46
Toen ze iets meer dan zes uur later bijna bij D.C. waren, maakte Puller Knox wakker door haar zacht in haar zij te porren. Ze werd wakker, net als hij zou doen: kalm, alert en klaar om in actie te komen of de trekker over te halen, afhankelijk van de situatie.
‘Ik heb daar niet echt bij stilgestaan,’ zei hij. ‘Maar waar logeer je?’
‘Zet me maar af bij het W Hotel in het centrum, dat ligt centraal en daar heb ik al vaker gelogeerd.’
‘Vlak bij het Witte Huis. Ga je een praatje maken met de president?’
‘Voor vandaag staat dat niet op mijn agenda, nee.’
Puller keek haar scherp aan. De manier waarop ze dat zei klonk serieus.
‘Het W dan.’
‘En jij?’ vroeg ze.
‘Naar Quantico om schone kleren op te halen en een paar andere dingen die ik misschien nodig heb. En ik moet me melden.’
‘In mijn hotel ga ik hetzelfde doen.’
‘Wat zullen ze zeggen, denk je, over het feit dat je op twee mensen hebt geschoten en minimaal eentje hebt gedood?’
‘Ik denk dat ze daar gezien het alternatief weinig problemen mee zullen hebben, maar ik zal wel een heleboel formulieren moeten invullen. En op een bepaald moment zal ik daarvoor terug moeten naar North Carolina en Kansas.’
‘Ik hoop dat ze die kerel kunnen vinden op wie jij in Charlotte hebt geschoten.’
‘Ja, dat zou nuttig zijn. Misschien ligt hij daar ergens dood in een steegje.’ Op een sarcastisch toontje voegde ze eraan toe: ‘Dan kunnen ze een nieuwe haartest doen. Als daar ijs in zit, komt hij misschien uit Alaska. Of Siberië.’
Pullers telefoon zoemde weer. Toen ze voor een rood verkeerslicht stonden, keek hij op het scherm en stopte de telefoon weer in zijn zak.
‘Iets belangrijks?’
‘Generaal Rinehart en meneer Schindler willen me spreken.’
‘Waar?’
‘Zij zijn hier ook. Diner in de Army and Navy Club in het centrum. Vanavond halfnegen. Ga je mee?’
‘Ik denk niet dat ze mij erbij willen hebben.’
‘Dat kan me niets schelen. Jij hoort bij mijn team en dus moet je met me mee om verslag uit te brengen.’
‘Ik heb gehoord dat Rinehart een bullebak kan zijn.’
‘Iedereen die een vierde ster wil hebben, kan een bullebak zijn. Ik zal mijn blauwe gala-uniform moeten aantrekken. Ik kan je om een uur of halfacht ophalen en dan rijden we er samen naartoe. Hoe klinkt dat?’
‘Dat klinkt goed, Puller. En ik voel me gevleid.’
‘Waarom?’
‘Omdat je me in je team hebt opgenomen.’
Hij stopte voor het W Hotel.
Ze stapte uit en haalde haar tas uit de kofferbak. Ze liep naar zijn kant van de auto en gebaarde dat hij het raampje moest laten zakken.
Ze boog zich naar hem toe en zei glimlachend: ‘Maar nogmaals, ik heb altijd al gedacht dat je in míjn team zat.’ Ze kuste hem vluchtig op de wang, draaide zich om en liep de hotellobby in.
Puller keek haar helemaal na, deed het raampje weer omhoog en reed weg.
Hij stopte bij Quantico en had een kort gesprek met Don White, zijn CO.
De man was niet blij met de situatie, vooral niet omdat hij blijkbaar wist dat Puller hem niet alles kon vertellen. ‘Ik weet dat je in deze zaak door machtige mensen wordt gesteund, Puller. Maar ik raad je aan alle punten op het kompas in de gaten te houden. Als dit op een ramp uitloopt, en dat is heel goed mogelijk, zal iedereen zo snel met zijn vinger naar jou wijzen dat je hoofd begint te tollen.’
‘Begrepen,’ had Puller gezegd.
Onderweg naar huis had hij over deze waarschuwing nagedacht en ook over de waarschuwing die Shireen Kirk hem had gegeven, dat deze zaak op geen enkele manier positief voor hem zou kunnen eindigen. Maar ja, de vrouw was weliswaar heel slim, maar toch zou ze zich weleens kunnen vergissen.
Misschien slaag ik er wel in mijn broer terug te halen.
Hij belde naar Rineharts kantoor en kreeg toestemming om Knox mee te nemen naar het diner. Daarna bekeek hij de post en belde de dierenarts in Fort Leavenworth om te vragen hoe het met awol ging.
‘Wat kan ik zeggen? Die verdomde kat lijkt niet eens te weten dat u haar hebt achtergelaten,’ zei de man, en Puller kon hem bijna zien glimlachen.
‘Ja nou, zeg maar tegen awol dat ik haar ook mis.’
Hij had niet veel tijd meer voordat hij terug moest naar D.C. voor het diner, maar hij trok zijn trainingspak aan en ging een stukje hardlopen. Na afloop wandelde hij terug naar zijn appartement; zijn vermoeide spieren voelden goed en dankzij de endorfine verbeterde zijn humeur.
Nadat hij zich snel had gedoucht, ging hij in een handdoek gewikkeld op het bed zitten en las alle aantekeningen door die hij de afgelopen dagen had verzameld.
Macri dood.
De Oekraïner dood.
Daughtrey dood.
De weggehaalde transformatoren.
De mannen die hem hadden ontvoerd.
De persoon die zijn leven had gered, misschien wel zijn broer.
De liegende Susan Reynolds.
De aanval in die steeg.
De dode Niles Robinson.
De brief van zijn vader.
Zijn broer die ergens vrij rondliep.
En Knox. Ze hadden een hongerige blik met elkaar gewisseld en vertelden elkaar inmiddels veel meer.
En dan die sms. Ze was niet wie ze leek te zijn. Feit was dat hij haar niet volkomen kon vertrouwen. In deze zaak kon hij niemand vertrouwen. Dit was de wereld van de soldaten, een wereld die hij helemaal doorgrondde. Je rekende op de man naast je, omdat dat de enige manier was om het te overleven.
Maar dit was niet het soldatenleven, hoewel er wel uniformen in voorkwamen. Dit was de Intelligence Community, die kennelijk boordevol leugens, twijfelachtige bondgenootschappen, heimelijke motieven en veranderende agenda’s zat, en waar iedereen je vertelde wat je wilde horen, terwijl ze het mes dieper in je rug staken en de schuld aan iemand anders gaven. Die wereld, de wereld van zijn broer, was hem volkomen vreemd. Hij voelde zich net een gewone soldaat die alleen in de wildernis was achtergelaten om te zinken of te zwemmen, om te leven of te sterven.
Hij trok zijn blauwe gala-uniform aan, verliet Quantico net op tijd en reed in noordelijke richting over Interstate 95 naar D.C. De verkeersdrukte was gelukkig de andere kant op. In zuidelijke richting over de 95 was het zoals gewoonlijk filerijden. Hij stopte voor het W Hotel en wilde net een sms naar Knox sturen om haar te laten weten dat hij voor de deur stond, toen ze naar buiten kwam.
Ze droeg een marineblauwe rok, een bijpassend jasje, een beige bloes, doorzichtige kousen en hoge hakken. Ze had haar haar opgestoken en had een avondtasje bij zich. En nu wist hij dat daar een pistool in zat.
Hij deed de passagiersdeur van het slot en ze glipte naar binnen. Hij hoorde het geritsel van haar rok en wierp een korte blik op haar lange bovenbenen.
‘Productieve dag?’ vroeg ze.
‘Best wel. En jij?’
‘Ik heb een paar dingen kunnen afronden. Heb je geregeld dat ik er vanavond bij kan zijn?’
‘Ja hoor.’
‘Het verbaast me dat ze het goedvonden.’
‘Ik denk dat er wel wat telefoontjes zijn gepleegd, mailtjes gestuurd, je dossier nauwkeurig doorgewroet, informatie ingewonnen en de juiste kanalen gebrieft. En nu mag je mee. Ze zullen meer over je weten dan jij over jezelf weet.’
Hij gaf gas en reed naar de Army and Navy Club. Op zich was het niet ver, maar door de avondspits en de ontelbare rode verkeerslichten leek het alsof het tachtig kilometer verderop was.
‘Wat is de agenda voor vanavond?’ vroeg ze.
Hij keek naar haar en zag dat zij naar hem keek. ‘Ik bepaal de agenda niet. Dat doen zij, generaals en mensen die contact hebben met de president. Ik ben slechts een lage adjudant.’
‘Je moet aan je gevoel voor eigenwaarde werken, Puller, anders kom je nergens snel.’
‘Langzaam en gestaag is de beste manier.’
‘Tenzij iemand op je schiet.’
‘Voel je je beter? Al een beetje over ik weet niet wat het was heen?’
Ze sloeg haar armen over elkaar, al weer, iets wat hij altijd bij haar zag als ze in de verdediging werd gedrongen. ‘Nog steeds mee bezig.’
‘Juist. Misschien zou je een aspirientje moeten proberen. Of een priester.’
Ze keek hem aan. ‘Een priester?’
‘In je dossier staat dat je katholiek bent. Ik dacht dat je misschien wel wilde biechten. Schijnt goed te zijn voor de ziel.’
‘Beweer je soms dat ik al weer tegen je lieg?’
Puller reed door de drukke avondspits en moest uiteindelijk stoppen voor een rood verkeerslicht. ‘We hebben nog ongeveer tien minuten voor we er zijn.’
‘Ik begrijp je niet, Puller.’
‘Je was niet ziek en je werd niet verkouden. Je stem was normaal, niet schor of zo. Onderweg naar D.C. heb je niet zitten hoesten, niezen of zelfs snuiven. Op een bepaald moment deed ik de airco aan en toen rilde je niet eens. Bovendien heb ik ook last van hooikoorts en er zitten geen pollen in de lucht, anders zou ik dat wel weten.’
‘En?’
‘Er was een andere reden voor dat je gezicht en je ogen rood waren. Dat kan door emoties komen. Vooral door huilen, hoewel ik niet denk dat je iemand bent die snel huilt, maar ik ken je natuurlijk niet zo goed. Maar als iets ervoor heeft gezorgd dat je bent ingestort, moet het wel iets ernstigs zijn. En dat kan gevolgen hebben voor mij. Als ik me vergis, moet je het zeggen.’
Het verkeerslicht sprong op groen, maar Puller begon niet te rijden. Een auto achter hen toeterde.
‘Rij maar door,’ zei ze. ‘Zoals je al zei: we hebben tien minuten.’
Puller reed de kruising over. Ongeveer een minuut later zei Knox: ‘Ik zei toch al dat ik anders ben dan ik lijk.’
‘En ik zei dat me dat niet verbaasde.’
‘Maar stel dat...’ Ze zweeg en keek naar buiten.
‘Stel dat wat?’ vroeg Puller.
Ze keek hem aan. ‘Stop even.’
‘Wat?’
‘Stop maar, dan lopen we het laatste stuk. Ik weet zeker dat de generaal en meneer Schindler het niet erg vinden als we iets te laat zijn. Sterker nog: in de avondspits is lopen misschien sneller dan met de auto.’
Als door een wonder vond Puller iets verderop een parkeerplaats, doordat er een andere auto wegreed.
Ze hadden ongeveer een half blok gelopen toen ze naar hem opkeek en de mouw van zijn uniform aanraakte. Meteen nadat ze waren uitgestapt, had hij zijn pet opgezet. ‘Mooie pet. En ik moet je zeggen dat je er echt knap uitziet in je blauwe gala-uniform. Heel indrukwekkend.’
‘Jij ziet er ook heel goed uit, maar ik wacht op wat je me wilde vertellen.’
‘Het was niet toevallig dat ik op deze zaak ben gezet. Ik kreeg die opdracht omdat jij die opdracht kreeg.’
‘Wat was je opdracht?’
‘Jou in de gaten houden en verslag doen. Wat ik heb gedaan.’
‘Is dat alles?’
Ze kneep hem zacht in zijn arm. ‘Wat? Is dat niet genoeg?’
‘Dit is niet het moment om te flirten, Knox.’
Ze werd meteen weer ernstig en keek voor zich uit. ‘Nee, dat is niet alles. De transformatoren?’
‘Wat is daarmee?’ vroeg Puller gespannen.
‘Die heb ik laten weghalen. Net als die technicus, Jordan.’
Puller bleef staan, iets wat ze pas na een paar stappen merkte. Ze liep langzaam terug, met een bezorgde frons op haar gezicht.
Hij zei: ‘Dus jij hebt cruciale bewijzen in een onderzoek naar een misdaad laten weghalen? Dat is belemmering van de rechtsgang.’
‘Ik heb het niet op eigen initiatief gedaan. Het was een bevel.’
‘Van wie?’
‘Van mijn superieuren.’
‘Ik wil namen horen, rangen en nummers. En wel nu!’
‘Ik ben bang dat ik je die niet kan geven.’
‘Je hebt net een misdrijf bekend, Knox, een ernstig misdrijf.’
‘Maar daar zal ik nooit voor worden berecht, Puller. Zo gaat het nu eenmaal in mijn wereld.’
‘Maar niet in die van mij.’
‘Voor het geval je het nog niet hebt gemerkt, je zít in mijn wereld en niet in die van jou, omdat dit de wereld is waar je broer in leefde.’
‘Waarom heb je die bewijzen laten verdwijnen?’
‘Omdat dan sporen van een bom zouden zijn gevonden.’
‘Dus er wás sprake van sabotage?’
‘Ze konden dat risico niet nemen, Puller. Net zoals de back-upgenerator, die is met opzet onklaar gemaakt.’
‘En die twee monteurs?’
‘Zij wisten er niets van. Dat was eenvoudig te regelen. Macri en haar vrienden hadden daar geen probleem mee.’
‘Hoe weet je dit?’
Ze begon weer te lopen, en Puller liep met haar mee.
‘We hebben een probleem, Puller, een groot probleem. We hebben een verrader in ons midden. Misschien zelfs meer dan één. Nee, zeker meer dan één. Misschien wel heel veel. En ze hebben hoge posities. Zij hebben je broer naar DB gestuurd, ze hebben de nationale veiligheid van dit land in gevaar gebracht en ze zijn nu zonder enige twijfel iets anders, iets groots aan het plannen.’
‘En waarom ben ik hier dan, Knox, als je dit allemaal weet? Waarom ben ik hierbij gehaald?’
‘Dat is de grote vraag, Puller. Waarom bén je hierbij gehaald? Ik heb niemand kunnen vinden die deze vraag naar tevredenheid kan beantwoorden.’
‘James Schindler en generaals Rinehart en Daughtrey vertelden me dat ze aan mij dachten omdat ik dankzij mijn relatie met mijn broer ideeën kon hebben die anderen niet zouden hebben. Zij dachten dat de kans zo het grootst was hem te vinden.’
‘Misschien wel, misschien niet.’
‘En nu gaan we met hen eten, dus waarom zou ik het hun niet vragen?’
‘Dat kun je dus niet doen. Toen ik zei dat dit heel hoog gaat, bedoelde ik helemaal tot aan de Mount Everest.’
‘Schindler is van de nsc. Hij werkt rechtstreeks voor de president. En Rinehart is kandidaat voor de Joint Chiefs. Wil je me vertellen dat zij verraders zijn?’
‘Nee, want dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat we de waarheid moeten ontdekken voordat iemand zijn heel grote schoen ergens op zet. Misschien is dat zelfs al gebeurd, dat weet ik niet.’
‘Nou, jij lijkt veel meer te weten dan ik.’
‘In bepaalde discrete opzichten is dat wel waar. Maar ik weet niet het waarom of wie, zoals je al eerder opmerkte. En tot we die zaken weten, weten we eigenlijk niets.’
‘Maar waarom zijn die transformatoren weggehaald? Waarom mocht dat niet bekend worden?’
‘We willen niet dat zij weten dat wij het weten. Als ze zich dieper verschansen, vinden we hen misschien nooit.’
‘En Macri? De mannen die me hebben ontvoerd?’
‘Die kan ik niet verklaren, Puller. Ik weet niet of zij deel uitmaken van die samenzwering of van een andere partij waarvan we niets weten.’
‘En die mannen in die steeg?’
‘Als ik het wist, zou ik het je vertellen.’
‘Weet je dat zeker?’
‘Dat mag je me niet onder de neus wrijven.’
Hij bleef weer staan. ‘Vind je niet dat ik daar het recht toe heb?’
Ze zuchtte. ‘Het korte antwoord is: je hébt daar het recht toe.’ Opeens pakte ze hem bij de arm. ‘Maar ik smeek je dat niet te doen, niet nu. Je kunt me later een rotschop verkopen, als dit allemaal voorbij is.’
Hij keek naar haar rug. ‘Dat kan ik je wel beloven,’ zei Puller.