63
Reynolds sloeg de dekens terug, stond op en pakte een 9mm Glock die ze onder het hoofdkussen had verstopt.
Ze droeg een spijkerbroek en had blote voeten. Ze richtte haar wapen op Puller die van het bed was opgestaan en achteruit stapte. Reynolds nam even de tijd om met het laken het rood van haar arm te vegen. Toen ze daarmee klaar was, keek ze Robert Puller aan. ‘Theaterspul,’ zei ze. ‘Net zoiets als jij hebt gebruikt. Goed gedaan trouwens. Zonder de bewakingscamera’s aan de buitenkant van mijn huis had ik je nooit herkend.’
‘Maar waarom Rusland, Susan?’ vroeg Robert. ‘Die hebben toch geen hulp nodig? Maar het Midden-Oosten wel.’
Ze zei: ‘Moskou zal altijd meer uithoudingsvermogen hebben dan die woestijnratten. De terroristen zullen worden opgenomen in opkomende economieën, omdat die absoluut niet weten hoe ze een land moeten besturen of banen moeten creëren. Die mensen vinden Allah minder belangrijk dan schoon water, elektriciteit en eten voor hun familie. Maar Rusland is een echt land. Met een echt leger. Met echte atoomcapaciteit.’
‘En jij wilt samenwerken met een land met een voormalige kgb-agent aan het hoofd?’
‘In tegenstelling tot wat? Een land geleid door oude, blanke miljardairs en hun betaalde lakeien in Washington?’
‘Datzelfde gebeurt in Rusland. Alleen wordt het gesteund door de regering daar.’
Ze trok de schoenen aan die naast het bed op de grond stonden. ‘Ik ga echt geen geopolitieke discussie met je aan over de vraag of mijn argumenten of beslissingen terecht zijn, Robert.’
‘Je hebt onmetelijke schade toegebracht aan de belangen van dit land, Susan.’
‘Ach, zoals ze weleens zeggen: je hebt nog niet de helft gezien.’
‘Wat bedoel je daarmee?’ vroeg Puller snel.
‘Ik bedoel dat letterlijk. Dacht je dat ik al die moeite alleen maar heb gedaan om je broer te laten doden? Hij was een stukje, een heel klein stukje van alles wat er nog gaat gebeuren.’ Ze glimlachte. ‘Als je in leven blijft, wat ik betwijfel, dan zul je het nooit vergeten.’ Ze keek naar Robert. ‘Maar nu ik erover nadenk, laat ik jullie misschien wel leven, zodat jullie het kunnen zien.’
Knox richtte haar pistool op Pullers enkel. ‘Je reservewapen. Pak hem, loop eerst en schuif hem dan naar Susan.’
Puller tilde zijn broekspijp op, haalde het pistool met de korte loop eruit, legde het op de grond en schopte het naar Reynolds, die zich bukte en het opraapte.
Toen Puller weer rechtop ging staan, vroeg Knox: ‘Wil je nog iets tegen me zeggen, Puller?’
Hij keek haar alleen maar aan.
Robert keek naar Reynolds en zei: ‘Ik zou graag willen weten hoe jullie dit vanavond allemaal hebben geregeld.’
Reynolds zei: ‘Simpel. Ik ging hiernaartoe en vertelde het aan Veronica. Zij vertelde me dat ze jullie al snel onder controle zou hebben en naar me toe zou brengen.’
‘Je bent dus niet gevolgd, Susan?’ vroeg Robert.
‘Nee,’ zei Knox. ‘Dat had ik verzonnen.’
‘Hoe lang werken jullie al samen?’ vroeg Robert.
‘Nog niet eens zo lang,’ zei Knox. ‘Maar het was wel een gedenkwaardige samenwerking.’ Ze keek naar Reynolds en glimlachte. ‘Ze is heel overtuigend.’
Robert zei: ‘Maar John bepaalde wie vanaf welke kant de hut zou benaderen. Dus hoe wist je dat zij in de kamer zou zijn waar jij naar binnen moest?’
Knox duwde Robert naar zijn broer toe en stopte daarna een van haar wapens in haar jaszak. Ze hield de andere op Puller gericht, stak haar hand in haar zak en liet haar telefoon zien. ‘Ik heb wel bereik. Ik belde Susan en vertelde haar aan welke kant ik naar binnen zou komen, nadat Puller dat had besloten. Toen is ze naar deze kamer gekropen. Et voilà!’
Robert knikte maar zei niets. Hij keek even naar zijn broer, maar die keek nog steeds naar Knox.
‘Weet je zeker dat je niets tegen me wilt zeggen, Puller?’ vroeg Knox spottend.
Reynolds zei: ‘Ik denk dat hij er geen woorden voor heeft, Veronica. Ik kan gewoon zien dat hij dit totaal niet had verwacht.’
Knox zei op geïrriteerde toon: ‘Weet je, je had me weleens mogen vertellen dat je Carter met een bom wilde uitschakelen. Ik werd zelf bijna opgeblazen.’
‘Sorry, we moesten het snel doen. En ik wist niet dat je hem volgde.’
‘Maar waarom moest Carter dood?’ vroeg Robert.
‘Hij verdacht me,’ zei Reynolds. ‘Ondanks wat hij misschien tegen je broer heeft gezegd, zou er wel een onderzoek plaatsvinden. En dat zou een probleem voor me zijn geweest.’
Knox zei: ‘Kom, we gaan.’
Ze duwde Puller voor zich uit, terwijl Reynolds Robert onder schot hield.
Terwijl ze naar de deur liepen, vroeg Puller zo zacht dat alleen Knox het kon horen: ‘Hoe heb je die aanval in die steeg in Charlotte kunnen regelen?’
‘Ik dacht wel dat je je dat zou afvragen. Ik had mijn pistool geladen met losse flodders. Ik liet jou achter die andere kerels aangaan, zodat die “dode man” alle tijd had om te verdwijnen, nadat hij natuurlijk wat bloed had achtergelaten.’
‘Waarom deed je dat eigenlijk?’
‘Ik wist dat je me wantrouwde. Dat was mijn manier om dat wantrouwen weg te nemen.’
Puller zei: ‘Dus je deed het voor het geld? Gewoon voor de spanning? Professionele jaloezie? Werd je niet snel genoeg bevorderd? Of miste je je snelle leventje?’
‘Wie weet? Misschien wel al die dingen bij elkaar.’
‘Dat betwijfel ik,’ zei Puller.
Ze keek hem nieuwsgierig aan. ‘Wat dan?’ vroeg ze quasi-ontspannen.
‘Ik denk dat jouw vader twee keer zoveel lef had als jij en dat jij wist dat je daar nooit aan zou kunnen tippen. Dat verhaal over hem heb je volgens mij gewoon verzonnen. Heb je hem vermoord en daarna die leugen over die zelfmoord bedacht?’
Knox zei onaangedaan: ‘Misschien heb ik dat wel gedaan. En nadat ik jou heb gedood, verzin ik misschien wel net zo’n verhaal over jou, dat je om je leven hebt gesmeekt. Of misschien is het dan geen verzinsel en ga je dat echt doen. Misschien ben je niet zo stoer als je denkt, Junior.’
‘En misschien ben jij niet zo slim als je denkt.’
‘Tja, maar ik hou jou nu onder schot.’ Ze zweeg even en gaf hem een veelzeggende blik. ‘Ik weet dat je naar me verlangde, Puller, dat je met me naar bed wilde. Dat kon ik zien in je ogen.’
Inmiddels waren ze buiten en liepen ze naar de auto.
Knox’ stem was hoger geworden en Robert, die dit deel had gehoord, keek even naar zijn broer.
‘Ik schiet nog liever een kogel door mijn kop dan dat ik jou met één vinger aanraak,’ zei Puller.
‘Ik wéét gewoon dat je naar me verlangde, ontken het maar niet. Ik ben niet bepaald onaantrekkelijk.’
‘Dat ben je wel, Knox. Vanbinnen. Ze zeggen dat uiterlijk schoon slechts vertoon is en jij bent daar het levende bewijs van. Mijn voorgevoel over jou klopte. Ik kon je niet vertrouwen, want je hebt totaal geen ruggengraat.’
‘Ik heb me laten verwonden omwille van mijn land,’ snauwde ze.
‘Ik ook. Maar ik heb me nooit door uitschot als dat’ – hij wees naar Reynolds – ‘over laten halen mijn eed te breken. Je bent een slappeling, Knox. Een zwakkeling. Je stelt niets voor.’
De superieure blik verdween plots van Knox’ gezicht. Ze bleef staan, draaide zich om naar Robert en drukte de loop van haar pistool tegen zijn hoofd. ‘Op je knieën!’
‘Wat?’ vroeg een geschrokken Robert.
‘Op je knieën. Nu!’
Robert ging op zijn knieën zitten. Knox zette de loop van haar pistool tegen zijn nek en keek naar Puller. ‘Wil je je excuses aanbieden voor die opmerking? Want anders krijgt hij een kogel door zijn kop.’
Puller keek naar zijn broer en toen naar Knox. ‘Wil je dit echt doen?’ vroeg hij zacht.
‘Ik heb een beter idee. Ik kan hem doodschieten met jouw reservewapen.’ Ze haalde de revolver uit haar zak, trok de hamer naar achteren en zette de loop tegen Roberts schedel.
‘Je hebt drie seconden om sorry te zeggen, Puller, anders gaat je grote broer eraan. Eén, twee...’
‘Sorry,’ zei Puller.
Knox schoot toch. Maar ze had de loop iets naar links gedraaid, zodat de kogel Robert niet raakte. Hij schreeuwde het uit, greep naar zijn hoofd en liet zich op de grond vallen.
Puller wilde naar zijn broer rennen, maar Reynolds wees met haar wapen naar zijn gezicht.
Robert ging rechtop zitten en keek woedend naar Knox. ‘Volgens mij is mijn trommelvlies weggeblazen.’
‘Dat is beter dan je hersenen. Ik heb gehoord dat die van jou heel groot zijn. Opstaan, nu!’
Robert kwam moeizaam overeind, nog steeds met zijn hand tegen zijn oor gedrukt.
Toen ze bij de Lexus waren, zei Knox: ‘We moeten hen boeien.’
Reynolds knikte en boeide de Pullers met tiewraps. Daarna stapten ze allemaal in de auto. De Pullers zaten achterin en Reynolds zat op de passagiersstoel met haar pistool op hen gericht.
Ze reden terug naar D.C. en op aanwijzing van Reynolds reed Knox een ondergrondse parkeergarage in. Het was al ruim na middernacht en de parkeergarage stond vol auto’s, omdat het bij een appartementencomplex hoorde.
Knox sneed met een mes de tiewraps los. ‘Als we onderweg iemand tegenkomen en jullie ook maar probéren met hen te communiceren, zijn jullie dood en zij ook.’
Ze gingen met de lift naar de begane grond en daarna met behulp van een sleutelkaart van Reynolds met een privélift naar de elfde verdieping. De lift kwam uit in een hal met hout en graniet. Knox drukte haar pistool tegen Pullers rug. Ze liepen naar de eerste deur in de hal die uitkwam bij een groot vertrek met enorme ramen die een spectaculair uitzicht boden op het centrum van D.C.
Het licht in de kamer was gedimd.
Puller keek om zich heen. Net als Knox en Robert.
Maar Reynolds wist waar ze was en keek naar een hoek van het vertrek waar een bureau stond.
Er zat iemand aan het bureau. Alleen zijn silhouet was zichtbaar.
Reynolds draaide zich om naar Knox. ‘Ik was niet van plan je hier mee naartoe te nemen,’ zei ze. ‘Tot je deed wat je met die twee hebt gedaan,’ voegde ze eraan toe en ze wees naar de Pullers. ‘Je hebt Robert de stuipen op het lijf gejaagd en zijn egoïstische broer vernederd. Iets beters kun je toch niet verzinnen?’
Knox keek nieuwsgierig naar de figuur aan het bureau. ‘Ga je ons nog aan elkaar voorstellen?’
Reynolds deed een lamp aan, waardoor het echter niet veel lichter werd in het vertrek. Alles was in schaduwen gehuld, maar er was iets wat ze nu heel duidelijk konden zien.
Knox hapte naar adem. Puller zette een stap dichterbij.
Robert zei niets, maar keek naar de man die roerloos aan het bureau zat.
Vanuit de schaduw keek James Schindler hen aan, met wijd open en doordringende ogen. Hij leek de situatie stilletjes in zich op te nemen.
Knox maakte haar blik los van Schindler en keek Reynolds aan. ‘Het moet gezegd worden, je hebt echt lijnen tot helemaal bovenin.’
Reynolds glimlachte. ‘Dat hebben we ook nodig voor wat we van plan zijn.’
‘En nu kan ik helpen dat plan uit te voeren.’
‘Ja, daarom zijn we dus hier. Maar er moet eerst nog iets gedaan worden.’ Ze haalde haar pistool tevoorschijn, schoof een suppressor op de loop, richtte die op Robert Puller en zei: ‘Je hebt geen idee hoe lang ik hier al op heb gewacht.’
Voordat ze kon schieten, had Knox het wapen al uit haar hand geschopt. Daarna draaide ze zich vliegensvlug om haar as en schopte Reynolds’ benen onder haar vandaan, waardoor de vrouw met een klap op de grond viel.
Meteen daarna gooide Knox twee pistolen door de lucht.
Een verbijsterde Puller ving de ene op en Robert de andere.
De broers keken elkaar verbaasd aan.
Puller zei: ‘Knox, wat is dit verdomme...’
Knox schreeuwde: ‘Dat leg ik later wel uit! Hou Reynolds onder schot. Hou haar goed in de gaten.’
Robert richtte zijn pistool op Reynolds, die nog steeds op de grond lag.
Puller keek naar het bureau en zag dat Schindler zich niet had verroerd. Hij zat er nog steeds. Pullers mond viel open toen de waarheid tot hem doordrong.
Knox richtte haar pistool op Schindler. ‘Je bent gearresteerd. Sta op! Nu!’
‘Knox!’ riep Puller. ‘Er klopt iets niet!’
Knox keek hem aan. ‘Wat?’
Het glas achter Schindler verbrijzelde toen de high velocity-kogel erdoorheen vloog.
De Pullers en Knox lieten zich op de grond vallen.
‘Dat schot kwam vanuit het gebouw aan de overkant,’ schreeuwde Puller.
Een tweede schot verbrijzelde een andere ruit. Daarna volgden nog meer high velocity-kogels die insloegen in de muren en de vloer. Eentje raakte de lamp die explodeerde, waardoor het opeens bijna pikdonker was.
‘Verdomme, wat gebeurt hier allemaal?’ schreeuwde Knox, die dekking had gezocht achter een stoel.
‘Laag blijven,’ riep Puller.
‘Wacht eens even, waar is Reynolds?’ riep Robert.
Ze keken allemaal om zich heen in de donkere kamer.
‘Volgens mij hoorde ik de lift toen het schieten begon,’ zei Robert.
Ze keken om zich heen, maar niemand verroerde zich. Puller wachtte tot er weer zou worden geschoten, maar dat gebeurde niet.
Even later stond Puller voorzichtig op en keek naar de verbrijzelde ruiten.
Toen Knox wilde opstaan, zei hij op scherpe toon: ‘Liggen blijven. Misschien is die schutter daar nog.’
Robert was naar het bureau gekropen om naar Schindler te kijken, die nog steeds niet bewogen had, zelfs niet toen er geschoten werd. ‘John!’ zei hij gespannen.
Puller rende door de kamer en knielde naast zijn broer. ‘Wat is er?’
Robert trok Schindlers colbertje open.
Zodra Puller dat zag, greep hij zijn broer en duwde hem in de richting van de lift. ‘Wegwezen!’
Daarna schreeuwde hij tegen Knox: ‘Rennen, Knox!’
Ze renden met z’n drieën naar de lift, maar toen Knox op het knopje drukte ging het lichtje niet branden.
‘Reynolds heeft hem waarschijnlijk onklaar gemaakt,’ zei Robert.
Puller keek naar links en naar rechts, en zag de deur aan het einde van de gang. Toen hij de kruk probeerde, bleek die op slot te zitten. Hij trok zijn M11 en schoot het slot kapot.
‘Wat is er aan de hand?’ schreeuwde Knox toen Puller haar door de deur duwde, en hetzelfde deed met zijn broer.
‘Rennen!’ Hij deed de deur achter zich dicht en rende de trap af naar het eerste bordes.
Ook Knox en Robert renden ernaartoe, draaiden zich om en renden de trap naar het tweede bordes af.
Puller had het eerste bordes bijna bereikt toen de bom ontplofte. De schokgolf blies de deur naar de trap uit zijn scharnieren en de gecomprimeerde lucht suisde naar beneden. Toen het de ruim honderd kilo wegende Puller raakte, werd hij omvergeblazen alsof hij niets woog.
Het laatste wat Puller zich herinnerde, was dat hij met zijn hoofd naar voren van de trap viel en daarna iets heel hards raakte.
Daarna was er niets meer.