66
Ze hadden Robert natuurlijk niet meegenomen naar de dtra. Dankzij hun badges konden ze naar binnen en daarna bracht een bewaker hen naar het kantoor van Reynolds.
Toen de bewaker met zijn loper haar deur openmaakte, zei hij: ‘Ze komt pas morgenochtend terug.’
Puller zei: ‘Ik betwijfel het of ze ooit nog terugkomt.’ Hij deed het licht aan en liep door het kantoor naar haar bureau. ‘Weet je nog dat ik zei dat er iets niet klopte toen we de vorige keer Reynolds’ kantoor uit kwamen?’ Ze knikte. Hij pakte de foto die hij de vorige keer dat hij hier was had gezien. ‘Dit was wat er niet klopte.’
Knox vroeg: ‘Hoezo?’
Hij wees naar een jongere Reynolds in een rij mannen. ‘Dat is ze.’
‘Nou en?’
Hij wees naar een tekst onder de foto. ‘Hier staat dat dit het start-verificatieteam was.’
‘Nogmaals, nou en?’
Hij ging met zijn vinger langs de rij mannen. ‘Herken je iemand?’
Ze keek naar een van de mannen. ‘Dat is Malcolm Aust. Maar we wisten al dat hij in het verificatieteam zat. Verdenk je hem ervan dat hij met Reynolds samenspant?’
Puller negeerde deze vraag en vroeg: ‘Herken je nog iemand?’
Knox nam de foto van hem aan en bekeek de mannen een voor een. Toen ze iedereen gehad had, begon ze weer bij het begin en werkte de hele rij af. Ze stopte bij een man die links van Reynolds stond. Hij was opvallend: lang en goed gebouwd, en met een scherp, rechthoekig gezicht. ‘Deze man komt me om de een of andere reden bekend voor.’
Puller had zijn telefoon gepakt en laadde een foto op het scherm. ‘Deze foto heb ik gemaakt van het computerscherm in Fort Leavenworth.’
Toen Knox naar de foto op het scherm keek en daarna naar de foto die ze in haar hand had, hapte ze naar adem. ‘O mijn god, dat is hem!’
‘Ivo Mesic. De “Kroaat” die de man die mijn broer wilde vermoorden in de kofferbak van zijn auto DB binnensmokkelde.’
‘Denk je dus dat hij samenspant met Reynolds? Maar waarom dan?’
‘Zij zit bij het wmd Center. Ze zaten allebei in het start-verificatieteam dat veel met kernwapens te maken heeft. Ze flirtte met Aust, die voor zijn werk op massavernietigingswapens jaagt.’
‘Ze zijn dus iets van plan. Met een kernwapen?’
‘Dat weet ik niet. Het is niet bepaald zo dat iedereen zomaar kernwapens laat rondslingeren.’
Toen ze het gebouw hadden verlaten en weer in de auto stapten, zoemde Knox’ telefoon. Ze nam op, luisterde en zei toen: ‘Oké, bedankt voor de info.’ Met een bleek en geschokt gezicht stopte ze de telefoon in haar zak.
‘Wat is er?’ vroeg Puller.
‘Aust is dood.’
‘Wát?’ riep Puller. ‘Hoe?’
‘Hij zou vanavond meedoen aan een telefonische vergadering vanuit LA, maar hij had zich niet gemeld. Toen hij zijn telefoon niet opnam en de mails niet beantwoordde, stuurden ze iemand naar zijn huis. Hij was dood. Door zijn hoofd geschoten.’
Puller zei: ‘Dat betekent dat het plan bijna is uitgevoerd en ze alle losse eindjes aan het wegwerken zijn.’
Knox snauwde: ‘Maar wat ís het plan, Puller? We hebben geen idee! En dat betekent dat we het niet kunnen tegenhouden.’
‘We hebben wel aanwijzingen, dus moeten we alle puzzelstukjes in elkaar passen. En we hebben een van de slimste mensen ter wereld om ons te helpen.’
Hij trapte het gaspedaal diep in en reed terug naar waar ze vandaan kwamen. Terug naar Robert Puller.
Ze zaten in de motelkamer en keken elkaar aan. Puller en Knox hadden Robert verteld wat ze in Reynolds’ kantoor hadden ontdekt. En ook dat Malcolm Aust was vermoord.
‘Waar heeft hij aan gewerkt?’ vroeg Robert. ‘Dat moeten we weten. Dat zal het aantal opties aanzienlijk beperken.’
Puller pakte zijn telefoon en belde generaal Aaron Rinehart. De generaal zat in een vergadering, maar een paar minuten later belde hij Puller terug. Puller gaf hem een snelle samenvatting van wat ze hadden ontdekt en wat ze vermoedden.
Rinehart zei: ‘Ik zoek het meteen uit, Puller. Ondertussen zorg ik ervoor dat iedereen bijzonder waakzaam is. En ik zal alles en iedereen inzetten om Reynolds en deze Ivo Mesic te vinden.’
Terwijl Puller aan de telefoon was, zocht Robert wat dingen op op zijn laptop. Toen Puller zijn telefoongesprek had beëindigd, zei zijn broer: ‘Zijn echte naam is Anton Bok.’ Hij draaide de laptop zo dat ze een bladzijde zagen met foto’s en tekst. ‘Het start-verificatieteam uit de jaren negentig. Een volledig overzicht met alle namen, achtergronden en foto’s.’ Hij wees naar een foto. ‘Bok is de derde van links. Naast Reynolds.’
‘Wat is zijn achtergrond?’ vroeg Knox.
‘Ex-leger. Ex-kgb. Hij is doctorandus in de biochemie en doctor in de moleculaire biologie.’
‘Chemie en biologie,’ zei Puller.
‘Moleculaire biologie,’ verbeterde Robert hem.
‘Maar hij had ook ervaring met kernwapens, anders had hij niet in het verificatieteam gezeten,’ zei Knox.
‘Hij zat er waarschijnlijk eerder in om geheime informatie te verzamelen voor Rusland dan om kernkoppen te tellen,’ zei Robert. ‘En om Susan Reynolds aan zijn kant te krijgen.’
‘Dus zijn specialiteiten zijn biologie en chemie,’ zei Puller. ‘Wat kunnen we daaruit afleiden?’
Robert zei: ‘Niet alle massavernietigingswapens zijn kernwapens. Kernwapens zijn moeilijk te krijgen en onmogelijk te maken, tenzij je een complexe infrastructuur, miljarden dollars en jaren de tijd hebt. Maar je hebt een groot aantal veel goedkopere en gemakkelijker te maken bioterroristische opties: het vervuilen van lucht, water en voedselketens. Dat zou ook meer bij Boks achtergrond passen.’
Knox zei: ‘Het verbaast me dat ze die foto in haar kantoor liet staan.’
Puller zei: ‘Ze wist niet dat we Ivo Mesic in Fort Leavenworth hadden ontdekt en dus was ze niet bang dat wij het verband zouden leggen. En weet je nog wat haar zoon Dan over zijn vader zei? Dat hij die vent zou vermoorden als hij de kans kreeg? Volgens mij zijn Susan Reynolds en Anton Bok veel meer dan alleen zakenpartners. Ze krijgt er waarschijnlijk een kick van om zijn gezicht elke dag te zien. En wie zou argwaan krijgen? Omdat ze een foto in haar kantoor heeft staan uit haar tijd als lid van het start-verificatieteam? Daar is niets ongewoons aan.’
‘Je hebt waarschijnlijk gelijk, Junior,’ zei Robert.
Een uur later zoemde Pullers telefoon. Het was Aaron Rinehart. Puller luisterde en knikte. Hij stond op. ‘Rinehart heeft iemand bij zich met wie we moeten praten.’
‘Wie?’ vroeg Knox.
‘Donovan Carters second-in-command.’
‘Wat kan hij ons vertellen?’
‘Hij kan ons kennelijk vertellen waar Malcolm Aust aan werkte.’