij hoopte dat de oplossing zich zo voor zijn neus zou materialiseren.

‘We moeten een interessewekkend spoor van kruimels voor ze uitzetten. Ze moeten beseffen dat jij daar woont voordat ze weten dat er iets tussen ons is. Niet dat dat zo is,’ voegde hij er streng aan toe.

Alsof ze hem zou onderbreken en blozend en giechelend corrigeren!

‘Dit is wat ik heb bedacht,’ ging Adam verder. ‘Heb je je post door laten sturen?’

‘Nee, nog niet. Ik...’

‘Perrrfect,’ zei Adam. ‘Dit is wat ik wil dat je doet...’