Hoofdstuk 27
==
Toen Stevie terugkwam van een Adam MacLean-loos uurtje aan de gewichten in de sportschool stond er een boodschap op haar antwoordapparaat.
‘Bea, schat, met Crystal. Ik bel even om te vragen hoe het met je gaat,’ wat de manier van haar baas Crystal Rock (ja, zo heette ze) was om te zeggen: ‘Waar blijft verdomme je manuscript? Je bent te laat en ik heb je nooit achter je broek hoeven zitten, dus wat is er aan de hand?’
Stevie besloot meteen maar door de zure appel heen te bijten en belde haar onmiddellijk terug.
‘Schat!’ zei Crystal, toen haar nieuwste PA (Danielle?) haar doorverbonden had. Stevie probeerde de namen van haar PA’s te onthouden, maar geen van hen leek het langer dan een week uit te houden. Crystal was éng, maar op de een of andere manier konden zij en Stevie altijd goed met elkaar opschieten.
‘Hé, Crys, sorry dat ik niks van me heb laten horen.’
‘Ik maakte me zorgen om je, lieverd,’ zei Crystal, die een stem had als een dure, zoete cocktail.
‘Ik belde even om je angst weg te nemen en je te vertellen dat mijn manuscript bijna klaar is.’
‘Bijna? Maar schat, je hebt je trouwplannen toch niet vóór mij laten komen, hè?’ vroeg Crystal. In het lichtzinnige geplaag lag een zware bedreiging verborgen.
‘Er komt geen bruiloft meer,’ zei Stevie, zich welbewust dat ze haar verdriet gebruikte om wat tijd te winnen. Ze mocht deze baan niet kwijtraken en als ze haar ziel aan MacLean kon verkopen in ruil voor haar man, kon ze haar trots ook wel opofferen voor haar werk. Ze zag voor zich hoe Crystal voorover ging zitten aan haar bureau en haar Engelse dwergkees Eiffel op de grond zette zoals ze deed als een praatje de serieuze kant op ging.
‘Geen bruiloft? Wat bedoel je in hemelsnaam?’
‘Matthew heeft... een ander.’
‘O lieverd, wat een verschrikkelijke...’
Stevie kromp ineen van het woord dat ze gebruikte, hoewel ze toch moest toegeven dat het best chic klonk als het uitgesproken werd met Crystals op een Zwitserse etiquetteschool ontwikkelde strottenhoofd.
‘Joh, het maakt niet uit. Wanneer kún je het bij me krijgen?’ vroeg Crystal in een zeldzaam moment van schappelijkheid.
‘Ik mail het je dinsdagochtend vroeg. Het is bijna af, echt waar,’ zei Stevie overdreven zielig, terwijl ze een stil dankgebedje naar de hemel schoot. Ze was aan het schavot ontsnapt.
‘Ik zie het dan tegemoet. O, en begin maar vast over de volgende na te denken. We komen om in de Mediterraanse helden terwijl onze eigen Schotse en Ierse jongens totaal verwaarloosd worden.’
‘Dan doe ik wel een Ier.’
‘Nee, ik heb Paul al een Ier gegeven. Ik wil dat jij een Schot neemt. Noem het Affaire in de Hooglanden, je kent het format. Hoog tijd voor wat rood haar en een flinke dosis Gaelisch testosteron.’
‘Absoluut,’ zei Stevie, die zichzelf rechtstreeks langs het schavot naar de galg geslingerd voelde worden. Hoe kon ze in godsnaam van een roodharige Schot een sekssymbool maken als ze alleen maar die... die kerel voor zich zou zien? In hoofdstuk 1 zou hij de heldin vermoord hebben met een klap van zijn reusachtige hand. Lekker romantisch.
==
Matthew stond ongelooflijk ziek op. Ziek in zijn hoofd, maag en hart. De lijn van Camelot bleek achteraf helemaal niet bezet, het nummer was verkeerd, maar dat wisten ze niet toen ze om de vijf minuten opgewonden hadden probeerd te bellen. Na nog zeven pogingen knalden ze de eerste fles champagne open en toen die leeg was hadden ze gedanst. Na de tweede fles, waar ze cognac en bruine suiker aan toegevoegd hadden om cocktails te maken, had Matthew Jo de trap op gedragen en een poging gedaan met haar te vrijen, wat absoluut niet lukte. Niet dat het hun iets kon schelen. Ze waren rijk. Nou ja, rijk genoeg om lekker veel over de balk te kunnen smijten en een geweldig reisje au soleil te maken. Nog belangrijker, hij hoefde niet meer het voortdurend boven zijn hoofd hangende gesprek over geld met Jo te voeren. Het geluk lachte hem toe.
Hij ontwaakte met Status Quo in zijn hoofd en een maag als een cementmixer toen Jo zijn schouder schudde om te zeggen dat ze eindelijk Camelot aan de lijn had gekregen en erachter was gekomen dat hij vijfhonderdvijftien pond gewonnen had, die hij bij het postkantoor kon ophalen.
Vijfhonderdvijftien kloteponden voor vijf klotegetallen. Dat waren niet de enige k-woorden die door zijn hoofd schoten, en dat bij een man die een hekel had aan vloeken.
‘Een recordaantal winnaars met dat rijtje,’ had Camelot gezegd, met een overvloedige hoeveelheid medeleven.
Vierhonderdvijfenzeventig pond ‘winst’ dus, als je de champagne eraf haalde. Het zou niet eens een klein beginnetje maken aan het afbetalen van zijn schulden, dus het had weinig nut om het geld aan Visa te geven. Dat zou hetzelfde zijn als een microscopisch kleine druppel plankton in de mond van een uitgehongerde grote witte haai gooien. Nee, ze konden er beter iets leuks van doen. Ironisch dat hij het geld ergens aan uit moest geven om de pijn van zo’n winst te verzachten.
Jo bracht hem paracetamol en wat koffie, die hij er weer uitgooide. Dus bracht ze hem nog wat meer. Ze was zo lief en hij hield van haar omdat ze zo zorgzaam was, helemaal omdat ze net zo ziek was als hij en maar tegen hem bleef zeggen dat het echt niet erg was. Hij belde voor hen beiden naar het werk, ontving veel medeleven voor de voedselvergiftigingsmoes die hij gebruikte en was te ziek om zich erom te bekommeren of ze hem ook daadwerkelijk geloofden of niet. Daarna kroop hij terug zijn bed in en viel in slaap zodra hij zijn arm om de beeldschone, maar krachteloze vrouw naast zich had geslagen.
==
‘Hallo,’ zei Stevie toen ze de telefoon aannam.
‘Met Adam MacLean. Hoe ga’t?’ klonk zijn donderstem. Waarom moest hij altijd zo luidruchtig zijn?
Stevie voelde haar hele lichaam verstijven. ‘Prima, dank je. Met jou?’
‘Goed. Nog iets te melden?’
‘Niet echt,’ zei Stevie, ‘tenzij je wilt weten dat zijn auto nog bij het huis staat en ze vandaag dus blijkbaar niet naar hun werk zijn gegaan, hoewel dat een uiterst banaal detail is en ik er bijna spijt van heb dat ik het heb opgenoemd.’
Ze kon voelen hoe zijn kaken verstijfden aan de andere kant van de lijn en dat gaf haar een kleine kick. Ja, het zou nog best leuk worden om in haar volgende boek over een Schot te schrijven. Ze kon hem als een marionet alles laten doen wat ze wilde. Ze kon hem laten vertrappelen door een schitterend wit paard dat door een beeldschone, jonge, rossige heldin werd bereden. Haar zou ze Evie noemen. Evie Sweetwell.
‘Ik bel om te zeggen dat ik denk dat we aan de volgende fase moeten beginnen,’ zei hij zogenaamd beleefd hoewel hij waarschijnlijk de schedel van een of ander klein diertje verbrijzelde om de pijn van aardig doen te uiten.
‘U zegt het maar, meneer MacLean.’
‘Kun je morgen een oppas regelen?’
O o, dit klonk onheilspellend. Er ging een alarmbel af in haar hoofd en de vele waarschuwingsvlaggen deden een heel lange wave langs haar ruggengraat.
‘Eh... dat weet ik niet, waarom?’ vroeg ze, hoewel ze wist dat Catherine haar te hulp zou schieten als het nodig was. Kate had op het moment geen verkering en was druk aan het sparen voor waar zeventienjarigen dan ook voor spaarden, dus ze zou geen nee zeggen tegen twintig pond, volledige beschikking over een zwartebessenkwarktaart en een paar stiekeme breezers.
‘Omdat ik denk dat je eut moe gaan, het is tenslotte zaterdag.’
‘Ik... uitgaan? Waarheen dan?’
‘Met mij.’
O hellup! ‘Met jou?’
‘Trek je mooiste kloffie aan, madam,’ zei Adam MacLean. ‘Ik kom je om halfacht ophalen. We gaan naar de fillum.’